Het gymnasium is juist een verheffingsinstrument

Opinie | door Vincent de Haan
23 juni 2020 | Het gymnasium is een gratis toegankelijke plaats waar de elite samenkomt, schaf het daarom niet af. Vincent de Haan heeft als eerste gymnasiast en academicus van de familie zelf ervaren hoe belangrijk het gymnasium is als verheffingsinstrument.
Murmellius Gymnasium Alkmaar

Twee weken geleden stelden Michael Merry en Willem Boterman in hun wetenschappelijk paper dat het categorale gymnasium in Nederland bijdraagt aan ongelijkheid in het onderwijs. De onderzoekers stellen dat het daarom vreemd is dat dit instituut nog bestaat. Als oud-gymnasiast was het lezen van dit artikel een vreemde gewaarwording: alle feitelijke premissen zijn heel herkenbaar, maar de conclusie die de auteurs trekken, is onjuist.

Waarom heeft de politiek de gymnasia nog niet afgeschaft?

Het gymnasium is, zo stellen de auteurs, niet zo zeer een school waar je Grieks en Latijn kunt leren, of waar extra uitdaging geboden wordt aan extra slimme kinderen, maar vooral een instituut waar de elite zijn kinderen heen stuurt om het bij de elite behorende culturele kapitaal aan te leren. Het is dus een instituut dat het onderscheid tussen onderklasse en elite in stand houdt, en dan ook nog door de overheid bekostigd. Dit vinden de auteurs niet passen bij het streven van de overheid naar meer gelijkheid.

Sociale en culturele elites zijn van alle tijden

De auteurs vergeten echter iets cruciaals: sociale en culturele elites zijn van alle tijden, en die zullen ook niet verdwijnen als het gymnasium ophoudt te bestaan. De elites zullen hun kinderen nog steeds meenemen naar musea, tafelmanieren aanleren en op andere wijze hun cultureel kapitaal bijbrengen. Het is dan ook zaak dat de overheid niet de elites probeert uit te wissen, maar de leden van de onderklasse die dat willen en de kwaliteiten hebben, faciliteert zich tot de elite te verheffen. En daarvoor is het categoraal gymnasium een uitstekend middel!

Het gymnasium is namelijk een gratis toegankelijke plaats waar de elite samenkomt, en waar het kind uit de onderklasse zes jaar lang de gewoontes en gebruiken van die elite kan afkijken en zo op een natuurlijke wijze in de bovenklasse kan assimileren. Het enige wat je hoeft te doen om te worden toegelaten, is een afdoende cito-score aanleveren, en uit je comfortzone stappen. En in die comfortzone zit de crux.

Vijandig voor kinderen buiten de elite

Het idee van het gymnasium als verheffingsinstrument werd in de jaren ‘70 al door de communisten naar voren gebracht. Maar toen uit statistische gegevens bleek dat er feitelijk weinig mensen uit de onderklasse op het gymnasium terecht kwamen, taande het enthousiasme. Het zou echter onjuist zijn om uit de feitelijke omstandigheid dat weinig kinderen uit de onderklasse op het gymnasium terechtkomen, af te leiden – zoals Boterman en Merry doen – dat het gymnasium als verheffingsinstrument niet werkt, of erger nog: dat het gymnasium vijandig staat tegenover kinderen van buiten de elite.

Toen ik zelf in 2001 ervoor koos om naar het gymnasium te gaan, behoorde ik ook niet tot de reguliere doelgroep. Ik zou de eerste gymnasiast worden van de familie, en later ook de eerste academicus. Niemand kon mij vertellen waarvoor het nuttig was Latijn te leren. Je zou het nodig hebben voor geneeskunde, maar dat wilde ik niet studeren, en – zo leerde ik later – het vereiste van Latijn bij geneeskunde was al in een grijs verleden afgeschaft. Ook betekende mijn keuze voor het gymnasium dat ik moest fietsen naar een andere stad, en mijn vriendjes van de basisschool niet meer terug zou zien. Of het door mijn gedrag kwam of door hun perceptie daarvan, weet ik niet, maar na een paar maanden op mijn nieuwe school gaven ze aan dat ik veranderd was en dat onze vriendschap geen voortgang meer kon vinden. De meester van de basisschool was ook niet onverdeeld enthousiast geweest over het idee dat ik naar het gymnasium zou gaan, maar mijn resultaten op de gestandaardiseerde toets waren goed, dus ik was toelaatbaar.

Zo’n chique school leek me wel wat

Waarom koos ik er niet voor om al deze hindernissen links te laten liggen en naar het vwo op loopafstand van mijn huis te gaan? Daar waren natuurlijk verschillende redenen voor, maar een daarvan herinner ik me nog goed: ik vond mezelf heel belangrijk, en zo’n chique school leek me wel wat. Ik was er klaar voor om verheven te worden tot de elite.

Dat het gymnasium en ik een goede match waren, besefte ik eigenlijk pas volledig toen ik er al mee klaar was, en op de universiteit mensen tegenkwam die op een ‘gewoon’ vwo gezeten hadden – het alternatief waar ik maar ternauwernood aan ontkomen was. Het bleek dat enkele zaken die ik heel gewoon gevonden had, en prettig bovendien, helemaal niet gewoon waren. Hoewel wij natuurlijk wel eens kattenkwaad uithaalden, was iedereen op het gymnasium er toch van doordrongen dat leerling en docent in hetzelfde team speelden, met het gemeenschappelijke doel om de eindstreep te halen.

Ook ging iedereen ervan uit dat het logische vervolg op het vwo de universiteit was. Het hbo was immers voor havisten. Toen ik leerde dat deze beide stellingen in de buitenwereld lang niet altijd waar waren, moest ik terugdenken aan wat de systeembeheerder van mijn school ooit zei: ‘Dit is geen school, jongen, dit is een reservaat.’ En ik was dankbaar voor de kansen die ik gekregen had in dit reservaat.

Emotionele implicaties van klassestijging

Zo’n reservaat is echter niet voor iedereen prettig. De Amerikaanse journalist Alfred Lubrano interviewde meer dan 100 mensen die uit de arbeidersklasse zijn opgeklommen naar de middenklasse om een beeld te krijgen van een veelal over het hoofd gezien aspect van het verheffingsideaal: de emotionele implicaties van klassestijging. Hij ontdekte dat die klassestijging lang niet altijd gepaard ging met ondubbelzinnig positieve gevoelens. (Zie zijn schitterende boek Limbo: Blue-Collar Roots, White-Collar Dreams.)

Ten eerste is – voor aanvang van de klassestijging – het toetreden tot de bovenklasse voor veel mensen helemaal niet aantrekkelijk. In de onderklasse wordt soms met argwaan gekeken naar de klasse waartoe hun bazen behoren, in hun dure pakken en chique auto’s. Ook voor hun werkzaamheden, vooral praten en naar schermen kijken, is niet altijd even veel respect. Hoewel de materiële voordelen evident zijn, is zo worden als de directeur lang niet voor elke arbeider een aantrekkelijk vooruitzicht.

En ook het vooruitzicht dat hun kinderen zo zullen worden, is voor veel ouders uit de onderklasse juist niet een bron van trots, maar van vrees en onzekerheid. Zullen zij nog wel een band kunnen onderhouden met hun kinderen, als die later wegtrekken naar een villawijk? Ouders zien vaak goed in dat met de nieuwe studie, baan en woning ook nieuwe interesses, normen en waarden komen, die niet per se goed passen bij hun eigen opvattingen. Comfortabeler is het dan om nog een generatie te blijven zitten in de onderklasse.

Achterblijven in de onderklasse

Voor de klimmer zelf spelen dezelfde overwegingen. Hij hoort zijn vader altijd klagen over de ‘hoge heren’ die op zijn werk de dienst uitmaken. Dat maakt een zesjarige schooltijd tussen de kinderen van die hoge heren niet per se aantrekkelijk. En als hij op school goed assimileert, zal hij anders gaan praten, andere hobby’s ontwikkelen, en zich daarmee op afstand stellen van zijn vrienden en familie die achterblijven in de onderklasse. Die afstand is niet onoverbrugbaar, maar enige afstand zal onvermijdelijk zijn.

Voor sommigen voelt dit als een overwinning, maar voor velen voelt dit als verraad. De mensen die Lubrano interviewde, hebben de stap uiteindelijk wel gezet, en zijn er grotendeels gelukkig mee, maar de meesten voelen zich toch uiteindelijk niet helemaal thuis in de bovenklasse.

Dit verklaart dan ook waarom niet veel leden van de onderklasse op het gymnasium terechtkomen. Er is sprake van een begrijpelijke vorm van zelfselectie. Daar is ook niks mis mee: wie niet tot de elite wil behoren, hoeft dat niet, en heeft via het reguliere vwo nog steeds toegang tot de universiteit en de carrièremogelijkheden die daarbij horen.

De mogelijkheid om zes jaar te oefenen

Maar wie de stap wel wil maken, hoeft zich niet in te likken op de golfclub, of een etiquettecursus te volgen. Hij kan zich gewoon aanmelden bij een door de overheid gefinancierd instituut waar hij naast uitstekend onderwijs ook de gewoonten en gebruiken van de elite krijgt aangeleerd, met de mogelijkheid om zes jaar te oefenen op zijn klasgenootjes en hun families.

Natuurlijk is de situatie niet perfect. Merry en Boterman noemen een aantal terechte problemen, maar hun oplossing – het gymnasium afschaffen – is erger dan de kwaal. Beter is het om te kijken of we de problemen die zij noemen kunnen ondervangen. Ik bespreek er drie.

Ten eerste zijn de gymnasia niet overal even goed bereikbaar. Wie in Hengelo of Middelburg woont, moet flink reizen. In deze streken is het blijkbaar niet economisch rendabel om een gymnasium te exploiteren. Als dit als een probleem ervaren wordt, zou men kunnen overwegen om op deze plekken wat extra subsidie toe te kennen, zodat ook een klein gymnasium haalbaar is.

Dit is een probleem van de basisschool

Hardnekkiger is het probleem van het schooladvies: uit cijfers blijkt dat kinderen uit de onderklasse vaak een lager schooladvies krijgen dan kinderen uit de bovenklasse, zelfs bij vergelijkbare testscores. Dit is inderdaad problematisch, maar het is onterecht dat Merry en Boterman dit probleem op het bordje van het gymnasium schuiven. Dit is een probleem van de basisschool, dat ook daar moet worden aangepakt.

Vermoedelijk wordt het effect veroorzaakt doordat de leerkracht vindt dat de leerling niet ‘past’ op zo’n elitaire school, maar die leerkracht zou er juist op gewezen moeten worden dat zo’n elitaire school juist voor een kind uit de onderklasse een geweldige kans kan zijn. Een andere oplossing is om voor de toelating tot de middelbare school de scores op gestandaardiseerde tests weer belangrijker te maken.

Ten slotte de zelfselectie. Zoals gezegd staat het eenieder die over de capaciteiten beschikt, vrij om te kiezen of hij gebruik wil maken van de kans om tot de elite toe te treden, maar de vraag kan gesteld worden of die mogelijkheid door iedereen wel voldoende overwogen wordt. Ik denk dat hier wel een kans ligt voor gezagsdragers binnen achtergestelde gemeenschappen, zoals geestelijk leiders of leerkrachten.

Zij zijn, ook als de ouders niet op dat idee komen, in de positie om eens het gymnasium aan te raden, als ze een pienter kind voorbij zien komen. Maar ook dan geldt: als ouders en kind het overwogen hebben en besluiten van het gymnasium af te zien, wil dat niet zeggen dat het gymnasium ongelijkheid in de hand werkt. Het wil zeggen dat niet iedereen tot de elite verheven wil worden – en daar kunnen goede redenen voor bestaan.

Vincent de Haan : 

Vincent de Haan is voormalig gymnasiast, studeerde wiskunde, rechten en psychologie en werkt tegenwoordig in de IT.


Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
«

ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.

Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan

OK