“Je moet geen rector willen zijn omdat het makkelijk is”

Interview | door Sicco de Knecht
16 september 2019 | De UGent wekte begin 2019 enthousiasme met haar besluit om af te stappen van de eenzijdige beoordeling van wetenschappers langs de bibliometrische lat. Inmiddels stappen de eerste ‘proffen’ in het schuitje van de nieuwe beoordelingssystematiek. Een interview met rector Rik Van de Walle over erkennen en waarderen.
Rik Van de Walle – Foto: ScienceGuide

Het kantoor in het rectoraatsgebouw van de UGent heeft geen airconditioning. Op deze hete dag in augustus staan de ramen dan ook wijd open en Rik Van de Walle (1970) heeft zijn colbert over de stoel gehangen. Achter de vergadertafel in zijn kantoor hangen drie schilderijen met daarop de woorden ‘twijfel’, ‘vertrouwen’ en ‘nuance’. Geen woorden die de klassieke universiteitsbestuurder op de muur zou doen prijken, maar Van de Walle wel.

Zijn eigen carrière was een flitsende maar hij weet dat daar geluk bij is komen kijken. “Ik ben een bevoorrechte student en onderzoeker geweest. Mijn begeleiders hebben mij risico’s laten nemen en me niet neergesabeld als het een keer niet goed ging.” Die vrijheid die hij zelf heeft ervaren wil hij aan meer mensen geven, dat is de missie die achter het plan schuilt voor de nieuwe systematiek van erkennen en waarderen die de UGent aan het begin van dit jaar afkondigde.

Met deze aanpak van meer rust, meer vertrouwen en meer ruimte voor risico wil Van de Walle de academische droom waarmaken. “Ik heb het geluk gehad om in een omgeving te werken met mensen die in mij geloofden. Dit kunnen veralgemenen naar iedereen vind ik fantastisch.” Daarvoor is het nodig dat het papieren keurslijf waar academici in gedrukt worden wordt ontmanteld, en dat is precies wat de Vlaamse universiteit wil doen.

Vrijheid tot initiatief

Het was voor Van de Walle een grote verrassing dat het invoeren van een nieuw loopbaan- en bevorderingsmodel voor haar medewerkers internationaal werd opgepikt. “Het is veel breder opgepakt dan wij aanvankelijk hadden verwacht,” vertelt Van de Walle die het in de eerste plaats zag als een interne aangelegenheid. “Het geeft denk ik aan dat velen in de academie zaten te wachten op deze stap.”

“Als je als eerste het geweer van schouder verandert, en alle anderen doen dat niet, kan dat uiteindelijk in je nadeel werken.” De angst was onder andere dat de UGent bot zou vangen bij onderzoeksvoorstellen en zwakker zou gaan scoren op internationale rankings. “De gedachte lijkt vaak te zijn dat alles stil zou vallen als je academici niet meer langs de lijnen van publicaties, prijzen en grants beoordeelt.”

“De gedachte lijkt vaak te zijn dat alles stil zou vallen als je academici niet meer langs de lijnen van publicaties, prijzen en grants beoordeelt.”

“Ik geloof heel erg in het omgekeerde,” zegt Van de Walle rustig maar gedecideerd. “Wij geloven dat je academici dat moet geven waarom ze academicus zijn geworden: vrijheid tot initiatief.” Die vrijheid moet breed begrepen worden volgens de Gentse rector. “Het betekent de vrijheid om risico’s te nemen en de vrijheid om te falen. Dat laat toe om uiteindelijk de beste en mooiste resultaten te boeken en dat zul je ongetwijfeld terugzien.” Wat de rankings betreft maakt Van de Walle zich dan ook weinig zorgen.

Waar het huidige model waarin wordt aangestuurd op h-index, citatiescores en aantallen publicaties vooral op stukloopt is de creativiteit vindt Van de Walle. “In nogal wat loopbaanmodellen voor professoren worden riskante onderzoekslijnen al doodgeknepen voordat ze een kans krijgen.” Overdreven competitie zorgt er volgens hem voor dat onderzoekers minder risicovolle projecten aangaan. “Als academici al niet meer de actoren zijn die dit soort onderzoek doen, wie gaat het dan doen?”

Kennis hoeft niet te verwaarden te zijn

Want zelfs als het zo was dat er grote risico’s kleven aan het omwentelen van het huidige systeem van erkennen en waarderen vindt Van de Walle het alsnog het proberen waard. “We moeten onszelf de vraag stellen wat een universiteit maakt.” Volgens Van de Walle moet de universiteit een plek zijn waar kennis, in allerlei vormen en uitingen, wordt gecreëerd en tevens wordt doorgegeven.

“Bij Philips in Eindhoven wordt ook kennis gecreëerd maar als je dan nadenkt over welke kennis echt uniek is voor de universiteit dan is het antwoord simpel.” Dat zijn de vragen die antwoord behoeven, niet omdat ze direct te ‘verwaarden’ zijn, maar omdat ze door nieuwsgierigheid gedreven zijn. “Er zal geen bedrijf zijn dat zal investeren in onderzoek in de moraalfilosofie als dat niet in hun directe belang is, universiteiten doen dat wel en met recht.”

“Dat idee dat een opleiding utilitair moet zijn, en anders geen recht van bestaan heeft, daar verzet ik mij grondig tegen.”

“De rijkdom van een algemene universiteit is er een die ik wil blijven verdedigen. De menswetenschappen moeten koste wat het kost beschermd worden.” Het debat dat in Nederland wordt gevoerd over de opleiding Nederlands aan de Vrije Universiteit baart hem zorgen. Het gebrek aan interesse vanwege studenten leidt er daar toe dat de opleiding ‘onrendabel’ is geworden. “Dat idee dat een opleiding utilitair moet zijn, en anders geen recht van bestaan heeft, daar verzet ik mij grondig tegen.”

Gemengd beoordelingsteam

Concreet houdt de aanpak van de UGent in dat iedere academicus op het niveau van universitair docent of hoofddocent, hoogleraar of gewoon hoogleraar aan het begin van een vijfjaarlijkse cyclus een plan maakt – een inpassingstekst. “In dat plan laten we de ruimte om op velerlei aspecten doelen te stellen. Hoe ziet iemand haar of zijn rol binnen de vakgroep, binnen de faculteit, en hoe kan de instelling daaraan bijdragen?”

Mag daar ook gewoon ‘tien publicaties in een tijdschrift met impactfactor boven de ‘5’ staan? “Ja dat mag, we geven mensen de vrijheid om daarvan af te stappen maar we verplichten ze er niet toe. Wie de nadruk wil leggen op publiceren, kan dat. Alle professoren gaan een dialoog aan met hun eigen HR-commissie, op basis van hun inpassingstekst.” In die HR-commissie nemen verschillende belanghebbende partijen plaats waaronder de afdelingsvoorzitter, een onderwijsdeskundige en een human resources expert.

Nu worden lang niet alle academici warm van het woord personeelszaken of Human Resources, beaamt Van de Walle. “Die keuze is echter heel bewust gemaakt op basis van gesprekken met de personeelsdirectie. Zij gaven aan ‘ook wel iets in te kunnen brengen’ als het gaat om personeelsbeleid, en gelijk hebben ze.” Als bestuurder heeft hij moeten erkennen dat HR ook een vak is, en zeker in een transitie als deze van essentieel belang. “Ik zeg altijd: ga uit van wat je wilt bereiken, en daar heb je deze mensen bij nodig.”

“Je moet een keer om”

Inmiddels is de eerste ronde gesprekken achter de rug en de eerste ervaringen zijn positief. “Er is nog geen enkel majeur conflict ontstaan tussen een prof en zijn of haar HR-commissie. Het zal misschien niet altijd perfect zijn gegaan, maar grote problemen waren er niet.” Ook niet iedereen hoefde zich onmiddellijk aan te sluiten bij de nieuwe methodiek in de eerste ronde, “maar vanaf 2021 is het geen vrije keus meer, je moet een keer om.”

Een van de grootste ‘gepercipieerde’ nadelen van het nieuwe systeem was het loslaten van de zekerheid. “Er was heel veel mis met het vorige systeem maar er was wel een voordeel: het was helder en ondubbelzinnig. Als je had gesteld dat je vijftien publicaties zou hebben en je haalde er elf dan was het besluit duidelijk: negatief.” De beweging naar meer kwalitatieve doelstellingen levert volgens Van de Walle automatisch het gevoel op dat het minder ‘vast’ is.

“Er was heel veel mis met het vorige systeem maar er was wel een voordeel: het was helder en ondubbelzinnig."

Want dat was natuurlijk ook een voordeel van de bibliometrische benadering van functioneringsgesprekken: men was af van het gekonkel omtrent promoties en onderzoekslijnen. “De manier om te voorkomen dat dit nu weer terugkomt is de samenstelling van de HR-commissie die het inpassingsplan beoordeelt.” Volgens Van de Walle is die zo divers samengesteld dat individuele belangen niet kunnen overheersen.

“Ja, dat moet nu al”

Dat Van de Walle een man van actie is en niet van woorden blijkt als we hem vragen waarom hij met zijn universiteit – en met dit nieuwe beleid – de San Francisco Declaration on Research Assessment (DORA) DORA is een wereldwijd initiatief om bij de beoordeling van onderzoek en onderzoekers minder af te gaan op indicatoren als publicaties en citaties en meer op andere criteria. nog niet heeft ondertekend. “Ik ga een beetje stout zijn door dit te zeggen maar we moeten toch constateren dat er al zeer veel ronkende verklaringen zijn. We hebben al zeer veel manifesten en verklaringen de revue zien passeren.”

“Ik ben dit jaar 25 jaar als academicus verbonden aan de universiteit en ik hoor al even zo lang hoe belangrijk academische vrijheid is.” Het feit dat er in al die tijd nog niets noemenswaardigs is veranderd heeft zijn geloof in het belang van dergelijk papierwerk danig doen afnemen vertelt hij. “Vandaar ook dat we zelf gewoon aan de slag zijn gegaan.”

Van de Walle vertelt dat zijn universiteit ook heeft nagedacht om – net als in Nederland nu het geval is – het onderwerp via de koepel (VLIR) aan te vliegen. “Dat hebben we omwille van de snelheid niet gedaan.” Hij voegt daar haastig aan toe dat dit niet een keuze was om de andere universiteiten achter zich te laten. “Het is alleen al een hele opgave om onze rectoraatsopdracht die Mieke Van Herreweghe en ik samen voor ogen hebben, te realiseren.”

Verslag van de eerste nationale bijeenkomst over erkennen en waarderen

Het rectoraat was nog geen maand oud toen beiden begonnen over het herzien van het personeelsbeleid. “Velen vroegen ons: moet dat nu al? Mijn antwoord: Ja, dat moet nu al want het zal vele jaren duren voordat we het ingevoerd hebben.” Een goed jaar later lag het plan er, veel sneller dan de verwachting. “Dus ik ben heel blij dat we niet de weg op zijn gegaan van verklaringen en allianties.”

Over de Nederlandse aanpak is Van de Walle erg positief. “Gezien de mensen die daarmee aan de slag zijn gegaan heb ik daar vertrouwen in. Rianne Letschert zal niet loslaten denk ik.” Beiden ontmoetten elkaar kortgeleden bij een internationale conferentie in Hong Kong en naar eigen zeggen is hij zeer onder de indruk van het doorzettingsvermogen en de determinatie van de Maastrichtse rector. Hij vermoedt dat er nog wel de nodige weerstand zal zijn, dat heeft hij zelf ook gehad. “Maar je moet ook geen rector willen zijn omdat het makkelijk is.”


Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
«

ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.

Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan

OK