Een Pridevlag op een hogeschool is ook niet neutraal

Nieuws | door Frans van Heest
20 november 2019 | Neutraliteit uitstralen als hogeschool of universiteit houdt ook ongelijkheid in stand. Dat zegt docent maatschappijleer Halil Ibrahim Karaaslan bij een themamiddag van de Universiteit Leiden.
Foto: Universiteit Leiden

In het kader van 444 jaar Universiteit Leiden organiseert de universiteit een reeks themamiddagen over maatschappelijke samenwerking tussen de universiteit en de stad. Op de Haagse campus van de universiteit stond deze keer het thema ‘Diversiteit in de Klas’ centraal op de campus in Den Haag. Hoe ga je als superdiverse stad als Den Haag om met diversiteitsvraagstukken in de klas? Ervaringsdeskundigen uit de stad en de universiteit deelden deze middag hun ervaringen.

Diversiteit niet afdoen met een project

Siela Ardjosemito-Jethoe momenteel werkzaam bij de Haagse Hogeschool en de gemeente Den Haag vindt dat diversiteit nog te vaak wordt afgedaan met een project. “Binnen alle facetten die je kunt bedenken in het onderwijs kun je winst boeken op het gebied van diversiteit. De vraag is alleen waar wil je al school als eerste in investeren. Zie je diversiteit binnen je beleid als iets bijvoorbeeld dat gelijk is aan financiën, onontkoombaar. Of wordt diversiteit nog ingezet als een project of kortdurend programma? En als het geld dan op is, is diversiteit geen issue meer. Daar is nog heel veel te winnen.”

Ardjosemito-Jethoe die ook op het ministerie van OCW heeft gewerkt ziet daar nu ook langzaam verandering ontstaan “Vanuit het ministerie komt er nu een functie vrij, om met de hoger onderwijs te gaan kijken hoe je diversiteit en inclusie kan borgen. Ik zie daar wel kansen en mogelijkheden om binnen dat netwerk ook in samenwerking met anderen te kijken wat er kan gebeuren om voor meer draagvlak te zorgen en waar kennisuitwisseling plaats kan vinden, zodat het ook duurzaam wordt aangepakt.”

Docenten onderzoeken de praktijk

Annemarie Thomassen, opleidingsdirecteur van de lerarenopleidingen van de Universiteit Leiden (ICLON) ziet dat er in Den Haag al veel gebeurt. “Ik denk dat er ook best wel mooie voorbeelden zijn. Hier in Den Haag hebben wij bijvoorbeeld een kenniswerkplaats, waarbij de kennis van onderwijsinstellingen in het hbo en de universiteit, gedeeld wordt met het basis- en voortgezet onderwijs. Het idee is dan dat docenten zelf onderzoek gaan doen naar de onderwijspraktijk, om te kijken of ze daar op de goede manier met diversiteit om kunnen gaan. Dat gaat om hele verschillende dingen, niveauverschillen, sociaaleconomische achtergronden en dergelijke.”

Studenten van hogescholen en universiteiten in de Hofstad krijgen daarbij ook een speciale rol, zegt Thomassen. “Iets anders wat ook gebeurt is het Haags netwerkprogramma, waarbij studenten van hogescholen en universiteiten een klas in het voortgezet onderwijs adopteren en daar mentor worden van een leerling. Die zij ook meenemen naar een universiteit of hogeschool. Zodat de wereld voor heel veel kinderen groter wordt.”

Thomassen stelt dat er sinds het begin van haar carrière al veel veranderd is als het gaat om bijvoorbeeld genderdiversiteit. “Toen ik als schoolleider mijn eerste overleg had met andere schoolleiders was ik de eerste vrouw. Dat waren allemaal mannen met grijze haren en grijze pakken en ik zat daar tussen als jonge vrouw van 35. Dat is wel veranderd. Dat is toch een periode van 30 jaar geweest, waarbij wij wel een hoop hebben kunnen bereiken. Ik denk dat bewustzijn het allerbelangrijkste is. Wees bewust dat je door een bepaalde bril kijkt. Als je het daar over kunt hebben met elkaar. Dan ben je al heel ver.”

Maar ook vandaag de dag zijn er nog initiatieven die op de universiteit worden genomen om bijvoorbeeld de genderdiversiteit te stimuleren. “Bij ons op de universiteit is diversiteit natuurlijk ook een issue. Wellicht kent u Athena’s Angels? Dat waren vrouwelijke hoogleraren die hebben gezegd: ‘wij zijn als vrouw niet zichtbaar op de universiteit’. En inmiddels hangt de hele senaatskamer vol met vrouwelijke hoogleraren, terwijl daar eerst allemaal mannen hingen. Maak je ook zichtbaar, laat dit voorbeeld zien. Dat kan heel wat opleveren.”

Voorbeeldfunctie

Als je zelf een diverse achtergrond hebt betekent dit dat je op de werkvloer ook een voorbeeldfunctie hebt. Dat heeft Ardjosemito-Jethoe ervaren toen zij op het ministerie werkte en nu ook naast medewerker op de Haagse Hogeschool een beleidsfunctie heeft bij de Gemeente Den Haag. “Ik was op het ministerie één van de weinige vrouwen van kleur op een senior-positie. Dat is meer dan alleen die functie uitvoeren. Dat merk ik nu ook bij de gemeente Den Haag. Je moet ook een rolmodel zijn en op die manier proberen de diversiteit te stimuleren, ook al zit het niet in je portefeuille. Je moet zorgen dat het geagendeerd wordt. Dat zijn heel veel taken die je dan ook hebt in zo’n functie. Dat kan best ingewikkeld zijn.”

Ardjosemito-Jethoe werkte vijftien jaar aan de Haagse Hogeschool en ziet dat de hogeschool ook steeds meer een afspiegeling wordt van de stad. “Ik zie op de Haagse een afspiegeling van de samenleving die ook in de stad zie. Natuurlijk sijpelen daar denkbeelden en gedachtes door die in de samenleving ook aan de hand zijn.”

Het debat gaat zeker nog schuren

Halil Ibrahim Karaaslan, docent maatschappijleer in Schiedam en alumnus van de Hogeschool Rotterdam, ziet ook dat de discussie over diversiteit tot spanning kan leiden. “Diversiteit vinden wij vaak hartstikke leuk, als het gaat om een betere man vrouw verhouding. Meer aandacht voor gender, voor seksuele geaardheid en kleur vinden we dan ook nog wel leuk.”

Maar bijvoorbeeld rondom het thema stilteruimtes is er op de Hogeschool Rotterdam in het verleden veel discussie geweest over hoe wenselijk dat is. “Als het dan gaat om een stilteruimte op de Hogeschool Rotterdam, waar studenten hun gebed kunnen doen. Dan wordt er gezegd: religie hoort er niet bij. In die zin gaat het debat zeker nog schuren de komende tijd.”

Volgens Karaaslan hoort de islamitische religie ook bij het stimuleren van diversiteit in het hoger onderwijs. “Er is nu een generatie studenten die zegt: ‘ik ben geboren en getogen in Nederland en ook mijn religie hoort bij Nederland en dat mag ook best een plekje krijgen binnen de hogeschool. Niet zozeer in het curriculum, maar als ik mij ergens terug wil trekken om het gebed te doen, waarom kan dat dan niet?’ Dan valt altijd het neutraliteitsargument. En gezegd wordt: wij hebben een scheiding van kerk en staat. De scholen zeggen daarmee we zijn neutraal, maar ze zijn helemaal niet neutraal. Want het is een standpunt waarbij gezegd wordt: wij geven een bepaalde groep geen ruimte. Dat is niet neutraal en het zet studenten tegen elkaar op.”

Als het neutraliteitsargument zo belangrijk is dan kun je ook vragen stellen bij het hijsen van een Pridevlag, zegt Karaaslan. “De Hogeschool Rotterdam hijst wel de Pride vlag, een super goed initiatief, ik vind het alleen maar goed. Maar als je dan wel zegt: er mag geen stilteruimte komen vanuit neutraliteitsargument. Dan ben je al lang niet neutraal meer.” Overigens heeft de Hogeschool Rotterdam eerder dit jaar na wat ontrust over doel en inrichting van de stilteruimtes op verschillende locaties weer neutrale stilteruimtes ingericht.

Een nieuwe mondige generatie

Karaaslan voorspelt dat het op het thema diversiteit de komende jaren het debat nog niet over is. “Het gaat de komende tijd zeker nog schuren en dat heeft ook te maken met identiteit. Maar er is nu een pittige en mondige generatie die gaat opeisen dat ook zij erbij horen. En dat wij dit land ook mooier willen maken, maar dan op onze manier. Dat gaat op den duur wel goedkomen, maar dat duurt even.”

Aan het eind van het debat werd er vooruitgekeken. Wat moet er allemaal nog gebeuren. Volgens Annemarie Thomassen draait het allemaal om bewustwording. “Als ik het heb over de Universiteit Leiden, dan is bewustwording heel belangrijk. Ons hele team is getraind op het thema diversiteit en dat maakt dat je het met elkaar erover hebt. Dat je ervan bewust wordt en dat je denkt bij sollicitaties: laten we nu ook kijken naar mensen die wij misschien niet meteen zouden uitnodigen en geef die mensen een kans. Mijn wens en tip zou dan ook zijn: blijf hoopvol en laten wij met elkaar de schouders eronder zetten.”

Karaaslan zou in de toekomst meer aandacht willen voor institutionele ongelijkheid. Op universiteiten en hogescholen zijn wij geneigd om te zeggen: wij behandelen iedereen gelijk. Iedereen moet hetzelfde krijgen, maar daar zit ook ongelijkheid onder.”

Als voorbeeld noemt hij zijn geboortestad. “Ik zelf kom uit Rotterdam en als je dan in Zuid bent opgegroeid dan heb je een hele andere startpositie op de hogeschool of universiteit dan iemand die bijvoorbeeld in Kralingen is opgegroeid. En daarin is iedereen hetzelfde geven in die zin ongelijk. Je moet je bewust zijn als instelling van welke route iedereen naar de universiteit of hogeschool heeft afgelegd. Sommigen hebben hele hoogopgeleide ouders die hebben een ander bagage of rugzak, dan een student die de eerste in een familie is die gaat studeren. Dan heb je extra hulp nodig.”

Onbewuste stereotypes

Ongelijkheid heeft Karaaslan zelf ook ervaren bij de lerarenopleiding maatschappijleer. Als een student met een niet-westerse achtergrond een taalfout maakte waaronder ik, dan lag dat altijd aan mijn culturele achtergrond. Dan werd er gezegd ‘dat maakt niet zoveel uit, want je spreekt best goed Nederlands.’ Dat is een vorm van microagressie omdat je mij dan steeds buiten de groep plaatst. Terwijl als de autochtone studenten dat deden dan verspraken zij zich. Daar zitten tussen heel veel projecties in van onderbewuste stereotypes.”

Volgens Karaaslan ligt hier ook een taak voor docenten in het hoger onderwijs. “Docenten moeten zich bewustzijn van deze mechanismes en hoe uitsluiting op de manier werkt. Want sommige studenten stoppen om die reden met hun opleiding. Zij voelen zich niet welkom en veilig in een universiteit of hogeschool. Want dit zijn ook vaak voor het eerst dat deze studenten voor het eerst met ‘Hollanders’ in de klas zitten. Dat is ook een werkelijkheid als je bent opgegroeid op Rotterdam-Zuid.”


Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
«

ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.

Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan

OK