Met de juiste vraag heb je geen proefdier nodig

Interview | door Sicco de Knecht
21 oktober 2019 | “Wij hebben de fase van de dierproef overgeslagen.” Met behulp van ‘slow money’ werkt Marjolein van Driel (Erasmus MC) met haar lab aan de doorontwikkeling van een experimentele methode om genezing van kankeruitzaaiingen in het bot te bestuderen. Studenten van de Hogeschool Rotterdam doen mee in het project.
Voorbeeld van de proefopstelling – Foto: Erasmus MC

Door de vraag net een beetje anders te formuleren kan de stap van onderzoek met dierproeven soms in zijn geheel worden overgeslagen. Onderzoeker Marjolein van Driel (Erasmus MC) ontwikkelde met haar lab een methode waarmee in één keer grote aantallen medicijnen kunnen worden getest voor de mogelijke genezing van uitgezaaide kanker in het bot (botmetastasen). Samen met studenten van de Hogeschool Rotterdam worden zelfs de geneeskrachtige stoffen uit afgedankte rozen getoetst.

Genezing van het bot

Botmetastasen zijn een notoir moeilijk te behandelen vorm van kanker, vertelt Van Driel. Niet alleen is het een vorm van kanker die vaak pas in een vergevorderd stadium wordt ontdekt, ook zijn de kankercellen eenmaal in het bot resistent voor veel behandelingen. “Met bestralen is het bijvoorbeeld heel moeilijk om de juiste locatie te bestralen.”

Daarnaast zijn er verschillende oorzaken van botkanker. “De meeste botkankers zijn uitgezaaide kankers, bijvoorbeeld prostaatkanker of borstkanker die uitgezaaid is. Kanker in de botcellen zelf is vrij zeldzaam.” De gemene deler van veel van deze situaties is dat de uitgezaaide kanker vergevorderd is. “Het door de kankercellen aangetaste bot is waar veel mensen aan overlijden.”

De aanpak van het onderzoeksteam is echter niet om de kankercellen zelf direct te bestrijden, maar indirect via het bot. “Wij richten ons dus op genezing van het bot. Als er een ding is waar kankercellen niet van houden, dan is het wel gezond botweefsel.” De vraag die het team probeert te beantwoorden is welke therapie het meest geschikt is om menselijk botweefsel er weer bovenop te krijgen wanneer kankercellen het bot binnen zijn gedrongen.

“Als we werken met menselijk materiaal kunnen we veel specifiekere vragen stellen en doen we dat ook gelijk in het systeem dat we willen genezen.”

Waar andere onderzoekers ervoor kiezen om dit te onderzoeken in proefdieren koos Van Driel ervoor deze stap over te slaan. “Als we werken met menselijk materiaal kunnen we veel specifiekere vragen stellen en doen we dat ook gelijk in het systeem dat we willen genezen.”

Bovendien zijn de alternatieven in proefdieren vaak gemankeerd op belangrijke punten. Zo is het proces van botgenezing in muizen anders. “Ook wordt onderzoek in muizen – om verschillende begrijpelijke redenen – vaak op jonge dieren gedaan. Dat terwijl botmetastasen bij mensen juist vaak bij ouderen voorkomen.”

Elegant in eenvoud

Op dit moment werken Van Driel en haar collega’s dan ook met menselijke botcellen. Die ontwikkelen bot op een vergelijkbare manier als in het menselijk lichaam, maar het kan natuurlijk altijd beter. “Op termijn zouden we ook graag naar experimenten met echt menselijk botweefsel willen, bijvoorbeeld van patiënten.” Dat is nu nog toekomstmuziek maar de ontwikkelingen gaan snel.

Door in groten getale botcellen experimenteel bloot te stellen aan gangbare medicijnen hopen Van Driel en haar collega’s een goed regeneratiemedicijn te vinden. “We zijn momenteel bezig met een studie waarbij we een set van meer dan duizend medicijnen die al op de markt verkrijgbaar zijn testen in het humane botmetastase model.”

De methode die daarbij gebruikt wordt is elegant in haar eenvoud. “Zowel de botcellen als de kankercellen hebben we een eigen kleur gegeven. Kankercellen zijn groen, en botcellen oranje.” Wanneer het bakje oranje kleurt dan weten de onderzoekers dat ze een goede kandidaat voor een medicijn te pakken hebben.

De initiële ontwikkeling van de methode werd mogelijk gemaakt door een beurs van onderzoeksfinancier ZonMw. “We hebben destijds een beurs gekregen uit het programma Meer Kennis met Minder Dieren. Zonder die beurs waren we niet van de grond gekomen.” Nu is het echter zaak om de methode ook echt te gebruiken en verder te optimaliseren. “Daar zijn dan weer bijster weinig beurzen voor beschikbaar,” vertelt Van Driel.

Slow money

“Het is best moeilijk om aan subsidies te komen om een project door te zetten. ZonMw is bijvoorbeeld heel erg gericht op de fundamentele wetenschappelijke vraag, maar dit is een toegepaste vraag.” Ook over de zogenaamde humane modelontwikkeling subsidies is Van Driel minder positief. “De eis dat er ook deelnemers uit het bedrijfsleven bij moeten zitten nekt ons. Zeker als er nog geen langlopende contacten zijn met bedrijven dan is het heel moeilijk om nieuwe co-financiers te vinden.” Ook vindt ze dat de eis om het bedrijfsleven een principieel probleem met zich meebrengt. “Er zijn bedrijven die eisen gaan stellen en dan dreigt de mogelijkheid dat de onderzoeksvraag wordt bijgesteld.”

De middelen waarop ze nu werkt komen van het Erasmus MC zelf en van de stichting Proefdiervrij. “Wij hebben een zogenaamde ‘slow money’ beurs In februari 2018 zette het Erasmus MC een ronde uit met in totaal twee miljoen euro voor de ontwikkeling en toepassing van proefdiervrije onderzoeksmodellen. Hiervan is een deel voor nieuwe en een deel voor bestaande alternatieven. Het biedt technieken die al voorbij de opstartfase zijn de mogelijkheid de ruimte en de tijd om verder te ontwikkelen. voor validatie van de methode gekregen van het Erasmus MC. Dat helpt ons nu om door te testen en te ontwikkelen.” Ook kregen ze een bedrag van vergelijkbare omvang van Proefdiervrij. “Daar kunnen we de materialen en een analist uit betalen.” Ze maakt zich wel zorgen over de toekomstige financiering van dit praktijkgerichte onderzoek.

Verwaarden groenreststromen

Binnen het project is ook een aantal vruchtbare samenwerkingen ontstaan, vertelt Van Driel. “Zo werken wij intensief samen met de Hogeschool Rotterdam.” Studenten van de laboratoriumopleiding daar werken aan het ‘verwaarden van groenreststromen onder leiding van dr. Barbara Schrammeijer’. “Zij zijn geïnteresseerd in de mogelijke toepassingen in de farmacologie: de geneeskrachtige werking van moleculen in bloembladeren.”

Praktisch komt dit erop neer dat studenten van de Hogeschool Rotterdam bij de bloemenafslag restbloemen ophalen, daar de mogelijk bruikbare moleculen uit halen en deze vervolgens testen in het botmetastasemodel van Van Driel. “We doen nu een paar pilots met groepen studenten en het is heel veelbelovend. De eerste tests doen we met rozen – een keuze van de studenten zelf.”

Via deze samenwerking lukt het mogelijk wel weer om nieuwe subsidiebronnen aan te boren. “Zodoende komen er ook bedrijven bij zoals de telers, de kwekerijen en de afslag. En bovendien zijn er vanuit de hogeschool ook weer andere mogelijkheden om aan subsidies voor praktijkgericht onderzoek te komen.”


Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
«

ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.

Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan

OK