Elke onderwijsinstelling zou onderzoek naar het eigen onderwijs moeten doen

Reflectie | door Gerry Geitz
12 juni 2020 | Onderwijskundige Gerry Geitz (NHL Stenden) stopt als lector Sustainable Educational Concepts in Higher Education. Ze wordt bestuurder van ROC Noorderpoort. Voor ScienceGuide reflecteerde ze op haar lectoraat. Wat betekent onderwijsonderzoek voor de ontwikkeling van het onderwijs? "De percepties van docenten en studenten kunnen sterk uiteenlopen."
Gerry Geitz – Foto NHL Stenden

De afgelopen vier jaar mocht ik leiding geven aan een onderwijslectoraat: Sustainable Educational Concepts in Higher Education. Een hogeschoolbreed onderwijslectoraat in een heel bijzondere onderzoekscontext, namelijk het onderwijs zoals dat binnen een hogeschool (Stenden, en daarna NHL Stenden) wordt uitgevoerd. Dat hebben we gedaan met een sterke interne blik, maar altijd gevoed door en afgestemd met vakgenoten in binnen- en buitenland.

Mijn stelling is dat elke onderwijsinstelling onderzoek naar onderwijs zou moeten uitvoeren. Natuurlijk worden er allerlei tevredenheidsonderzoeken onder studenten en docenten uitgevoerd, er wordt een veelheid aan data verzameld, maar dat is slechts een deel van de werkelijkheid. Onderzoek naar onderwijs waarbij systematisch wordt onderzocht of dat wat we willen bereiken in het onderwijs ook daadwerkelijk wordt bereikt, verschaft relevante inzichten.

Elke instelling moet stilstaan bij de wezenlijke vragen van het onderwijs. Leveren we in het onderwijs een wendbare, flexibele professional af en kunnen we dat ook zien? Hebben we expliciet geformuleerd wat we belangrijk vinden en kunnen we op basis van onderzoeksresultaten bijsturen?

Veranderende wereld

De onderzoekscontext waar ik zelf in werkte veranderde flink gedurende de lectoraatsperiode: van probleemgestuurd onderwijs (PGO, Stenden) naar design based education (DBE, NHL Stenden). De fusie tussen beide hogescholen nodigde uit om het onderwijs zoals dat tot dat moment werd uitgevoerd, kritisch te beschouwen en de vraag te stellen of het onderwijs de studenten (nog steeds) voldoende voorbereidde op een veranderende wereld.

Die vraag was toen relevant, en nu een pandemie de wereld op zijn grondvesten doet schudden des te meer. Want welke ontwikkeling wil je bij studenten op gang brengen? Welke leeromgeving biedt hen de beste mogelijkheid om zich voor te bereiden op een wereld waarin we worden overvallen door vraagstukken die complex en omvangrijk zijn?

Binnen de probleemgestuurde omgeving werden studenten opgeleid om samen met medestudenten, onder begeleiding van hun docenten, problemen te analyseren, relevante kennis te vergaren en oplossingsrichtingen te formuleren. Daarmee ‘leverde’ het onderwijs een bijzondere alumnus af. Een die enerzijds over een goede kennisbasis beschikte en die anderzijds in staat was om systematisch en methodisch naar de wereld te kijken.

De complexiteit van maatschappelijke en sociale vraagstukken én de schaal waarop deze zich voordoen vragen echter meer van hedendaagse alumni. Die vragen om multidisciplinair kunnen werken, om de flexibiliteit en het denkvermogen om met regelmaat een stap achteruit te kunnen zetten en kritische vragen te stellen, om oplossingsrichtingen ter discussie kunnen stellen, om onderzoeken of een opgeleverd product of proces ook daadwerkelijk goed werkt.

Meer nodig dan PGO

De kracht van probleemgestuurd onderwijs, namelijk het onder afnemende begeleiding leren om met vraagstukken om te kunnen gaan, is door werkgevers in hun waardering over alumni vaak onderschreven. Maar onderzoek heeft ook aangetoond dat niet alle beoogde doelen werden bereikt. Zo is er beperkte evidentie dat PGO-alumni een andere benadering van leren (leergedrag) ontwikkelen dan studenten die op een andere wijze zijn opgeleid.

Een benadering van leren waarbij studenten zich richten op het daadwerkelijk willen begrijpen, verbanden kunnen leggen en een kritische houding ontwikkelen (diep leren), bleek niet altijd evident. Deze onderkenning en de toenemende complexiteit van maatschappelijke vraagstukken leidde tot de conclusie dat PGO toe was aan een doorontwikkeling.

Dat heeft geresulteerd in design based education, een leeromgeving waarin studenten expliciet de kans krijgen om multidisciplinair, iteratief, ontwerpend en onderzoekend oplossingsrichtingen te vinden. En, last but not least, in nauwe samenwerking met het toekomstig werkveld.

Hoe NHL en Stenden ook onderwijsconcepten fuseren

Het transitieproces is in volle gang en inmiddels hebben bijna alle opleidingen de overstap naar design based education gemaakt. Belangrijk kenmerk van het transitieproces is dat het gesprek over de bedoeling van design based education voortdurend gevoerd moet worden. Het is voor onderwijsprofessionals belangrijk om tijdens de ontwikkeling en de uitvoering doorlopend bezig te zijn met dit gesprek zodat er verfijnd en aangepast kan worden. Hier komt het iteratieve proces dat wij zo belangrijk vinden voor de student ook in de werkwijze van docenten terug. Teach what you preach. Het onderwijsconcept heeft daarmee ook invloed gekregen op werkwijzen binnen docententeams.

Longitudinaal onderzoek

Het lectoraat Sustainable Educational Concepts in Higher Education heeft de doorontwikkeling van de leeromgeving conceptueel ondersteund, onder meer door het fundament onder design based education te formuleren. Vanzelfsprekend is dit een doorontwikkeling, voortbouwend op uitgangspunten en inzichten die bekend waren. Tegelijkertijd is ook een longitudinaal onderzoek in samenwerking met collega’s van de Universiteit van Helsinki (HowULearn) binnen deze bijzondere leeromgeving gestart.

Want, je wilt als onderwijsinstelling vanzelfsprekend weten of dat wat je claimt en wat je zegt te willen bereiken ook daadwerkelijk bereikt wordt. Ook weten we uit de ‘probleemgestuurd-onderwijs-tijd’ dat het nodig is om als onderwijsinstelling doorlopend aandacht te blijven besteden aan je visie op onderwijs, aan je onderwijsconcept, aan je leeromgeving.

Wat we daadwerkelijk doen

Onderzoek naar onderwijs draagt dan ook bij aan het expliciet maken van dergelijke inzichten. Het wijst je erop wanneer er een ‘gap’ zit tussen wat we denken dat we doen en dat wat we daadwerkelijk doen. Zo is een belangrijk onderdeel van de DBE-visie dat het nodig is om studenten zelfregulatieve vaardigheden te laten ontwikkelen. Kort gezegd, vaardigheden die helpen om cognitie, emotie en gedrag te sturen en doelgerichte acties uit te voeren. In het onderwijs komt dat onder andere tot uitdrukking in het helpen van studenten bij timemanagement, doelen kunnen stellen, zelfmonitoring/reflectie op het eigen gedrag, beslissingen nemen en toekomstgericht handelen.

Deze visie ontspruit vanuit de gedachte dat dit cruciale vaardigheden zijn in een veranderende wereld. Maar het moet wel zichtbaar zijn in het gedrag van docenten in de leeromgeving. Hoe gaat een docent om met feedback tijdens het leerproces van studenten, wordt er expliciet een actieve rol van de student verwacht, en wat betekent dit voor de rol en het gedrag van docenten?

De percepties van docenten en studenten kunnen op dit punt sterk uiteenlopen: een docent kan zijn of haar rol in de leeromgeving percipiëren als studentgericht en tegelijkertijd kan een student de leeromgeving (en de rol van de docent daarin) als sterk docentgericht ervaren. Het is belangrijk om deze verschillende inzichten en ervaringen over het voetlicht te brengen. Niet om te achterhalen welke partij ‘gelijk’ heeft, maar om de effecten van gedrag op anderen zichtbaar te maken en om op basis daarvan de leeromgeving beetje bij beetje aan te passen.

Geen oordeel, maar inzicht

Een voorbeeld: docenten zijn in het onderwijs erg druk met het geven van feedback, en ze weten ook heel goed te verwoorden wat ze willen bereiken, namelijk de student in een actieve stand brengen. Dat betekent dat een student ook actief moet zijn in het ophalen van feedback, en daar ook daadwerkelijk iets mee doen.

Een onderzoek naar het gedrag van docenten tijdens dit proces liet zien dat door de wijze waarop docenten hun vragen formuleren ze studenten niet helemaal in die stand krijgen. Goed bedoeld wordt er een spervuur aan vragen op studenten afgevuurd, maar nog niet allemaal op zodanige wijze geformuleerd dat de student ook daadwerkelijk zelf aan de slag moet, de feedback echt moet gaan verwerken. Dit euvel is bijvoorbeeld te verhelpen door docenten een workshop te geven die inzicht verschaft in leerprocessen en heel praktisch te laten oefenen in het toepassen van activerende vraagvormen. De eerste pilot van deze workshop is landelijk uitgeprobeerd tijdens een congres over leren van toetsen.

Kortom, een kleinschalig onderzoek die de gap tussen wat we zeggen te doen en dat wat we daadwerkelijk doen zichtbaar maakt. En dan kan het onderwijs, iteratief, weer stappen zetten in de richting van de bedoeling. Kleinschalige onderzoeken die een verdere verdieping bieden op langdurig, longitudinaal onderzoek. Het een kan niet zonder het ander.

Onderzoek naar onderwijs maakt de ervaren werkelijkheid explicieter, niet oordelend, maar ‘inzichtverschaffend’. Inzichten die ontstaan door het uitvoeren van onderzoek naar onderwijs verschaffen de basis voor het voeren van een dialoog over het onderwijs. Het longitudinale HowULearn-onderzoek leert ons veel over de perceptie van studenten met betrekking tot hun benadering van het leren (leergedrag), de ervaren relevantie van hun studie, en hun ervaren welzijn.

De implicaties van online onderwijs

Een inherente eigenschap van dergelijk longitudinaal onderwijsonderzoek is helaas dat het traag verloopt. Dat betekent ook dat er niet snel conclusies kunnen worden getrokken. Dat zou ook niet goed zijn, onderwijs verdient continu aandacht en zorg. En het kost tijd voordat effecten zichtbaar worden. Langlopend onderzoek kan daaraan bijdragen, mits er ook een doorlopende dialoog – en nog liever een trialoog tussen docent, student en werkveld – over wordt gevoerd.

Vanuit het lectoraat hebben we de afgelopen vier jaren onze bijdrage geleverd aan de ontwikkeling van het onderwijs, en daarmee ook een bijdrage geleverd aan de dialoog over de kwaliteit van het onderwijs. De reflectie op de lectoraatsperiode is uitgemond in een uitgebreide reflectie. De kern laat zich heel kort formuleren: om de kwaliteit en toekomstbestendigheid van het onderwijs in Nederland te borgen is er erkenning en herkenning nodig van onderzoek naar onderwijs.

Een actuele wens voor de toekomst van onderzoek naar onderwijs is om aandacht te besteden aan dat wat er zich op dit moment voordoet in de wereld. De pandemie heeft de afgelopen periode een grote impact op het onderwijs gehad. Noodgedwongen zijn ontwikkelingen richting online onderwijs ingezet. De leercurve van medewerkers was enorm.

Deze ontwikkelingen zouden nu parallel moeten lopen met onderzoek naar deze ingezette lijn: wat betekent online onderwijs voor het bereiken van de beoogde doelen in het hoger beroepsonderwijs? Het belang van aandacht voor de benadering van het leren door studenten, aandacht voor zelfregulatie en metacognitie als doelen van het onderwijs zijn evident.

Natuurlijk zijn er de afgelopen crisisperiode ook veel kortlopende onderzoeken gestart. Mijn pleidooi is, in lijn met de aanpak van het lectoraat, om vooral ook aandacht te hebben voor het langdurige onderzoek dat nodig is om effecten daadwerkelijk zichtbaar te maken, en daarmee de kans te hebben om de inzichten te bespreken en weer aan te kunnen passen. Longitudinaal onderzoek met als doel om iteratief stappen te kunnen zetten, waardoor het onderwijs toekomstbestendig blijft, in ontwikkeling, maar dan wel gebaseerd op gefundeerde inzichten.

De vragen die zich nu dan ook voordoen zijn: hoe zou een online/blended leeromgeving er uit kunnen zien waarbij studenten in de gelegenheid worden gesteld om zelfregulatieve vaardigheden te ontwikkelen? Hoe benaderen studenten het leren in een online/blended omgeving? Kunnen we tot uitspraken komen over een goede blend tussen offline en online leeromgevingen in relatie tot de eerder genoemde doelen? Op welke wijze kunnen we samenwerkend leren binnen studentengroepen, een belangrijk kenmerk van design based education, in een online omgeving goed organiseren? Hoe kunnen docenten in die blended omgeving vervolgens hun feedback gericht op een actieve houding en verwerking van de feedback inzetten en organiseren? Er is nog veel te onderzoeken, te leren en als onderwijsprofessionals met elkaar te bespreken om de kwaliteit van het onderwijs hoog en toekomstbestendig te houden.

Mijn stelling is dat geen onderwijsinstelling zonder onderzoek naar onderwijs kan. Het is de motor om het onderwijs, de kwaliteit van onderwijs, de toekomstbestendigheid van onderwijs doorlopend hoog op de agenda te houden.

Gerry Geitz :  Lector Sustainable Educational Concepts in Higher Education NHL Stenden


Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
«

ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.

Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan

OK