Meer sturing op onderzoeksgroepen in het hbo

Nieuws | de redactie
25 juni 2019 | De SPRONG-subsidie voor onderzoeksgroepen in het hbo werpt z'n vruchten af, maar meer sturing is gewenst. Dat blijkt uit een analyse van het Rathenau Instituut dat sprak met betrokkenen bij de eerste groepen die subsidie kregen van Regieorgaan SIA

Begin 2017 ging Regieorgaan SIA van start met een nieuwe vorm van financiering voor onderzoek in het hbo: de SPRONG-subsidie. Dit is geen standaardsubsidie in de zin dat deze is bedoeld voor het uitbouwen van reeds bestaande onderzoeksgroepen op hogescholen. Het betreft een bedrag tot twee miljoen euro waarmee groepen meerjarig hun activiteiten kunnen uitbreiden. Geen geld direct voor onderzoek dus, maar voor de randvoorwaarden.

Inmiddels zijn er twee jaargangen aan subsidies in het SPRONG-programma verstrekt. Het Rathenau Instituut heeft onderzocht in hoeverre het programma een bijdrage levert aan de gestelde doelstellingen. Anders gezegd: “Hoe heeft het SPRONG-programma de aanvragende groepen in beweging gebracht en welke effecten van het programma zijn zichtbaar?”

Bouwen aan krachtige onderzoeksgroepen

Om daar antwoord op te vinden heeft het Rathenau Instituut interviews afgenomen met penvoerders van de subsidieaanvraag, en betrokken bestuurders en beleidsmakers. Uit die gesprekken rijst een beeld van een programma dat weliswaar nog in de kinderschoenen staat, maar al wel zijn meerwaarde in het praktijkgericht onderzoek bewijst.

Op dit moment lopen er vier programma’s binnen het SPRONG-programma Vitaliteit en Gezondheid. Daarin wordt onder meer onderzoek gedaan naar de zelfredzaamheid van kwetsbare ouderen en de fysieke begeleiding van topsporters en kunstenaars.

Kwetsbare ouder denkt mee over de beste zorg

De deelnemers van het programma zien allemaal de grote meerwaarde van de SPRONG-subsidie. Het stelt hen in staat zich onder betere randvoorwaarden te ontwikkelen en makkelijk maatschappelijke partners aan zich te binden. Dat zorgt voor continuïteit in de onderzoeksprogramma’s en bovendien ontlenen ze aan de subsidie “een zekere faam die geassocieerd wordt met kwaliteit.”

De onderzoekers van het Rathenau Instituut merken daarbij wel op dat de vier geselecteerde groepen zeer van elkaar verschillen. “In sommige toegekende aanvragen is een grote hoeveelheid lectoren betrokken, in een andere slechts één.” Een van de vertegenwoordigers van Regieorgaan SIA noemt de selectie zelfs “verrassend en theoretisch interessant, want de subsidie wordt nu gebruikt in verschillende omstandigheden.”

Rekening houden met verschillen

Volgens de onderzoekers is het daarom raadzaam om in de begeleiding van de projecten meer rekening te houden met die verschillen. “In de verdere monitoring en begeleiding is het wenselijk om rekening te houden met hun verschillende startpunten. De programmacommissie zou extra aandacht kunnen geven aan de ontwikkeling van leiderschapsvaardigheden en management van samenwerkingsverbanden en consortia.”

Het Rathenau Instituut doet daartoe een aantal concrete aanbevelingen. Die aanbevelingen hebben nadrukkelijk betrekking op de richting waarop onderzoeksgroepen zich organiseren. Zo zou er meer sturing kunnen zijn vanuit het programma bijvoorbeeld door eisen te stellen aan de manier waarop onderzoeksgroepen hun werk organiseren, hun groep inrichten en samenwerken met andere lectoraten.

Het onderzoek van Rathenau gaat zelfs zo ver door te stellen dat grote onderzoeksprogramma’s in het hbo meer verdeeld moeten worden over verschillende lectoraten, in plaats van geconcentreerd in een lectoraat. “SPRONG kan sturen op deze vorm van samenwerking en leiderschapsvaardigheden voor het leiden van dergelijke consortia promoten.” In schril contrast dus met de aloude wijsheid dat concentratie van kennis op een plek succesvol is.

Duidelijkheid in de aanvraagprocedure

De laatste aanbeveling gaat over de verbetering van de kwaliteit van de aanvragen. Volgens het Rathenau Instituut kan deze omhoog als Regieorgaan SIA meer duidelijkheid schept in de aanvraagprocedure. “Dit zou kunnen door bijvoorbeeld meer interactiemomenten tussen Regieorgaan SIA, de programmacommissie en potentiële aanvragers te organiseren. Meer tijd voor het opstellen van de aanvraag of een getrapte aanvraagprocedure kan helpen om tot betere aanvragen te komen.”

Wat opvalt in het onderzoek van het Rathenau Instituut is dat bij een groot deel van de ondervraagden een behoefte klinkt om meer duidelijkheid te krijgen over de ontwikkeling van de lectoraten in het hbo, en dat daarbij naar Regieorgaan SIA wordt verwezen. “Dit vraagt van Regieorgaan SIA om meer houvast te bieden ten aanzien van wat het verstaat onder krachtige onderzoeksgroepen en hoe het verwacht dat groepen zich ontwikkelen, niet zozeer qua inhoud, als wel qua structuur, organisatie, management en financiering. Meer sturing op deze gebieden kan bijdragen aan het proces van volwassenwording van het praktijkgerichte onderzoek op hogescholen.”


Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
«

ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.

Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan

OK