Maakt Van Rijn zonder extra geld waardevolle dingen kapot?

Nieuws | door Frans van Heest
29 mei 2019 | Mentale druk bij studenten heeft vele oorzaken. Druk om altijd maar de hoogste opleiding te halen, is belangrijke factor, zegt Kamerlid Eppo Bruins van de ChristenUnie. Volgens hem kan er druk op studenten voorkomen worden als er scherper onderscheid komt tussen universitaire opleidingen en beroepsopleidingen.
Eppo Bruins bij de bijeenkomst van Generatie-Y op de Universiteit Utrecht

“Waarom zou je niet een trotse hbo-accountant kunnen zijn?” Volgens Bruins moet die discussie over het hoger onderwijs in Nederland eens stevig gevoerd worden. Dit ook in het licht van het recente advies van Martin van Rijn over een nieuw bekostigingsmodel. Maar tot het zover is, moet in de strijd tegen mentale druk bij studenten in ieder geval het leenstelsel worden afgeschaft.

Geen deprimerende bijeenkomst

Onlangs hield Coalitie-Y de derde bijeenkomst op de Universiteit Utrecht, bij de bestuurskunde opleiding aan de Oudegracht. Coalitie-Y is een initiatief gestart door de ChristenUnie met zes jongerenorganisaties. Samen willen de organisaties oplossingen bedenken om de druk op jongeren te verminderen. Eppo Bruins, Kamerlid voor de ChristenUnie zegt dat bij opleidingen zoals bestuurskunde de discussie over de vermindering van studiedruk geen taboes mag kennen.

“We moeten durven vragen waarom deze opleiding eigenlijk een wetenschappelijke studie is”, zegt Bruins. “Studenten moeten hier opdrachten maken zoals een toren bouwen van papier om zo te leren samenwerken. Leren samenwerken is een vakvaardigheid. Laten we trots zijn op deze vaardigheden die echt passen bij het beroepsonderwijs. Als de samenleving trots is op het beroepsonderwijs en er de waarde van inziet, voorkomen we ook dat jongeren ervaren dat ze steeds weer hogerop moeten. Dit soort veranderingen in het systeem, kunnen misschien stress voorkomen.” ScienceGuide sprak met het CU-Kamerlid Eppo Bruins over maatregelen om de druk bij studenten te verlichten.

Op de vraag wat de sfeer van deze bijenkomst was gezien het onderwerp, antwoordde Bruins dat het zeker niet deprimerend is. “Je hoort wel heel veel zorgen van de jonge mensen en de problemen die ze ervaren. Maar er is bijna niemand die zegt: ‘ik gooi het bijltje erbij neer.’ Deze generatie is bereid om hard te werken, maar je hoort dat de druk hoog is. Ze moeten altijd doorgaan. Daar zou je iets aan willen doen.”

“In de sessie die ik zojuist had ging het heel erg over de verwachtingen. Verwachtingen die studenten zichzelf opleggen, maar ook verwachtingen die anderen op deze jongeren leggen. Ik merk dat er enorm vergeleken wordt met wat er van ze verwacht wordt en met wat ze uiteindelijk wel of niet behalen. Er is weinig mogelijkheid om gewoon te doen wat je doet. Om te denken: ‘het is voor nu even goed’. Er is altijd die kloof met de grote verwachtingen die anderen of jongeren zelf hebben.”

Bruins verwijt ook zijn eigen generatie wat op dit punt. “Mijn generatie doet ook wel iets fout als het gaat om verwachtingen die wij deze generatie opleggen. We begonnen zojuist in een sessie met het verhaal dat deze jongeren zoveel keuzemogelijkheden hebben. Er zijn zoveel studies en activiteiten waar je uit kunt kiezen. De wereld ligt voor ze open. En dan is er ook nog zo’n generatie zoals die van mij die zegt: ‘je kan alles worden wat je wilt en ga dat maar onderzoeken’.”

Op iedere splitsing keuzestress

De keuzestress en de studieschulden zijn twee van de problemen waar deze generatie volgens de ChristenUnie onder te lijden heeft. “Deze talrijke keuzes gecombineerd met het idee dat je schulden opbouwt en je te maken hebt met een prestatiebeurs, geven druk. Als deze studenten falen dan moeten ze alles terugbetalen. Zij moeten binnen 4 of 5 jaar hun studie afronden. Ik moet dit, ik moet dat. Op iedere splitsing moeten zij de juiste afslag kiezen, want anders gaat het fout. Dat is een gevoel dat je deze generatie gewoon niet toewenst.”

Voor een politicus is het volgens Bruins ook zijn taak om deze zorgen van jongeren om te zetten in politieke acties. “Uiteindelijk is het natuurlijk mijn taak om vanuit de politiek zaken voor elkaar te krijgen. Daarom zijn we Coalitie-Y begonnen: om manieren te vinden om deze jonge mensen te helpen om even wat meer ontspannen in het leven te staan. En daarom zeggen wij ook dat het leenstelsel er nooit had mogen komen en dat de basisbeurs weer terug moet komen. Of een alternatief, of een andere vorm.”

Maar aan de inrichting van een nieuw studiefinancieringsstelsel hangt een flink prijskaartje. Dat moet een opdracht zijn voor een nieuw kabinet, zo stelt Bruins. “Als wij dit leenstelsel willen stoppen is dat een dusdanige grote financiële ingreep dat je dat eigenlijk bij een nieuw regeerakkoord moet doen. Dat volgende regeerakkoord is er over 2 jaar en over 1 jaar worden de verkiezingsprogramma’s geschreven. Via die weg willen we het leenstelsel van tafel krijgen.”

De druk die nu op studenten wordt gelegd is te hoog volgens Bruins. “Het is fundamenteel fout, de druk die jonge mensen nu voelen over de enorme hoeveelheid schuld die ze aangaan. Daar moeten we echt iets aan doen. Het is fundamenteel verkeerd om jonge mensen aan de start van hun werkzame leven met zo’n grote schuld de rest van hun leven te laten zitten, je begint in de min.”

Studieschuld van €50.000 verlamt

Het ChristenUnie-Kamerlid legt uit dat hij niet principieel tegen studieschulden is, maar dat de mate waarin het nu gaat uit de hand loopt. “Laat dat dan hooguit een schuld van 10 tot 15 duizend euro zijn. Zodat je met een relatief schone lei kan beginnen. Dan heb je nog de hoop en het uitzicht dat je daar uitkomt, maar een studieschuld van 50 duizend euro verlamt. Dat is zo’n enorme schuld waarvan afgestudeerden kunnen denken: ‘als ik met pensioen ga weet ik niet of dat ik het dan heb afbetaald?’ En dat op een arbeidsmarkt zonder uitzicht meer op een vast contract, alles is flex. Je moet maar hopen dat je cv goed genoeg is om een baan te krijgen, op een woningmarkt waar niets meer te betalen is. Dat is toch hopeloos? Deze generatie verdient beter.”

Dat er politiek ook wat begint te schuiven en GroenLinks afstand heeft genomen van het leenstelsel dat zei in 2014 steunde stemt het CU-Kamerlid hoopvol. “Ik vind het hoopgevend dat GroenLinks nu ziet dat dit stelsel niet brengt wat zij gehoopt hadden, waarvan wij nooit de hoop hadden dat het iets zou brengen.”

Zihni Özdil keert zich af van het ‘verrotte systeem’ van het leenstelsel

Recent bij een Kamerdebat over toegankelijkheid in het hoger onderwijs kwam dit ook aan de orde. Aan dat debat heeft de CU geen goede herinneringen overgehouden. Paul van Meenen kwam toen hard in aanvaring met CDA en CU. “Dat was geen aangenaam debat om te doen. Van Meenen beschuldigde het CDA en mij dat we leenangst aanwakkeren door over de negatieve effecten van het leenstelsel te spreken. Ik geloof niet dat jonge mensen Politiek24 volgen en dan pas de nadelen zien van geld lenen. Zij ervaren zelf dagelijks die gevolgen en dat horen wij duidelijk via bijvoorbeeld Coalitie-Y. Dat signaal brengen we dit in het politieke debat en we waarschuwen voor de verlammende angst van een studieschuld van €50.000. Op een moment in je leven dat je nog niet weet wie je bent en wat je wilt worden en of je wel de juiste keuze hebt gemaakt.”

Maar voor het leenstelsel weer afgeschaft is moet er nog wel veel gebeuren volgens Bruins. “Bij een volgend kabinet gaat er iets verbeteren dat kan haast niet anders. Wij hebben het in het verkiezingsprogramma 2017 doorgerekend. Wij hadden toen het leenstelsel teruggedraaid en ook nog eens een miljard geïnvesteerd in het hoger onderwijs. Dus het is mogelijk om zowel te investeren en jongeren ademruimte en perspectief te bieden. Bij een volgend regeerakkoord is afschaffing van het leenstelsel opnieuw onze inzet en we doen er alles aan dat dit gaat lukken.”

Wirwar aan maatregelen

Een ander onderwerp waar Bruins met veel interesse maar ook met zorg naar kijkt is het recente advies van Commissie Van Rijn, over een nieuwe manier van bekostigen van het hoger onderwijs. “Ik heb Van Rijn met veel interesse in ontvangst genomen. Het is een wirwar aan maatregelen waardoor ik nog niet zie wat het uiteindelijk effect is. Daar maak ik me zorgen om. Hartstikke leuk dat Van Rijn zoals wij in het regeerakkoord ook schrijven meer nadruk wil leggen op bèta en techniek. Maar wat doet dat met de kwetsbare geesteswetenschappen? Als bèta ben ik voorvechter van de kwetsbare geesteswetenschappen, maar daar zegt Van Rijn niets over.”

Is de ‘zachte landing’ van Van Rijn zacht genoeg?

Dat er nu voorgesteld wordt om te bezuinigen in het SSH-domein baart Bruins namelijk zorgen, want hierdoor kunnen er kwetsbare geesteswetenschappen verdwijnen. “Het is moeilijk te ontwarren omdat social sciences en humanities nu in hetzelfde domein zitten. Er zijn massastudies waarvan je eigenlijk zegt: we gunnen de studenten beter, maak het wat kleiner en maak het wat minder. Aan de andere kant heb je in dat domein de humanities waar je soms drie of vier studenten hebt, waarvan je blij bent dat we die nog kunnen vinden. Hoe houden we dit nog in leven in Nederland? Dat loopt nu allemaal door elkaar bij Van Rijn.”

Bruins vraagt zich daarom in gemoede af of je Van Rijn wel kunt uitvoeren met een gesloten beurs. “De vraag waar ik echt antwoord op wil krijgen van de minister of we de plannen van Van Rijn kunt uitvoeren met een gesloten beurs, of maak je dan hele waardevolle dingen kapot? Daar zal ik mij in het politieke debat op focussen: zijn er waardevolle dingen wij breken als we dit rapport uitvoeren?”

Bruins vreest dat dat de boodschap van Van Rijn om tussen instellingen minder te concurreren op studentenaantallen niet daadwerkelijk zal lukken. “Ik ben al zo oud, dat ik mij de operatie Focus en Massa uit de jaren ’90 kan herinneren. Eigenlijk is dat hetzelfde, toen werd ook gezegd we moeten meer clusteren en niet meer concurreren.”

Volgens Bruins is dat alleen mogelijk als er ook meer geld bijkomt. “Alleen dan komen er nieuwe kernen, nieuwe onderzoeksgroepen en nieuwe opleidingen. Het systeem in Nederland is nog niet veranderd. Het is heel moeilijk om iets te stoppen en om de concurrentie uit het systeem te halen. Ik ben heel benieuwd welke mogelijkheden de minister ziet.”

Breng het aantal universitaire opleidingen terug

Bruins denkt dat het verstandig zou kunnen zijn om het aantal opleidingen op universiteiten terug te brengen, ook met het oog op de keuzestress die studenten ervaren. “Tegelijkertijd hebben we wel heel veel universiteiten, met heel veel opleidingen op een kluitje. Als ik dan van deze jonge mensen hoor dat zij moeten kiezen uit 400 opleidingen. Dan denk ik: misschien moeten we het aantal opleidingen eens herschikken? Zou dat kunnen helpen om stress weg te nemen?”

Bruins vindt überhaupt dat de discussie over het opleidingenaanbod in Nederland eens stevig gevoerd zou moeten worden. “Ik denk toch ook dat we in de 21e eeuw voor het eerst eens mogen kijken naar academische opleidingen, hoe sluiten die aan bij de arbeidsmarkt? Omdat ik zie dat aan de universiteiten er toch best veel opleidingen worden aangeboden die ook een beroepsopleiding zouden kunnen zijn. Misschien is het wel te veel vervaagd.”

Als voorbeeld noemde hij de USBO, de opleiding bestuurskunde van de Universiteit Utrecht waar deze middag de Coalitie-Y bijeenkomst werd georganiseerd. “Ik hoor bijvoorbeeld dat ze hier bij deze opleiding Bestuurskunde leren samenwerken door een toren te bouwen van papiertjes. Dan denk ik toch dat je hier mag spreken van een hbo-opleiding, leren samenwerken is een vakvaardigheid. Ik begrijp ook dat hier de discussie wordt gevoerd, of dit nu wel een academische opleiding is? Ik vind het terecht dat opleidingen zichzelf die vragen stellen. Het zou best weleens interessant zijn omdat vaker op te schudden.”

Kijk bijvoorbeeld ook naar rechten, zegt Bruins daar zou zo’n discussie ook heel zinvol zijn. “Bijvoorbeeld een notaris die doet actuarieel recht, waarom zou je niet een hele trotse hbo-notaris kunnen zijn?”

Volgens Bruins zou een dergelijke discussie en herschikking er mogelijk ook voor kunnen zorgen dat studenten minder met stress te maken hebben. “Ik zou het een gezonde discussie vinden als we veel principiëler zouden kiezen wat nu een beroepsopleiding is en een academische opleiding. En dat halen we dan ook uit elkaar en daar zijn we dan ook eerlijk over. Dan denk ik dat je op universiteiten minder studies overhoudt. Dan ervaren studenten niet altijd die druk om op te klimmen naar het hoogste academische niveau omdat een beroepsopleiding dan beter aansluit bij hun wensen.”

Tot slot moet Bruins van het hart dat het beroepsonderwijs meer gewaardeerd mag worden. “Want daar leer je echt andere vaardigheden dan aan een universitaire opleiding? We mogen wel weer eens meer trots voelen bij een vak. Ik zat net naast een jongen die op een ROC zit en de opleiding Automotive volgt in Nieuwegein. Die wordt automonteur, dat is toch het mooiste dat er is. Die mensen hebben we nodig. Niemand weet meer hoe een auto werkt.“


Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
«

ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.

Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan

OK