Het probleem is dat de Nederlanders de kunst van het Verstehen niet verstaan

Interview | de redactie
22 april 2020 | "In veel gevallen is de rationele analyse een grote plus, maar het is niet altijd voldoende. Soms is het zelfs helemaal onvoldoende." Volgens hoogleraar Europese geschiedenis Mathieu Segers (Maastricht University) is het de botsing tussen technocratische houding van de Nederlanders, en de geesteswetenschappelijke traditie van de Zuid-Europeanen die ten grondslag liggen aan de recente botsing binnen Europa.
Mathieu Segers – Foto: H. van Herk

Uitzonderlijke tijden, dat zijn het voor de Europese Unie. Hoogleraar Mathieu Segers (Maastricht University) bestudeert al sinds zijn proefschrift de eigentijdse Europese geschiedenis. Hij is een man met een missie. “Mijn leeropdracht is het schrijven van een eigentijdse Europese geschiedenis vanuit Europees perspectief.” Niet vanuit het individuele perspectief van de 27 lidstaten dus, maar het trans-Europees perspectief.

Maar hoe schrijf je een geschiedenis vanuit het oogpunt van de ander, en zelfs iedereen? Dat moet gebeuren vanuit het ‘Verstehen’, de geesteswetenschappelijke benadering die het ‘begrip’ van een onderwerp centraal stelt, in tegenstelling tot de meer natuurwetenschappelijke benadering waarin men tracht een fenomeen te ‘verklaren’. “We gaan er daarbij vanuit dat een mens kan begrijpen wat een ander mens gemaakt heeft, juist omdat we allemaal mensen zijn.”

Het Verstehen vergt een enorme investering. “Je moet een taal leren, boeken lezen uit een cultuur die niet je eigen is, belangrijke teksten vertalen, je verdiepen in een ander en de interactie aangaan.” Dat alles om een diepgaand begrip te krijgen van een andere manier van denken en de achtergronden daarvan, en dus ook in welke positie gebeurtenissen in de geschiedenis innemen, welke lading ze hebben.

“Een geschiedkundige moet zich onderdompelen en verdiepen in een ander om te begrijpen wat diegene beweegt.” En dat heeft vaak veel minder te maken met een causaal model van de werkelijkheid, waar je een hypothese opstelt en vervolgens test met een experiment. “Dit gaat over het je daadwerkelijk verplaatsen in een ander. Dat is de manier om een Europese geschiedenis te schrijven. Dan krijg je een trans-Europese geschiedenis en zie je oplichten wat door nationale regeringen aan het licht onttrokken wordt, namelijk dat er onderling ongelooflijk veel verbanden zijn binnen Europa.”

Een gebrek aan empathie

“Verstehen komt uiteindelijk neer op empathie.” En het was empathie dat gemist werd tijdens het gesprek tussen de Europese ministers van financiën, toen zij eind maart over de steunmaatregelen voor de coronacrisis kwamen te spreken. De terughoudende en beleidsgerichte opstelling van Wopke Hoekstra wreekte hem. Hij wilde het, voordat hij het over onderlinge steun zou gaan, eerst hebben over wat er in zijn ogen mis was in de Italiaanse en Spaanse economie. Een vraag die zo verkeerd viel dat zelfs de begrotingsbroeder Duitsland het optreden “niet doelgericht en ook ongepast” noemde.

Volgens Segers was dit ook niet het juiste moment voor Nederland om de discussie aan te vliegen op deze manier. “Je suggereert een eendimensionale, beleidsmatige, verklaring en met die benadering verlies je de politieke dimensie – en daarmee ook het Verstehen – uit het oog.”

En juist die geesteswetenschappelijke traditie, die bepaald anders van aard is dan de technocratische, heeft in de Zuid-Europese landen de diepste wortels. “Daar is altijd ruimte voor de grillen van de geschiedenis. Daar is altijd ruimte voor dat wat niet in causale verbanden te vatten is. Het besef dat je alleen met de geschiedenis om kunt gaan door ook ruimte te laten voor dat wat rationeel niet goed te vatten is.”

"Je kunt alleen omgaan met de geschiedenis door ruimte te laten voor wat niet rationeel te vatten is."

“In de politiek gaat het ook over vergevingsgezindheid, moraal, vriendschap, en vijandschap, en het besef dat die zaken niet bestaan zonder beleidsdaden, maar ook andersom: dat beleidsdaden en acties nooit vrij zijn van politiek en normatieve lading.” Het gesprek over de aanpak van de crisis is een spel van politieke maatvoering, waarin zowel het grote verhaal als de kleine lettertjes nodig zijn om een positie van invloed te behouden.

Dat spel moet je niet alleen overlaten aan het Ministerie van Financiën, vindt Segers. Toch staat dit ministerie er in de Europese context wel vaak alleen voor. “Nederland heeft geen staatssecretaris van Europese zaken, Rutte heeft geen Europese staf, dus uiteindelijk komt het vaak alleen op de minister van Financiën aan. Het Nederlandse Ministerie van Financiën is een voorbeeldig ministerie van financiën. Maar wel op basis van zijn kracht: de technocratie. Zodra het politiek wordt, zien ze belangrijke ingrediënten over het hoofd en neemt het risico op verkeerde inschattingen navenant toe.”

Verliefd op beleid

Wat je bij de rekenaars aan het Korte Voorhout in Den Haag herkent is wat Segers typeert als: “de Nederlandse verliefdheid op beleid, als vervanging van politiek. In veel gevallen is die voorliefde voor good governance en rationele analyse een absolute plus in het analyseren van problemen en denken in oplossingen. Maar het is niet altijd voldoende. Soms is het zelfs helemaal onvoldoende.”

Met zijn opstelling speelde Hoekstra een kaart waar de andere Europese landen inmiddels genoeg van hadden. “Nederland heeft sinds de tijd van Gerrit Zalm een reputatie opgebouwd die het niet makkelijk maakt.” De oud-minister van Financiën was de eerste die de vraag stelde wie nu eigenlijk de ‘nettobetalers’ waren van de Unie. “Dat was aanvankelijk een reëel gesprekspunt, het heeft geleid tot een korting van de Nederlandse bijdrage en er zijn andere maatregelen voor getroffen.”

Het redeneren vanuit de vraag wie netto het meest investeert in de Unie is sindsdien niet meer weg te denken uit de Nederlandse politiek. “Het is een argument dat zo goed aanslaat dat het ervoor zorgt dat iedere Nederlandse minister van financiën steeds in de verleiding komt om ten behoeve van de binnenlandse politiek, en haar of zijn nationale positie, een strenge houding ten opzichte van de muntunie aan te nemen. Ze doen het allemaal, niemand kan er weerstand tegen bieden.”

De fixatie met de betalingspositie zorgt ervoor dat er op het gebied van solidariteit een blinde vlek is ontstaan. Een die steeds weer blijkt als de Nederlanders hun inzet in het Europese debat inbrengen. Nederland wil best meedoen aan Horizon Europe of de ERC, zo lang het maar netto-ontvanger is van onderzoeksgelden. Europese studentmobiliteit is mooi, tot het moment dat ook maar het vermoeden ontstaat dat internationale studenten onevenredig vaak voor Nederland kiezen, dan moet er ineens een fonds komen om dit te repareren. Niet alleen kan het in Europa maar op weinig steun of bijval rekenen, het zorgt er bovendien voor dat het kleine Noord-Europese land er in toenemende mate een ondermaatse reputatie op nahoudt.

De dwaalwegen van het causaal verband

Moet Nederland dan maar de portemonnee trekken om ons gebrek aan empathie te compenseren? “Nee.” Volgens Segers heeft Nederland zeker een punt als het gaat om financieel prudent handelen, maar gaat het in de eerste plaats om de manier waarop je hier rekenschap van geeft. “Nederland wordt pas weer geloofwaardig als ze stopt met het tekenen van karikaturen en het inhoudelijke gesprek aangaat over wat nodig is, met erkenning van de onderlinge verschillen.”

Het is lange tijd taboe geweest om de cultuurverschillen in Europa, die er zeker zijn, te erkennen. “Tot nu toe werden die verschillen altijd afgedekt met beleid, maar die tijd is voorbij. Als je doet alsof er geen verschillen zijn, alsof iedereen dezelfde behandeling nodig heeft, dan draai je de mensen een rad voor de ogen. Dan doe je net alsof alle Europeanen inwisselbaar voor elkaar zijn. Dat is een stelling die niet langer houdbaar is.”

"De cultuurverschillen in Europa bieden geen sluitende verklaring voor wat er aan de hand is."

Maar erkennen is wel iets fundamenteel anders dan benoemen zoals oud-voorzitter van de Eurogroep Jeroen Dijsselbloem dat ooit op zo beruchte wijze deed met zijn ‘Schnaps und Frauen’ opmerking. “Iedereen die het serieus meent met een constructieve agenda doet er verstandig aan om zeer terughoudend te zijn met het op die manier benoemen van verschillen. Als je de verschillen gaat benoemen, zeker als dat op karikaturale wijze gedaan wordt, loop je onherroepelijk vast in nutteloze simplificaties.”

Het causale denken heeft ons ongelooflijk veel inzicht gebracht, maar je slaat er volgens Segers ook de werkelijkheid mee plat. “Het causale redeneren is een bijzonder krachtige benadering, het heeft ons ongetwijfeld meer grip op de wereld gegeven. Maar het kan ook de onterechte suggestie wekken dat dit type van verklaren alles is dat we nodig hebben om de wereld om ons heen volledig te begrijpen.” Het is wat de Franse filosoof Henri Bergson (1859 – 1941) beschreef als de ‘dwaalwegen van het causaal verband’.

Nederland is gevoelig voor die dwaalwegen. “De cultuurverschillen in Europa bieden namelijk geen sluitende verklaring voor wat er aan de hand is. Er bestaat geen eendimensionaal causaal verband tussen de geschiedenis en de cultuur. Maar cultuur is wel een factor die helpt bij het beter begrijpen van de geschiedenis.”

De geesteswetenschappelijke traditie is veel minder prominent in Nederland dan in bijvoorbeeld Italië of Spanje. “Dat zie ik ook terug in mijn onderwijs. Italiaanse studenten die ik begeleid schrijven totaal andere scripties dan mijn Nederlandse studenten. Zij schrijven verhalen die rijk zijn in nuances en redeneren vanuit intern consistente redeneringen die rekening houden met meer dan één causaal verband. Daar zie je een diepere laag van hun cultuur die wij niet meer hebben omdat we het hebben vervangen door een focus op het beleidsachtige discours.”

Dit is een onvoorziene omstandigheid

Natuurlijk is het zo dat gebeurtenissen als de financiële crisis en de vluchtelingencrisis – en de reactie daarop – meespelen in de houding die de Italianen zich op dit moment aanmeten. Dat valt ook volgens Segers niet te ontkennen. “Het is alleen niet de hele verklaring. De afkeer van de Nederlandse houding is zo groot omdat de Nederlanders de indruk wekken dat ze niet inzien dat dit een onvoorziene omstandigheid is, en dat het daarom vreemd is om over regels voor begrotingsdiscipline te beginnen die stammen van voor de onvoorziene omstandigheid, en deze dus niet verdisconteerd hebben.”

Anders gezegd: de geschiedenis is geen causaal verband van huishoudboekjes. “Op het moment dat je door iets groots als het coronavirus wordt getroffen, dan gaan veel van de causale verbanden waar je je aan vast hield van tafel, in het leven, werk en huishouden, en dus ook in het huishoudboekje. Dan gaat het om echte politieke vragen: wie is mijn vriend en wie is mijn vijand?”

“Als je dan reageert met de suggestie dat de ander eigenlijk onverantwoordelijk is, dan is dat in de ogen van diegene die wat dieper in de Europese geschiedenis zitten een wereldvreemde en bovendien neerbuigende opstelling. Met een dergelijke houding stel je je als het ware buiten de Europese geschiedenis, of erboven. Vandaar dat die reactie ook zo heftig was.”

Eenvormigheid niet het uitgangspunt

Dit alles mag dan een ‘valse start’ zijn geweest van het Europese antwoord op de coronacrisis, Segers heeft de hoop zeker nog niet opgegeven. “Sterker nog, wat we tot nu toe hebben gezien is een ongekend snelle en krachtige Europese reactie op deze crisis die ons allemaal treft.” Het is volgens hem bijzonder hoe snel er een steunpakket op tafel is gekomen. Binnen ruwweg een maand is er een reactie van de Eurogroep en van de Europese Centrale Bank.

In het steunpakket van €540 miljard zal zelfs €100 miljard zijn voor een Europabrede WW-voorziening. “Dat laatste is revolutionair te noemen. Het is een wonder dat dit fonds er is gekomen, het is veel innovatiever dan alle andere maatregelen die op Europees niveau zijn getroffen.” Het lost bovendien een belangrijke belofte van de muntunie achter de Euro in, namelijk die van sociaaleconomische samenwerking.

“Te lang hebben we gedacht dat alles hetzelfde zou moeten zijn voor iedereen, maar dat doet absoluut geen recht aan hoe verschillend Europa intern is.”

“Zo’n WW voorziening is dé manier om iets van de muntunie voelbaar te maken in het leven van mensen.” Elke Europeaan maakt hier aanspraak op, maar waarschijnlijk zullen ze dat niet in gelijke mate doen, aangezien regio’s op andere manieren worden geraakt. Die heterogene aanpak is, ook in tijden van deze coronacrisis, de weg vooruit voor Europa denkt Segers. “Te lang hebben we gedacht dat alles hetzelfde zou moeten zijn voor iedereen, maar dat doet absoluut geen recht aan hoe verschillend Europa intern is.”

Het is volgens hem geen zwakte om de diversiteit te erkennen, het zou juist de kracht kunnen zijn van een steunpakket. “Verschillen erkennen kan betekenen dat regio’s niet hetzelfde nodig hebben en dat je maatwerk kunt bieden.” Dat is ook de boodschap van het WRR-rapport Europese Variaties waar Segers aan meeschreef. “De drang naar eenvormigheid is te lang leidend geweest. Iedereen, inclusief Wopke Hoekstra, begrijpt dat we deze crisis gezamenlijk het hoofd moeten bieden, maar eenvormigheid is daarbij lang niet altijd een adequaat uitgangspunt. Elk land, elke regio, heeft heel duidelijk andere problemen en heeft dus andere oplossingen nodig.” De EU is er om deze oplossingen zo goed mogelijk te faciliteren, door middel van samenwerking en coördinatie.

Aangezien de Europese Unie bestaat uit open samenlevingen, kun je er bovendien ook niet omheen om gezamenlijk de mogelijkheid tot maatwerk te bespreken. “Als straks de grenzen weer open zullen gaan, blijven er regio’s die bijvoorbeeld door hun bevolkingsdichtheid of hoge aantal doorreizigers kwetsbaarder zullen blijven voor het virus. Je hebt er als hele Unie wat aan om die regio’s op een andere manier te benaderen en waar nodig te steunen, ook al is het dan niet ‘hetzelfde’ als elders.”

Samenwerking op het economisch vlak kan in die zin ook worden uitgeruild tegen diensten op andere onderdelen, bijvoorbeeld de gezondheidszorg. “Zeker op het gebied van kennis, het openstellen van bronnen en ervaringen.” Of zelfs in veel concretere zin. “In welk ander deel van de wereld zou je je kunnen voorstellen dat het ene land zomaar even 30 IC-patiënten overneemt van de buren? Ook Nederland heeft al veel praktische steun ontvangen via de Europese samenwerking, de situatie was anders veel penibeler geweest.”

Ook is er nog zoiets als institutionele concurrentie, wat voordelig kan zijn in deze situatie. “Omdat veel (deel)staten toch hun eigen beleid vormgeven in hoe ze met de crisis omgaan, zijn er tegelijkertijd allerlei experimenten gaande. Je kunt dus heel snel verschillende aanpakken met elkaar vergelijken.” Daarbij gaat het niet alleen om gezondheidszorg, maar ook hoe economische en maatschappelijke maatregelen uitpakken. “Je kunt van elkaar leren zolang je met elkaar in een constructief gesprek blijft. Dat is altijd de kracht van de Europese integratie geweest. Je stelt kaders en daarbinnen laat je zo veel mogelijk spontane orde tot stand komen.”

Die kaders moeten voortvloeien uit een gezamenlijke strategie, een stip op de horizon waar de unie na deze crisis uit wil komen. “Deze crisis schept een trans-Europese realiteit. Zolang Europa zich de speelbal laat maken van de omstandigheden, doordat men zelf niet weet wat het wil, leven we in een gevaarlijke tijd. Weten we de politiek van samenwerking te koppelen aan slim beleid, dan kan dit een nieuw hoofdstuk van het Europese project inluiden. En daarbij hoeft het niet te gaan over het overdragen van bevoegdheden.”


Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
«

ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.

Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan

OK