Hersenwetenschappers zien weinig mogelijkheden voor vermindering dierproeven

Nieuws | door Sicco de Knecht
7 augustus 2019 | Hersenonderzoek zonder dierproeven is voorlopig geen optie. Dat concludeert de KNAW op basis van een grondige verkenning én een inventarisatie onder haar leden. De ministers van OCW en LNV spreken van een "teleurstellend" resultaat van een tweejarig adviestraject. Is dit de eerste grote hobbel in de transitie richting proefdiervrij?
Een Wistar rat, een veel gebruikt proefdier – Foto:

Nederland moet het lichtend voorbeeld worden voor proefdiervrij onderzoek, zo besloot oud-staatssecretaris Martijn van Dam (Economische Zaken, PvdA) in 2016. Het proefdier als gouden standaard voor veel fundamenteel en toegepast onderzoek is toe aan een grondige herziening. Van Dam vroeg het Nationaal Comité advies dierproeven ( NCad Het Nationaal Comité advies dierproeven (NCad) is in 2014 opgericht. Het NCad is ingesteld voor de bescherming van dieren die worden gebruikt voor wetenschappelijke doeleinden en voor onderwijs. Het Comité heeft een brede, inhoudelijk en uitvoerende taak, zo adviseert het onder andere de overheid. Momenteel heeft het zes leden. ) een advies te schrijven. Daarin concludeerde het NCad dat Nederland in 2025 koploper kon zijn in de wereld.

Uit deze adviesronde vloeide het programma Transitie Proefdiervrije Innovatie (TPI) voort dat aanvankelijk met gezwinde spoed van start ging. Nu loopt het echter tegen het eerste grote obstakel aan: de (fundamentele) neurowetenschappen. Dat blijkt uit twee recent gepubliceerde ‘documenten’ van de KNAW. Daarin wordt beschreven hoe de neurowetenschappen de overstap naar proefdiervrij kunnen maken: voorlopig nog niet, zo luidt de conclusie.

Een stevig debat

Op 13 juni 2017 sturen het ministerie van OCW en EZ een verzoek naar de KNAW om een agenda op te stellen voor proefdiervrije innovaties. De staatssecretarissen willen een agenda met “ambitieuze, maar concrete haalbare doelstellingen” om voor fundamenteel wetenschappelijk onderzoek “een streefbeeld voor de komende tien jaar te […] ontwikkelen, gericht op vermindering van proefdiergebruik.”

De KNAW neemt de opdracht aan maar vindt de vraag te breed. Uit een keur aan wetenschapsgebieden worden de fundamentele neurowetenschappen aangewezen als proefkonijn. Een commissie gevuld met een aantal prominente neurowetenschappers, onder leiding van emeritus hoogleraar Techniek en Samenleving Wiebe Bijker (Maastricht University), buigt zich vanaf maart 2018 over de vraag.

Bijker is een relatieve outsider wat betreft het onderwerp. Als natuurkundige en technieksocioloog heeft hij geen direct belang in de neurowetenschappen, laat staan bij proefdiergebruik. “Ik heb ook ‘ja’ gezegd tegen het voorzitterschap van deze commissie omdat ik het wel een goed idee vond dat iemand betrokken was bij dit proces die helemaal geen belang heeft bij dit onderwerp,” vertelt hij.

In de commissie wordt een “stevig debat gevoerd” vertelt Bijker die daaraan toevoegt dit ook zeer goed te begrijpen. “Een grote vraag bij onderzoekers is of beleid gericht op het terugdringen van dierproeven niet zal leiden tot minder goed wetenschappelijk onderzoek. Leidend in de verkenning van onze commissie was dat de kwaliteit van dat onderzoek niet minder mocht worden.”

“Een grote vraag bij onderzoekers is of beleid gericht op het terugdringen van dierproeven niet zal leiden tot minder goed wetenschappelijk onderzoek."
Wiebe Bijker - Voorzitter commissie proefdieren

In november 2018 levert de commissie Bijker een lijvig rapport op met daarin een uitgebreide uitwerking van strategieën om binnen vijf tot tien jaar het aantal dierproeven terug te dringen. In de maanden daarna bespreekt de commissie het document met een twintigtal andere vooraanstaande neurowetenschappers en de directeur van Stichting Proefdiervrij. In januari 2019 wordt het voorgelegd aan de leden van de KNAW binnen het domein Medische, Medisch-Biologische en Gezondheidswetenschappen.

Internationale toppositie

Het blijkt een heet hangijzer te zijn onder de leden. De Nederlandse neurowetenschappers wedijveren met de groten der aarde, en het proefdieronderzoek is volgens velen van hen cruciaal voor het behoud van deze internationale toppositie. Alhoewel er alternatieven voor proefdiergebruik zijn, zijn onderzoekers er niet van overtuigd dat deze internationaal de aansluiting zullen vinden. “De internationale positie speelt natuurlijk wel mee in zulke afwegingen”, bevestigt ook Bijker.

De neurowetenschappen zijn een vakgebied waarin traditioneel veel waarde wordt hecht aan het ‘natuurgetrouwe’ experiment, zo schrijft ook de commissie Bijker. “Lange tijd waren dierexperimenten de belangrijkste bron van informatie voor neurowetenschappers.” Toch meent de commissie dat door slim te combineren, met bijvoorbeeld onderzoek in mensen of met computermodellen, een aanzienlijke reductie mogelijk moet zijn.

Dat is echter niet de overtuiging van alle KNAW-leden en wat volgt is een pittige interne discussie binnen de muren van het Trippenhuis. President Wim van Saarloos: “Gaandeweg werd steeds duidelijker dat de hersenwetenschappen waarschijnlijk een van de lastigste terreinen is om zonder dierproeven te werken, en werd steeds duidelijker hoe genuanceerd en betrokken wetenschappers denken over de mogelijkheden van nieuwe onderzoekstechnieken.”

“Gaandeweg werd steeds duidelijker dat de hersenwetenschappen waarschijnlijk een van de lastigste terreinen is om zonder dierproeven te werken."
Wim van Saarloos - President KNAW

Van Saarloos neemt het op zich om in een tweede ronde input te verzamelen. Een klankbordgroep, bestaande uit zeven (emeritus) hoogleraren uit het vakgebied, voorziet de KNAW hierin van input. De president neemt het als persoonlijke verantwoordelijkheid op zich om de zorgen van de Academieleden terug te laten komen in de reactie aan het adres van de ministeries. Die moet er nog voor de zomer komen – een jaar later dan de vooraf gestelde deadline.

Een ‘verkenning’ en een ‘inventarisatie’

In juni 2019 levert de KNAW niet één maar twee documenten op: een verkenning (commissie Bijker) en een inventarisatie (KNAW). En waar de gemiddelde Nederlander de woorden ‘verkenning’ en ‘inventarisatie’ hoogstwaarschijnlijk als synoniemen zou bestempelen meent de KNAW dat dit twee aparte onderdelen zijn van het advies. “Het eindresultaat is een inventarisatie, geen advies, waarbij de verkenning belangrijke input vormde,” aldus Van Saarloos.

Dat er überhaupt sprake zou zijn van twee adviezen is van tevoren echter voor geen van de betrokkenen duidelijk, ook niet voor leden van de commissie Bijker. Als er in november 2018 wordt gesproken binnen de stuurgroep van de Transitie Proefdiervrije Innovatie is er in ieder geval nog geen sprake van een tweede rapport. Dat wordt voor velen pas een week voor de aanbieding van de adviezen aan de ministers duidelijk Op de KNAW website is alleen de 'inventarisatie' te raadplegen, maar bij de Kamerbrief van de ministers zijn beide documenten aangehecht. .

De KNAW-inventarisatie neemt in grote lijnen de conclusies van de commissie Bijker over, zo menen zowel de commissievoorzitter als de KNAW-president. “Ik ben blij dat de kern van de verkenning is overgenomen,” zegt Bijker in reactie op de KNAW-inventarisatie waar hij zelf niet bij betrokken was. Hij is niet verbaasd over de uitkomst. “Een dergelijk rapport wordt vaker ingekaderd met een brief van de voorzitter en dan aangeboden aan de ministers. Dat is ook hier gebeurd.”

NCad: proefdier is geen ‘gouden standaard’

Dat is niet de lezing van de oorspronkelijke opdrachtgever, het NCad. In een reactie op hun eigen website zegt het NCad juist een subtiele maar niet onbelangrijke verandering van toon te ontwaren tussen de twee documenten. De verkenning roemt zij als “een constructieve eerste stap, met inspirerende werking voor de noodzakelijke paradigmaverschuiving binnen -en buiten- dit belangrijke onderzoeksdomein.”

Over de KNAW-inventarisatie is het NCad beduidend minder positief. “De KNAW heeft besloten de benadering van de verkenningscommissie niet volledig te omarmen. Het rapport neemt een gedeelte van het verkenningsrapport over, daarmee is het behoud van de huidige onderzoekspraktijk binnen de fundamentele wetenschap als het belangrijkste uitgangspunt genomen.”

Het verschil in benaderingen is subtiel, maar geenszins onbeduidend. Het proefdierbeleid in Nederland is sinds de jaren ’70 gebaseerd op twee principes. Het in het algemeen verminderen van ongerief voor proefdieren, en de 3V’s (vermindering, verfijning en vervanging). Het zijn principes die onderzoekers dwingen het lijden en ongemak van dieren zo veel mogelijk te reduceren en waar mogelijk alternatieven te zoeken. Toch nemen beide principes de dierproef als uitgangspunt – als ‘gouden standaard’ – en niet de onderzoeksvraag zelf.

Wat dierproeven betreft zijn onderzoekers zijn oerconservatief

Het NCad (en ook de TPI-beweging) pleit echter voor het loslaten van het proefdiermodel als de maat waartegen alles afgezet moet worden. Nieuwe (proefdiervrije) technieken moeten dus niet per definitie worden getoetst aan reeds bestaande dierproeven, ze moeten worden gewaardeerd op basis van hoe goed ze een antwoord kunnen bieden op de onderzoeksvraag. En ook de onderzoeksvraag moet gewogen worden buiten de context van de dierproef om.

KNAW: Nieuwe vragen zullen vragen om nieuwe dierproeven

De leden van de KNAW staan sceptisch tegenover die paradigmaverschuiving, zo blijkt uit de inventarisatie. “De KNAW concludeert dat de geïnventariseerde innovatieve methoden en technieken potentie hebben om zich de komende tien jaar verder te ontwikkelen, maar dat ze op zichzelf voorlopig geen antwoord zullen kunnen geven op de belangrijkste onderzoeksvragen in het wetenschapsgebied – vragen die cruciaal zijn voor de hersengerelateerde uitdagingen waar onze samenleving voor staat.”

In de inventarisatie wordt dan ook een beeld geschetst van toenemende mogelijkheden om de grote vragen van het leven te beantwoorden, en de verwachte invloed die dit op het proefdiergebruik zal hebben. “Nieuwe vragen over het complexe systeem van organismen en populaties van organismen zullen vragen om nieuwe typen dierproeven.”

“Nieuwe vragen over het complexe systeem van organismen en populaties van organismen zullen vragen om nieuwe typen dierproeven.”
KNAW

“De mogelijkheid om met zulke revolutionaire technieken veel nieuwe kennis te verzamelen heeft in de recente jaren wereldwijd her en der tot een intensivering van dierproeven geleid.” Het document lijkt dan ook eerder geschreven te zijn om hen met een droom van een proefdiervrije toekomst met beide benen op de grond te zetten. “Zo wordt onder meer geïnvesteerd in grotere, beter uitgeruste proefdierverblijven en goede verzorging”.

Al met al vindt de KNAW dan ook niet dat er een grote wijziging in beleid hoeft te komen. “Nederlandse neurowetenschappers kiezen al jaren voor een mix van methoden die het ongerief voor dieren zo veel als mogelijk beperken. De KNAW vertrouwt erop dat zij dat de komende tien jaar, mede geholpen door voortgaande ontwikkeling van innovatieve onderzoektechnieken en – methoden, met dezelfde overtuigen en inzet zullen blijven doen.”

Ministers zijn teleurgesteld

Het is een boodschap die slecht valt buiten de KNAW. De ministers reageert in hun schriftelijke reactie onderkoeld op het afgeleverde werk. “We moeten constateren dat het de KNAW niet is gelukt om tot een streefbeeld met heldere transitiedoelen te komen, dat vinden we teleurstellend. Het lag in onze verwachting dat er meer handelingsperspectief zou zijn om sommige dierproeven in dit domein te kunnen vervangen.”

De verkenning en inventarisatie geven een goed beeld van de huidige stand van zaken en de mogelijkheden, maar vormen simpelweg niet het advies waarom gevraagd is. Desgevraagd is de reactie van de KNAW dat zij juist tevreden zijn met deze opbrengst. “De KNAW heeft dit als pilot gedaan, zonder voorbeeld waarop we zouden kunnen koersen, waarbij niet duidelijk was in hoeverre een ‘agenda’ zoals de staatssecretarissen die voor zich zagen, überhaupt mogelijk was.”

Dat die ‘agenda’ er niet is gekomen betreurt ook het NCad. “Daardoor ontbreekt het belangrijkste element, namelijk ‘een zichtbare ambitie voor het streven naar proefdiervrije innovatie’. Het NCad hecht dan ook aan het beschikbaar stellen van de aanbevelingen die zijn gedaan door de verkenningscommissie.”

Begonnen met het moeilijkste onderwerp

In zijn reactie wijst Van Saarloos erop dat de neurowetenschappen een ambitieuze eerste keus waren voor een ‘streefbeeld’, te ambitieus. “Dit heeft te maken met het gegeven dat je de werking van hersenen eigenlijk alleen kunt onderzoeken in levende wezens.” De ministers benadrukken in haar brief echter dat het de KNAW zelf was die ervoor heeft gekozen om de adviesvraag – die ging over fundamenteel onderzoek – te specificeren tot fundamenteel neurowetenschappelijk onderzoek. “De KNAW was voornemens een pilot-streefbeeld op te stellen voor het domein van de fundamentele neurowetenschappen, een lastig terrein. Het centrale zenuwstelsel is immers een complex orgaansysteem.

“Het belangrijkste element ontbreekt, namelijk ‘een zichtbare ambitie voor het streven naar proefdiervrije innovatie’.
Nationaal Comité advies dierproeven

Op de vraag of het achteraf gezien een slimme zet was om juist dit onderwerp als eerste bij de kop te pakken reageert Bijker bevestigend. “Ik vond het verstandig. Als er een groot ingewikkeld probleem is dan kies ik het liefst eerst de meest ingewikkelde casus. In mijn ogen is het onderzoekstechnisch een verstandige keus geweest. Of het beleidstechnisch slim was weet ik niet, ik ben pas in beeld gekomen nadat die beslissing was genomen.”

Deze gedachtegang wordt onderstreept door Van Saarloos. “Het leek ons verstandig om te beginnen met een subdiscipline – de neurowetenschappen – die ‘moeilijk’ leek in die zin dat er geen op voorhand duidelijke antwoorden waren. Als hiervoor een streefbeeld mogelijk zou zijn, dan had je een soort voorbeeld voor eventuele andere gebieden.”

Dat concrete voorbeeld voor andere disciplines is er nu dus niet, hetgeen veel van de betrokkenen waarmee ScienceGuide sprak overigens niet verbaast. De keuze om de transitie te beginnen in een discipline die naar eigen zeggen sterkt leunt op dierproeven – de KNAW benadrukt in de inventarisatie nog maar eens dat in een eeuw tijd 40 Nobelprijzen uitgereikt zijn voor onderzoek op basis van dierproeven – is op zijn zachtst gezegd opmerkelijk.

Dubbele petten

Het feit dat het niet gelukt is om voor de fundamentele neurowetenschappen betekent een forse tegenslag voor de TPI. Alles bij elkaar gaat het om een aanzienlijk deel van het totale proefdiergebruik, en is het geschapen precedent naar verwachting leidend voor andere vakgebieden.

Ook zijn er gefronste wenkbrauwen over het feit dat er zowel in de commissie Bijker als in de KNAW-klankbordgroep leden zaten die eveneens lid zijn van het NCad. Zo nam NCad-lid Jan-Bas Prins (Universiteit Leiden) deel aan de verkenningscommissie, en was Pieter Roelfsema (AMC-UvA) lid van de klankbordgroep van de KNAW. Zowel Bijker als Van Saarloos zien hier echter geen probleem in.

“Ik ben heel blij dat we een NCad-lid aan boord hadden,” zo zegt Bijker. “Zo voorkom je dat je te ver afloopt van de vraag die de ministers ons gesteld hebben.” Het feit dat Prins als directeur van de proefdierfaciliteit van het LUMC een direct belang bij het onderwerp heeft is volgens hem geen probleem. “In de praktijk is het zelden of nooit opgekomen.”

Ook volgens Van Saarloos is het niet problematisch dat directeur van het Herseninsituut Roelfsema lid was van zowel de klankbordgroep als het NCad. “We wilden verschillende expertises en betrokkenheid in de klankbordgroep vertegenwoordigd hebben.” Het feit dat Roelfsema invasief onderzoek doet bij apen en een financieel belang heeft bij een bedrijf dat hersenschorsprotheses voor blinden ontwikkelt doet niet ter zake.

Uiteraard valt er wat voor te zeggen dat er bij het opstellen van een advies over een dergelijk complex thema ook belanghebbenden betrokken zijn. Zij kunnen immers een grondige inschatting maken van wat precies de praktische uitwerking is van nieuw in te voeren beleid. Ook de andere leden van de commissie Bijker en de klankbordgroep zijn neurowetenschapper of kennen het vakgebied.

Wat desalniettemin verbazing wekt, is dat een concrete en duidelijke opdracht van het NCad uiteindelijk maar zo beperkt is opgevolgd – ook door de eigen leden. Het opstellen van streefbeelden is een centraal en cruciaal punt in het advies van het NCad waar beiden op dat moment lid van waren. Er kan dus niet anders worden geconcludeerd dan dat het ‘NCad-concept van Streefbeeld Proefdiervrij Onderzoek’ naar de mening van beiden niet voldoet.

Weinig vertrouwen in de overheid

Wat het vervolg zal zijn van dit proces valt nog te bezien, maar deze eerste ‘pilot’ van de KNAW kan dus geenszins gezien worden als sprong vooruit. Bijker benadrukt overigens dat de verkenning wel een streefbeeld heeft opgeleverd, alleen niet geconcretiseerd met aantallen zoals het NCad vroeg. Het opstellen van concrete, gekwantificeerde streefbeelden voor de neurowetenschappen blijkt in de praktijk dus een te grote opgave.

"Je kunt onderzoekers niet aan streefdoelen houden als daar geen middelen tegenover staan.”
Wiebe Bijker

Dat het uiteindelijk niet tot een concreet streefbeeld is gekomen vindt Bijker om meerdere redenen niet verrassend. “Zoals wij ook in ons rapport hebben aangegeven vergt dit overheidsbeleid forse investeringen waarvan het nog maar de vraag is of ze er zullen komen.” Hij vindt dat als Nederland werkelijk deze ambitie heeft, er ook boter bij de vis moet komen. “Anders worden onderzoekers aan streefdoelen gehouden zonder dat er middelen voor opleiding, investeringen of strategie tegenover staan.”

Als de Kamer terugkomt van reces zal duidelijk worden hoe de politiek reageert op deze exercitie. “We willen nu eerst de discussie over deze inventarisatie in de politiek en met de betrokken partijen afwachten – wat hebben we hier wel en niet van geleerd, en wat zijn eventuele vervolgstappen? Wij hebben op dit moment ook geen concrete plannen om andere streefbeelden te ontwikkelen,” vertelt Van Saarloos.

Het NCad laat weten het er niet bij te laten zitten, zo schrijft het op hun eigen website. “Het NCad constateert dat er vanuit vele onderzoeksdomeinen positief wordt gereageerd op het NCad-concept van Streefbeeld Proefdiervrij Onderzoek, en zet zich in om deze onderzoeksdomeinen verder op weg te helpen.”

Sicco de Knecht :  Hoofdredacteur

ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.

Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan

OK