Maak private bekostiging van onderwijs mogelijk

Opinie | door Theo Schuyt
12 november 2019 | Vasthouden aan uitsluitend publieke onderwijsbekostiging werkt een tweedeling in de hand, vindt hoogleraar filantropische studies Theo Schuyt. De overheid zou private schenkingen aan onderwijs mogelijk moeten maken om de groei van commercieel onderwijs een halt toe te roepen.
De karakteristieke groene collectebus van de Vrije Universiteit – Foto: Deventer Musea (CC BY-SA)

Te hoge werkdruk, achterblijvende salarissen, gebrek aan onderwijzend personeel, te grote klassen, onderwijsstakingen, het samenvoegen van klassen bij ziekte van het onderwijzend personeel, onvolkomenheden bij de vmbo-examens. Het po en het vo vormen het middelpunt van politieke discussies en maatschappelijke acties.

Op 4 november 2019 meldt het NOS-nieuws dat het aantal particuliere lagere scholen is gestegen van 35 in 2015 naar 60 in 2018. Kosten: € 12.000 – € 20.000 per kind. Nog een opvallend cijfer: 30% van alle scholieren uit het voortgezet onderwijs krijgt particuliere bijles, commerciële examentrainingen of huiswerkbegeleiding. Dertig procent!

Daarnaast blijft Luzac groeien en ook andere particuliere aanbieders (Infinity, Winford) laten van zich horen. De conclusie mag worden getrokken dat wie het kan betalen vaker kiest voor een particuliere, commerciële onderwijsaanbieder. Want duidelijk wordt dat steeds meer ouders bereid zijn extra te betalen. En als zij dit niet doen – of kunnen – zijn er wel de opa’s en oma’s die een deel van de erfenis willen besteden om de kleindochter met een 8 op haar eindexamen voor het gevaar van uitloting voor een studie te behoeden.

We komen door deze ontwikkelingen steeds dichter bij de essentiële vraag; als ouders wel extra in onderwijs willen investeren, wat belemmert hen dan om dit niet aan verbetering van het bestaande onderwijs ten goede te laten komen? Het antwoord is eenvoudig: het kan niet, mag niet en het is politiek onbespreekbaar. Onderwijs is een overheidszaak, punt uit. Dus met de bonden naar Den Haag. Meer geld voor onderwijs. Daar ben ik het overigens helemaal en van harte mee eens. Meer geld voor onderwijs en onderzoek. Structureel.

Dat gezegd hebbende zijn er ook andere, extra mogelijkheden. Omdat onderwijs een overheidstaak is en de politiek daar voluit op in zet, zijn er vanuit het Ministerie van OCW voorschriften en regelingen hoe als school financiering te verkrijgen. De scholen en hun onderwijskoepels zijn daar organisatorisch en qua mentaliteit ook op ingesteld. De Resource Dependence theory heet dat in de wetenschap. Voldoen aan de criteria van de financier. Als er andere mogelijke financieringsbronnen zijn, heb je daar geen oog en tijd voor. “Je wordt al zo overbelast met alle extra taken in het onderwijs”. Het is de “institutionele hardheid” van het huidige politieke en financieringssysteem dat ervoor zorgt dat de tweedeling in het onderwijs wordt vergroot.

Grote kansen voor onderwijs in Nederland

Het geld is het probleem niet. Nederland is nog nooit zo rijk geweest, ook al neemt de ongelijkheid toe. Nederland is de ‘Gouden Eeuw van de Filantropie’ ingegaan, zo constateert de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid WRR –verkenning ‘Filantropie op de grens van overheid en markt’. Den Haag, 2018. Zie literatuurlijst. . Een heel praktisch voorbeeld mag dit verduidelijken. Hoeveel oud-leraren / leraressen kent Nederland? Tienduizenden of wellicht meer. Betrokken docenten die vaak hun leven aan de school en aan kinderen hebben gewijd. Wanneer deze oud-docenten bij de notaris zitten en een testament laten maken, worden deels ook goede doelen begunstigd. Maar de school zit daar niet bij.

Nederland is traditioneel een betrokken en vrijgevig land We staan in alle internationale rankings wat betreft geefgedrag en vrijwilligerswerk in de top. . Naast overheid en markt kent Nederland als geen ander land een actief maatschappelijk middenveld dat ook het algemeen nut wil dienen. Dat heet het Rijnlandse model. Met de toename van het particuliere, commerciële onderwijs drijven we af in de richting van het Angelsaksische model. Ouders willen best zelf extra betalen, ook voor het reguliere onderwijs. Maar dan moet dat wel mogelijk worden gemaakt. Hoe lang houden we vol dat het niet kan, het niet mag en het politiek onbespreekbaar blijft?

Een van de belangrijkste adviezen voor fondsenwerving luidt: ‘begin niet met het vragen van geld, maar met het inventariseren, zo nodig organiseren van betrokkenheid’. Ouders, oud-docenten en bedrijven willen graag iets extra’s doen. Dat doen zij omdat zij zich betrokken voelen. Dan stellen zij kennis, stageplaatsen, menskracht, materiaal en ook geld ter beschikking. Ze richten een vriendenstichting op, of een alumnivereniging waar universiteiten nu druk mee zijn. Of bedrijven die met de modernste machines en technieken werken, besluiten de school zo’n nieuw apparaat cadeau te doen en laten hun personeel op school instructies geven.

Hernieuw het Rijnlandse model

In 2011 werd als gevolg van de zware bezuinigingen in de cultuursector op verzoek van het Ministerie van OCW door het Ministerie van Financiën een ‘Geefwet’ uitgevaardigd die particulieren en bedrijven fiscaal aanmoedigt extra aan culturele instellingen te geven. De instellingen zelf kregen een aanbod zich meer te bekwamen in het vergroten van hun commerciële inkomsten (het programma ‘Cultureel ondernemerschap’) en fondsenwerving (het programma Wijzer werven).

Wellicht onbewust en onbedoeld schetste het Directoraat-Generaal Cultuur en Media van het Ministerie van OCW de contouren van een nieuw – en tegelijkertijd oer-Hollands – beleidsmodel: overheid, markt én maatschappelijk betrokken draagvlak. Vroeger voorgesteld als de regent, de koopman en de dominee.

Dit beleidsmodel heeft veel verwantschap met het zogenaamde ‘Rijnlandse model’ en kan een opening bieden uit de beleidsmatige fuik van óf overheid óf markt dat het keuzemenu is van het Angelsaksische model. Door het ‘oude model’ uit de kast te halen wil niet gezegd zijn dat teruggegrepen wordt naar conservatieve structuren. Integendeel, het model leent zich uitstekend voor de invulling van nieuwe vormen van actief burgerschap en van maatschappelijk betrokken ondernemerschap.

Wat kan dit voor het po, vo en vmbo in Nederland betekenen? Het Ministerie van OCW heeft het Center for Philanthropic Studies van de Vrije Universiteit Amsterdam gevraagd de effecten van de Geefwet op de culturele instellingen te evalueren. Wat blijkt? Die instellingen die hun interne organisatie aanpassen – of reeds aangepast hebben – op de ‘gediversifieerde’ externe financieringsbronnen profiteren. Met andere woorden: het nieuwe commerciële en maatschappelijke draagvlak is aanwezig en het probleem niet. Het probleem zit in de interne organisatiestructuur. En deze wordt in hoge mate bepaald door overheidsregels. Maatschappelijke draagvlakvergroting betekent interne organisatieverandering. Zo simpel is het. Daar ligt voor de Nederlandse onderwijsinstellingen de opgave.

Draagvlak vergroten

Wat zijn mogelijke factoren die bij draagvlak en het vergroten ervan een rol kunnen spelen? Uit onderzoek onder Europese universiteiten naar succes- en faalfactoren in het aantrekken van extra middelen en steun blijken de identiteit (wat een universiteit is), de interne organisatie (wat een universiteit doet) én de politieke/culturele context (waar de universiteit zich bevindt) de belangrijkste verklarende factoren EC (2011). Giving in Evidence. Fundraising from philanthropy for research funding in European universities. Brussels: EC. Directorate General Research and Innovation. . Dezelfde factoren komen ook naar voren uit genoemd evaluatie-onderzoek naar de Geefwet en uit het programma “Wijzer werven” voor culturele instellingen.

Naast terechte claims voor grotere overheidsinvesteringen in het onderwijs, liggen er kansen voor substantiële additionele (financiële en materiële) steun als onderwijsinstellingen in staat worden gesteld én erin slagen hun maatschappelijk draagvlak te vergroten. Het is aan de politiek om extra in het onderwijs te investeren en aan het beleid om de voorgestelde “diversificatie” van draagvlak en inkomstenbronnen wettelijk te faciliteren.

Geen neoliberale Amerikaanse toestanden, maar oer-Hollandse traditie

Natuurlijk zijn er ook bezwaren als dit thema wordt aangesneden. “Het onderwijs is een overheidszaak; als we deze richting inslaan krijgen we Amerikaanse toestanden en een groeiende kloof tussen rijke en arme scholen”; ziehier een veelgehoorde tegenwerping. Het antwoord luidt dat de beeldvorming over filantropie is “gekaapt” door de overmatige media-aandacht voor de rijken en superrijken van deze wereld, waarmee vergeten wordt dat filantropie een zaak is van alle mensen.

Uit het VU-onderzoek “Geven in Nederland” blijkt dat gewone huishoudens en het midden- en kleinbedrijf het grootste deel van de filantropische bijdragen in Nederland voor hun rekening nemen. Mensen hadden vroeger een ‘aandeel in het dorpshuis’; echt niet om er rijker van te worden. De VU-busjes op de schoorsteenmantel van gereformeerde gezinnen en de activiteiten van “Vrouwen VU-hulp” om de faculteit Geneeskunde te steunen zijn niet alleen historisch interessant. Zij tonen betrokkenheid die ook nu en in de nabije toekomst voor het Nederlandse onderwijs kansen biedt. Als de politiek, de overheid en onderwijsinstellingen er niet in slagen deze maatschappelijke betrokkenheid een plaats te geven in het verzorgingsstaat-paradigma, dan wordt de tweedeling in het onderwijs vergroot.

Theo Schuyt :  Hoogleraar filantropie aan de VU

Theo Schuyt is hoogleraar filantropische studies aan de Vrije Universiteit.

Literatuurverwijzingen

Filantropie op de grens van overheid en markt.

WRR, Den Haag 2018 (link).

Giving in Evidence. Fundraising from philanthropy for research funding in European universities.

EC (2011). Brussels: EC. Directorate General Research and Innovation (link).

Aanvullend en particulier onderwijs

SEO-rapport nr. 2019-64 (link).


Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
«

ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.

Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan

OK