De veehouderij komt alleen verder in dialoog met de burger

Verslag | door Toske Andreoli
15 januari 2020 | Het is een van de meest polariserende onderwerpen op dit moment: de veehouderij. Sinds de stikstofcrisis staat vast dat de veestapel moet krimpen, wat voor hevige emoties en verontwaardiging zorgde bij boeren. Maar de veehouderij is afhankelijk van maatschappelijke acceptatie, zien ze bij Aeres Hogeschool Dronten. Ook als het op dierenwelzijn aan komt.

‘Houden van dieren’ was de dubbelzinnige titel van de laatste editie van Groot College aan Aeres Hogeschool Dronten. Een Groot College is open voor iedereen: studenten, docenten, onderzoekers en het werkveld. Onderzoeker pluimveehouderij Mariska van Asselt vertelde over haar onderzoek naar verschillende opvattingen over de dierhouderij.

Een relevant thema, nu de maatschappelijke acceptatie van de veehouderij onder druk staat – vanwege de stikstof- en klimaatcrisis, maar zeker ook vanwege dierenwelzijn in de intensieve veehouderij. Veehouders doen er goed aan om te volgen wat burgers acceptabele dierhouderij vinden, want dat zal bepalen hoe de veehouderij er in de toekomst uitziet, zegt Van Hasselt.

Van hondenkar naar gezelschapsdier

Van Asselt studeerde diergeneeskunde, en promoveerde vorig jaar op het conflict tussen dierenwelzijn en volksgezondheid in de pluimveehouderij. Ze neemt de zaal in vogelvlucht mee in het ontstaan van de kloof tussen burger en boer. Sinds de schaalvergroting in de landbouw in de wederopbouwjaren is het aantal boerenbedrijven in Nederland afgenomen.

Het is niet meer vanzelfsprekend dat iedereen een boer kent. Bovendien is de omgang met gezelschapsdieren veranderd. Waar in de jaren dertig nog hondenkarren bestonden, houden burgers nu zelf dieren in huis, en nemen hun ervaringen met die dieren mee in hun opvatting over veehouderij.

Veehouders zullen dus moeten volgen wat burgers vinden, al was het maar omdat die laatsten met meer zijn. Een gangbare valkuil is echter om consumenten gelijk te stellen aan burgers, en dat levert een vertekend beeld op. “Koopgedrag zegt niets over opvattingen, blijkt uit onderzoek. Burgers blijken als consument veel vertrouwen te hebben in de overheid: ze gaan ervan uit dat die de veiligheid en het dierenwelzijn waarborgt.” Bovendien spelen veel andere factoren mee in koopgedrag, en die zijn lang niet allemaal rationeel, benadrukt de onderzoeker.

Gedeelde waarden

Hoe kan de boer er dan wel achter komen wat burgers een acceptabele manier van het houden van vee vinden? Van Asselt trok voor haar promotieonderzoek met burgers naar pluimveehouders, en vroeg hen achteraf wat ze daarvan vonden. Anders dan verwacht, bleken ze positief. “De meesten vonden dat er goed voor de dieren werd gezorgd. Ze schrokken alleen wel van het industriële uiterlijk van de boerderijen.”

Want dat er goed voor dieren moet worden gezorgd, is iets waar iedereen het over eens is. Uit Van Asselts onderzoek kwam een overlap in de waarden van burgers en veehouders naar voren. Zowel burgers als boeren vinden dat dieren intrinsieke waarde hebben, ze erkennen dat dieren pijn kunnen ervaren en dus niet geschaad mogen worden en goede verzorging verdienen. “We houden allemaal van dieren”.

Maar een overtuiging bestaat niet alleen uit waarden, merkt Van Asselt op. “Die wordt ook voor een deel door de context en door belangen bepaald”. Een boer heeft bijvoorbeeld door ruimtegebrek niet altijd de mogelijkheid om een vrije uitloop voor kippen te realiseren, en neemt dat mee in zijn overtuiging dat een binnen scharrelruimte goed is voor de kippen. Burgers bleken een verblijf met vrije uitloop echter beter te vinden.

Onderschat de burger niet

“Uit mijn onderzoek bleek dat burgers begrip hebben voor zo’n overtuiging, als ze die afweging horen.” De neiging van boeren is alleen vaak om te proberen burgers te overtuigen met feiten, en dat is een misser, zag Van Asselt. “Daarvoor hebben burgers geen begrip. Het werkt ook niet, want feiten spreken niet voor zich. Je waarden beïnvloeden hoe je die informatie verwerkt, hoe je selecteert.”

Van Asselt denkt dat zowel burgers als boeren veel kunnen leren van bezoeken aan boerenbedrijven. “Een dialoog voeren is heel moeilijk. Je moet je eigen vooroordelen over burgers opzij zetten, en reflecteren op hoe jouw situatie je mening beïnvloedt.” De moderator sluit het college af met de opmerking dat Aeres Hogeschool veehouders eigenlijk lessen communicatie zou moeten aanbieden. Van Asselt beaamt het van harte.


Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
«

ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.

Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan

OK