De uitdaging ligt niet in de techniek, maar in de mensen

Verslag | de redactie
3 maart 2020 | "De mensen meekrijgen is verreweg de grootste uitdaging." Het midden- en kleinbedrijf kan zich dankzij de digitalisering op vele manieren opnieuw uitvinden. Volgens lector Smart Business Maarten van Gils (HAN) is de menselijke factor daarbij alsnog de meest belangrijke.
Maarten van Gils tijdens zijn lectorale rede- Foto: Rachelle Stoffels

De vierde industriële revolutie De eerste industriële revolutie was de water- en stoomkracht, gevolgd door elektriciteit en de verbrandingsmotor. Vanaf halverwege de vorige eeuw zorgde automatisering voor de derde omwenteling. – die van het internet – biedt bedrijven bijna dagelijks de mogelijkheid om nieuwe innovaties toe te passen. Toch is zeker niet elke mkb’er toegerust om een dergelijke wens om te zetten in een nieuwe werkelijkheid binnen het bedrijf. Dat probleem wil Maarten van Gils oppakken en bestuderen binnen het lectoraat smart business, zo blijkt tijdens zijn lectorale rede getiteld ‘Smart up or shut down’.

Sinds kort is Van Gils naast lector ook trekker van een van de zwaartepunten van de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen: het zwaartepunt Smart Region. Volgens collegevoorzitter Kees Boele, die uitlegt dat zijn hogeschool drie zwaartepunten heeft benoemd, is het van belang dat zijn instelling keuzes maakt. “Wij zijn een zeer grote instelling en het is zaak dat we versnippering tegengaan. Waarom we die zwaartepunten overigens Engelse namen hebben gegeven is mij dan weer niet helemaal duidelijk…”

Wat goed is komt snel

De keuze voor Smart Regions en de aanpak om nauw betrokken te zijn bij het bedrijfsleven, passen bij het praktijkgericht onderzoek vindt Boele. “Dit is de manier om van de HAN een echte University of Applied Sciences te maken. We zijn zo op meerdere niveaus, in het onderwijs en in het onderzoek, bezig met innovatie in het lokale bedrijf, en dat gaat ontzettend hard. Wat goed is komt snel.”

Maarten van Gils - Rachelle Stoffels

Snelheid is inderdaad het sleutelwoord illustreert Van Gils in zijn rede. “Partijen waar we vijf jaar geleden nog niet van gehoord hadden zijn nu marktleider.” Hij geeft het voorbeeld van PicNic, een bezorgservice voor boodschappen, begonnen in 2015, die inmiddels al de grootste is, nog voor Albert. “Zij hebben ingezien dat de route van distributiecentrum direct naar de klant sneller en goedkoper is. Dat heeft hun een enorme voorsprong gegeven.”

Dezelfde digitale technieken die het mogelijk maken, zelfs voor compleet nieuwe bedrijven, om zich zo snel door de markt te bewegen zijn tegelijkertijd de bedreiging voor de traditionele merken. “Van Free Record Shop tot Kijkshop, van Coolcat tot Schoenenreus, ze zijn allemaal door de digitale wereld kapotgemaakt.” Volgens Van Gils zorgen de vaak conservatieve opvattingen binnen bedrijven ervoor dat ze de boot missen.

Integrale oplossing

Dat de digitale revolutie ook het begin kan zijn van een nieuw bedrijfsmodel, wordt geïllustreerd door Arjan Ester. De directeur van strooiwagenfabrikant Aebi Schmidt opent met de nuchtere constatering dat zijn traditionele maakbedrijf zo zijn eigen uitdagingen heeft naast digitalisering. “Als je deze winter naar buiten hebt gekeken zou je kunnen zeggen dat je in mijn business niet bepaald in een groeimarkt zit.” Aanzienlijk meer strooiwagens verkopen lijkt dus geen haalbare kaart voor de marktleider.

De afgelopen jaren heeft het bedrijf van Ester, dat 1600 mensen in dienst heeft, zijn bedrijfsmodel dan ook radicaal omgegooid. “We zijn ons om gaan vormen van een hardware leverancier naar ‘ontzorger’ met oplossingen voor al onze klanten. Onze taak houdt dan ook niet meer op bij de aflevering van de wagen, dat is pas het begin.”

Wat dat ontzorgen inhoudt? “Inmiddels is het zo dat een aantal Nederlandse gemeenten zelf al geen strooiwagens meer heeft. Die zijn allemaal bij ons in beheer, en wij rijden ze ook. Wij regelen dat er met een druk op de knop van de afnemer een vloot strooiwagens komt.” Door middel van een verregaande digitalisering houdt het bedrijf de weersomstandigheden, routes en ook prestaties van de vloot bij.

De adviserende en uitvoerende rol leveren meerwaarde die voor de klant interessant is. “We kunnen door een modem op de strooiwagens, centrale aansturing en ons eigen personeel veel meer doen aan optimalisatie dan een partij die alleen het materiaal bij ons afneemt.” Als voorbeeld noemt hij de dosering strooizout. “Met de nieuwste wagens kun je af met vier keer minder zout, maar wij merken toch dat deze boodschap bij externe partijen niet altijd aankomt.”

Van onbegrip naar begrip

Het verhaal van Ester prikkelt de aanwezige ondernemers in de zaal. Een daarvan wil weten wat de grootste uitdaging is geweest in de omwenteling. “Zonder twijfel kan ik zeggen dat dit niet bij de techniek lag, maar bij de mensen. De mensen meekrijgen om van traditioneel maakbedrijf naar servicebedrijf over te gaan is veruit de grootste uitdaging geweest.”

Het is de slag van onbegrip naar begrip, waar Van Gils vanuit zijn opdracht specifiek de aandacht op wil vestigen. “Het is ontzettend belangrijk om niet alleen aandacht te hebben voor de technologie, maar ook op de vraag hoe je die weet te bemachtigen en wie deze dan moet toe gaan passen.” Op de weg van de interesse in een nieuwe technologie of procedure naar het daadwerkelijke toepassen ervan ziet hij de meeste problemen ontstaan.

Want waar het optimaliseren van staande praktijken vaak nog wel een haalbare kaart is voor een middelgroot bedrijf, zijn sommige technologieën zo revolutionair dat medewerkers voor hun gevoel van de ene op de andere dag in een ander bedrijf werken. “Denk aan een bedrijf als ATAG. Dat heeft momenteel magazijnen vol met reserveonderdelen. Voor elk apparaat dat zij maken zijn honderden onderdelen in opslag. Met een techniek als 3D-printing, waarbij je ‘on demand’ vervangende onderdelen kunt produceren, gooi je een hele afdeling overhoop.”

De ‘wie-vraag’ kan ook beantwoord worden op minder conventionele manieren benadrukt hij. “Bij veel van de voorbeelden die ik voorbij zie komen is het samenwerken met een concullega noodzakelijk, maar dat vindt niet iedereen even makkelijk.” In gesprek met het plaatselijk mkb wil Van Gils deze horden slechten. “Uiteindelijk moet het zo zijn dan de hogeschool een natuurlijke partner wordt om te betrekken bij dit soort veranderprocessen.”


Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
«

ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.

Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan

OK