Selectie is per definitie in strijd met kansengelijkheid

Nieuws | door Frans van Heest
12 februari 2020 | Matching, selectie, een verzwaard programma aan het begin van de bachelor. Het zijn allemaal vormen van selectie die de kansenongelijkheid in de hand werken.
Sebastiaan Steenman, bij het symposium over selectie aan de poort

Wat werkt wel en wat niet bij selectie aan de poort? Hierover gingen onderzoekers van verschillende universiteiten en hogescholen met elkaar in discussie op een symposium, georganiseerd door de Vereniging voor Onderwijs Research op de Universiteit Utrecht. Een van de sprekers was Sebastiaan Steenman, universitair docent bij het departement bestuurs- en organisatiewetenschap van de Universiteit Utrecht. Hij stelde dat er vaak als het gaat om selectie veel begripsverwarring is.

Heeft alles te maken met toegankelijkheid

De belangrijkste reden waarom opleidingen ervoor kiezen om selectief zijn, heeft volgens Steenman alles te maken met het grote idee van toegankelijkheid, zoals we dat in het hoger onderwijs kennen. “De basisgedachte is dat iedereen met een vwo-diploma in principe naar de universiteit zou moeten kunnen en daar ook succesvol zou moeten zijn. En dat geldt ook voor de master. Dat is de basis van het systeem, zoals we dat in Nederland hebben.”

Het gaat bij selectie veelal over instroombeperking in plaats van selectie. “De redenen om capaciteit te beperken kunnen echter heel uiteenlopend zijn.” Onderwijskwaliteit en organiseerbaarheid zijn daarbij de voornaamste redenen, maar als het gaat om een capaciteitsfixus zouden ook andere redenen mogelijk zijn.” Ook een arbeidsmarktfixus die je kunt overwegen.

Wij accepteren dat we geschikte kandidaten afwijzen

De aard van de capaciteitsbeperking is volgens Steenman van wezenlijke invloed op de verantwoordelijkheid die een opleiding moet nemen. “Bij selectie vanwege capaciteitsbeperking accepteren we dat we geschikte kandidaten afwijzen. Bij selectie zonder capaciteitsbeperking, die we in de praktijk vooral in de master tegenkomen, selecteren we zonder dat we van tevoren hebben vastgesteld hoeveel kandidaten er kunnen zijn. We selecteren dan dus in principe ongeschikte kandidaten uit.”

“Volgens mij betekent dat ook iets voor de bewijslast. Als je selecteert met capaciteitsbeperking dan heb je minder bewijslast nodig, omdat je accepteert dat je geschikte mensen afwijst. Als je selecteert zonder capaciteitsbeperking, dan heb je volgens mij een veel zwaardere bewijslast nodig als opleiding om te kunnen zeggen dat de student het inderdaad niet zal gaan halen.”

Natuurlijk is er sprake van zelfselectie

Steenman bespeurt begripsverwarring bij de termen zelfselectie en kansengelijkheid die een prominente rol spelen in de Strategische Agenda van de minister. “Natuurlijk is er sprake van zelfselectie. Studenten kiezen een opleiding op basis van allerlei kenmerken van die opleiding en zelfselectie is in zichzelf een basiskenmerk van hoe wij nu de toegankelijkheid hebben geregeld.”

Ook de matchingsactiviteiten, waarbij studenten in aanloop van het studiejaar zelf kunnen ontdekken of een opleiding bij ze past, is een vorm van selectie. “Dat is selectie met alleen maar het element van zelfselectie. Het is ook de oplossing die de minister ook steeds voorstelt. Waar het in de praktijk over gaat is zelfselectie op basis van alleen het kenmerk dat alleen een opleiding selecteert dat is iets waar we eigenlijk nog heel weinig over weten.”

Overigens is het niet zo, zo stelt de Utrechtse onderzoeker, dat iedere studie met selectie ook minderheidsgroeperingen uitsluit, waarbij hij de opleiding farmacie aan de UU als voorbeeld neemt. “Aan de andere kant zien we ook diverse opleidingen, met een relatief gezien grote groep eerste generatiestudenten met een migratieachtergrond die wel selecteren. Wat dat betreft zou je in een traditioneel Popperiaanse gedachte kunnen zeggen: dat het idee dat het hebben van selectie in zichzelf meteen een bias heeft gefalsificeerd is.”

Het jaar van een student verspelen

Kansengelijkheid houdt volgens Steenman in dat iedereen gelijke kansen heeft en dat kan maar op een manier van selectie betrekking hebben, stelt hij. “Als je ergens op selecteert dan hebben de studenten die een bepaald kenmerk hebben waarop geselecteerd wordt vanzelfsprekend meer kans om binnen te komen. Daarmee is selectie per definitie in strijd met kansengelijkheid.” Het is een ruwe constatering waarmee hij feitelijk voor ongewogen loting pleit. “Als het gaat om het voorkomen van bias in je instrumenten, dan is het de logische conclusie.”

In het verlengde hiervan zou er in de discussie over selectie ook meer aandacht moeten zijn voor het selecteren na de poort, zegt Steenman. “Er is nu een extreem onderscheid tussen selectie voor en na de poort. Er zijn opleidingen in dit land – en ik ga zeker geen namen noemen – die het eerste jaar zo programmeren dat binnen een half jaar veel studenten afvallen. Dat is net zo goed selectie, maar dat is selectie waarbij je een jaar van het leven van een student verspeelt.”

Volgens hem zijn er genoeg goede redenen om te pleiten voor selectie na de poort, maar is ook hier een scherpe blik op de praktijk noodzakelijk. “Na de poort is er veel meer tijd voor een grondige selectie. Dat is een normatief argument dat je zou kunnen maken, maar het zou in ieder geval onderdeel moeten zijn van dezelfde discussie. Dit is wel iets wat in het debat vaak ontbreekt.”

We zien een enorm verschil in wat die vwo-cijfers voorspellen

Aan het eind van zijn bijdrage ging Steenman nog in op de voorspellende variabelen die bruikbaar zijn bij selectie, waarvan er een heel duidelijk uitspringt. “Wat een goede voorspeller is, hangt natuurlijk af van wat je wilt voorspellen. In Utrecht hebben we gekeken naar wat de samenhang is tussen vwo-cijfers en de verschillende type prestaties in het eerste jaar van een opleiding. We zien een enorm verschil in wat die vwo-cijfers eigenlijk voorspellen.”

Zo voorspellen de cijfers vooral cognitieve vaardigheden, zo blijkt uit het Utrechtse onderzoek. “Als je naar alle andere type vaardigheden kijkt die getoetst worden in de opleiding, dan zien we bijvoorbeeld dat het toepassen van kennis en begrip een voorspellende waarde heeft van 12% op basis van het vwo-cijfer.” Dat vergt logischerwijs per opleiding andere selectie-instrumenten. “Een opleiding die in de bachelor veel meer leunt op kennis en begrip heeft andere instrumenten nodig, dan een opleiding waar toepassen of iets bedenken belangrijker zijn.”

Je moet opnieuw naar je toetsing kijken

Als selectie wordt ingevoerd is het daarom ook belangrijk om de toetsing in de opleiding scherp tegen het licht te houden, zo zei de Utrechtse bestuurskundige. “De eerste vraag die je moet stellen bij selectie is welke vaardigheden zijn belangrijk in de opleiding? Dan moet je dus ook kijken naar de toetsing. Dat is ook uiteindelijk waar onze studenten zich op voorbereiden. Dus het invoeren van selectie vraagt ook aan opleidingen vaak om opnieuw naar hun eigen toetsing te kijken. Zijn de leerdoelen wel voldoende in opleiding geborgd?”

Het is zaak om die leerdoelen ook te verankeren in de selectie. Op een dusdanige manier dat het nog wel eerlijk blijft. “Kunnen we dat dan niet op de een of andere manier versimpelen, zonder allerlei voorkennis van de selectie bij trainingsbureaus terechtkomt, die daar weer gebruik van kunnen maken.”

Aan het eind van zijn betoog gaf de Utrechtse onderzoeker al wel een klein inkijkje naar onderzoek waar hij momenteel met bezig is. Met veel slagen om de arm, was hem wel iets opgevallen en dat ging over aanbevelingsbrieven van docenten in het voortgezet onderwijs. “Ik ga heel voorzichtig zijn met conclusies trekken. Maar een van de dingen mij verbaasd heeft is de voorspellende waarde van aanbevelingsbrieven. Die is bij ons zeker bij drie opleidingen heel hoog. Bij mijn eigen opleiding stond ik op het punt om te zeggen: we gaan ze afschaffen want iedereen is altijd heel positief en blij over de studenten die ze aanbevelen. Het lijkt alsof de aanbevelingsbrief een goede voorspeller is. Daar moet ik nog veel dieper induiken. Maar dit vind ik wel een integrerend voorlopig resultaat.”

Frans van Heest : 

ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.

Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan

OK