“Is dit nou beleid of is hierover nagedacht?”

Verslag | door Toske Andreoli
3 september 2019 | Bij de 'Ware Opening' van #WOinActie in Leiden moest minister Van Engelshoven het flink ontgelden. In de Pieterskerk wachtte haar evenmin een warm bad.
De ‘ware opening’ van het academisch jaar door WoinActie, Vawo en FNV op 2 september – Bron: Universiteit Leiden, Twitter

In de Pieterskerk was de officiële opening van het Leidse collegejaar met minister Van Engelshoven als gast. Een gespannen aangelegenheid: niet alleen omdat buiten de ‘ware opening’ was van #WOinActie – “een belangrijke noodkreet” onder leiding van “ad hoc-rector Remco Breuker” volgens rector Carel Stolker. Die morgen had Stolker ook in kranten en op de radio gemeld dat de verhouding tussen Den Haag en de universiteiten nog nooit zo slecht is geweest. “Daar gaan we nu niet te lang bij stil staan”, begon de rector magnificus van de Leidse universiteit.

De rector en de minister hebben een persoonlijke band: beiden waren nauw betrokken bij het opzetten van de Haagse campus van de Universiteit Leiden twintig jaar geleden – Van Engelshoven als Haagse wethouder. Stolker: “Onze relatie bestaat al lang en is stevig. Die kan ook wel tegen een stootje, en dat komt goed uit.” Hij vervolgde met: “het afgelopen jaar was ingewikkeld en ik heb hier soms wel met verbazing naar gekeken, iemand vatte het samen met ‘is dit nou beleid of is hier over nagedacht?’ Er is veel opwinding en veel reuring in de sector en niet op een goede manier.”

Begrip voor de boosheid

De minister beaamt dat “het niet helemaal comfortabel” voelt. Ze zegt de boosheid te begrijpen. “U begrijpt dat ik hier niet vooruit mag lopen op Prinsjesdag, en u moet vooral niet alles geloven wat in de krant staat, maar weet dat het kabinet scherp op het netvlies heeft staan hoe cruciaal wetenschap en innovatie zijn voor onze toekomst.” En: “Wat ik wil voorkomen is dat de huidige commotie in de weg gaat staan van het debat wat we eigenlijk moeten hebben over de houdbaarheid van het stelsel op lange termijn.”

Van Engelshoven benadrukt dat de verschuiving van alfa- gamma- en medische wetenschappen naar bèta en techniek een ‘spoedoperatie’ is en dat Van Rijn wat haar betreft vooral gaat over een hervorming van een stelsel “dat tegen zijn grenzen loopt” door “perverse prikkels” om meer studenten te werven. Haar adagium voor de tweede helft van haar ambtstermijn omschrijft ze als “beheerste concurrentie in plaats van een onbedoelde Hobbesiaanse strijd om geld en studenten.”

Waar ze in interviews in kranten en radio aangeeft dat “instellingen altijd meer geld willen” en “als ik voorzitter van de KNAW was zou ik in mijn jaarrede ook pleiten voor meer geld”, kan de roep om meer geld van de vier technische universiteiten wel op haar sympathie rekenen. “Het uitbreiden van de opleidingscapaciteit bij onze bèta-opleidingen kan niet wachten tot een later moment. Daar is door de technische universiteiten dan ook hard voor gelobbyd.”

Klein gebaar naar de humaniora

De minister maakt wel een gebaar naar de sociale wetenschappen en humaniora. Naar aanleiding van een “constructief gesprek” vorige week met het SSH-beraad kondigt ze aan dat een motie van Paul van Meenen zal worden uitgevoerd. Een gedeelte van de sectorplanmiddelen (18 miljoen euro) die van de tweede naar de eerste geldstroom gaan, komt bij de algemene universiteiten terecht.

In gesprek met ScienceGuide geeft SSH-voorzitter Claes de Vreese aan dat hiermee “de druk wel enigszins is verminderd”, maar dat het op een reallocatie van 70 miljoen euro slechts een pleister op de wond is. De Vreese wil de komende weken vooral inzetten op een paar doelen “binnen de huidige beleidstracks”.

Een van de punten waar De Vreese op doelt is een overige 40 miljoen euro voor de sectorplannen die wordt overgeheveld van de tweede naar de eerste geldstroom. “Daar moet het veld met een eenduidig advies komen en we moeten nog maar zien hoe dat lukt de komende weken.”

Het andere punt is de controle op de voorwaarde van interdisciplinariteit en samenwerking met andere universiteiten die de minister aan de TU’s gesteld heeft. “Dat is een opdracht, en daarin hebben we tegen de minister gezegd: bij alle andere afspraken, zoals prestatieafspraken en uitwerkingsmatrices, zit het ministerie erbovenop, en dat verwachten wij hier ook. Anders gaan wij er wel voor zorgen dat er aandacht voor is.”

“De minister zit natuurlijk enigszins klem,” ziet De Vreese. “Tegelijkertijd zijn er wel twee, drie openingen, en die moeten we wel gewoon pakken, anders blijft het een minister die zegt ‘ik vind het erg en ik heb sympathie’ maar die verder niets doet.”

Waar De Vreese ‘een plek aan de tafel’ heeft bij de minister en manoeuvreert binnen grenzen van het huidige beleid, klinkt het bij de sprekers van WOinActie heel anders. Op een steenworp afstand van de Pieterskerk is de demonstratie inmiddels in volle gang. Naar schatting zevenhonderd mensen zijn naar Leiden gekomen en de sfeer is uitbundig.

De poldermethode loopt tegen haar grenzen aan

Ingrid Robeyns (filosofie, Universiteit Utrecht) roept bij de ‘Ware opening’ het einde van de poldermethode uit. “Onze methode is uniek. We geloven niet dat je enkel met het schrijven van rapporten en rond de tafel gaan zitten iets kan veranderen. De KNAW en VSNU schrijven al meer dan tien jaar rapporten waarin ze aangeven dat het vijf voor twaalf is. Dat er massale investeringen nodig zijn in de wetenschappen. Ik betwijfel echt of die rapporten veel uithalen. De poldermethode loopt tegen haar grenzen aan.”

Giselinde Kuipers (sociologie, Universiteit van Amsterdam) pleit voor een universiteit die haar pedagogische functie weer omarmt en zich inzet voor burgerschap. Arne Smeets (wiskunde, Radboud Universiteit), initiatiefnemer van de petitie ‘Bèta’s tegen Van Rijn’ geeft als enige bèta aan dat er weliswaar veel meer geld voor bèta en techniek nodig is “omdat het Nederland op het moment geen land van bèta en techniek is”. Vergeleken met elders gaat een relatief klein deel naar dit domein. Maar hij wil geen “bloedgeld” van de alfa- en gammawetenschappen.

LSVb-voorzitter en student Cultural Analysis (UvA) Alex Tess Rutten vindt dat de politiek al jaren een ‘verdeel-en-heersspel’ speelt in het hoger onderwijs. “Vijf jaar geleden dreven ze een wig tussen instellingen en studenten door zeshonderd miljoen van de basisbeurs aan hogescholen en universiteiten te beloven. Nu proberen ze hetzelfde trucje opnieuw door het geld van alfa, gamma en medisch naar bètatechniek te schuiven. Extra pijnlijk is dat ze zo de extra investeringen die het leenstelsel mogelijk zouden maken gewoon weer ongedaan maken.”

Ze geeft aan dat de schaarste en de ratrace in het hoger onderwijs haar aan het begin van haar research master alle lust ontnam: “Die eerste weken lag de druk al over ons heen: kan ik het redden in de academie? Zijn dit de mensen waarmee ik moet gaan vechten om gezien te worden door de hoogleraren? Vechten om de twee promotieplekken in ons vakgebied?”

Een ietwat ongemakkelijke sfeer

Bij Rens Bod (computationele en digitale geesteswetenschappen, Universiteit van Amsterdam) komt het “hoge woord eruit”. “Wij zeggen vandaag als WO In Actie het vertrouwen op in deze minister. En roepen haar op om af te treden! We vertrouwen dit kabinet en dit ministerie niet langer.” Bod noemt het beleid van de minister desastreus en hij vindt dat zij meer problemen veroorzaakt dan oplost.

De juichende menigte ten spijt, de minister lijkt voorlopig niet af te treden. Er hangt na afloop een ietwat ongemakkelijke sfeer over het pleintje. ‘Wat nu?’ blijft de grote vraag onder de actievoerders.

Robeyns gaf in haar afsluitingsspeech al aan dat een lange adem nodig zal zijn, en dat ze scherp moeten blijven op de nieuwe commissie bekostiging die binnenkort wordt samengesteld. Eind 2020 moet de commissie uitsluitsel geven over de toereikendheid van de bekostiging. De minister zei in haar toespraak dat ze wacht op de uitkomsten van deze commissie voor de échte hervorming in het stelsel.

"De bestuurders hebben ons nodig."
Ingrid Robeyns

Ze heeft er weinig vertrouwen in: “We zouden kunnen denken: in principe kan dit goed zijn voor onze zaak, omdat uit het werk van deze commissie zou moeten blijken dat het werk dat de samenleving van ons verwacht niet kunnen leveren met het beschikbare budget. Maar dan moet deze commissie wel een realistische kijk hebben op het werk dat wij verrichten. De commissie Van Rijn was niet evenwichtig samengesteld, en we hebben geen garantie dat deze nieuwe commissie wel evenwichtig samengesteld zal worden.”

Ze richt zich ook duidelijk op samenwerking met de CvB’s: “We moeten de druk opvoeren met ons activisme, omdat het ook de bestuurders die de poldermethode gebruiken beter in staat stelt om harder te onderhandelen. De bestuurders hebben ons nodig.”

De academische gemeenschap heeft zelf ook schuld

Spreker Paul de Beer, bijzonder hoogleraar arbeidsverhoudingen (UvA) en directeur van Wetenschappelijk Bureau voor de Vakbeweging, gaf in zijn speech al aan een heel andere richting te zien. Hij gooide een knuppel in het hoenderhok door te stellen dat er eerst een discussie moet plaatsvinden over de gewenste organisatie van de wetenschap, waarna misschien wel blijkt dat meer geld niet noodzakelijk is. Remco Breuker gaf aan dat gedeelte “even niet gehoord” te hebben.

In gesprek met ScienceGuide licht De Beer toe: “Ik heb moeite met de suggestie: als we de schuld maar geven aan Den Haag, als we die maar zo ver krijgen dat ze meer geld uittrekken, dan is het probleem wel opgelost. We hebben enorme behoefte om prestaties te meten op basis van kwantitatieve indicatoren, en hanteren daarmee een steeds engere definitie van wetenschap die volgens mij niets met wetenschap te maken heeft. Dat is niet alleen de schuld van de overheid, maar ook van de academische gemeenschap zelf.”

“Ik heb moeite met de suggestie: als we de schuld maar geven aan Den Haag, als we die maar zo ver krijgen dat ze meer geld uittrekken, dan is het probleem wel opgelost."
Paul de Beer

Het is volgens De Beer te vroeg om nu al met een alternatief model te komen: “We moeten fundamenteel nadenken: hoe vinden wij nou dat de wetenschappelijke wereld georganiseerd moet worden? Daar moet je de CvB’s bij betrekken, de politiek, en ook de gemiddelde burger. Het kan zijn dat de uitkomst is: daar moet veel meer geld naartoe, maar het kan ook zijn dat je op een ander model uitkomt, waarin je concludeert dat het ook met minder kan, dat het goedkoper kan zijn.” De Beer vraagt zich af of de CvB’s aan boord blijven als er een meer systematische aanpak wordt bepleit. “Dat zie ik niet als een doel op zich. Maar als je echt iets wilt veranderen heb je natuurlijk wel een breed draagvlak nodig.”

De Beer vertolkt hiermee het geluid van Willem Schinkel (sociologie, Erasmus Universiteit), die zich een jaar geleden enorme woede op de hals haalde met een open brief in de Groene Amsterdammer: “Wij moeten niet meer geld voor deze universiteit willen; wij moeten deze universiteit niet meer willen.” De Beer: “Ik vind dat je dat geluid te weinig hoort eigenlijk. Ik begrijp dat je als actievoerder een concrete eis moet formuleren en daarvoor moet gaan. Maar ik ben hier meer als onafhankelijke wetenschapper dan als actievoerder.”


Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
«

ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.

Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan

OK