Kabinet wil meer balans in samenwerking Nederland en China

Internationaal | door Tim Cardol
16 mei 2019 | De Rijksoverheid wil een cultuuromslag bereiken met betrekking tot de samenwerking met China. Nederlandse kennisinstellingen moeten daarin zorgvuldiger zijn in was ze 'halen' en 'brengen. Dat staat in de langverwachte China-strategie van het kabinet.
Rutte en Xi Jinping in 2013 Foto: Rijksoverheid

Meer aandacht voor mogelijke risico’s en een betere balans tussen ‘halen’ en ‘brengen’. Dat is de inzet van de beleidsnota Nederland-China: een nieuwe balans die vandaag aan de Kamer is gepresenteerd. In de nota wordt een kabinetsbrede visie gepresenteerd die beschrijft hoe Nederland zich tot China verhoudt.

“Het kabinet is constructief-kritisch ten aanzien van China,” schrijft minister van Buitenlandse Zaken Stef Blok in een begeleidend schrijven aan de Tweede Kamer. “Het wil op basis van gedeelde belangen met China samenwerken, met oog voor ideologische verschillen. Het kabinet staat pal voor (het beschermen van) de Nederlandse rechtstaat, onze open samenleving en economie en onze veiligheid.”

Zorgen over ongewenste invloeden

In de beleidsnota is ruim aandacht de samenwerking tussen Nederland en China in de kennissector. Die samenwerking wordt op veel plekken als zeer positief ervaren, maar de laatste tijd klinken steeds vaker zorgen over ongewenste inmenging van de Chinese overheid in wetenschappelijk onderzoek. Ook in Nederland.

Die zorgen worden onderkend in de China-strategie van het kabinet. De Rijksoverheid wil daarom in gesprek met colleges van bestuur van instellingen om ervaringen uit te wisselen. “Zowel de overheid als het onderwijsveld hebben behoefte aan duidelijke richtlijnen over academische vrijheid, wetenschappelijke integriteit en wetenschapsethiek die kunnen worden gebruikt in contacten met Chinese studenten en onderzoeker, en aan protocollen om ongewenste kennis- en technologieoverdracht tegen te gaan.”

Nederlandse wetenschappelijke uitgever Brill laat zich censureren door China

Het kabinet heeft er niettemin vertrouwen in dat Nederlandse kennispartijen in de samenwerking met China een balans vinden tussen kansen en risico’s. Die risico’s zijn er niet alleen op het gebied van ongewenste technologieoverdracht. Ook de Chinese studenten die naar Nederland komen, moeten er rekening mee houden dat ze door de autoriteiten in de gaten worden gehouden, zo wees onderzoek van de Universiteit Leiden vorig jaar uit.

Nadruk op kansen

Universiteiten zien op het gebied van de samenwerking vooral de meerwaarde van samenwerking met partners in China. Ze zien het niet als hun taak om strenger te gaan screenen of extra maatregelen te nemen, blijkt uit een rondgang door het Financieele Dagblad.

UTwente-voorzitter Victor van der Chijs ziet China vooral als aantrekkelijke samenwerkingspartner, zo zegt hij in het FD. “China heeft zich tot doel gesteld om over vijftien jaar nummer één te zijn in onderzoeksland. Ik zou willen dat onze overheid zo’n langetermijnvisie zou neerzetten. Daar moet je bewondering voor hebben. In Nederland begint het gesprek over bekostiging iedere vier jaar weer opnieuw. Daar worden wij gek van.”

Naar verluidt is minister Ingrid van Engelshoven minder gecharmeerd van de samenwerking met China. Zij houdt zich liever afzijdig. Zo hoort ScienceGuide dat OCW in een gevorderd stadium was van het organiseren van een HO-missie naar China in het najaar van 2019, maar dat deze op last van de minister is afgelast. Op de Chinese ambassade is men mede hierdoor behoorlijk gefrustreerd over de houding van de minister.

Zorgen om disbalans

Het kabinet ziet de voordelen van samenwerking ook. “Voor Nederland is academische samenwerking met China aantrekkelijk omdat daarmee topstudenten en -onderzoekers kunnen worden aangetrokken. Ook heeft China vaak financiële middelen om goede onderzoeksfaciliteiten te bouwen en is er uitwisseling tussen de kennisinstellingen van de Chinese en Nederlandse overheden, zoals tussen de planbureaus.”

Voor het kabinet is er desalniettemin aanleiding om te waarschuwen voor een disbalans in de samenwerking met China. “Chinese instellingen hebben over het algemeen een beter beeld van potentiële partners en weten beter wat zij uit de samenwerking willen ‘halen’. Hierdoor bestaat een risico op ongewilde kennisoverdracht van Nederland naar China op gebieden die van fundamenteel belang zijn voor Nederland, of die serieuze consequenties hebben voor de bescherming van Nederlandse en/of universele waarden, dan wel de economische of nationale veiligheid.”

Centrale regie vanuit de Partij

Het kabinet wijst er in de Chinastrategie ook op dat er een groot verschil is in de coördinatie die beide landen voeren op samenwerking. “In Nederland vindt strategische planning over academische samenwerking met China grotendeels op decentraal niveau plaats. Waar de Chinese overheid stuurt via financiële en – minstens zo belangrijk – politieke macht en persoonlijke contacten, is er in Nederland vrijwel geen centrale regie.”

Om ervoor te zorgen dat er meer regie komt, wordt extra geïnvesteerd in de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). Die moet op strategische en praktisch gebied gaan adviseren over de vele in- en uitgaande bezoeken van Chinese delegaties en stakeholders in Nederland.

“De ministeries van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en van Buitenlandse Zaken blijven met kennisinstellingen werken aan effectieve instrumenten die medewerkers in staat stellen kansen en risico’s tegen elkaar af te wegen in hun samenwerking met China. Eventuele versterking van de ambassade op dit punt kan daar ook behulpzaam bij zijn.”


Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
«

ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.

Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan

OK