Lang leve de loting! Of toch niet?

Opinie | door Timon de Boer
20 februari 2020 | Om kansengelijkheid in het hoger onderwijs te vergroten moet loten weer mogen, als het aan de Tweede Kamer ligt. Gewogen loting zorgt echter ook voor kansenongelijkheid voor scholieren.

Met overtuigende meerderheid werd dinsdagmiddag een motie in de Tweede Kamer aangenomen om loting als selectie-instrument weer mogelijk te maken bij studies met een numerus fixus. Gejuich alom onder Kamerleden, vertegenwoordigers van de LSVb en minister Van Engelshoven. De (gewogen) loting is volgens hen immers eerlijker en het zorgt voor gelijkere kansen dan decentrale selectie. De hosanna-stemming over loten is echter wel erg overdreven, want dit instrument brengt ook de nodige problemen met zich mee.

Voor de volledigheid: een gewogen loting houdt in dat scholieren met een gemiddeld examencijfer van een 8.0 of hoger altijd toegelaten worden. Studenten met een lager cijfer worden geloot, waarbij het gemiddelde cijfer bepaalt hoeveel kans je maakt. Het gemiddeld examencijfer wordt opgebouwd uit eindexamencijfers uit de zesde klas en schoolexamencijfers die scholieren verzamelen tijdens jaar 4 en 5 op het VWO.

Loting en kansengelijkheid

Het voornaamste argument voor gewogen loting is dat het beter is voor de kansengelijkheid. Er zijn inderdaad onderzoeken die vinden dat decentrale selectie negatieve effecten heeft voor studenten met een migratie-achtergrond en studenten uit een lager sociaal-economisch milieu. De meest gebruikte verklaring hiervoor is dat deze studenten minder toegang hebben tot trainingen, coaches en hoogopgeleide familieleden die ze door het selectieproces heen helpen.

Het probleem is dat deze oneerlijke voordelen behouden blijven bij gewogen loting, alleen zorgen ze er dan voor dat scholieren uit een gunstig milieu vaker de magische 8 als eindcijfer halen. Er zijn immers genoeg onderzoeken waarin wordt gevonden dat cijfers ook sterk afhankelijk zijn van geografische, demografische en economische afkomst. De kansenongelijkheid én de wildgroei aan trainingsbureaus blijft met gewogen loting dus alsnog bestaan.

Ten tweede, loten heeft grote nadelen voor scholieren die net geen 8 halen. De 8 is een arbitraire grens, en het is lastig te bewijzen dat een scholier met een 8,0 als gemiddeld cijfer echt significant veel beter is dan eentje met een 7,9. Zeker als je niet meeneemt hoe en onder welke omstandigheden deze cijfers tot stand komen. Toen ik naar de universiteit ging was loten nog toegestaan, en elk jaar hoorde je verhalen van scholieren die een gemiddelde van een 7,9 hadden omdat ze ziek waren tijdens examens, te kampen hadden met persoonlijke omstandigheden, of tijd kwijt waren aan topsport of andere extracurriculaire activiteiten om vervolgens (meermaals) uitgeloot te worden.

"De kansenongelijkheid blijft met gewogen loting alsnog bestaan"

Een van de redenen om decentrale selectie in te voeren, was zodat deze studenten niet alleen beoordeeld zouden worden op hun cijfers, maar ook op andere capaciteiten. Deze aanvullende capaciteiten worden dan getoetst door middel van bijvoorbeeld motivatiebrieven, interviews of aanvullende tests. Ondanks het feit dat al deze instrumenten ook hun uitdagingen hebben, creëren ze wel meer mogelijkheden voor scholieren om zich te onderscheiden.

In feite kun je zeggen dat een gewogen loting voor een deel zeer strenge selectie is op slechts een enkel criterium, namelijk het gemiddelde cijfer. Dit is hoogst frappant, aangezien het voor universitaire masters momenteel wettelijk verboden is om te selecteren op maar één selectiecriterium. Selectie is voor bachelors en masters weliswaar zeer verschillend, maar het is op zijn minst opmerkelijk dat een selectieprocedure die voor masters niet mag, voor bachelors wel weer zou mogen.

Radicalere oplossingen?

Wat kan dan wel werken? Een radicale oplossing kunnen we halen uit de VS. Daar wordt vaak met quota gewerkt, waarin cohorten dusdanig geselecteerd worden dat ze representatief zijn voor de samenleving. Daarnaast moeten we kritisch blijven kijken naar de manier waarop opleidingen selecteren en welke instrumenten ze gebruiken. Het is wellicht te overwegen om in te zetten op een selectietraject dat deels decentraal is en deels geloot, zonder terug te gaan naar de gewogen loting van weleer.

De dinsdag aangenomen motie biedt ruimte aan de minister om hierin keuzes te maken, en uiteindelijk zullen opleidingen hier zelf ook een afweging in moeten maken. Hoewel er genoeg zaken te verbeteren zijn aan de huidige decentrale selectie is gewogen loting binnenhalen als de redder van de kansengelijkheid van het hoger onderwijs mijns inziens onterecht optimistisch.

Timon de Boer :  Onderzoeker innovatiewetenschap Universiteit Utrecht

Onderzoeker innovatiewetenschap aan de faculteit Geowetenschappen van de Universiteit Utrecht. Hij doet onderzoek naar evidence-based masterselectie.


Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
«

ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.

Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan

OK