Angst voor repercussies is sta-in-de-weg voor minder fraudeleuze wetenschap

Nieuws | door Frans van Heest
19 februari 2020 | De angst om niet gehoord worden, of angst voor repercussies blijken belangrijke barrières om fraudeleuze wetenschap tegen te gaan, zegt Radboud Promovendus Serge Horbach.

Onlangs promoveerde Serge Horbach Cum Laude aan de Radboud Universiteit op het proefschrift ‘To Spill, Filter and Clean’ een studie over integriteitsschendingen in de wetenschap. Hij onderzocht hoe redacties van wetenschappelijke tijdschriften omgaan met integriteitsschendingen en hoe zij hun processen kunnen verbeteren om dit tegen te gaan.

Tijdens de promotieplechtigheid legde de 26-jarige promovendus uit dat de laatste jaren integriteitsschendingen in de wetenschap steeds vaker in de media komen en dat is zonde zegt hij. “Wetenschap is een mooi instituut, een belangrijk instituut ook. We hebben weinig verbeelding nodig om in te zien wat zij ons gebracht heeft. Het roeide ziektes uit, bracht ons naar de andere kant van de maan.”

Die wetenschappers controleren elkaar toch?

Toch gaat er zo nu en dan iets mis, zei Horbach. “Er gaat onderzoek te ronde dat niet leidt tot betrouwbare kennis. Dat is problematisch onderzoek en daar gaat mijn proefschrift over. U heeft hier ongetwijfeld van gehoord, of las erover in de krant. Maar die wetenschappers die controleren elkaar toch heel streng is dan vaak de gedachte? Het waren dit soort vragen die mij aanzette tot het schrijven van dit proefschrift.”

Het hergebruik van eigen teksten in wetenschappelijke publicaties is zo’n voorbeeld waar veel om te doen is geweest. Maar de ophef rond bijvoorbeeld econoom Peter Nijkamp van de Vrije Universiteit, die onlangs werd vrijgesproken, laat vooral ook zien dat dit per vakgebied verschilt. “Ik bespreek in mijn proefschrift waarom dit al dan niet problematisch zou kunnen zijn en hoe opvattingen daarover kunnen verschillen. Hoewel er zijn grote verschillen tussen vakgebieden. Waar hergebruik van eigen materiaal onder historici bijna niet voorkomt, is het onder economen redelijk gangbaar.”

Volgens Horbach komt dan ook meteen de vraag naar voren hoe problematisch gedrag in de wetenschap voorkomen kan worden en wat voor rol tijdschriften daarin spelen. “Daarvoor heb ik het redactionele proces van tijdschriften bestudeerd. Die tijdschriften gebruiken peer-review, ze sturen artikelen die ingezonden zijn eerst naar experts in een vakgebied, voordat zij deze al dan niet publiceren.”

Niet ieder tijdschrift gebruikt plagiaatscanners

Binnen de wetenschap is het in ieder geval niet zo dat er een eenduidige manier van reviewen van artikelen bestaat. “Dat proces kan op veel verschillende manieren worden ingericht. Sommige tijdschriften laten aan reviewers zien van wie een ingezonden stuk is, anderen doen dat weer niet. Sommige tijdschriften laten aan lezers en aan auteurs weten wie stukken bestudeerd en beoordeeld hebben. Anderen houden dat weer geheim. Sommige tijdschriften gebruiken technologische hulpmiddelen zoals plagiaatscanners. Anderen doen dat weer niet.”

De wijze waarop de tijdschriften omgaan met problematisch gedrag binnen de wetenschap verschilt nogal, blijkt uit het Nijmeegse onderzoek. “In mijn proefschrift ga ik allereerst in op hoe deze vormen zijn ontstaan. Het blijkt vaak een hele specifieke reactie op bepaalde problemen of nieuwe verwachtingen. Ook ga ik in op hoe goed de verschillende vormen in staat zijn om bepaalde vormen van problematisch gedrag te filteren.”

Tijdschriften innoveren niet

Ook hier zijn weer substantiële verschillen. “Ik kijk ook naar wat tijdschriften zoal doen om hun processen te innoveren. Dat blijken ze maar heel mondjesmaat te doen. Als je redacteuren vraagt: hoe verschilt uw huidige reviewpraktijk met die van 20 jaar geleden, dan is het meest geworden antwoord: ‘niet.’”

Buiten de invoering van plagiaatscanners is er dan ook weinig systematische verandering, volgens Horbach. “Hoewel sommige veranderingen wel degelijk een positieve uitwerking kunnen hebben op de integriteit en kwaliteit van de literatuur, is dat in zichzelf voor veel tijdschriften niet de belangrijkste reden om te innoveren. Andere belangen zoals commerciële belangen en het versnellen van reviewprocessen, of het verkrijgen van een betere reputatie voor een tijdschrift spelen minstens net zo goed mee.”

Toch past hier ook wel voorzichtigheid vindt Horbach. Slordige wetenschap is nooit helemaal uit te roeien. “Welke vorm van redactionele of peer-review we ook gebruiken, geen enkele manier zal volledig ondoordringbaar zijn voor problematisch onderzoek. Haast onvermijdelijk komen er soms toch gevallen van fraude, plagiaat of slordige wetenschap naar buiten. We hebben dan andere processen nodig om dit soort dingen te herkennen, te bestuderen, eventueel te corrigeren of te veroordelen.”

Dit speelt vooral bij jonge onderzoekers

In het laatste deel van zijn onderzoek heeft Horbach dan ook specifiek gekeken naar machtsverhoudingen in de wetenschap. “Daarbij kijk ik eerst hoe machtsverhoudingen en hiërarchie binnen de wetenschap, de motivatie van wetenschappers kunnen beïnvloeden om mogelijk problematisch gedrag van hun collega’s aan de kaak stellen.”

Wat blijkt? De angst om niet gehoord te worden en de angst voor repercussies vormen belangrijke barrières in het adresseren van problemen met wetenschappelijke integriteit. “Dat speelt vooral bij jonge onderzoekers of onderzoekers met een tijdelijke aanstelling. Waardoor de kans dat gevallen van mogelijk problematisch onderzoek aan de kaak wordt gesteld, strek afhangt van waar dit soort gevallen plaatsvinden.”

De rol van universiteiten is eveneens niet te onderschatten vind Horbach, die daar eerder een wetenschappelijk artikel over publiceerde. Instellingen hebben namelijk grote invloed op hoe er om wordt gegaan met schendingen van wetenschappelijke integriteit. “Met de casussen die ik bestudeerd heb zien we vaak dat er een gebrek is aan formele richtlijnen om met dit soort gevallen om te gaan. Dit soort kwesties worden vaak ad hoc afgehandeld. Bovendien kenmerkt angst voor reputatieschade of verkeerde aandacht in de media de afhandelingen van dit soort casussen.”

Maatregelen zijn weinig praktisch

De maatregelen die dan genomen worden, worden door de wetenschappers niet altijd als even effectief gezien. “Er worden vaak maatregelen doorgevoerd die door betrokken worden ervaren als weinig praktisch. Al met al laten ik daarmee zien dat er nieuwe perspectieven moeten worden opgenomen in de discussies rondom integriteit binnen de wetenschap.”

Het is belangrijk om in te zien dat integriteitsuitdagingen in verschillende contexten op andere manieren naar voren komen volgens Serge Horbach. “Wat betekent het om goed onderzoek te doen, en hoe kunnen we dat waarborgen? Dit verschilt per wetenschappelijke discipline, culturele of geografische achtergrond en organisatorisch onderzoekklimaat.”

Commerciële belangen van de uitgever

Het lijkt dan ook niet het geval dat er één manier is om al onze problemen op te lossen, zegt de Radboud-onderzoeker. “Waarschijnlijk bestaat zo’n weg ook niet. Ondanks dat veel belanghebbende binnen de wetenschap veel waarde hechten aan integriteit, zijn er ook andere belangen die minstens net zo zwaar wegen.”

Die belangen  zijn terug te vinden in het wetenschapsbeleid van overheden, instellingen en bedrijven. “Dan gaat het om commerciële belangen van de uitgever, en ook het belang van een goede reputatie van een universiteit of van individuele onderzoekers spelen een rol. Daarmee is het zelfs voor individuele actoren vaak niet helemaal duidelijk welke kant zij nu zelf op willen, moeten of kunnen bewegen.”

De al eerder besproken machtsverhoudingen binnen de wetenschap kunnen ook een sta-in-de-weg zijn om integriteitsfraude tegen te gaan. “Ik denk dan ook dat er meer aandacht moet zijn voor het algehele onderzoeksklimaat. Buiten alleen aandacht voor individuele wetenschappers. Al met al heb ik in de tijd dat ik werkte aan dit proefschrift veel nare en soms ingewikkelde gevallen van integriteitsschendingen voorbij zien komen. Maar gelukkig ook heel veel initiatieven om de wetenschap vooruit te helpen, op sommige vakken lijken we ook echt op de goede weg, al zijn we er nog niet.”

Serge Horbach hoopt dan ook met dit proefschrift een bijdrage geleverd te hebben om de wetenschap op dit punt vooruit te helpen. “Met dit proefschrift hoop ik een bijdrage geleverd te hebben om aan verschillende partijen, uitgevers, universiteiten, wetenschappers, onderzoekfinanciers en iedereen die erbij betrokken te laten zien waar er nog uitdagingen liggen. En hoe we samen allemaal een stukje kunnen bijdragen aan een betrouwbare wetenschap.”

Frans van Heest : 

ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.

Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan

OK