Zichtbaarheid praktijkgericht onderzoek krijgt impuls

Interview | door Tim Cardol
4 november 2019 | Er gebeurt veel aan praktijkgericht onderzoek in het hbo, maar er is nog veel te doen om dat voor iedereen beter voor het voetlicht te brengen. Het Nationaal Platform Praktijkgericht Onderzoek moet daar verandering in brengen. “Het is niet onze ambitie om een repository te worden, voor de opslag van alle resultaten die uit praktijkgericht onderzoek komen,” zegt John Doove van SURF. “We willen vooral onderzoeksresultaten zichtbaarder maken.”

Onlangs besloot Regieorgaan SIA de stekker te trekken uit POdium, de plek waar lectoren hun onderzoeksprojecten in de etalage zetten. De HBO Kennisbank toont ook onderzoeksresultaten, in combinatie met afstudeerproducten van studenten, maar deze is niet volledig en lijkt met name door studenten te worden gebruikt die op zoek zijn naar informatie voor hun afstudeeronderzoek. Ondertussen gebeurt er heel veel aan onderzoek in het hbo, maar hoe laat je dat het beste zien aan de buitenwereld?

“Er is een breed gedragen gevoel onder verschillende stakeholders dat het praktijkgericht onderzoek zichtbaar moet zijn.” Dat stond te lezen in een rapport waarin de staat van de zichtbaarheid van het praktijkgericht onderzoek tegen het licht gehouden werd. Twaalf hogescholen zijn samen met de Vereniging Hogescholen, Regieorgaan SIA en SURF dit jaar aan de slag gegaan om daar verbetering in te brengen.

Fragmentatie terugdringen

“We kwamen eigenlijk tot de conclusie dat er twee dingen moesten verbeteren,” zegt John Doove die vanuit SURF bij het project betrokken is. “Allereerst willen we de fragmentatie terugdringen. Er was een te versnipperde infrastructuur om kennis te nemen van wat er allemaal gebeurt. Daarnaast willen we een betere aansluiting met de eindgebruiker van het praktijkgericht onderzoek krijgen.”

Doove denkt daarbij aan het werkveld en het onderwijs, maar ook aan onderzoekers en lectoren in hogescholen zelf. “We zijn nu gesprekken aan het voeren met alle betrokkenen en dan blijkt toch dat bepaalde ideeën die je hebt over de behoeften aan kennis over onderzoek heel anders lijken te zijn dan wat je zelf in gedachten had.”

Het verschil met universitair onderzoek waar wetenschappelijke publicaties nagenoeg overal de output is, is dan ook groot. “We zien vaak dat praktijkoplossingen niet in een tekstueel artikel komen,” legt Doove uit. “Het kan ook gaan om een onderzoeker die bij wijze van spreken een stoeptegel heeft ontworpen die overdag licht absorbeert en ’s nachts licht geeft. Die wil dat dit ook aan de andere kant van het land bekend wordt, bij investeerders bijvoorbeeld.”

Dat betekent dat je heel goed moet weten waar het veld om vraagt. Dat verschilt per sector en soms al heel specifiek per onderwerp. Als voorbeeld van hoe het kan, geeft Doove het platform Groen Kennisnet waar informatie betreffende kennisontwikkeling rond voedsel en groen wordt gedeeld. “Wat we nu juist niet willen is zoiets kopiëren, maar we willen een plek bieden waarop eindgebruikers makkelijk ook doorverwezen worden naar juist dat soort plekken.”

Zoiets gaat tijd kosten. Het Nationaal Platform Praktijkgericht Onderzoek heeft dan ook tot 2022 om volledig tot wasdom te komen. “We hebben er bewust voor gekozen om dit heel gefaseerd te doen,” zegt Doove. “Dat betekent dat we nu beginnen met zo goed mogelijk in kaart brengen wat de precieze wensen zijn van zowel lectoren als van bijvoorbeeld het mkb.”

Steun op het hoogste niveau

Wat Doove opvalt is dat het sterk verschilt per hogeschool hoe ver ontwikkeld de infrastructuur voor onderzoekscommunicatie is. In veel gevallen staat die nog in de kinderschoenen. Hij is dan ook blij dat dit project de steun heeft op het hoogste niveau. “Er doen nu twaalf hogescholen mee en dat betekent ook echt dat er van al die hogescholen collegebestuurders aan tafel zitten.”

“We merken dat we meer dan voorheen een breed draagvlak hebben om echt iets neer te zetten,” zegt Doove. En dat is nodig. “Zowel qua ICT-infrastructuur als op communicatiegebied moet er bij hogescholen nog heel veel gebeuren. De hogescholen willen zelf ook zorgen dat er daar de komende jaren echt iets gaat veranderen, in plaats van dat we vanuit een ICT-gedachte een hele infrastructuur optuigen.”

Dat is in eerste instantie waar Doove en zijn collega’s op dit moment mee bezig zijn. “Het is echt nog een conceptueel idee dat steeds scherper wordt nu we in gesprek zijn met iedereen. Hogescholen zijn nu zelf ook een agenda voor onderzoeksversterking aan het maken om te kijken hoe ze zelf hun onderzoek kunnen ontsluiten en hun onderzoekers daar het beste bij kunnen ondersteunen. Daarom is het goed dat we nu al zien dat er al redelijk wat rumour around the brand aan het ontstaan is. Dan komt er veel in beweging en hebben we straks een mooie oplossing voor de zichtbaarheid van praktijkgericht onderzoek voor alle hogescholen”.


Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
«

ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.

Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan

OK