Internationalisering hoger onderwijs cruciaal, nu tegenstellingen toenemen in de EU

Nieuws | door Frans van Heest
24 februari 2020 | Tegenstellingen in de Europese Unie kunnen doorbroken worden door internationalisering van het hoger onderwijs, zegt minister Van Engelshoven.
Minister Van Engelshoven in Het Anatomisch Theater van Museum Boerhaave

Onlangs was minister Van Engelshoven bij de Raad voor Onderwijs, Jeugd, Cultuur en Sport in Brussel om het met haar Europese collega-ministers van onderwijs te hebben over zogenaamde brain circulation binnen de Europese Unie. Een onderwerp dat ook in het Nederlandse parlement de aandacht heeft, omdat coalitiegenoten van de minister VVD en CDA willen dat zij zich inzet in de Europese Unie om de instroom van Europese studenten in te perken.

VVD en CDA willen wat de SER wil

De Sociaal Economische Raad heeft hier onlangs een voorstel voor gedaan, namelijk door het inrichten van een Europees fonds waaruit hoger onderwijsinstellingen gefinancierd kunnen worden uit landen die te maken hebben met een netto hoge instroom van Europese studenten. De VVD en het CDA willen dat de minister dit gaat regelen.

De minister heeft inmiddels aangegeven dat het toch vooral een verantwoordelijkheid is van individuele landen om hier mee om te gaan. Zij voelt er niet veel voor om in Europees verband een dergelijk fonds op te zetten.

Tijdens de Europese top zei de minister dat zij zeer hecht aan internationale uitwisseling. “Het vrije verkeer van mensen is fundamenteel voor de Europese Unie. De grensoverschrijdende mobiliteit geeft studenten bij uitstek de kans om hun talenten te ontwikkelen, professioneel en persoonlijk. Zo kunnen ze zich nog beter voorbereiden op hun rol in de maatschappij en op de arbeidsmarkt.”

De Nederlandse minister van onderwijs zei ten overstaan van haar Europese collega’s dat zij internationalisering ziet als tegenwicht voor polarisatie. “De internationalisering van onderwijs levert bovendien ook een belangrijke bijdrage aan de Europese cohesie. Onderwijs kan een verbindende factor zijn wanneer de internationale tegenstellingen zoals nu toenemen. Op dit moment is de studentenmobiliteit binnen de Europese Unie uit balans.”

Dit onevenwicht zorgt voor uitdagingen

In Brussel benadrukte Van Engelshoven dat niet alle landen in de EU evenveel nut ervaren van de studentuitwisseling. “Niet alle lidstaten kunnen evenveel profiteren van de voordelen. In sommige landen veroorzaakt deze braindrain echt een probleem en is er een tekort aan geschoold personeel. Dit onevenwicht zorgt ook voor uitdagingen in de ontvangende landen, omdat het hoge aantal studenten de toegankelijkheid alsook de kwaliteit van het onderwijs onder druk kan zetten.”

Van Engelshoven vindt het dan ook een gezamenlijke verantwoordelijkheid van de EU om te zorgen voor een betere brain circulation. “Wij moeten ons gezamenlijk inzetten om de braindrain en braingain te veranderen in een echte braincirculatie. Een eerste stap daarbij is het in kaart brengen van de studentenmobiliteit in Europa. Zowel voor de studiepunten als ook de diplomamobiliteit.”

Maar hier ligt ook een verantwoordelijkheid voor individuele landen, zei de minister en wees daarbij op de Wet Taal en toegankelijkheid die nu voorligt in de Eerste Kamer. Overigens heeft deze wetsbehandeling vertraging opgelopen, omdat hij door het hoge aantal amendementen in de Tweede Kamer drastisch is veranderd. De Eerste Kamer heeft daarom gevraagd aan de Raad van State opnieuw advies uit te brengen over deze wet.

Samen in de EU instroom beteugelen

Toch vindt de minister dat dit soort nationale wetten om de instroom te beperken wel in samenhang met andere landen moet worden bezien. “Een volgende stap is dan nadenken over nationale oplossingen om de mobiliteitsstromen beter te kunnen sturen. Ik werk daarom aan een wetsvoorstel in Nederland dat onder meer regelt dat er grondig wordt nagedacht over de meerwaarde van opleidingen in het Engels, in plaats van in het Nederlands. Wij moeten in nauw contact met elkaar blijven, wanneer we dit soort maatregelen nemen, die bedoeld zijn om de studentenmobiliteit beter onder controle te krijgen,” zo benadrukte de D66-bewindsvrouw.

Op Europees niveau moeten we vooral blijven werken aan de kwaliteitsverbetering van het hoger onderwijs in alle lidstaten, zei Van Engelshoven. “Hierbij moeten we elkaar ondersteunen. Het convergeren van de kwaliteit van Onderwijsstelsels zal er uiteindelijk voor zorgen dat die mobiliteitsstromen ook gelijker worden.”

Tot slot benadrukte de minister het belang van het initiatief van de Franse president Emmanuel Macron voor een netwerk van Europese Universiteiten. Een initiatief waar inmiddels de UvA, Universiteit Maastricht, UTwente en Universiteit Utrecht in participeren.

Op weg naar een echt Europees diploma

Nederland verwelkomt ook het initiatief voor de Europese Universiteiten, zei Van Engelshoven. “Dit draagt bij om aan het doel van een evenwichtige brain circulation te werken. Hoger onderwijsinstellingen uit de gehele EU moeten kunnen deelnemen aan het initiatief. Dat we werken aan gezamenlijke programma’s en gezamenlijke diploma’s. Ik hoop dat we samen kunnen werken aan deze en andere initiatieven om een gebalanceerde mobiliteit tussen lidstaten te stimuleren.”


Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
«

ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.

Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan

OK