“Je moet niet wachten op een stelselverandering, je moet nu wat aan de cultuur op scholen doen”

Verslag | door Sicco de Knecht
25 september 2019 | Schoolleiders, docenten en studenten hebben behoefte aan ruimte om zich kwetsbaar op te stellen, een 'coulissen-ruimte'. Maandag presenteerde het onderzoeksteam van Iliass El Hadioui de eerste inzichten van hun onderzoek op de iPabo in Amsterdam. El Hadioui: "Mijn voorspelling is dat de scholen de wedstrijd niet gaan winnen door te verwijzen naar de achtergrond van hun leerlingen maar wel met een gezamenlijk geloof in eigen kunnen binnen het team van professionals.”
Iliass El Hadioui – Foto: Ebru Aydin

Op maandag werd op de iPabo in Amsterdam-West het boek “Switchen en Klimmen” gepresenteerd. Voor een propvolle zaal met docenten, schoolleiders, wethouders en de ambtelijke top van het ministerie werd het resultaat van 18 maanden intensief actie-onderzoek aangeboden aan directeur generaal Marcelis Boerenboom (OCW) die naar eigen zeggen zeer heeft uitgekeken naar dit moment.

Sinds de lancering van het programma Gelijke Kansen van OCW sloten in totaal 36 scholen in Amsterdam, Den Haag, Tilburg en Rotterdam zich aan bij de reeds bestaande beweging van de Transformatieve School. Het programma wordt uitgevoerd door stads- en onderwijssocioloog Iliass El Hadioui (Erasmus Universiteit en Vrije Universiteit) en zijn onderzoeksteam vanuit de Vrije Universiteit. Zij zijn op zoek naar antwoord op de vraag hoe leerlingen schakelen tussen de verschillende leefwerelden – thuis, peergroup en school – en hoe docenten zich daar op meer of minder effectieve wijze toe verhouden.

Gelijke kansen in diverse klassen – de filosofie van de Transformatieve School

Iliass El Hadioui (links) biedt Marcelis Boerenboom (rechts) het boek Switchen en Klimmen aan - Foto: Ebru Aydin

In hun lessen worden docenten door een docent-coach geobserveerd in hun pedagogisch en didactisch handelen. Vervolgens worden deze observaties door de onderzoekers naast wetenschappelijke inzichten gelegd, en teruggegeven aan de docent. Deze gaat hierover het gesprek aan met de docent-coach. Daarnaast gaan docenten bij elkaar in de les kijken en met elkaar en met het docententeam het professionele gesprek voeren over het pedagogisch en didactisch handelen, om daar vervolgens lessen uit te trekken.

Gastheer en voorzitter van de iPabo Erik Westhoek heet de aanwezigen deze avond van harte welkom. “Dit is een prachtige en unieke beweging. Het is te merken dat je te maken hebt met mensen met een groot onderwijshart.” Alhoewel het actiegericht onderzoek vanuit de praktijk van de hogeschool bezien een bekend gegeven is ziet hij dat er bij universiteiten terughoudendheid is ten aanzien van deze methode.

“Je komt eigenlijk zelden tegen dat inzichten vanuit de academie direct worden vertaald naar het handelingsrepertoire van, zoals in dit geval, de docent.” Wel wijst hij erop dat de uitdagingen in het programma, superdiversiteit in een grootstedelijke context, niet uniek zijn voor primair, voortgezet en middelbaar beroepsonderwijs. “Wij willen heel graag aanhaken als hbo. Ik zou het fantastisch vinden als wij ook deel kunnen worden van die beweging.”

Engaged scholarship

“Het is actiegericht onderzoek. Dat komt erop neer dat wij geen data komen ‘weghalen’ om het in een boek te zetten. We willen ook dienstbaar zijn aan de scholen.” In dit geval lag het basisprogramma van de Transformatieve school ten grondslag aan het programma. “Daar is de data uit ontsproten. De intervisie met docenten en schoolleiders wordt ook weer interessanter als je de bevindingen bij hen teruglegt.” Met de scholen die betrokken zijn is een verdiepingsprogramma opgesteld aan de hand van het boek.

"Er is niet één effectieve lesstijl die leidt tot het klimmen van leerlingen op de schoolladder."
Iliass El Hadioui

De dataverzameling – observaties en interviews – in het project liep dan ook bijzonder vlot. “Daar is een simpele reden voor, namelijk dat we in die klaslokalen zitten als onderzoeker.” Wat de aanpak met recht maakt tot actie-onderzoek is dat de resultaten en inzichten direct gedeeld worden met de scholen. Het principe waarmee vanuit de Vrije Universiteit gewerkt wordt, is wat ‘Engaged scholarship’ genoemd wordt.

Er is dus wel een boek voortgekomen uit het project, maar de expliciete intentie achter het boek is dat het gebruikt wordt op die scholen. “Concreet betekent dit dat we met schoolleiders en docenten de inzichten uit het boek bespreken. Het is die bespiegeling waar het ons ook echt om gaat. Dat kan confronterend zijn, zeker, maar het levert wel input om werkwijzen aan te passen.”

Persoonlijke overtuigingen van docenten

Waar het klassieke academische onderzoek erop gericht is om juist de afstand te bewaren tussen het subject – de leraar en de klas – en zichzelf, is hier de aanpak diametraal anders. “Het gaat juist om die interactie, daar ontstaan de mooiste dingen uit. Wij konden klassen volgen en docenten volgen en we konden onze bevindingen ook bij de docent en het docententeam terugleggen.”

De doelstelling van deze ‘leereffectiviteitsstudie’ was uiteraard om te kijken welke lesstijlen effectief zijn in de superdiverse grootstedelijke context. “Wel hebben we ervoor geprobeerd te waken dat het niet te benauwend werd. Er is niet één effectieve lesstijl die leidt tot het klimmen van leerlingen op de schoolladder, je kunt niet zeggen wat de énige manier is om effect te garanderen.”

Wat volgens El Hadioui vooral meespeelde is dat collega’s een keer diepgaand te spreken komen over hun aannames en werkwijzen. “Zo zei een docent dat hij het aangaan van een emotionele band met leerlingen niet zag zitten. Zo’n uitspraak kan hard aankomen bij een collega die dat wel belangrijk vindt. Maar je moet zo iemand ook uit laten spreken en laten vertellen waar iemand vandaan komt.”

Docenten hebben namelijk hele verschillende en vaak persoonlijke overtuigingen over wat pedagogisch en didactisch belangrijk is. “In dat gesprek moet dan ook niet voorop staan wat ‘de beste manier is’, maar vooral moeten docenten met elkaar spreken over hun ervaringen met verschillende klassen. Ze moeten hun repertoire aan ervaringen en hun lesvaardigheid met elkaar kunnen delen.”

Professionele eenzaamheid

Misschien wel de meest zorgwekkende conclusie van anderhalf jaar observaties en gesprekken is dat docenten meer dan eens te maken krijgen met wat de onderzoekers professionele eenzaamheid noemen. “In verschillende nabesprekingen is dat ter sprake gekomen en dat liet de coaches in het programma ook niet onberoerd. Het gesprek ging dan niet meer over effectieve lesvaardigheid maar over het gevoel van docenten alleen achtergelaten te zijn.”

Die professionele eenzaamheid is ongelooflijk akelig voor docenten benadrukt El Hadioui. “Het gaat erom of docenten zich gesteund voelen door hun collega’s als het aankomt op een conflict of het vervelende gevoel machteloos te zijn voor de klas.” Of dat nu een conflict is met de leerling, de klas of de ouders van een leerling, wanneer de cohesie in een docententeam en binnen een school dusdanig laag is kan geen didactische truc de zaak nog redden.

“Wij zien dat docenten die het moeilijk hebben, maar wel een team achter zich hebben, het veel minder zwaar hebben."
Iliass El Hadioui

Hoe zo’n conflict eruit kan zien wordt tijdens de avond geïllustreerd door een docent van een van de deelnemende middelbare scholen. “Een Iraanse student die ik aansprak op zijn handelen stelde dat ik hem eruit had gehaald vanwege zijn afkomst. ‘U bent etnisch aan het profileren’, kreeg ik toegeworpen.” Deze aanklacht raakte de docent met twintig jaar ervaring diep. “Maar juist door het gesprek aan te gaan, leerde ik dat deze uitspraak niet uit het niets kwam. Hij werd immers elke dag in de supermarkt, als enige tussen zijn witte vrienden, gevraagd zijn tas te laten controleren.”

Een andere collega zag hoe een meisje in haar klas van de een op de andere dag een hoofddoek begon te dragen, maar wist niet hoe hiermee om te gaan. De collega besloot niets te zeggen en aan het einde van de dag gingen ze zonder het te bespreken uit elkaar. “Juist bij zo’n belangrijke stap voelde deze leerling zich alsof ze niet gezien werd.” De wezenlijke verandering kwam toen een aantal docenten tijdens de eigen les werd gefilmd en dit besproken werd, vertelt ze.

Docenten voelen aan dat het misgaat in een klas, maar als zij zich niet kunnen beroepen op een team dan kunnen ze er niet effectief op handelen vertelt El Hadioui. “Wij zien dat docenten die het moeilijk hebben, maar wel een team achter zich hebben, het veel minder zwaar hebben. De uitval is op die plekken veelal lager.”

Gemeenschappelijk normatief kader

Maar hoe spreek je openlijk over deze conflicten die voortkomen uit de sociale pijn die onherroepelijk ontstaat wanneer meerdere zeer verschillende culturele codes binnen het klaslokaal met elkaar botsen? “Het was de spreekwoordelijke ‘Elephant in the Room’ op alle scholen die meededen aan het onderzoek. Onderwijsprofessionals weten niet altijd hoe ze hierover in het openbaar moeten praten, en plein public, zonder dat het gelijk een populistisch verhaal wordt.”

De vraag is hoe je een maatschappelijk gevoelig thema als dit over het voetlicht kunt brengen zonder dat het gelijk populistisch wordt. “Er is geen visie ontwikkeld op gemeenschap en diversiteit en dus hebben professionals en schoolleiders op het niveau van hun mini-samenleving in het klaslokaal ook niet altijd de handvatten om zich te verhouden tot een groepsdynamiek waar iedereen minderheidsgroep is, ook autochtone leerlingen. Iedereen is aan het zoeken naar wat de common ground is, een gemeenschappelijk normatief kader.”

"Hoe praat je over botsende culturele codes zonder dat het gelijk een populistisch verhaal wordt?”
Iliass El Hadioui

Op het podium bij de iPabo doet El Hadioui een ontboezeming over zijn oorspronkelijke gedachten bij het onderzoek. “Ik zal in alle eerlijkheid bekennen dat ik, totdat ik twintig lessen van achteruit het klaslokaal had meegemaakt, de hypothese heb gehanteerd dat de problemen te verklaren waren vanuit de etnische achtergrond van leerlingen en docenten, en dus ook dat de oplossingen op dat niveau zouden liggen.”

Het gaat in een superdiverse school echter niet over etniciteit, leeftijd of gender; het gaat om het vermogen vanuit intermenselijke relaties te begrijpen hoe leerlingen switchen naar en klimmen op de schoolladder. Het gaat over het wegnemen van ‘sociale pijn’, het ontwikkelen van een gemeenschappelijk normatief kader, zo benadrukt hij. “Wij hebben autochtone, zestigjarige, vrouwelijke docenten dit zien doen in een superdiverse klas maar we hebben ook biculturele, jonge, mannelijke docenten geobserveerd die dit lastig vinden, en andersom.”

"Het kan niet zo zijn dat vervelende leerlingen dan maar afstromen.”
Schoolleider

Een van de schoolleiders vertelt op de avond hoe het gedrag van studenten het geloof van docenten in hun capaciteiten kan ontnemen. “We hadden behoorlijk wat discussie over hoe het gedrag van jongens en meisjes hun leren in de weg kon staan. Maar het kan niet zo zijn dat vervelende leerlingen dan maar afstromen.” In zo’n geval loont het altijd de investering om erachter te komen waar het probleem zit. “Dat kan met gedragscoaching, studiecoaching bedenk het maar. We zijn veel meer als team gaan kijken hoe we daar mee omgaan.”

Ruimte om je kwetsbaar op te stellen

De sociale pijn kwam in elk gesprek met schoolleiders terug vertelt El Hadioui. Daarbij komen zij gevangen te zitten tussen een reeks aan onaantrekkelijke opties. “Je kunt het bijvoorbeeld naar buiten toe benoemen, maar als je niet heel goed op je woorden past dan glijd je zo weg in een xenofoob discours.” Een belangrijke conclusie is dan ook dat er een veel bredere en diepgaander ‘coulissen-ruimte’ nodig is om over dergelijke onderwerpen met elkaar van gedachten te wisselen.

“Schoolleiders voelen niet altijd de ruimte om zich kwetsbaar te tonen over deze onderwerpen. Naar de docenten toe evenmin.” Dat leidt er volgens El Hadioui toe dat er veel te veel onbesproken blijft. In de veilige ruimte achter de schermen die de Transformatieve School met zijn aanpak creëert kan dit wel. “En daar komen de meest heftige dingen uit naar voren.”

Het gaat erom dat sociale pijn, die altijd op de loer ligt, door middel van effectief pedagogisch leiderschap wordt opgepakt. “Die sociale pijn kan bij iedere leerling op elk moment voorkomen. Wij hebben autochtone leerlingen die van het platteland kwamen gesproken die vertellen dat ze ‘boerinnetje’ worden genoemd door hun klasgenoten. Die voelen zich buitengesloten.”

Leiderschap blijft essentieel

Het radicaal wegnemen van de sociale pijn is een transformatie die veel scholen absoluut op hun grondvesten zal doen wankelen. “Tegelijkertijd zetten we die docent wel midden in de rol van autoriteit. Dat idee van leiderschap is een conservatief idee – toegegeven – waarmee we meer in de buurt komen van onderwijspedagogen als Gert Biesta en verder afstaan van het moderne denken daarover. “Iedere hervorming begint met vast te stellen wat je wilt behouden.”

In het boek komen ook opvallend traditionele uitgangspunten over bijvoorbeeld leiderschap naar voren. Zo stellen de onderzoekers dat de docent de onbetwiste leider moet zijn van de mini-samenleving die de klas is. “Ik begrijp dat mensen daardoor zich af gaan vragen wat nu eigenlijk het ideologische karakter is van ons programma. Mijn antwoord is dat het dat niet heeft. Er zitten progressieve en conservatieve elementen in.”

“Die sociale pijn kan bij iedere leerling op elk moment voorkomen."
Iliass El Hadioui

Het idee dat leiderschap in het klaslokaal van het grootste belang is, blijkt een verlaten principe te zijn in sommige onderwijskundige kringen. Onterecht zegt El Hadioui. “Uit onze observaties blijkt juist dat in een supercomplexe groepsdynamiek de zoektocht naar een gemene deler het meest belangrijk is. Het is essentieel dat er leiderschap is die zegt: dit zijn onze spelregels en daar dient iedereen zich aan te houden. Maar dat leiderschap vertrekt altijd vanuit gezag, gedragen door de groepsdynamiek. Dat leiderschap staat ten dienste van het klimgedrag van de leerlingen; het is hun ladder.”

Verwijzen naar de achtergrond van leerlingen lost het probleem niet op

Tijdens de bijeenkomst laat El Hadioui een fragment zien van docent, schoolleider en nu wetenschapper Anthony Muhammad. Hij legt in het fragment de vinger op wat voor El Hadioui de zere plek is, namelijk dat in een giftige omgeving geen enkele onderwijsvernieuwing ooit tot bloei zal komen. “Muhammad wijst er ook op dat in dergelijke omstandigheden docenten de neiging hebben om de problemen juist te externaliseren – buiten zichzelf te plaatsen.”

Het zijn de leerlingen die een slechte sociaaleconomische positie hebben, het is de slechte wijk of het ligt aan iets anders, maar niet aan de cultuur op de school. “Als die parameters nu maar anders waren dan zou het wel lukken, is de suggestie. Dit mechanisme versterkt de kansenongelijkheid.”

Tussen al de stemmen die vragen om een stelselwijziging laat El Hadioui, die tevens lid is van de Onderwijsraad, hier doorschemeren wat hij denkt dat de meest succesvolle strategie is. “Je kunt wachten op een stelselwijziging, dat zal zeker effect hebben, maar de hervorming van de cultuur op scholen is even belangrijk. Als je dat niet benoemt dan zul je de problemen niet oplossen.”

El Hadioui vindt daarom ‘engaged scholarship’ essentieel, omdat het de zaak omdraait. “Wij zijn gaan kijken in welke contexten dingen goed gaan terwijl iedereen zou verwachten dat het fout zou moeten gaan. Mijn voorspelling is dat de scholen de wedstrijd niet gaan winnen door te verwijzen naar de achtergrond van hun leerlingen maar wel met een gezamenlijk geloof in eigen kunnen binnen het team van professionals.”


Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
«

ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.

Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan

OK