“Je moet kiezen, of je bent een adviesorgaan of je bent een belangenbehartiger.”

Interview | door Sicco de Knecht
29 januari 2020 | Volgens voormalig Hoofd Onderzoek van het Rathenau Instituut Jos de Jonge lopen rollen te vaak door elkaar en moet de bereidheid om informatie te delen omhoog. "Dat data niet meer worden gedeeld is schadelijk voor de politieke besluitvorming; de Tweede Kamer wordt zo simpelweg informatie onthouden.”
Jos de Jonge spreekt bij laatste optreden als Hoofd Onderzoek – Foto: Rathenau Instituut

Bijna acht jaar werkte Jos de Jonge bij het Rathenau Instituut. Lang als coördinator informatievoorziening en op de valreep nog even als hoofd onderzoek. Beleidsonderzoek is zijn passie, die hij lang in de private sector maar uiteindelijk dus ook in de publieke sector mocht bedrijven. Afgelopen december zwaaide hij af en ScienceGuide zocht hem op om te reflecteren op zijn werk waarin hij de wetenschap in al zijn facetten onderzocht.

Zijn naam prijkt op vele factsheets, rapporten en publicaties van het Rathenau Instituut. Van de publicatiedruk onder biomedische onderzoekers, werkdruk in de kennissector, tot aan het publieke vertrouwen in de wetenschap. De van huis uit sociaal wetenschapper De Jonge is een veelvraat en volgt de ontwikkelingen in het hoger onderwijs en de wetenschap al jaren. We spreken met hem over investeringen in de kennissector en wie of wat iets kan doen aan de vermaledijde werkdruk.

Vorige week bood WoInActie hun meldingen van overwerk aan bij de inspectie. Er moet een miljard euro bij, zo stelt zelfs de minister, gaat dat helpen?

“Dat miljard komt er natuurlijk niet, laten we daarmee beginnen. Maar zolang ze niet inzien hoe de mechanismen op hun eigen instellingen werken dan gaat ook een miljard niet helpen. Sterker nog, het zal het probleem vergroten. De ellende wordt groter, de werkdruk wordt groter.

Natuurlijk zijn hoger opgeleiden gewend om meer over te werken maar dit zijn geen gezonde getallen. Ik snap WoInActie met hun gevoel dat men structureel wordt gevraagd om over te werken. Als die mensen uurtje-factuurtje zouden werken, of zich inderdaad aan de werktijden zouden houden dan zou het niet uit kunnen. Dan zouden tentamens niet nagekeken worden, beursaanvragen niet ingediend worden en ga zo maar verder.”

Wie heeft er tijd voor een witte staking?

“Wat ik een inschattingsfout vind is dat WoInActie vrijwel direct heeft gekeken naar de minister en niet naar de mechanismen die de sector zelf in gang heeft gezet. Dat terwijl het ministerie ook in beroerde tijden niet heeft beknibbeld op de instellingen voor hoger onderwijs, wat in schril contrast staat met hoe de overheid heeft gehandeld in nagenoeg alle andere sectoren. De opeenvolgende kabinetten sinds de eeuwwisseling hebben het hoger onderwijs altijd de hand boven het hoofd gehouden, wat verstandig was. Maar het is dus niet zo dat er miljarden op bezuinigd is zoals sommigen beweren; integendeel.”

Maar Nederland haalt niet eens de 2,5 procent van het bbp dat we zouden moeten besteden aan research & development volgens Europese afspraken. Dan presteert Nederland toch gewoon ondermaats?

“Nee, Nederland doet het uitstekend. De publieke investeringen zijn ongeveer zoals de top van de OECD-landen. De private investeringen lopen achter, zo lijkt het op het eerste oog althans. Maar dat heeft alles te maken met de samenstelling van onze economie. Nederland heeft een dienstensector, is groot in handel, horeca en logistiek. Dat zijn segmenten waar heel weinig R&D wordt gedaan.”

"Het ministerie heeft ook in moeilijke tijden niet beknibbeld op het hoger onderwijs."

“Mondiaal bekeken zijn de sectoren waar echt veel R&D in zit de farmacie, de auto-industrie, “software en ICT” en hightech. Wij hebben eigenlijk alleen hightech en dat ligt vooral bij Philips, NXP en ASML. Verder hebben we gewoon niet zo veel in die andere sectoren. Onze grote farmaceuten zijn verkocht, en auto-industrie hebben we nagenoeg niet. Software en ICT is een vrijwel uitsluitend Amerikaanse R&D tak.

Als je uitrekent wat de Nederlandse hightech sector investeert in R&D vergeleken met hun omzet dan kom je uit op percentages die hoger zijn dan voor hun branche gangbaar is in de wereld. Een voorbeeld; alleen Volkswagen heeft met €15 miljard aan R&D al een groter budget dan het hele Nederlandse R&D van universiteiten, UMC’s, publieke kennisorganisaties én het voltallige bedrijfsleven bij elkaar.”

Dat is het onderzoek, maar op het gebied van het onderwijs lezen we steeds dat het aantal euro’s per student jaar na jaar afneemt

“Dat zijn cijfers waar de VSNU inderdaad mee schermt, maar ze kloppen niet. Laat ik het kort houden: de overheid is gestopt met het betalen voor allerlei studenten. De schakelaars worden niet meer bekostigd, langstudeerders ook niet en de tweede studie wordt niet meer gefinancierd. Natuurlijk, die studenten staan ingeschreven, maar ze worden niet bekostigd, en toch worden ze allemaal meegerekend.

Als de minister op basis van jarenlange besluitvorming in de Kamer besluit om het onderwijs voor bepaalde groepen niet langer te bekostigen dan is dat een werkelijkheid waar je rekening mee moet houden in zo’n berekening. Dan kun je achteraf die studenten ook op de hoop erbij gooien. Dan had je destijds maar beter je best moeten doen om die wetgeving tegen te houden.

“Voor de berekeningen kijkt de VSNU naar de totale eerste geldstroom. Het geld daarbinnen dat bedoeld is voor onderwijs groeit veel harder dan de totale eerste geldstroom. Het onderzoek groeit vooral in andere geldstromen. Dan moet je eerlijk zijn; of je kijkt naar het geld voor onderwijs alleen of je kijkt naar het hele plaatje van onderwijs en onderzoek door ook de bijna 2 miljard tweede en derde geldstroom mee te nemen.

Ik snap oprecht niet waarom ze steeds met deze misleidende cijfers komen, maar het is evident dat het helemaal niets uithaalt. Het zijn misschien prikkelende getallen, maar een stap verder kan de minister met zo’n verhaal niets. Net als met de stelling dat de wetenschap afglijdt. Een minister moet geld voor de wetenschap, voor de universiteiten en voor andere instituten bedingen bij het ministerie van Financiën. Daar kunnen ze ook rekenen. Die zien heel snel dat die becijfering van de VSNU niet klopt en dan is het dus simpel.”

U noemt het afglijden van de wetenschap, onlangs stelde de president van de KNAW dat de Nederlandse academie begint te voelen dat we te veel hebben ingeteerd op de investeringen uit het verleden, dat is toch zorgelijk?

“Wim van Saarloos beweert dat het achteruit gaat in de wetenschap. Dat onze citatiescores teruglopen. Wij hebben op basis van uitvoerige analyse laten zien dat het niet zo is. De citatie-index is stabiel voor de vakgebieden waar hij zelf uit komt, maar er zijn er ook waar het stijgende is. Maar er zijn geen gebieden in Nederland waar het wezenlijk achteruit gaat.”

"Op het ministerie van Financiën kunnen ze ook rekenen."

“Een paar jaar geleden hebben Wim van Saarloos en José van Dijck samen een essay geschreven met daarin diezelfde cijfers van de VSNU over de dalende bekostiging. Maar wat er van NWO en Brussel komt zit er niet bij, en ook de onbekostigde studenten zitten er niet bij.

President Akademie ziet Nederland afglijden van toppositie

Kijk, als de president van de KNAW vindt dat er meer geld moet komen voor de wetenschap dan is dat begrijpelijk want het is zijn taak om daarvoor te lobbyen. Maar dat moet hij dan onderbouwen. Wat Duisenberg in zijn huidige rol doet is precies hetzelfde, maar ze baseren zich niet op gegevens die er zijn, maar op gegevens die ze zelf maken.”

U ziet een rolvermenging?

“Zeker, en ik vind dat ze moeten kiezen. Of ze kiezen voor advies, of ze kiezen voor belangenbehartiging. Het is heel goed als de minister consulteert bij de belanghebbende partijen als ze nieuw beleid ontwikkelt. Maar om het gelijk een advies te noemen geeft het een status die het niet verdient.

De KNAW en VSNU kloppen zelden of nooit bij ons aan voor cijfers – waar ministers, Kamerleden en vele anderen het wel doen. Vice versa is er in de loop van de tijd een ernstig gebrek ontstaan aan data die wij van de VSNU moeten krijgen, dat vind ik echt storend. We zetten tegenwoordig maar in factsheets dat we gewoon niet kunnen vaststellen hoe dingen zich ontwikkelen omdat we simpelweg de data niet hebben. Dat is erg schadelijk voor de politieke besluitvorming; de Tweede Kamer wordt zo simpelweg informatie onthouden.”

Welke zaken zou u willen onderzoeken maar lukt nu niet?

“Bijvoorbeeld onderzoek naar academische carrières. Wij kunnen deze analyses alleen doen als wij toegang hebben tot de relevante data. Dat krijgen we alleen niet meer. Dat heeft volgens mij niets te maken met het excuus van de AVG dat ze hanteren, wat een prachtig schuilmiddel is, maar met het feit dat wij als onafhankelijke partij soms dingen zeggen die ze liever niet horen.

Ook voor het monitoren van het beleid om de vertegenwoordiging van vrouwen in de academie heb je specifieke data over loopbanen nodig. Een van de dingen die nu uit de LNVH-monitor blijkt is dat het ‘reservoir’ aan vrouwelijke universitair hoofddocenten nu leeg is. En daar hebben we ook voor gewaarschuwd, dat het een cosmetisch effect is dat over een paar jaar weer weg is. Maar dat wil je wel graag goed kunnen controleren.”

Laten we nog even teruggaan naar de werkdruk. Jullie hebben daar zelf ook onderzoek naar gedaan in het verleden, dit is toch een reëel probleem?

“Zeker, maar het was eigenlijk een soort van bijvangst in een eerder onderzoek. We wilden weten wat de omvang van de aanstelling en de tijdsbesteding waren. Met name de bovenste echelons van de wetenschap werken veel over. Postdocs en promovendi werken zeker ook over, maar niet in die extreme mate. Voor hoogleraren en UHD’s betekent gewoon dat hele zaterdagen en avonden in de week zit te werken. Hun taken breiden steeds verder uit maar de aantallen blijven onveranderd.”

Waar komt al die werkdruk vandaan, en hoe komen we er weer vanaf?

 “Wat ik denk dat we over het hoofd zien is de matchingsdruk. Tegenover bijna elke externe beurs moet een instelling een investering, in geld maar veel vaker in tijd, garanderen voor de inbedding. Maar zo rekenen instellingen niet, die denken maar al te vaak dat een paar mensen erbij wel past aan de paar lege bureaus die er altijd zijn in een gebouw. Maar er zijn wel kosten. Zo’n werkplek kost geld, mensen hebben begeleiding nodig en de matching levert ‘virtuele’ maar uiteindelijk ook ‘reële’ werkbelasting op van meer dan 40% boven hun aanstelling.”

"Matching levert ook reëele werkbelasting op."

Die matchingsverplichting beknelt direct de autonomie van de instellingen en ook van individuele medewerkers. Ze voelen zich gevangen, maar vergeten dat ze die gevangenis zelf gebouwd hebben. Het mechanisme van matching is niet iets dat ze op het ministerie hebben uitgevonden. Dit loopt allemaal via de instellingen zelf en de beoordelingscommissies van NWO – waar de hoogleraren weer zelf in zitten. Dat is niet gezegd dat de minister er niet een stokje voor kan steken, daar is zeker iets voor te zeggen.”

En het miljard extra?

“De minister financiert het hoger onderwijs op een niveau dat internationaal vergeleken én historisch vergeleken in de pas loopt. Daar komt ieder jaar een paar procent bij, bovenop de stijging van de studentenaantallen. Of dat genoeg is weet niemand. Het is immers niet duidelijk wat hoger onderwijs kost. Pas als dat duidelijk is komt er mogelijk een reden om meer te investeren, en dan heeft de minister ook een goed argument.

Voor onderzoekfinanciering hebben intensiveringen vooral zin als je ze gericht investeert voor onderwerpen die je als samenleving belangrijk vindt. Hoeveel dat moet zijn hangt af van de ambitie; hoe snel wil je maatschappelijke problemen als energietransitie, vergrijzing, sociale segregatie of de verkeerscongestie verbeteren. Maar betaal voor dit onderzoek dan wel de integrale kosten zodat matching niet nodig is.

En de instellingen zouden de automatische reflex moeten doorbreken om bij extra geld weer nieuwe promovendi en postdocs aan te stellen, want die verhogen de druk vooral. Doorbreek de publicatiedruk, de werkdruk en de matchingsdruk tegelijk en integraal. Dat kunnen alleen de instellingen zelf.”


Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
«

ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.

Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan

OK