Welke ‘skills’ dan? Kennis en vakmanschap in het mbo

Essay | door Jeroen Onstenk & José van den Berg
23 oktober 2019 | Skills zijn in de mode. Overal verschijnen skills-agenda’s met de nadruk op vaardigheden en motivatie van studenten. Is er soms ook nog kennis nodig? En welke kennis dan? Jeroen Onstenk (voormalig lector Pedagogisch-didactisch handelen Inholland) en José van den Berg (Senior onderzoeker Expertisecentrum Beroepsonderwijs) over het belang van kennis en vaardigheden in het beroepsonderwijs.
Foto: Jos Kottmann

Met enige regelmaat luidt de noodklok over de plaats van ‘kennis’ in het (beroeps)onderwijs. Zeker in het publieke debat kent de discussie een soort golfbeweging: nu eens wordt het belang van vaardigheden, toepassing en ‘praktisch’ vakmanschap beklemtoond, dan weer het belang van schoolvakkennis en algemene ‘theoretische’ vorming. Vaak is sprake van communicerende vaten: meer van het één lijkt minder van het ander te betekenen.

Het is tijd om afscheid te nemen van tegenstellingen als kennis versus vaardigheden, kennisoverdracht versus kennisproductie, theorie versus praktijk, of inhoud versus (leer)proces. Het gaat nadrukkelijk om én-én. Ook het vaak door docenten en beleidsmakers – en misschien ook wel door studenten zelf – gehanteerde onderscheid tussen denkers en doeners kan wat ons betreft op de helling: elke beroepsbeoefenaar moet weten wat hij of zij doet.

Volgens ons vraagt het (beroeps)onderwijs, met zijn drievoudig kwalificeringdoel – opleiden naar vakmanschap, burgerschap en een leven lang ontwikkelen – om een breed en genuanceerd kennisbegrip. Dit kennisbegrip omvat zowel vakmatige kennis vastgelegd in theorieën, schoolvakken en leerboeken, als specifieke handelingsgerichte kennis, gebaseerd op praktijk en ervaringen.

In beleid verdampt de nadruk op kennis

Kijken we in 2019 naar de actuele beleidskaders, dan lijkt de expliciete aandacht voor de inhoud van opleidingen en daarmee ook voor de plaats van kennis daarin verdampt, een curieuze constatering gezien het gelijktijdig benadrukken van de ‘kenniseconomie’. In de kwaliteitsafspraken mbo 2019-2022 gaat het vooral over resultaatsafspraken met mbo-instellingen. In dit document staan wel speerpunten voor het beleid van instellingen: jongeren in kwetsbare posities, gelijke kansen (om door te stromen) en opleiden voor de arbeidsmarkt van de toekomst. Het overheidsbeleid geeft geen richting in de discussie over het belang en de positie van kennis in het realiseren van deze speerpunten.

Het is aan de mbo-instellingen en hun partners in het bedrijfsleven om daar invulling aan te geven. In de praktijk zijn dit vooral de ontwikkelaars van kwalificatiedossiers, de examenontwikkelaars, de ontwerpteams in scholen én de lerarenopleiders. En de docenten en praktijkopleiders in opleidingsteams die ervoor zorg dragen dat hun studenten kennis opdoen voor een goede beroepsuitoefening, verder leren en participatie in het maatschappelijk leven – al dan niet als onderdeel van brede 21e-eeuwse vaardigheden.

Impliciete kennis versus expliciete kennis

Kernopdracht voor het middelbaar beroepsonderwijs is het opleiden naar vakmanschap. Vakmanschap (bekwaamheid – ergens goed in zijn) kent een meerdimensionale kenniscomponent. Een adequate uitoefening van het beroep gaat gepaard met het verbinden en adequaat toepassen van allerlei verschillende vormen van kennis: kennis van gereedschappen, materialen, taal- en rekenkundige kennis en kennis van methoden en technieken om gereedschappen en materialen adequaat te kunnen gebruiken, kennis van werkprocessen en van oorzaken van mogelijke verstoringen.

"Een adequate uitoefening van het beroep gaat gepaard met het verbinden en adequaat toepassen van allerlei verschillende vormen van kennis."

Niet alle kennis die iemand gebruikt valt makkelijk expliciet te maken, bijvoorbeeld praktische kennis van adequate manieren van bloedprikken, en veel kennis moet impliciet worden om effectief te kunnen handelen, zoals kennis over het voeren van klantgesprekken. Een belangrijk deel van het voor een bepaald beroep noodzakelijk vakmanschap betreft situationele en stilzwijgende (‘tacit’) aspecten.

Dat geldt ook voor houdingen, overtuigingen, waarden en normen. Ook die bestaan voor een groot deel uit geïnternaliseerde kennis, over wat hoort en niet hoort, wat van belang is of niet van belang et cetera. Van beroepsbeoefenaars wordt verwacht dat zij kennis en handelen (kennen en kunnen) continu op elkaar afstemmen, inclusief het kunnen inspelen op onverwachte situaties met soms beperkte informatie.

Bekwaamheid veronderstelt het ontwikkelen van vakkundig oordeelsvermogen, waarbij expliciete gecodificeerde kennis (de schoolvakkennis) wordt gecombineerd met impliciete praktijkkennis. Zo zet een monteur niet alleen zijn kennis van elektrotechnische kracht- en lichtinstallaties en -systemen in, maar verkent hij ook hoe in een specifieke bedrijfslocatie de bekabeling het best kan worden aangelegd.

Beroepskennis is niet statisch: ‘iets voor eens en altijd weten’, maar ontwikkelt zich ook tijdens het handelen en krijgt betekenis in het gebruik en door de interpretaties die beroepsbeoefenaars eraan geven (Heusdens, 2018). Het is niet reëel te verwachten dat de kennis opgedaan in de initiële opleiding een leven lang mee gaat. Leren in de beroepspraktijk, bijscholing of omscholing zal meerdere keren in een mensenleven aan de orde zijn, omdat relevante kennis en vaardigheden verouderen, bedrijven en functies veranderen en baanzekerheid afneemt. Om duurzaam inzetbaar te zijn op de arbeidsmarkt van de toekomst is het van belang over een breed palet aan kennis, competenties en ervaring te beschikken.

Daarom is in het beroepsonderwijs ook leren om te leren belangrijk en dan niet alleen leren in een les of opleiding, maar ook tijdens het werk: leren reflecteren op het leerproces,  eigen doelen  stellen, vooruitgang op de doelen monitoren en zo de door henzelf gestelde doelen bereiken. Daar hoort ook bij: ‘kennis’-bronnen en theorie kritisch kunnen beoordelen en kwaliteit en relevantie in kunnen schatten. Daarvoor is een degelijke kennisbasis nodig (Meester, Bergsen & Kirschner, 2017).

De verschillende soorten kennis die een werknemer nodig heeft om zich tot een bekwaam beroepsbeoefenaar te ontwikkelen worden in een persoonlijke professionele theorie (PPT) verbonden (Schaap, 2011). De PPT omvat zowel formele kennis (‘schoolvakkennis’), als ook werkwijzen en collectieve normen, waarden en overtuigingen. PPT staat voor het geheel aan beroepskennis van een beroepsbeoefenaar: boekenwijsheid, ervaringskennis, werkproces-, sector-, bedrijfskennis, maar ook overtuigingen, opvattingen, normen en waarden. De PPT wordt ontwikkeld in relatie tot de collectieve professionele theorie van de beroeps(groep) zoals die in de praktijk naar voren komt. Een PPT werkt als een referentiekader, het stuurt het handelen en is een kader om nieuwe informatie te wegen en integreren. Om de PPT te verrijken, moeten kennis en opvattingen, die in zowel de formele als informele leersituaties zijn opgedaan, worden geïntegreerd met reeds verworven PPT.

Van kennisbasis naar contextualiseren

Beroepsonderwijs dient studenten de gelegenheid te bieden een gedegen basiskennis te verwerven waarmee de beroepswereld te begrijpen is, met de daaraan gekoppelde domeinspecifieke vaardigheden om effectief met die kennis om te gaan. Een volwaardig beroepsopleidend curriculum bevat aan het beroep gerelateerde disciplinekennis (wiskunde, voedingsleer, mechanica), procedurele kennis (hoe de kennis toe te passen), communicatie (taal, omgang), werkproceskennis (de kenmerken van de productiecyclus en het takenpakket), maar ook via een rode draad het ingroeien in waarden en normen van de beroepsgroep, het ontwikkelen van eigen accenten en het kijken naar jezelf en je ontwikkeling (De Bruijn, 2019).

"Beroepskennis is niet statisch: ‘iets voor eens en altijd weten’, maar ontwikkelt zich ook tijdens het handelen."

Voor brede inzetbaarheid op de arbeidsmarkt is een expliciete beroepsgerichte kennisbasis nodig, maar essentieel is dat dat in combinatie gebeurt met de ontwikkeling van een vermogen om die kennis in een specifieke situatie toe te kunnen passen (contextualiseren) en te begrijpen waarom die kennis in de betreffende situatie relevant is (conceptualiseren) (Heusdens, 2018). Juist met het oog op de vaak veelvormige praktijk, is het essentieel dat het leren leggen van deze relaties niet te beperkt en instrumenteel worden vormgegeven. De ontwikkeling van beroepskennis is op te vatten als een betekenis gevend redeneerproces (contextualiseren) in specifieke beroepssituaties. Vervolgens moet inzichtelijk worden hoe samenhang bestaat tussen verschillende concepten, en tussen concepten en handelen (Heusdens, 2018).

Aandacht voor de- en recontextualiseren van kennis en ervaring is belangrijk. Dat laatste kan geoefend worden door verschillende concrete praktijksituaties centraal te stellen in het curriculum vanaf het begin van de opleiding. In dit proces leren studenten steeds meer (beroeps)concepten onder de knie te krijgen en samenhang te creëren tussen die concepten. En tussen concepten en handelingen. Ook leren zij het gebruik van concepten te verantwoorden.

Omdat het er om gaat dat de student kennis leert te gebruiken in de beroepspraktijk is het noodzakelijk om niet alleen te kijken naar kennisoverdracht – door docent of praktijkopleider, maar de focus te leggen op kennisverwerving en kennisontwikkeling door de student als (aankomend) beroepsbeoefenaar. Dit vraagt van opleidingen – docenten en praktijkopleiders – dat zij zowel inhoudelijke taakgerichte kennis als proceskennis toegankelijk maken en studenten daarbij begeleiding bieden. En dat ze relaties leggen tussen expliciete en impliciete kennis. Het betreft begeleiding bij kennisconstructie, reflecteren op ervaringen en het leggen van verbindingen tussen het leren in verschillende contexten.

Zowel docenten als praktijkbegeleiders spelen hierbij een rol. Versterking van het inhoudelijk contact tussen de docent op school, de student en de praktijkopleider tijdens de beroepspraktijkvorming – of in de hybride leeromgeving – is een voorwaarde om de verbinding tussen beide soorten kennis te verbeteren. Om een overladen curriculum te voorkomen, is het belangrijk te zoeken naar dwarsverbindingen en synergie tussen relevante kennisinhouden: niet alleen taakgerichte kennis, maar ook kennis over de beroepsomgeving (werkproceskennis), beroepsethiek, loopbaanontwikkeling, doorstroom, leven lang leren en burgerschap. Daarbij zijn, binnen een bepaalde bandbreedte, inhoudskeuzes te maken afgestemd op leerbehoeften van studenten en specifieke regionale vragen.

Deze bijdrage is gebaseerd op:

Jeroen Onstenk & Jose van den Berg (2019).Weten wat je doet. Kennis en vakmanschap in het mbo.  ‘s Hertogenbosch: Expertisecentrum Beroepsonderwijs. Hier te downloaden

Zie ook de animatie ‘De betekenis van kennis in het mbo’: https://youtu.be/KUEbgl3hPmM

Jeroen Onstenk :  Voormalig lector Pedagogisch-Didactisch Handelen Inholland

Jeroen Onstenk was tot voor kort lector aan de Hogeschool Rotterdam en inmiddels met pensioen.

José van den Berg :  Senior onderzoeker ECBO

José van den Berg is senior onderzoeker bij het Expertisecentrum Beroepsonderwijs met expertise in monitoronderzoek en kwalitatief beleids- en praktijkgericht onderzoek, met als inhoudelijk domein het primaire onderwijsproces en daarmee verbonden organisatieprocessen.

Literatuurverwijzingen

Leren van en voor werken: de waarde(n) van beroepsonderwijs.

Bruijn, E. de (2019) Heerlen: Open Universiteit

Food for thought. Understanding students’ vocational knowledge.

Heusdens, W. (2018). Proefschrift. Utrecht: Universiteit Utrecht.

De holle retoriek van 21st-century skills. Hoezo is kennis minder belangrijk?

Meester, E., Bergsen, S. & Kirschner, P. (2017). ScienceGuide, 22-12-2017

Student’s personal professional theories in vocational education: Developing a knowledge base.

Schaap, H. (2011). Doctoral dissertation. Utrecht: Universiteit van Utrecht.


Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
«

ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.

Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan

OK