Hbo maakt goede sier met onderwijsinnovatieprijzen, daar blijft het wel vaak bij

Nieuws | door Frans van Heest
20 mei 2020 | Zowel universiteiten als hogescholen moeten onderwijsinnovatie ook na een Comeniusbeurs meer gaan waarderen, dan nu het geval is. Ook moet het niet een paradepaardje worden van OCW om goede sier te maken voor onderwijsinnovatie in het hoger onderwijs, dat blijkt uit een onderzoeksrapport van NRO.
Hester Brauer tijdens de uitreiking van de Comenius Teaching Fellow beurs in 2017 – Foto Wâtte Zijlstra

Uit een tussenevaluatie van de Comeniusprogramma blijkt dat deze innovatiebeurzen onderwijsinnovatie weleens waar aanjagen, maar dat er na afloop van de subsidie maar weinig belangstelling overblijft voor de ingezette onderwijsinnovaties. Zeker binnen het hbo, wordt goede sier gemaakt met het binnenhalen van een beurs, maar blijft er uiteindelijk weinig momentum hangen.

Dat leidt tot frustraties, zo blijkt uit een eigen evaluatie van de eerste twee jaar Comeniusprogramma. Bovendien blijkt dat de middelen van de subsidie maar moeilijk hun weg vinden naar de onderzoeker. De beursaanvrager moet veel moeite doen om de middelen daadwerkelijk aan te wenden en maakt soms zelfs helemaal geen aanspraak op het geld van de eigen beurs omdat het verdwijnt in de grote pot van de eerste geldstroom.

Met de opbrengsten van het leenstelsel

De Comeniusbeurzen werden in 2017 gestart op initiatief van voormalig minister van OCW Jet Bussemaker en ondergebracht bij de NRO. Bussemaker wilde een deel van de opbrengsten van het leenstelsel gebruiken om onderwijsinnovatie in het hoger onderwijs aan te jagen. Het programma diende ook als tegenhanger voor de waardering voor onderzoek in het hoger onderwijs en in het bijzonder bij de universiteiten. De hoop van OCW was destijds om op die manier onderwijscarrières binnen het hoger onderwijs te stimuleren.

Het Comeniusprogramma biedt dan ook beurzen aan in verschillende stappen: Teaching Fellows van 50.000 euro, Senior Fellows 100.000 euro en Leadership Fellows van 500.000 euro. De toekenning van een dergelijke beurs geeft docenten in het hoger onderwijs de kans om hun onderwijs te innoveren en zich te ontwikkelen als een onderwijsprofessional. Het bedrag dat beschikbaar is voor de beurzen loopt ook op, omdat de opbrengsten van het leenstelsel toenemen.

De impact van een beurs voor de onderwijscarrière

In 2021 wordt het hele programma geëvalueerd maar er is nu al een tussenevaluatie gedaan om in kaart te brengen wat het programma tot nu toe heeft opgeleverd. Het onderzoek richt zich specifiek op de Fellowbeurs van 50.000 euro en stelt de vraag of deze heeft geleid tot een betere onderwijscarrière en meer perspectief voor jonge docenten.

Voor deze tussenevaluatie heeft NRO interviews afgenomen met ontvangers van een beurs waar ook gevraagd is naar de impact van de beurs op hun onderwijscarrière. Uit de evaluatie blijkt dat de beurzen steeds meer bekendheid genieten en er ook steeds meer aanvragen worden gedaan. Voor de beurzen van 2020 zijn er 249 beurzen aangevraagd en 40 uitgereikt. Om een Teaching Fellow beurs aan te vragen heb je minimaal twee jaar onderwijservaring nodig.

Voor deze evaluatie is ook gebruikgemaakt van de voortgangs- en eindverslagen die de beursontvangers moeten aanleveren bij het NRO, de verstrekker van de beurzen. Uit een analyse van deze voortgangs- en eindverslagen blijkt dat de ontvangers van een beurs veel erkenning krijgen voor hun onderwijsprestaties ook door hun leidinggevenden, dit was voorheen afwezig.

Geen geld voor vervolg

Van de beursontvangers uit de rondes van 2018 en 2019 laten de meesten weten dat het ontvangen van de beurs geen gevolgen heeft gehad voor hun carrière op de universiteit of hogeschool. De beursontvangers wijzen hiervoor verschillende oorzaken aan.

Zo zou dit kunnen liggen aan de looptijd van het programma en de timing van de evaluatie. Het kan zijn dat het daar simpelweg nog te vroeg voor is om op deze termijn uitspraken te doen over carrièreperspectief. Anderzijds wordt er gezegd dat er vanuit de eigen instelling nog altijd te weinig waardering is voor onderwijs: er is dus ook geen geld beschikbaar om een vervolg te geven aan de onderwijsinnovaties.

Door enkele beursontvangers worden ook negatieve gevolgen beschreven van het ontvangen van een beurs. Het vormgeven van een project voor onderwijsinnovatie neemt bijvoorbeeld te veel tijd in beslag waardoor andere werkzaamheden blijven liggen. Ook komt de onderwijsinnovatie bovenop bestaande werkzaamheden die eveneens niet minder werden ondanks het ontvangen van een beurs. Een ontvanger van een beurs stelt zelfs dat het krijgen van een beurs een vertragende werking heeft gehad op de academische carrière. De focus op onderwijs neemt de tijd weg voor onderzoek, wat belangrijk wordt gevonden voor academische carrièregroei.

Vooral de lichting uit 2019 gaf aan veel erkenning te ervaren na honorering van de beurs, wat mogelijk verklaard kan worden door de groeiende bekendheid van het Comeniusprogramma. Doorzetten van het Comeniusprogramma, en de toename van het aantal Fellows, is daarom belangrijk om het beoogde prestige van deze beurzen te versterken, zo staat in de conclusie van het rapport.

Geen geld voor groei

Door het uitvoeren van het Comeniusproject hebben de Fellows nieuwe kennis verworven en vaardigheden geleerd, bijvoorbeeld op het gebied van leiderschap en creativiteit in hun lesmethoden. Wel blijkt het in de praktijk lastig om deze persoonlijke ontwikkeling om te zetten naar volgende carrièrestappen. Vooral Fellows uit het WO geven aan dat het binnen hun instellingen niet mogelijk is om formeel door te groeien op basis van onderwijsprestaties. En wanneer dit wel mogelijk is, dan blijkt er vaak geen geld te zijn om deze groei daadwerkelijk te laten plaatsvinden.

Ook wordt het gewaardeerd dat er veel geëxperimenteerd kan worden met innovatie in het onderwijs en dat er weinig administratie moet worden afgehandeld. Dit heeft wel als nadeel dat niet gecontroleerd wordt of het project daadwerkelijk een bijdrage heeft geleverd aan de onderwijskwaliteit. De beursontvangers vinden het ook belangrijk dat de kennis gedeeld wordt en dat zo veel mogelijk studenten ervan kunnen profiteren omdat het geld voor de beurs uiteindelijk afkomstig is uit de opbrengsten van het leenstelsel.

Geld verdwijnt op de grote hoop

Het geld voor de beurs wordt in het Comeniusprogramma niet (zoals bij de andere NWO-beurzen) overgemaakt wordt via de tweede geldstroom, maar via de eerste geldstroom. Dit maakt het soms lastig voor de beursontvangers om bij de eigen instelling toegang te krijgen tot het geld. De beursontvangers pleiten er daarom voor om deze beurs ook via de tweede geldstroom te verstrekken.

Ook zijn er fellows die zeggen dat het Comeniusnetwerk, waarvan de KNAW gastvrouw is, zich kritischer zou moeten opstellen over de praktijken in het hoger onderwijs. Het netwerk kiest er te vaak voor om de positieve geluiden te laten horen, welke de huidige gang van zaken in het hoger onderwijs niet altijd weerspiegelen, bijvoorbeeld over de werkdruk voor docenten. Zij stellen dat het niet een paradepaardje moet worden voor OCW dat kan worden ingezet wanneer het ministerie voorbeelden nodig heeft van best practices.

Eigen uren en hogere werkdruk

De Fellows zetten zich na de afronding van het project vaak nog wel in voor onderwijsinnovatie. Problematisch is echter dat deze inzet veelal uit de ‘eigen’ uren komt, wat zorgt voor een hogere werkdruk. Het uitblijven van verduurzaming van de onderwijsinnovaties is een van de grootste frustraties. Vooral de lichting uit 2017 vindt verduurzaming van het project essentieel na het succesvol afronden van het Comeniusproject. Dit kan verklaard worden doordat blijkt dat zij enkel inhoudelijk gemotiveerd waren voor het uitvoeren van het project, waardoor zij wellicht meer gericht zijn op de projectontwikkelingen in plaats van de persoonlijke carrièreontwikkelingen.

Van deze lichting vonden de Fellows uit het hbo het voornamelijk frustrerend dat hun instelling het project gebruikte om mee te pronken en zich mee te profileren. Dit terwijl structurele financiering voor verduurzaming van het project veelal niet werd aangeboden.

Eigen inzet essentieel

Toch lukt het ook wel om voor verduurzaming te zorgen, maar dan is het wel nodig om zelf ‘extra lobby’ te voeren om dit voor elkaar te krijgen: “Een deel van de Fellows is het echter wel gelukt om deze extra financiering te krijgen. Zij noemen dat hun eigen inzet essentieel was om dit voor elkaar te krijgen. Het is volgens hen belangrijk dat Fellows gemotiveerd zijn en het zelfvertrouwen hebben om van het momentum (de toename in zichtbaarheid en erkenning) gebruik te maken om te lobbyen voor structurele financiering zodat verduurzaming van het project bereikt kan worden.” De beursontvangers zeggen zelf dat onderwijsinnovatie in het hoger onderwijs zeker nog geen dagelijkse praktijk is.

Beursontvangers vonden het frustrerend om geen eigenaarschap te ervaren over het beursgeld, terwijl zij wel veel eigenaarschap ervaren over de invulling van het project. Het kostte veel inspanning en energie om het geld van de beurs op de juiste plek te krijgen. Ook ontving men uiteindelijk wel het geld dan was het niet mogelijk om de eigen uren voor het project ‘vrij te kopen’, waardoor de werkzaamheden bovenop de bestaande werkzaamheden kwam en dit leidde tot een hoge werkdruk.

Pas het functieprofiel binnen de universiteit aan

NRO gaat naar aanleiding van deze evaluatie ook kijken of het geld van deze beurzen anders uitgekeerd kan worden. Als aanbeveling doet de evaluatie ook de suggestie specifiek aan universiteiten dat het belangrijk is dat medewerkers de mogelijkheid krijgen om zich te profileren op het gebied van onderwijs(innovatie). De verrijking van het huidige beoordelingssysteem is hiervoor cruciaal, bijvoorbeeld door het moderniseren van de beschrijvingen in het universitair functieordeningssysteem (UFO) in het licht van erkennen en waarderen.

Specifiek voor hogescholen is het belangrijk dat ambitieuze (beginnende) docenten sterker gestimuleerd en ondersteund worden in het aanvragen van Comeniusbeurzen, waardoor zij zich kunnen ontwikkelen op het gebied van onderwijsinnovatie. Vervolgens is het belangrijk dat zij de ruimte krijgen om deze ervaring om te zetten in structurele inspanningen voor onderwijsverbetering.

Frans van Heest : 

ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.

Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan

OK