“Er moet een nationaal monument voor Covid-19 slachtoffers komen”

door Toske Andreoli
29 mei 2020 | Christoph Jedan (RUG) doet onderzoek naar het begrip ‘troost’. In de webinarserie Covid-19: What can the humanities do? geeft de religiewetenschapper meerdere aanbevelingen over hoe we als samenleving na de pandemie weer verder kunnen.
Vietnam memorial in Washington DC met de namen van de gevallen Amerikaanse soldaten

Het woord troost, of in het Engels: ‘consolation’, gebruiken we tegenwoordig niet zo gemakkelijk meer. Hoogleraar ethiek en vergelijkende godsdienstfilosofie Christoph Jedan doet al jaren onderzoek naar dit begrip. Een zoektocht met de Google Books Ngram viewer laat zien dat ‘consolation’ en ‘solace’ het meest tussen 1750-1850 werd gebruikt in boeken. Daarna nam het steeds meer af, met oplevingen in 2008 en 2017. “Maar dat bleek met de James Bond film Quantum of solace en de Franse film La consolation te maken te hebben.”

Misschien gebruiken we het woord niet zo veel meer, maar dat betekent niet dat troost verdwenen is uit onze maatschappij, betoogt Jedan. “Troost is universeel, een vast onderdeel van ons culturele repertoire.” Wie troost zoekt, doet een poging om na tragedie of verlies de pijn te verzachten, om uiteindelijk weer normaal te kunnen functioneren. Wie troost vindt, geeft betekenis aan het verlies.

Manieren om troost te vinden

Daarmee is troost na overlijden verbonden aan een wereldbeeld waarin de dood een geaccepteerde plaats heeft. “Religies hebben altijd al raamwerken geboden waarin we de dood kunnen begrijpen.” Maar door de jaren heen is ons begrip van de dood veranderd. “In onze huidige geïndividualiseerde maatschappij hangt acceptatie van een specifieke dood sterk samen met kennis over de omstandigheden van het overlijden. We vinden het nu belangrijk om te weten hoe iemand is overleden, en waarom.”

Een belangrijke strategie die we vaak gebruiken om troost te vinden, is door te onderstrepen hoe het leven van een overledene ertoe doet en ertoe blijft doen. “Je creëert een verhaal waarin je een leven als waardevol, mooi en afgerond beschouwt, zelfs als het te vroeg is afgebroken.” Vroeger werd daarbij vaak naar deugden van de overledene verwezen, tegenwoordig zijn we meer geneigd het feitelijk te houden. “Door bijvoorbeeld de levensloop te omschrijven. En wat je nu ook veel ziet: het noemen van ‘bucket list’ momenten, bijzondere ervaringen of gebeurtenissen die een ideaal leven schetsen. Het beklimmen van de Kilimanjaro bijvoorbeeld, of marathons rennen.”

Deze kenmerken en strategieën van troost zijn niet alleen van toepassing op individuen, vertelt Jedan. “Troost benadrukt de veerkracht van de achterblijvers, maar ook van een gemeenschap als geheel.” En dat is belangrijk nu zoveel mensen tegelijkertijd dierbaren verliezen aan Covid-19.

"Troost benadrukt de veerkracht van de achterblijvers, maar ook van een gemeenschap als geheel."

“Dat wij nu grote behoefte hebben aan troost is duidelijk, vooral als we bedenken hoe dit virus ingrijpt in de manier waarop we normaalgesproken omgaan met de grenzen van het leven, hoe we afscheid nemen van familie en vrienden. De beelden van soldaten die op industriële schaal doodskisten desinfecteren, van radeloze IC staf, van patiënten voor wie het contact met familie en vrienden is verboden, zelfs in hun laatste uren – deze beelden zullen ons nog lang achtervolgen.”

Behoefte aan een nationaal monument

“Overlijden door Covid-19 is meer dan een private tragedie, de slachtoffers doen ertoe op nationaal niveau.” Jedan vindt dat onze samenleving als geheel veerkrachtiger moet worden. “Dat betekent niet dat je de dood helemaal moet proberen te vermijden. Je kunt de dood niet uitbannen. Maar we moeten een balans zien te vinden dus het individu en de gemeenschap. Daar zijn wij als samenleving heel slecht in gebleken.”

‘We moeten accepteren dat het risico van de dood bij het leven hoort’

Jedan haalt hier de Duitse politicus en voorzitter van de Bondsdag Wolfgang Schäuble aan. “Hij zegt over de coronacrisis: we moeten een onderscheid maken tussen absolute bescherming van menselijke waardigheid – iets wat de Grondwet ons voorschrijft – en de absolute bescherming van het menselijk leven. Dat raakt aan de kern van het afwegen van individuele versus gemeenschapsbelangen.”

“We moeten niet toestaan dat rouw de gemeenschap verlamt. Het doel moet zijn om een soort normaliteit te hervatten.” En dat is niet hetzelfde als ‘gewoon maar weer verder gaan’, en alles vergeten. “Het gaat er juist om dat je de overledenen herdenkt. Pas dan kun je weer verder. En als we een nieuwe balans tussen individu en collectief willen vinden, hebben we manieren nodig om die nieuwe balans uit te drukken. Tegelijkertijd moeten we een plek geven aan degenen die er niet meer zijn.”

En daar is een nationaal monument voor nodig, denkt Jedan. “Dat monument kan al die troostende functies voor de hele gemeenschap vervullen. Het moet niet alleen een tastbaar monument worden, maar er moet een online platform aan verbonden zijn, misschien met een QR-code. Op de website zou ruimte moeten zijn om individuele verhalen te delen, om verhalen van individuele en collectieve veerkracht te vertellen, om dankbaarheid te kunnen uiten naar zorgmedewerkers.”

“Het noemen van namen, van mensen, is heel krachtig."

Afgelopen weekend vormde de voorpagina van de New York Times zo’n combinatie van een fysiek en online monument. Onder de kop “U.S. deaths near 100,000, an incalculable loss” was de hele pagina bedekt met namen van slachtoffers van het coronavirus. “Dat deed mij denken aan het oorlogsmonument voor de Vietnam Oorlog in de VS. Dat bestaat uit een grote muur met alleen maar namen van gevallen soldaten. Het interessante is dat dit monument niet als troost was bedoeld, maar dat het wel een troostende functie kreeg. Het noemen van namen, van mensen, is heel krachtig.”

Omdat honderdduizend namen niet op een voorpagina passen, koppelde de krant er een website met meer namen aan. “Daar zie je pictogrammen die mensen voorstellen, op een tijdlijn van maart tot vandaag. Op basis van rouwadvertenties is het ze gelukt om duizend mensen te noemen. Je ziet dat de krant op een gegeven moment het aantal mensen niet meer kan bijhouden, geen namen meer kan verbinden aan elk getal.” Een uitdrukking van de omvang van het verlies.

Net als enkele andere Groningse academici heeft Jedan kritiek op de geslotenheid van het Outbreak Management Team. Maar Jedan is niet alleen kritisch vanuit politiek of democratisch oogpunt. Inzicht, al is het maar achteraf, in de totstandkoming van OMT-adviezen en de politieke besluitvorming die daarop volgde, is een belangrijke voorwaarde om als samenleving troost te kunnen vinden. “Net zoals we het in individuele gevallen belangrijk vinden om te weten hoe iemand is overleden, en waarom, hebben we als collectief ook informatie nodig over de context waarin die doden konden plaatsvinden. We moeten kunnen begrijpen waarom die keuzes zijn gemaakt, om verder te kunnen.”


Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
«

ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.

Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan

OK