“Zolang er nog marktdenken is in het hoger onderwijs heb je een poortwachter nodig”

De CDHO viert in Den Haag haar tienjarig bestaan

Nieuws | door Frans van Heest
10 september 2019 | Minister Van Engelshoven prijst het werk van de CDHO als poortwachter van het bestel. Zij ziet veel gelijkenissen met haar ministerschap, voor wat betreft de kritiek die deze commissie vaak te verduren krijgt.
Minister Van Engelshoven bij het jubileum van de CDHO

Afgelopen maandag was het 10-jarig jubileum van de Commissie Doelmatigheid Hoger Onderwijs (CDHO). De Commissie die beoordeelt of een opleiding het bekostigde bestel mag betreden als deze arbeidsmarktrelevantie heeft. Volgens de voorzitter van de CDHO Paul Rullmann is het binnen het hoger onderwijs geen geliefde commissie, omdat onterecht het beeld bestaat dat veel nieuwe opleidingen niet opgenomen worden in het hoger onderwijsbestel.

Ook minister Van Engelshoven was uitgenodigd om bij het jubileum aanwezig te zijn. Zij prees het werk van de CDHO als poortwachter van het bestel en herkende tegelijkertijd veel gelijkenissen met haar ministerschap, voor wat betreft de kritiek die deze commissie vaak te verduren krijgt.

Geen eenvoudige opdracht

Ter gelegenheid van het jubileum heeft de CDHO een bundel samengesteld met bijdragen van verschillende prominenten uit het hoger onderwijs, zoals Rianne Letschert, rector van de Universiteit Maastricht, Bastiaan Pellikaan, collegevoorzitter van Aeres Hogeschool, Karl Dittrich, oud-voorzitter van de VSNU, Feite Hofman directeur hoger onderwijs van OCW en Ria van ’t Klooster, directeur van de NRTO, de koepel van private aanbieders.

De eerste ervaring van de minister met de CDHO dateert nog uit haar wethouderschap in Den Haag, zo zei zij ter ere van het jubileum. “Tien jaar CDHO, daar zijn wij blij mee, maar niet iedereen is daar elke dag even blij mee. Ik kan mij zelf nog een moment herinneren toen ik wethouder was in Den Haag en wij bezig waren om een vestiging te realiseren van de Universiteit Leiden in Den Haag. Toen kregen wij ook de commissie op bezoek en dat was best lastig.”

Van Engelshoven legde het kleine gezelschap in een Haagse kunstgalerie uit dat de opdracht van de CDHO ook niet eenvoudig is. “Het is eigenlijk een commissie van wijzen. Wijze mensen die de minister al tien jaar adviseren en de poortwachter zijn van het opleidingsaanbod in Nederland. De commissie maakt een match tussen opleiding, arbeidsmarkt, wetenschap en maatschappij. Dat is geen eenvoudige opgave.”

Een lastige blik op de toekomst

De minister stelde dat in de toekomst kijken altijd een uitdaging blijft voor de CDHO. “De vragen die de commissie moet beantwoorden zijn eigenlijk nooit eenvoudige vragen. Wij allemaal weten niet hoe de toekomst eruit gaat zien en hoe de arbeidsmarkt en de samenleving er over tien jaar uitziet. Dat is een vraag die ook steeds moeilijker te beantwoorden wordt. Toch hebben we u de schone taak toebedeeld om een blik in de toekomst te werpen en dat is geen geringe verantwoordelijkheid. Voor instellingen hangt er veel vanaf, maar ook voor studenten en de arbeidsmarkt. Hoe zorg je er nu voor dat we nu mensen opleiden waar studenten zelf, werkgevers en de samenleving over tien, twintig jaar behoefte aan hebben?”

Volgens de minister verandert het hoger onderwijsveld voortdurend en zijn er nieuwe ontwikkelingen waar de CDHO adequaat op moet reageren. “Neem bijvoorbeeld het ontstaan van de associate degrees of de hbo-masters. Daar zijn veel studenten, veel werkgevers en veel onderwijsinstellingen blij mee. Het klinkt nu heel logisch dat die opleidingen er zijn, maar dat was zeker niet zo. Daar heeft de CDHO een belangrijke rol in vervuld.”

Rust zal er weinig zijn

Nu de grenzen tussen het hbo en wo steeds meer vervagen, levert dit voor de CDHO nieuwe vragen op, zo zei van Engelshoven. “Hoe ga je om met opleidingen op het grensvlak tussen hbo en wo, een vraag die steeds spannender wordt. Er zijn ook veel interdisciplinaire opleidingen waar veel vraag naar is, terwijl de beroepen waar die voor opleiden nog niet helemaal duidelijk zijn. Hoe ga je daar als commissie nu precies mee om?”

Daarom is er een constante in het hoger onderwijs, die ook de komende tien jaar nog zal voort zal blijven duren. “We zien dat er rondom het hoger onderwijs veel in beweging is en we hebben één zekerheid: dat gaat voorlopig wel zo blijven. Rust zal er weinig zijn, daarom is het een enorme uitdaging om aandacht te blijven houden voor de doelmatigheid. Ook als je ziet wat er op ons afkomt. In het wo is er nog volop groei van het aantal studenten, maar in het hbo komt er krimp op ons af. Wie weet hoe dat er over tien jaar uitziet.”

In het slot van haar toespraak had de minister nog wat bemoedigende woorden voor de commissie die vaak kritiek te verduren krijgt. “Ik ben de commissie dan ook dankbaar hoe zij de afgelopen 10 jaar een belangrijk constante is geweest in dat hele bewegende hoger onderwijs. Ik hoop dat dat zo blijft de komende tien jaar. En als er zo nu en dan wat gemopper of tegenwind komt, dan bent u bij mij in goed gezelschap.”

Een mooi offer voor een beter bestel

CDHO-voorzitter Paul Rullmann vatte de kerntaak van de CDHO als volgt samen en volgens hem kwam die boodschap goed terug in de bundel die opgesteld is naar aanleiding van het 10-jarig jubileum. “Wij hebben in dit boekje als rode draad de boodschap gehanteerd: zolang er nog marktdenken is in het hoger onderwijs heb je een poortwachter of een marktmeester nodig.”

Toch hoopt Rullmann nu de commissie Van Rijn laatst ook adviseerde om het marktdenken in het hoger onderwijs terug te brengen dat de CDHO op termijn niet meer nodig zal zijn. “Ik begreep dat u naar aanleiding van de commissie Van Rijn van plan bent om die uitwassen van het marktdenken een beetje te mitigeren,” sprak Rullmann de minister toe. “Dat zou ertoe kunnen leiden dat wij 2029 niet meer halen. Dat zou ik een mooi offer vinden voor een beter bestel.”

Net als de minister stelde Rullmann dat het hoger onderwijs in Nederland voortdurend verandert en dat dit ook uitdagingen met zich meebrengt. “De dynamiek in het stelsel is heel erg groot . Ik ben blij dat de commissie de afgelopen tien jaar toch behoorlijk heeft meebewogen. Niet uit zichzelf maar gewoon omdat de spelregels veranderden of dat de samenleving veranderde en dus ook de hogescholen en universiteiten. Dat zal ook de komende tijd zo blijven met internationalisering, regionalisering en digitalisering. Dat zijn hele grote factoren die het aanbod doen bewegen en dat betekent dat de commissie daar ook een bepaalde houding in moet zien te vinden.”

Volgens de voorzitter van de doelmatigheidscommissie zijn er ook nieuwe taken bijgekomen. Bijvoorbeeld de laatste jaren veel besproken onderwijstaal. “We adviseren de NVAO over de taal die gevoerd wordt in het licht van de arbeidsmarkt. Als je kijkt naar de arbeidsmarkt is er dan noodzaak om een opleiding in het Sanskriet aan te bieden of in het Engels?”

Een geuzentitel

Hoewel het hoger onderwijs de afgelopen tien jaar hevig is veranderd, is het aantal opleidingen toch behoorlijk constant gebleven, ziet Rullmann. “Als je kijkt naar het hele veld dan zie je dat het aantal opleidingen redelijk constant is gebleven, dat is eigenlijk wel grappig. De commissie beoordeelt ongeveer zeventig opleidingen per jaar. Er komen opleidingen bij, maar er verdwijnen ook heel veel opleidingen. Dat komt omdat ze niet levensvatbaar zijn, maar dat kan ook komen omdat er binnen een instelling een andere ordening wordt gezocht om opleidingen beter te positioneren. Het kan ook komen door sectorale afspraken. Dan komen er bijvoorbeeld heel veel nieuwe brede opleidingen in de techniek bij en dan verdwijnen de kleintjes in de put.”

Sterke veranderingen zijn de afgelopen jaren ook waarneembaar geweest bij de associate degrees in het hbo. “Het aantal associate degrees is enorm toegenomen, terwijl er ook al 100 zijn verdwenen van de driehonderd die zijn aangevraagd. Maar we zien de grootste beweging bij het aantal masters zowel in het hbo als in het wo, maar het aantal bachelors is dan weer redelijk stabiel.”

Tot slot legde Rullmann uit dat onterecht het beeld bestaat dat de CDHO veel van de aanvragen afwijst. De cijfers laten het tegendeel zien. “Als je dan het totaalaantal aanvragen ziet, dan beoordelen wij 75% positief. Als je de kritiek uit het veld hoort dan lijkt het of wij heel veel negatief beoordelen, maar dat is niet zo. Wij zijn niet de meest geliefde commissie in het veld, maar wij dragen dat als geuzen.”


Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
«

ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.

Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan

OK