“Wij gaan niet herverdelen”

Interview | door Sicco de Knecht
27 juni 2019 | In het verhitte debat over de bekostiging komt de voorzitter van de Rijksuniversiteit Groningen Jouke de Vries met een voorstel dat volgens hem op consensus kan rekenen. “Laat de technische universiteiten de miljoenen uit de Voorjaarsnota houden, maar laten we dan eerst kijken naar de toereikendheid van het macrobudget voordat we gaan schuiven in de bekostiging.”
Het academiegebouw van de Rijksuniversiteit Groningen – Foto: Eigenberg Fotografie (CC BY 2.0)

Maandag bespreekt de Tweede Kamer de plannen van de minister om de bekostigingssystematiek in het hoger onderwijs om te vormen. Voor de universiteiten betekent dit een overheveling van de alfa-, gamma- en medische vakgebieden in de richting van de bèta-technische. De commissie onder leiding van Martin van Rijn stelt in het advies dat geen van hun voorstellen een wetswijziging vergt, dus het zou zomaar kunnen dat de plannen bij de stemmingen aanstaande donderdag beklonken zijn.

Dat gaat Jouke de Vries, collegevoorzitter van de Rijksuniversiteit Groningen (RUG) veel te snel. “Iedereen heeft er begrip voor dat er iets moet gebeuren bij de vier technische universiteiten. Ook het idee dat er meer stabiliteit moet komen in het systeem wordt breed onderschreven. Die discussie moeten we zeker voeren, maar niet nadat we eerst het hele stelsel overhoop hebben getrokken.”

Het gemak waarmee de herverdeling nu ingevoerd lijkt te gaan worden gaat volgens hem gepaard met een zweem van neerbuigendheid in de richting van de alfa’s en de gamma’s die nergens op gestoeld is. Eerder al sprak De Vries op de sociale media over een sentiment dat ”meesurft op het anti-intellectuele tijdsgewricht.”

Als je doet wat je deed dan krijg je gisteren

Desgevraagd wil hij daar nog wat verder over uitweiden. “Het sentiment is gecreëerd dat de sociale- en geesteswetenschappen meer problemen zouden creëren dan ze oplossen.” Volgens hem is dit een totaal onterechte typering en zijn deze vakgebieden meer dan ooit relevant en bovendien van groot internationaal aanzien. Dat deze vakgebieden de samenleving soms een kritische spiegel voorhouden is geen reden om deze als minder waardevol te beschouwen.

Klappen blijken nog ingrijpender dan verwacht

Dezer dagen wordt er bij hoger onderwijsinstellingen druk gerekend om de lokale effecten die de plannen van de minister zullen hebben in kaart te brengen. Voor de RUG was al bekend dat de instelling in zijn geheel miljoenen per jaar inlevert, maar nu ook de effecten op faculteitsniveau in kaart worden gebracht blijken de effecten lokaal nog ingrijpender dan verwacht.

Kamerleden in het duister over Van Rijn

Niet alleen de sociale- en de geesteswetenschappen worden hard getroffen, in de regio’s zijn het ook de geneeskundige faculteiten die de pijn gaan voelen, zo vertelt De Vries. “Voor het UMC Groningen gaat het om 93 fte in 2022 en 74 fte aan ontslagen in 2023, dat zijn geen geringe aantallen.” Uiteraard kan De Vries alleen spreken voor Groningen, “maar ga er maar vanuit dat het er voor Nijmegen en Maastricht er niet veel beter uitziet.”

“In een regio die toch al door heel veel zaken getroffen wordt heeft ook dit direct negatieve consequenties voor de werkgelegenheid in Groningen.” Die wig die nu tussen regio en Randstad gedreven wordt vindt De Vries onbegrijpelijk. “Wij leiden hier in Groningen talloze huisartsen op die vervolgens naar de Randstad trekken, maar andersom komt er zelden een huisarts van daar onze kant op.”

“In een regio die toch al door heel veel zaken getroffen wordt heeft ook dit direct negatieve consequenties voor de werkgelegenheid in Groningen.”

In de Voorjaarsnota zat tevens nog een andere tegenvaller verscholen vertelt De Vries. Dat is dat in 2019 de prijscompensatie niet wordt uitgekeerd door het ministerie. “Dat komt er nog eens bovenop, dus alles bij elkaar opgeteld zie je dat er stevige consequenties aan zitten voor deze drie sectoren.”

Meer rust in het systeem is welkom

De Vries erkent zoals gezegd dat de commissie Van Rijn een rake analyse heeft gegeven van het huidige bekostigingssysteem, onder meer in de zin dat het heeft geleid tot doorgeslagen competitie. “Dat er iets meer rust komt, en dat er meer van het variabele deel van de bekostiging naar het vaste deel gaat dat vind ik een goed idee. Wat de commissie stelt over de langere termijn dat onderschrijven wij ook.”

Hij wijst er tevens op dat de sector, politiek en de commissie Van Rijn het er gezamenlijk over eens zijn dat er onderzoek gedaan moet worden naar de toereikendheid van het macrobudget. “We moeten inderdaad de discussie voeren over de kostprijs. Daar is brede consensus over – ook binnen de VSNU. Maar dan kun je dit gelazer in de eerste twee jaar niet gebruiken, dat is volgens mij helemaal nergens voor nodig.”

“Ik begrijp eigenlijk niet waarom we zulke problemen moeten scheppen over €40 miljoen [de netto herverdeling, red].” Het gaat Nederland economisch voor de wind, zo benadrukt De Vries, dus waarom al die ophef? “We hebben een begrotingsoverschot, de rente is nog nooit zo laag geweest, dus ik begrijp niet waarom het zo moet.”

Samenvattend typeert De Vries de huidige gang van zaken als vreemd bestuur. “Om de problemen op te lossen bij de technische universiteiten, creëer je problemen bij de andere universiteiten. En dat terwijl de bèta-technici er in de sectorplannen al €60 miljoen bij hebben gekregen.” Hij geeft toe dat er ook sectorplannen zijn gemaakt voor de sociale en geesteswetenschappen, “maar dat ging om €10 miljoen, en verspreid over alle faculteiten in Nederland is dat nauwelijks iets.”

“Om de problemen op te lossen bij de technische universiteiten, creëer je problemen bij de andere universiteiten."

De middelen uit de ‘zachte landing’, structureel €28 miljoen per jaar voor de universiteiten in 2019 en 2020, bedoeld voor bèta-techniek completeren dit plaatje volgens hem. “Geef die dan maar aan de technische universiteiten, en laten we ondertussen naar de bekostiging kijken,” waarmee hij doelt op het uitvoeren van de motie van Kamerlid Lisa Westerveld (GroenLinks) over de toereikendheid van het macrobudget.

De RUG gaat niet herverdelen

Zelf heeft de RUG uiteraard ook bèta- en technische opleidingen. De netto-effecten van de reallocatie zijn voor de brede universiteit negatief (zo’n 9 miljoen) maar ook de Groningse bèta’s zouden moeten profiteren. Toch ziet de RUG ervan af om de effecten direct intern door te voeren.

“Wij gaan op dit moment niet herverdelen,” zegt De Vries stellig. Die stelling, die op meerdere instellingen wordt betrokken, heeft wel gevolgen geeft hij direct aan. “Dat betekent dat onze bètafaculteit ten opzichte van de TU’s op achterstand komt. Zij hoeven niet intern te herverdelen.” De lijn van De Vries is vooralsnog dat de RUG een brede universiteit is en wil blijven. “Dat vereist stuurmanskunst en solidariteit, maar daar is momenteel geen tekort aan. Ik ga er ook vanuit dat die solidariteit blijft.”

Wanneer bèta-technische opleidingen in de toekomst een hogere bekostiging krijgen zou het volgens De Vries een van de consequenties kunnen zijn dat instellingen hun aanbod op dat punt gaan uitbreiden. “Ook in Groningen profileren wij ons steeds meer als een engineering universiteit, en dat is volgens mij ook niet het probleem. Maar je moet niet over het hoofd zien dat ook die andere vakgebieden al steeds meer in de richting van de bètatechniek opschuiven.”

Nieuwbouw en renovatie zijn grote kostenposten

Het andere pad dat de minister en onder andere Kamerleden Paul van Meenen (D66) bewandelen waarin ze de instellingen aansporen om hun reserves aan te spreken, en waar nodig leningen aan te gaan, kan De Vries begrijpen. Waar hij minder van gecharmeerd is, is de wijze waarop deze discussie wordt gevoerd. “Het is een soort stokpaardje van Paul van Meenen geworden waar hij maar niet van af te krijgen is.”

“Het is een soort stokpaardje van Paul van Meenen geworden waar hij maar niet van af te krijgen is.”

“Er wordt de hele tijd gesuggereerd alsof wij zoveel vrij besteedbare middelen op de bankrekening hebben staan, maar dat is simpelweg niet het geval.” Het leeuwendeel van de middelen, waar in de discussie naar verwezen wordt, heeft een bestemming zo licht hij toe. “Het is bedoeld voor nieuwbouw en renovatie, dat zijn grote kostenposten waar wij zorgvuldig mee omgaan.

Het feit dat de minister in overleg met de Raden van Toezicht heeft vastgesteld dat universiteiten over het algemeen meer risico kunnen nemen neemt hij ter kennisgeving aan. “Dat zal vast zo zijn, maar feit is dat wij hier in Groningen al forse risico’s nemen bij nieuwbouw en andere investeringen. Deze bezuiniging kunnen we er niet bij hebben.”


Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
«

ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.

Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan

OK