Havo’s en Saxion werken samen aan ‘havo van de toekomst’

Nieuws | de redactie
5 maart 2020 | In het project 'de havo van de toekomst' werken middelbare scholen en hogeschool Saxion samen aan het verbeteren van de havo en de doorstroom naar hbo.
Ministers Ingrid van Engelshoven en Arie Slob in gesprek met havo-leerlingen – Foto: Rijksoverheid

Wie van een afstand naar de havo kijkt ziet dat er prangende problemen zijn in dit deel van het onderwijsgebouw. Slechts 35 procent van de leerlingen haalt momenteel in vijf jaar het havo-diploma, en nog altijd vallen er in het hbo veel studenten uit omdat de overstap vanaf de middelbare school te groot is.

In Twente slaan twaalf middelbare scholen de handen ineen met hogeschool Saxion om hier verbetering in te brengen onder de noemer ‘havo van de toekomst’. Afgelopen maandag bracht een zware delegatie van twee ministers en de voorzitters van de VO-Raad en Vereniging Hogescholen een bezoek aan de hogeschool om zich hierover te laten informeren.

Eigenaarschap bij de school

De scholen die meedoen in het project zijn ervan doordrongen dat zoals de havo er nu uitziet niet optimaal is voor havisten, en niet voldoende voorbereidt op het hbo. Het project gaat uit van een coachingstraject waarbij coaches van Saxion teams begeleiden in het ontwerpen van nieuwe onderwijsvormen en -onderdelen. “De coaches hebben geen rol in de inhoudelijke sturing, maar begeleiden het proces en kunnen uiteraard inzichten uit bijvoorbeeld onderzoek inbrengen,” vertelt senior onderzoeker en coach Sandra van Aalderen (Saxion).

Elke maand houden de coaches een sessie met de twee teams die de coach begeleidt. “De ene maand is dat met de bovenschoolse leerteams, en de andere met de binnenschoolse leerteams, we proberen daarbij verschillende expertises bij elkaar te brengen.” Aan het eind van dit schooljaar presenteren de leerteams waar zij mee gekomen zijn.

Kernbegrip in het hele proces is ‘eigenaarschap’ benadruk Van Aalderen. “Het zijn uiteindelijk de onderwijskundig leiders op die scholen die ervoor moeten zorgen dat wat er aan ontwikkeling is binnen het eigen leerteam ook in het gehele havo-team landt.” Zo begeleiden coaches vanuit Saxion ook een team met schoolleiders, zij dragen uiteindelijk de verantwoordelijkheid dat er op een school ook ruimte en erkenning voor onderwijsinnovaties komt en blijft.

Het probleem ligt niet bij de leerling

Het uitgangspunt bij het project is duidelijk, ziet minister Van Engelshoven. “De problemen op de havo liggen niet bij studenten maar aan hoe we het onderwijs organiseren.” Te vaak nog worden bij deze dergelijke problematiek de ballen gespeeld op het slachtoffer, ziet ook voorzitter van de vo-raad Paul Rosenmöller. ”Dat het uitgangspunt is dat het onderwijs zelf in dit project centraal wordt gesteld vind ik heel terecht en bovendien ook professioneel”

“We onderschatten de leerling stelselmatig, en wat ik mooi vind aan dit project is dat we er niet van uitgaan dat leerlingen gewoon ‘lui’ zijn, maar het bij onszelf zoeken.” Dat wil niet zeggen dat leerlingen niet betrokken moeten worden bij een verbetertraject, aldus Rosenmöller. “Integendeel, zij kunnen juist heel goed aangeven wat eraan schort en welke verbeteringen hen meer zouden motiveren en in de gelegenheid stellen betere keuzes te maken.”

Meer praktijk op de havo

Een van die punten waarop zeker nog verbetering mogelijk is, is in de voorbereiding op de profielkeuze. Zo wordt er geëxperimenteerd met praktijkgerichte stages op de havo zodat leerlingen zich beter kunnen oriënteren. “Het is nog wel moeilijk om die stages los te koppelen van de vakken. De havo is een trechter waar iedereen door moet, en de vakken krijgen de overhand,” vertelt een docent. “Het hbo is misschien praktijkgericht, maar havo is dat maar mondjesmaat.”

Zo’n ervaring is een enorme opsteker voor de motivatie van leerlingen legt een aanwezige schoolbestuurder uit. “Dat is een prachtige constatering maar we moeten ook de ruimte hebben hier op grotere schaal vorm aan te geven. In de onderbouw ervaren we nog wel de ruimte om leerlingen een brede basis te geven maar eigenlijk is vanaf het vierde jaar het eindexamen het enige dat telt.”

Op de vraag van minister Slob wat er dan eigenlijk anders zou moeten antwoord een schoolbestuurder resoluut: “minder examenvakken. Het is al zo dat we vanaf het vierde jaar eigenlijk alles in dienst doen van het eindexamen, en zodoende heb je nagenoeg geen tijd meer voor andere onderwerpen. Het schrappen van een paar vakken zou al erg helpen.” Hij neemt het mee zegt Slob, maar geeft geen inhoudelijk reactie.


Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
«

ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.

Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan

OK