Is academisch leiderschap een vak apart?

Verslag | door Sicco de Knecht
20 november 2019 | “De-selecteren, dat doen we zelden of nooit." Ook het ontslaan van vakgroepleiders die niet presteren zal onderdeel zijn van het nieuwe erkennen en waarderen.
Harry Garretsen tijdens sessie over academisch leidershap – Foto: René de Gilde

“Als ik mijn collega’s zou vragen prioriteiten te stellen voor het nieuwe erkennen en waarderen, dan zetten ze academisch leiderschap waarschijnlijk onderaan hun lijstje.” Die houding is typerend voor de academie, zegt econoom en leiderschapsonderzoeker Harry Garretsen (LEAD, Rijksuniversiteit Groningen). Toch zou dit op een moderne universiteit niet de houding moeten zijn.

Het is druk op het VSNU|EUA congres Recognition and Rewards. Wetenschappers uit binnen- en buitenland zijn in grote getale afgekomen op deze unieke bijeenkomst. De Nederlandse wetenschappelijke instellingen en financiers leiden de weg naar een nieuw systeem van erkennen en waarderen van academici en daarbij moeten meerdere taboes worden gebroken.

Erkennen en waarderen in de wetenschap gaan drastisch veranderen

Samen met Rianne Letschert (Maastricht University) leidt Garretsen deze middag een sessie over academisch leiderschap. In de eerste plaats ligt de vraag voor of de universiteit nu werkelijk zo’n bijzonder geval is als het op leiderschap aankomt. Beiden denken van wel, gesteund door wetenschappelijk bewijs maar ook uit eigen ervaring.

Wantrouwen naar bestuur

Garretsen stelt in zijn openingsbetoog dat leiderschap in de academische context bijzonder is. Hij contrasteert inhoud-gedreven en proces-gedreven leiderschap. “De universiteit is geen koekjesfabriek en kan niet louter als proces worden aangedreven. Je moet inhoudelijk je strepen hebben verdiend en geloofwaardig zijn.” Alleen goede vaardigheden op het gebied van management zijn dus onvoldoende om een vakgroep, faculteit of laat staan een universiteit te leiden.

Letschert beaamt dit vanuit eigen ervaring. “Het gaat om het inhoudelijk overwicht. Wat je als rector nooit wilt hoeven zeggen is: doe dit, want ik ben de baas.” Tegelijkertijd ligt het risico altijd op de loer dat je hier als bestuurder wel toe wordt uitgedaagd door tegendraadse leden van de academische gemeenschap. “Ik heb meer dan eens de vraag teruggekregen, vaak door mijn oudere mannelijke hoogleraren, hoe ik durfde te beweren beter te weten wat goed was voor onze organisatie.”

Een bestuurlijk pleidooi voor verandering wordt volgens Garretsen al überhaupt gewantrouwd in de academie. Beter is het als leiders zich beperken tot het in goede banen leiden van het alledaagse; zo is het altijd geweest. “Het decanaat was altijd een functie die per toerbeurt werd bekleed.” Garretsen, die zelf ook eens een van de hoogleraren was die een jaar ‘op de winkel moest passen’ weet dit maar al te goed. “Dat was bepaald geen functie waar naar opgekeken werd. Laat ik het zo stellen: bij mijn aanstelling kreeg ik meer steunbetuigingen dan felicitaties.”

Maar die vlieger gaat heden ten dage niet meer op, zo stelt Letschert in haar reactie. “Het is al lang geen zaak meer van: ‘iemand moet het doen’, academisch leiderschap is een veel meer omvattende functie geworden.” Desalniettemin is leiderschap in de academie een geval apart. Daar lijken de meeste aanwezigen het wel mee eens te zijn, maar met een kritische kanttekening, zo zegt iemand in de zaal: “Natuurlijk zijn er verschillen, maar de uniciteit wordt ook maar al te vaak gebruikt als excuus om de dingen te laten zoals ze zijn.”

Ontslag makkelijker maken

Op de keper beschouwd loopt de academie niet alleen uit de pas met de wereld eromheen, ze is ook hopeloos verouderd vindt Letschert. “Waarom toch die sterke hang naar hiërarchie? Wat brengen die traditionele opvattingen ons eigenlijk?” Ze durft daarom hardop waarheden als koeien te bevragen, bijvoorbeeld of het afdelingshoofd altijd hoogleraar moet zijn. “Waarom zou een universitair hoofddocent dit niet kunnen? Talent wordt in de academie te weinig gezien, zeker als het op leiderschap aankomt.”

Überhaupt wordt leiderschap in de academie nog nauwelijks gezien als carrièrepad an sich. Ook dit voert waarschijnlijk terug op het grote belang dat aan de inhoud wordt gehecht, denkt Garretsen, maar ook aan de waterscheiding tussen wetenschappelijk personeel (WP) aan de ene kant, ondersteunend personeel (OBP) aan de andere kant.

Daarnaast ziet de Maastrichtse rector een verwarring van academische vrijheid met de vrijheid om je nergens wat van aan te trekken. “Het is een dunne lijn die loopt tussen academische vrijheid en het nemen van je verantwoordelijkheid. Als ik als rector of eerder als directeur van een onderzoeksinstituut ingrijp, dan wordt dit vaak als ‘bemoeienis’ gezien. De reactie is dan: ‘Ik ben een professional, dus wie ben jij om je hiermee te bemoeien?’ Inhoudelijk vind ik dat academici een enorme vrijheid moeten hebben, maar als het op het organisatorische aankomt, slaat die vrijheid vaak om in vrijblijvendheid.”

Als het op de organisatorische professionaliteit aankomt is er in de academie nog veel werk te doen. “De manier waarop we onze leiders selecteren is in ieder geval nog zelden op basis van leiderschapscompetenties.” En daar voegt Letschert nog een ander heikel punt aan toe dat de aankomende tijd vast nog veel stof zal doen opwaaien. “De-selecteren, dat doen we zelden of nooit. Het is eerlijk gezegd heel erg lastig om van sommige mensen af te komen. En dat terwijl academisch leiderschap zo’n ongelooflijk moeilijke taak is.”

Buitengesloten bij vergaderingen

Gezien het belang van goed academisch leiderschap zijn de meeste aanwezigen het erover eens dat het belangrijk is om vroeg in de carrière van onderzoekers te gaan werken aan deze vaardigheden. “Momenteel hebben we simpelweg te weinig goede leiders binnen de academie,” stelt Letschert, “en ik heb nieuws voor iedereen: het aantrekken van talent van buiten is bepaald niet gemakkelijk.”

Als het aankomt op die deelname van jonge onderzoekers in het formele en informele leiderschapsproces dat moet er volgens een aantal deelnemers aan de sessie nog een hoop gebeuren. “Jonge onderzoekers worden doorgaans uitgesloten van het deelnemen aan de bijeenkomsten waar ‘besluiten’ worden genomen,” zegt een van hen, “maar ze krijgen vervolgens veel taken toebedeeld.”

Het heeft er alles mee te maken dat er nog altijd een sterke (inhoudelijke) hiërarchie heerst. “Als je niet gepromoveerd bent dan wordt jouw mening niet serieus genomen. Hoe goed je ideeën ook zijn.” Die sfeer en die houding dragen volgens Letschert net zo hard bij aan klachten zoals burn-out als de werkdruk in de academie.

Iedereen aan boord

Garretsen is bij deze bijeenkomst niet alleen gekomen met een raamwerk om leiderschap te begrijpen, hij heeft ook twee waarschuwingen meegenomen. “Ik verwelkom de beweging die zich distantieert van veelal slecht onderbouwde kwantitatieve indicatoren, maar ik kom zelf uit een tijd waar elke vorm van waardering nog subjectief was. Als de decaan je niet mocht, dan maakte je geen promotie.” Hij maakt zich vooral zorgen over de positie van minderheden in een regime waar minder objectieve criteria worden gebruikt. “Mensen met een andere achtergrond of huidskleur zijn als eerste de dupe als het ‘subjectief’ wordt.”

Daarnaast heeft hij met oog op de implementatie van het anders erkennen en waarderen nog een andere waarschuwing. “Let wel dat de mensen die hier vandaag zijn, een bijzondere selectie zijn van de academische gemeenschap. De groep die naar deze sessie over leiderschap komt is nog selecter. Al die collega’s die er vandaag niet zijn, vormen met ons de academische gemeenschap.” Het is dus zaak om iedereen aan boord te krijgen en te houden.

In reactie hierop klinkt nog een advies vanuit het publiek van de rector Rick van de Walle van de UGent. Deze Vlaamse universiteit koos onlangs voor een nieuwe methode voor erkennen en waarderen. “In dat proces is pragmatisme minstens zo belangrijk als het hebben van idealen. Academici willen een ideale wereld, en totdat we weten hoe die eruit ziet doen we niets. Toch moet je ergens beginnen.”


Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
«

ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.

Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan

OK