Scheve genderverdeling in basisonderwijs komt niet door afname mannen

Interview | door Sicco de Knecht
30 oktober 2019 | Valt het huidige lerarentekort terug te voeren op de introductie van de pabo, zoals in het programma Zondag met Lubach werd gesteld? “Dat is te kort door de bocht,” stelt associate lector Gerda Geerdink (HAN), “maar het is hoog tijd voor maatregelen om de homogeniteit binnen het basisonderwijs te doorbreken.”
Zondag met Lubach – VPRO

In aanloop naar de onderwijsstakingen op 6 november staat het lerarentekort volop in de aandacht. Onder de hashtag #ikbengeentoprioriteit (spelfout intentioneel) bracht het programma Zondag met Lubach afgelopen weekend een item waarin het lerarentekort in het basisonderwijs uitgebreid werd uitgemeten. Aan de hand van het dalende percentage mannelijke leerkrachten tussen 1980 en nu vroeg Lubach zich af waarom er relatief zoveel minder mannen voor de klas staan in het basisonderwijs.

Om de drastische daling van het percentage mannelijke leraren in het basisonderwijs te duiden vroeg de redactie van Zondag met Lubach cijfers op bij zowel het ministerie, DUO als het CBS. Geen van allen kon het ‘gat’ in de data tussen 1980 en 1994 dichten, maar de redactie van het programma had wel een idee waar de daling vandaan kwam: de invoering van het basisonderwijs.

Lubach: “De invoering van het basisonderwijs had ook gevolgen voor de lerarenopleiding. […] wie les wilde geven aan groep acht moest ook opeens stage gaan lopen bij groep een: de kleuters. En leren hoe je snotneuzen en poepbillen moest afvegen […] het kan best wel eens belangrijk zijn geweest dat relatief veel mannen daar geen zin in hadden.”

Vooral meer vrouwen

Associate lector Kwaliteit van Lerarenopleiders Gerda Geerdink (HAN) was verrast dat haar onderzoek werd aangehaald door het programma om de bovenstaande stelling te onderbouwen. “Het is niet geheel onwaar, maar ze hadden misschien even moeten bellen.” Geerdink was hiervoor lector Seksediversiteit in het Onderwijs. Ze doet al sinds haar promotie onderzoek naar het leraarschap op de basisschool en heeft al vele theorieën de revue zien passeren over waarom er een lerarentekort is.

De cijfers die Lubach in de uitzending gebruikte zijn in principe correct vertelt ze, maar de presentatie vertekent ook enigszins het beeld. “Het zijn relatieve aantallen van mannelijke leraren in het basisonderwijs die werden gepresenteerd, hun aandeel is gedaald maar in absolute termen zijn er niet zoveel minder mannen gaan werken in het basisonderwijs of de pabo gaan volgen. Het aantal vrouwen is gigantisch toegenomen in die periode en dat heeft invloed op de procentuele verdeling.”

Gerda Geerdink - Foto: HAN

Die stijging zit hem in een combinatie van factoren die zich uitstrekken over een langere periode. “In de jaren ’70 werden meisjes bijvoorbeeld steeds meer gestimuleerd om een opleiding in het hoger onderwijs te genieten, veel van hen kozen voor de lerarenopleiding basisonderwijs.” Tot 1987 heerste echter nog het dogma dat meer dan één juf of meester voor de klas slecht was voor de kinderen. “Eind jaren ’80 kwamen onderwijsbestuurders tot het inzicht kwamen dat ze niet iedereen konden verplichten in voltijd te werken.”

Het kwam onder andere door de gunstige werkgelegenheid eind jaren ’80 – begin jaren ’90 dat verplichte voltijdsaanstellingen niet meer geëist kon worden. “Voor vrouwen was de keuze destijds om voltijds te werken, of om voor de kinderen te zorgen – zo was het in die tijd nog altijd – maar met de optie voor deeltijd werken in het basisonderwijs kwam daar verandering in.” Vooral meer vrouwen kozen voor het basisonderwijs. Het aantal mannen bleef redelijk gelijk.

Hogere uitval van mannen

“Sinds 2005 zien we een algemene daling van de instroom in de pabo, zowel bij de mannen als bij de vrouwen.” Die daling heeft veel te maken met de instaptoets voor de pabo, die voor veel instromers uit het mbo een te hoge drempel opwerpt. “De laatste jaren trekt de instroom weer aan, maar we zijn nog lang niet op het niveau van voor 2005. Bij de toegenomen aantallen zitten meer jongens dan meisjes.”

Het feit dat alsnog maar vijftien procent van de leraren op de basisschool man is, heeft volgens Geerdink vooral zijn oorsprong in de uitval op de pabo. “Slechts een derde van de mannen haalt uiteindelijk het pabo-diploma, ten opzichte van meer dan de helft van de vrouwen. Daar gaat iets mis en dat is waar wij in ons onderzoek naar keken.”

De nadruk op het verhogen van de instroom van mannen is volgens haar dan ook geen heilzame route. “Je kunt ze wel verleiden om pabo te gaan studeren, maar als ze er net zo hard weer uitvliegen heb je er niets aan.” Dat vergt volgens haar een integrale aanpak op het niveau van het curriculum, de didactische aanpak en organisatie van de pabo. “Je doet het in ieder geval niet met het halveren van het collegegeld voor de lerarenopleiding, dat merken wij bij de pabo hier ook.”

De suggestie van het televisieprogramma om de kleuterstage niet meer verplicht te stellen vindt ze dan ook geen vreemd voorstel. “Wij lieten in het onderzoek waaraan het programma refereerde zien dat jongens minder voorkennis hebben over kleuters dan meisjes, en dat jongens daardoor minder uit die stages kunnen halen voor hun opleiding. Maar liever dan het afschaffen van die kleuterstage zouden opleidingen beter hun best moeten doen om ook mannen in te laten zien hoe belangrijk en begeesterend de vroege ontwikkeling van kinderen is.”

Meer mogelijke carrièrepaden

Als Geerdink breder kijkt naar het huidige lerarentekort, dan is het vooral de homogeniteit in het basisonderwijs die de situatie verergert. “Basisschoolleraren zijn een heel homogene groep, die allemaal van dezelfde opleiding komen. Die homogeniteit moeten we doorbreken.” Meer aandacht voor wat de leraar zelf interessant vindt en hoe deze zich wil ontwikkelen is onontbeerlijk, vindt Geerdink.

In het lerarenadvies van de Onderwijsraad – dat inmiddels al weer bijna een jaar oud is – ziet de associate lector belangrijke aanknopingspunten voor een oplossing. “Het pedagogische en didactische deel moet iedereen beheersen, maar momenteel moeten pabo-studenten veertien vakken volgen, van muziek tot rekenen.” Dat is te veel denkt Geerdink, “niemand vindt veertien vakken leuk”.

Een meer uitgebreide functiemix, en het afschaffen van het bevoegdhedenstelsel in het onderwijs zal volgens haar zeker helpen. “We moeten veel meer kijken naar wat je als team moet aanbieden aan kinderen. En dat kan door tegelijkertijd meer carrièrepaden voor onderwijzers te maken. Ik denk dat we kinderen vooruithelpen als we meer aandacht hebben voor diversiteit.” Niet iedereen hoeft volgens Geerdink dan ook de vierjarige pabo te hebben doorlopen.

“Ik vind het echt jammer dat de politiek en de vakbonden zo behoudend nadenken over wie een goede leerkracht is.” Volgens haar zou de pabo niet de enige route moeten zijn. “Iemand die van de hogeschool van de kunsten komt, of een techneut uit het vakgebied – mensen aan wie we nu behoefte hebben – moeten ook leerkracht kunnen worden, en in minder dan vier jaar. Uiteraard met oog voor hun individuele kwaliteit, maar we moeten afstappen van het idee dat we het lerarentekort oplossen met alleen maar mensen die de vierjarige pabo hebben gedaan.”


Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
«

ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.

Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan

OK