Promoveren in tijden van corona

Nieuws | de redactie
15 april 2020 | Het verzamelen van data is vaak niet meer mogelijk, thuiswerken is lastig, en er zijn grote zorgen over vertraging, de gevolgen voor de carrière en de promotieplechtigheid zelf. Promovendi delen hun ervaringen met ScienceGuide. Waar afdelingshoofden wachten op een centrale aanpak, verwijzen de VSNU en NWO juist terug naar de afdeling, voor 'maatwerk'. De 'olifant in de kamer' is het gebrek aan extra middelen vanuit OCW.
Foto Charles Deluvio (Unsplash)

Door de coronacrisis kunnen veel onderzoekers hun werk niet voortzetten: veldwerk is niet meer mogelijk, collecties en labs niet meer toegankelijk. Dat is al vervelend als je in vaste dienst bent van een universiteit, maar voor de precaire laag van het wetenschappelijk personeel, in tijdelijk dienstverband, brengt dit extra onzekerheden met zich mee.

Want wat nu als je promotieproject uitloopt maar je vierjarige contract is straks afgelopen voor je proefschrift af is? Wat als je promotor aan je vraagt om je werk buitenshuis voort te zetten, terwijl je onderzoek niet ‘vitaal’ is? ScienceGuide vroeg promovendi naar hun ervaringen over promoveren tijdens de coronacrisis.

Thuiswerkperikelen

In het openbaar, bijvoorbeeld op social media, geven promovendi aan dat thuiswerken ‘best prima’ gaat. Een enkeling zegt thuis zelfs productiever te zijn dan normaal gesproken. Veel anderen geven aan dat de productiviteit thuis door “een kuddetje kinderen totaal gekelderd” is en ook worden krappe appartementen met videobellende partners als stoorzender genoemd Concentratie lijkt de grootste uitdaging in coronatijden. Promovendi maken zich zorgen over alle implicaties van deze crisis. Overbelaste wifi-netwerken en beveiligde werkomgevingen maken het analyseren van data soms onmogelijk.

Promovendi in de laatste ‘schrijffase’ geven aan dat thuiswerken goed gaat– er moest toch al geschreven worden en de data zijn binnen – maar voor enkelen vormt het thuiszitten juist een belemmering in de schrijffase. “Ik ben iemand die van afwisseling houdt, ook qua werkplek. Mijn werk is heel individueel, dus het is heel jammer dat ik geen collega’s meer tegenkom om mee te sparren. Daarnaast kan ik ook veel minder van gedachten wisselen over mijn stuk omdat veel conferenties en presentaties niet door gaan, dat is een gemis voor de onderzoeksinput.”

In een privébericht aan de redactie reageert een promovendus op de openbare reacties: “Ik zag dat er een paar mensen opmerkten dat het schrijven en thuiswerken prima gaat, maar ik wilde nog even inbrengen dat dit sterk afhankelijk is van de thuiswerkplek. Zodat er niet een beeld gaat heersen dat corona enkel impact zal hebben op onderzoekers wier proefschrift verder reikt dan ‘desk research’. Ik denk dat iedere PhD op een eigen manier de gevolgen van corona zal merken.”

Uit het veld geslagen

Voor promovendi die vroeger in de promotiefase zitten, zorgt de crisis voor grotere problemen. Voor sommigen betekent dit vertraging, zo schrijft een beginnende promovendus dat die niet kan beginnen met het verzamelen van de eerste data op scholen. Ook belangrijke internationale projecten vallen in het water en die leveren extra vertraging op omdat ze meer voeten in de aarde hebben of hadden.

Een promovendus die anderhalf jaar werk heeft gehad om voldoende beurzen te krijgen voor een onderzoeksverblijf van drie maanden in de VS is uit het veld geslagen nu deze ervaring na twee weken alweer is afgebroken. Een andere promovendus is wel gebleven in de VS, maar kan daar vanwege gesloten labs weinig uit het verblijf halen. Andersom meldt een buitenlandse promovendus precies hetzelfde probleem in Nederland.

Andere beginnende promovendi zijn voor het verzamelen van data zo afhankelijk van fysiek contact met onderzoeksdeelnemers, dat ook een eerste versoepeling van de maatregelen geen respijt gaan geven. “Ik doe allerlei fysiologische metingen met electroden op het gezicht en de handen, en moet daarvoor mensen aanraken. Ik heb nu twintig van de honderd proefpersonen, nog lang niet genoeg dus. Ik zou eigenlijk deze zomer mijn eerste paper af hebben, maar moet nu andere manieren verzinnen om toch output te leveren. Ik heb nog niks gehoord over mogelijke contractverlenging of compensatie.”

Ook promovendi die werken met proefdieren kijken door de crisis uit op aanzienlijke vertraging. Fokprogramma’s komen tijdelijk stil te liggen, en in sommige Amerikaanse labs worden dierstallen geruimd vanwege de crisis, zo schrijft Science Magazine. Het weer opstarten van experimentele trajecten kan maanden vertraging opleveren.

Onduidelijke berichtgeving

De Algemene Onderwijsbond riep eerder op tot een noodfonds van het kabinet om tijdelijke contracten zoals die van promovendi te kunnen verlengen. Bijna alle promovendi die op de oproep van ScienceGuide reageren, noemen dat ze onzeker zijn over de planning en eventuele verlenging.

Laura Dijkhuizen, voorzitter van de PhD-raad van de Utrechtse Graduate School of Life Sciences, schrijft dat ze een enquête onder de promovendi van de Graduate School heeft afgenomen. Ruim de helft van de promovendi zegt zich veel zorgen te maken over het tijdig afmaken van het project. Ze geven aan dat ze graag willen dat de graduate school hun “informatie over de toekomst en de gevolgen van de crisis” verschaft, en ze verlangen “een lobby om projecten met heel veel vertraging van een verlenging te voorzien”.

In de Utrechtse enquête melden de meeste promovendi dat hun begeleiders hen door de crisis heen slepen maar uit de tientallen reacties die ScienceGuide binnenkreeg bleek dat promovendi juist opvallend vaak nog helemaal geen contact met de begeleider(s) hebben gehad.

Voor informatie volgen ze met name de communicatiekanalen van het instituut. “Bij ons loopt de communicatie hierover vrij centraal via ons afdelingshoofd, en je merkt dat die zeker de tijd neemt om te checken hoe het gaat en zoveel mogelijk rekening probeert te houden met iedereen door voorop te stellen dat het absoluut begrijpelijk is als de productiviteit lager ligt dan normaal.”

De promovendi ontlenen echter weinig duidelijkheid uit de communicatie van hun instituut. “Mijn departement verkent de mogelijkheden tot verlenging. Het hoofd van het departement lijkt het te steunen, in twitterberichten”, schrijft iemand.

Twee promovendi schrijven samen in een bericht dat hun instituut geen algemene oplossing kan vinden omdat het onderzoek door verschillende organisaties wordt gefinancierd – niet alleen door NWO maar ook door bijvoorbeeld KWF Kankerbestrijding en de ERC. “Doordat deze organisaties allen een ander beleid voeren om met de gevolgen van de coronacrisis om te gaan, is het voor onze leidinggevenden lastig om een algemene oplossing te vinden. Van onze leidinggevenden hebben we dan ook begrepen dat er op dit moment geen centrale aanpak is voor verlenging van PhD en PostDoc-contracten om de schade van de coronacrisis te compenseren.”

Iemand geeft aan dat ze ziet dat er in andere landen al wel algemene oplossingen worden getroffen. “Ik vind het goed dat in sommige landen al maatregelen worden getroffen voor verlenging van het promotietraject, zie bijvoorbeeld de Australian National University.”In het Verenigd Koninkrijk maakte de minister van Wetenschap Amanda Solloway vorige week financiële steun bekend voor promovendi. Phd’ers die in hun laatste jaar zitten, kunnen maximaal zes maanden verlenging krijgen.

Intentieverklaring met slagen om de arm

Vorige week brachten fondsenverstrekkers NWO, ZonMw met de universiteitenvereniging VSNU, de federatie van umc’s NFU en de belangenorganisaties PostdocNL en het Promovendinetwerk Nederland (PNN) een statement naar buiten over de uitloop van onderzoekstrajecten door de coronacrisis. Het leidende principe is dat al het bestaande onderzoek dat door de coronacrisis vertraging oploopt op een geschikt moment “in alle redelijkheid” afgemaakt moet kunnen worden.

De afgelopen weken klonk de kritiek dat universiteiten te veel de normale gang van zaken – ‘business as usual’ – wilden voortzetten, door onterecht te claimen dat de gehele sector ‘noodzakelijk’ is tijdens deze crisis. Die kritiek is gehoord, want de partijen geven aan dat ze het welzijn en de gezondheid van de onderzoekers belangrijker vinden dan onderzoek.

Deze intenties zullen bemoedigend zijn voor promovendi, maar het document wordt verder weinig concreet. Het statement leest als een intentieverklaring met meerdere slagen om de arm. De partijen verwijzen naar plaatselijke oplossingen – ‘maatwerk’. Zoals bij de vraag of onderzoek zo noodzakelijk is, dat het ook nu voortgezet moet worden: “Bij twijfels of wanneer onderzoek onterecht als noodzakelijk wordt aangemerkt, zijn decanen en instituutsdirecteuren het eerste aanspreekpunt.”

Mogelijke oplossingen in het kader van ‘maatwerk’ die worden genoemd: “extra tijd en/of geld bij vertraging, het aanpassen van de onderzoeksopzet of (deel)probleemstelling, of (waar mogelijk) het bijstellen van het ambitieniveau. Dit is ook afhankelijk van de financieringsbron en de afspraken die daarmee gemaakt worden. […] Het maatwerk moet gevonden worden in overleg tussen de betrokken onderzoeker en bijvoorbeeld decanen, instituutsdirecteuren, graduate schools of vakgroepleiders, afhankelijk van wie het best gepositioneerd is om dit maatwerk te leveren en daarover kan besluiten.”

Waar de promovendi nu al weinig uitsluitsel krijgen van hun instituutsdirecteuren omdat die zeggen te wachten op een centrale aanpak en duidelijkheid over de financiële mogelijkheden, verwijzen de landelijke organisaties die duidelijkheid kunnen geven dus weer terug naar de instituutsdirecteuren.

Of er extra geld komt, blijft onduidelijk. De partijen geven aan dat deze middelen van de ministeries OCW, EZK en VWS zullen moeten komen. Wat de extra tijd betreft: voor promovendi worden geen wettelijke beperkingen verwacht om hun contract te kunnen verlengen.

Zorgen over carrière

Waar ze ook staan in hun promotietraject, promovendi staan aan het begin van hun (wetenschappelijke) carrière, en dat zorgt voor spanning. “De tijd dat ons onderzoek stil ligt, heeft directe impact op onze loopbaan.” Een van de respondenten uit de zorgen die promovendi hebben over de gevolgen op de langere termijn: “Gaat het voor mijn carrière uitmaken dat ik dit jaar minder conferenties bezoek en dus minder presentaties geef, netwerk, etcetera? Gaat de arbeidsmarkt hierdoor inkrimpen waardoor het moeilijker wordt om een baan te vinden in de academische sector? Je ziet bijvoorbeeld bij sommige universiteiten in de VS dat er nu al over wordt gegaan tot een hiring freeze.”

De maatwerkoplossingen nemen deze zorgen niet weg. Inhoudelijk kunnen die betekenen dat de onderzoeksopzet of de probleemstelling van het promotieproject wordt aangepast, en daarmee waarschijnlijk wordt verkleind. Dit kan nadelige gevolgen hebben voor de carrière van de promovendus. En wat ‘het bijstellen van het ambitieniveau’ kan betekenen, wordt duidelijk in de passage over ‘anders erkennen en waarderen’: “Zo is bij proefschriften of bij andere vormen van beoordelingen het aantal publicaties geen maatstaf voor een proeve van bekwaamheid.”

Het Promovendi Netwerk Nederland pleitte hiervoor in het overleg tussen de koepels en OCW, vertelde voorzitter Lucille Mattijssen aan ScienceGuide voordat het statement uitkwam. “Vaak is nu het idee: je schrijft een proefschrift met een x aantal artikelen, soms zijn dat harde regels en soms niet. Je zou ook kunnen zeggen: als je door corona dat ene artikel niet kunt schrijven en het zijn drie artikelen, dan is dat ook prima. Als die drie ook van goede kwaliteit zijn natuurlijk.”

De roep om een noodfonds noemt Mattijssen een nobel initiatief. “Het zou fijn zijn als het ministerie zou kunnen bijspringen met financiële middelen, maar we zijn ons ervan bewust dat de hele samenleving door corona geraakt wordt, en dat andere sectoren het nog vele malen lastiger hebben dan wij. Natuurlijk zou ik niet nee zeggen tegen een noodfonds, maar ik heb er wel begrip voor als de ruimte mist.”

Uitgeklede plechtigheid

Ten slotte zijn er nog zorgen over het promoveren zelf. De promotieplechtigheid wordt wat de symbolische betekenis betreft meer dan eens gelijkgesteld met die van een huwelijk, maar dan met de wetenschap. Vaak zijn er al rokkostuums gekocht, jurken laten maken. Veel van deze momenten kunnen momenteel niet in gangbare vorm doorgaan.

Universiteiten bieden nu een digitale promotie aan, waarbij de promovendus, de promotor, de leden van de promotiecommissie en de pedel allemaal inbellen op een videoconferentie. Je krabbel zetten in ‘het peeskamertje’ of ‘zweetkamertje’ is er nu even niet bij.

Uiteraard proberen de betrokkenen er wel het beste van te maken. Zo schrijft een promovendus dat de Maastricht University de plechtigheid toch nog cachet probeert te geven door een foto van de aula op de achtergrond te projecteren, en pedel en hoogleraren voor de webcam een toga te laten dragen. Wie liever bedankt voor deze afgeslankte vorm, kan dat doen: bij de Universiteit Maastricht hebben de promovendi de keuze om hun promotie uit te stellen tot die wel in gangbare vorm kan plaatsvinden.

Dat is echter niet overal zo. ScienceGuide kreeg bericht van een promovendus van de Universiteit van Amsterdam: “Ik wil mijn verdediging graag verzetten zodat ik een echte verdediging kan krijgen. De UvA is echter onverbiddelijk en staat uitstellen niet toe.” Ook hierover zijn geen algemene afspraken gemaakt. De intentie in het statement paper is wederom om promovendi zoveel mogelijk zelf de keuze te geven, maar ook hier kunnen geen rechten aan worden ontleend: “Alle instellingen communiceren zelf over de eigen procedure rondom hun digitale promotieplechtigheden.”

Promovendi die tegen problemen aanlopen, kunnen deze melden bij de Algemene Onderwijsbond, of de PNN-survey met toegevoegde coronavragen invullen.


Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
«

ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.

Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan

OK