Vooral Elsevier profiteert van nieuwe ‘open science’ deal

Analyse | door Sicco de Knecht
3 juni 2020 | De 'unieke' deal die universiteiten en Elsevier onlangs sloten gaat uit van een wel heel specifieke opvatting van open access en open science. Een opvatting die het bedrijf dat zich steeds meer als data- en platformbedrijf profileert bijzonder goed uitkomt.
Foto: ActuaLitté (CC BY-SA 2.0)

De nieuwe ronde onderhandelingen met uitgever en databedrijf Elsevier moest meer open access voor minder geld opleveren. Dat was althans de inzet van de onderhandelaars begin 2018. Onlangs presenteerden Elsevier en de Nederlandse onderzoeksinstellingen en -financiers De formele ondertekenaar van het contract is Surfmarket B.V. namens de Nederlandse universiteiten aangesloten bij de VSNU, de universitair medisch centra verenigd in de NFU, een deel van de Nederlandse hogescholen via de Vereniging Hogescholen en de KNAW- en NWO-instituten. dan dit nieuwe contract en de vraag is wat er over is gebleven van de oorspronkelijke inzet.

Kort samengevat komt de overeenkomst erop neer dat Elsevier voor Nederlandse (corresponding) auteurs open access biedt in bijna alle wetenschappelijke tijdschriften. Een aantal titels in de Cell- en The Lancet-familie zijn (nog) uitgesloten van de deal. Tegelijkertijd spreken de partijen af dat ze gezamenlijk op zullen trekken in het opzetten van een infrastructuur voor onderzoeksdata, en samen zullen werken aan ‘open science’ projecten. Dit alles tegen een prijs van 16,4 miljoen euro per jaar.

Wie afgaat op de krantenkoppen zou vermoeden dat Nederland met deze deal een gigantische stap zet op het gebied van open access en open science. Maar is dat wel zo? ScienceGuide legde het oor te luisteren bij experts en (mede)onderhandelaars en wierp een zorgvuldige blik op het onderliggende contract. Daaruit blijkt dat het hier wel om een hele specifieke definitie van open access en open science gaat, en dat de veelal vage afspraken op gespannen voet staan met eerder geuite doelstellingen over open science en erkennen en waarderen.

Scheidslijnen vervagen

Het doel van een contract is doorgaans om helderheid over afspraken te verschaffen. Contractpartijen proberen in de onderhandeling zo helder mogelijk te krijgen wat de wederzijdse verplichtingen zijn, om dit vervolgens in een geschreven contract te bevestigen, uiteindelijk in de hoop het nooit nodig te hebben om op terug te vallen.

Zo leest het contract tussen Elsevier en de Nederlandse vertegenwoordigers van de wetenschap bepaald niet. Dat heeft alles te maken met het feit dat het contract twee diensten met elkaar vervlecht. Aan de ene kant bevat het een inmiddels vrij gangbare read and publish deal met betrekking tot wetenschappelijke publicaties. Aan de andere kant introduceert het contract een unieke ‘open science and services agreement’ die erop gericht is projecten met (meta)data uit onderzoek uit te voeren, bijvoorbeeld ter ondersteuning van bestuurskundige of beleidsafwegingen.

Sinds het uitlekken van de plannen om deze twee activiteiten contractueel met elkaar te verbinden is er commentaar geweest op deze aanpak. Volgens critici hoeven de twee diensten niet logischerwijs in hetzelfde contract te zitten en doet de koppeling bovendien de scheidslijn vervagen waar nu precies voor betaald wordt.

In reactie op de kritiek werd vlak voor de jaarwisseling een pas op de plaats aangekondigd in de onderhandelingen. De partijen besloten tot een overgangsperiode van vier maanden met bijbehorend Memorandum of Understanding. Die tijd zou door de kennisinstellingen gebruikt worden om (in een werkgroep) principes te formuleren die het eventueel delen van (meta)data van de instellingen zou moeten kaderen. Dat zou de kritiek en angsten in de academische gemeenschap weg moeten nemen, en de onderhandelaars in staat stellen met een helder doel en kader de gesprekken te vervolgen.

Het aanstellen van deze werkgroep liet uiteindelijk lang op zich wachten, en de vraag was dan ook of 1 mei wel haalbaar was – in coronatijd. De VSNU meldde aanvankelijk dat de opdracht en samenstelling van de werkgroep “niet openbaar” zouden worden gemaakt, maar toen dit uiteindelijk wel gebeurde, bleek dat de opdracht was losgekoppeld van de contractonderhandelingen en. De werkgroep had “een bredere opdracht” gekregen.

Huwelijkse voorwaarden

Met de coronacrisis op de voorgrond was de vraag of 1 mei wel een haalbare en wenselijke deadline was. De onderhandelaars lieten echter weten de deadline van 1 mei 2020 alsnog aan te houden. Nu is er, na nog een paar weken uitstel, dan toch een deal. Dit nog voordat de werkgroep zijn openbare consultatie af heeft kunnen ronden en definitieve ‘guiding principles’ kunnen presenteren.

Het contract heeft hierdoor zelfs aantoonbaar ingeboet op helderheid. Partijen spreken weliswaar intenties uit over open access, en beschrijven hoe projecten gebaseerd op Elsevier services er ongeveer uit zouden kunnen zien. Maar wie zich achteraf ergens op zou willen beroepen, kan slechts naar intenties verwijzen. Twee partijen worden aan elkaar verbonden, maar de huwelijkse voorwaarden zijn lang, namelijk 5 jaar, en bovendien vaag. Alsof beiden schoorvoetend ‘ja’ hebben gezegd.

Een specifieke vorm van open access

Gelezen als een contract over het publiceren van wetenschappelijke artikelen moet concluderen dat Elsevier op het gebied van open access een grote concessie doet. Waar het bedrijf aanvankelijk anticipeerde op het met veel bombarie aangekondigde Plan S door allerlei constructies op te tuigen om zo veel mogelijk het oude te blijven doen, is deze deal een echte vorm van open access. Niet langer beperkt Elsevier open access tot een select aantal titels: “95 procent van alle Nederlandse wetenschappelijke artikelen kan door deze overeenkomst per direct open access worden gemaakt” Auteurs hebben de keuze tussen CC-BY of CC-BY-NC-ND. Auteurs die onder Plan S regels vallen zullen CC-BY moeten kiezen, anderen kunnen ook NC-ND kiezen. .

Een heel specifiek soort open acces ( goud Bij dit het gouden open access model vervallen de abonnementsinkomsten en verkrijgt de uitgever inkomsten door de auteur (of het instituut) een vergoeding te laten betalen na acceptatie van een artikel. Een volledig 'gouden' tijdschrift kent alleen deze optie. Onder die definitie zullen veel van de Elsevier-tijdschriften dan ook niet 'full gold open access' worden, ze bieden deze dienst immers alleen aan voor onderzoekers en instellingen uit specifieke landen waar een contract mee is getekend. ) is het wel.  Onderzoeksinstellingen betalen daarbij tegelijkertijd om onderzoek in wetenschappelijke tijdschriften te kunnen publiceren, als ze publiekelijk beschikbaar te maken.

Over het openstellen van de overgebleven vlaggenschepen van Elsevier, de tijdschriftenfamilies van Cell Bestaande uit 21 tijdschriften waaronder Cell, Neuron en Current Biology. en The Lancet In totaal acht titels. , valt uiteraard nog het een en ander te zeggen. Duidelijk is dat de partijen het niet eens zijn geworden over deze twee laatste . Op pagina 45 van het contract moet worden teruggevonden wat de partijen werkelijk hebben afgesproken.

Daar is namelijk “de intentie” terug te vinden om tot honderd procent open access te komen. Een hoogst opmerkelijke afspraak voor in een contract. Ook de verdere formulering waarbij deze tijdschriften plotseling “non-full open access” titels zijn en “de partijen [zullen] er gezamenlijk ijverig aan […] werken [deze] binnen de looptijd van dit contract [tot 2024, red.] te includeren” onwennig ogen. Het is immers vreemd om hier te spreken van een “gezamenlijk doel” wanneer Elsevier toch echt zelf kan besluiten om een tijdschrift open access te maken.

De ‘bekeerling’ Elsevier?

Een knieval dus van Elsevier, maar tegen welke prijs? Daar is de afgelopen jaren flink over gesteggeld. De Nederlandse onderhandelaars lieten aan het begin van de onderhandelingen met Elsevier, bij monde van Koen Becking (vz. Tilburg University), weten de inzet te verhogen ten opzichte van het contract uit 2015: “Als we niet meer open access krijgen voor minder geld, dan komt er geen deal.”

‘Ook een ‘no deal’ is mogelijk’

In het nieuwe contract betalen de instellingen €16,4 miljoen per jaar (vanaf 2021) ten opzichte van €12,2 miljoen (ijkpunt 2018) per jaar in het verleden Vergeleken met de vorige deal met Elsevier is in ieder geval een forse prijsverhoging van de 12,2 miljoen euro die in 2018 werd betaald. Ook die 12,2 miljoen euro was het gevolg van een prijsverhoging die destijds werd ingegeven door de ‘pilot’ om in totaal 3600 artikelen in de looptijd van drie jaar ‘kostenloos’ open access aan te bieden voor een prijsverhoging van 2,5 en 2,0 procent tussen 2016-2018. . Dat is ongeveer €2700 per artikel Samen publiceren onderzoekers van de Nederlandse kennisinstellingen binnen de coalitie ongeveer 6000 wetenschappelijke artikelen in Elsevier tijdschriften. . Een vergelijking van de ‘transformative agreements’ die de afgelopen jaar werden gesloten met achttien uitgevers leverde prijzen op van rond de €2.000  per artikel voor grote partijen als Springer Nature en Wiley. Ook hier was de afspraak dat instellingen hetzelfde bedrag aan abonnementsgeld blijven betalen, maar onder de voorwaarde dat alle publicaties van Nederlandse (corresponding) auteurs open access zijn.

In hun gezamenlijke persuitingen benadrukken de partijen bovendien dat het contract in overeenstemming is met Plan S. Ook de Nederlandse Plan S champion Johan Rooryck onderschrijft dit. “Hiermee loopt Nederland wel echt voorop in de wereld in het percentage open access artikelen. De deal is transparant genoeg uitgaande van de huidige principes van Plan S voor transformative agreements.”

Een dag voor de bekendmaking van het contract met Elsevier kondigde de coalitie achter Plan S aan dat uitgevers vanaf 2022 inzicht moeten geven in de prijzen die ze voor de verschillende componenten van het publicatieproces Denk aan triage van artikelen, organisatie peer review, redactiewerk, betalingen aan redacteurs, marketing en winst. berekenen. “In de zin van de transparantierichtlijnen voor Article Processing Costs/Charges die vanaf 2022 gelden, is de deal niet transparant. We hopen dat Elsevier zich tegen die tijd zal hebben bekeerd.”

Een succesvolle deal?

Al met al valt onmogelijk in te schatten of deze deal wat betreft het kostenplaatje nu een verbetering is of niet. Niet alleen omdat ook verschillende softwarepakketten en diensten van Elsevier binnen het contract vallen, maar juist vanwege de afspraken over wat kort samengevat ‘Professional Services’ is gaan heten. De marktwaarde van de ‘open science’ component is immers onbekend en ook de open access component is nieuw in deze vorm.

En wat zijn nu precies die services? Met de term Research information systems schiet de gemiddelde onderzoeker waarschijnlijk weinig op, maar ook het contract blijft vaag over wat hieronder valt. De opmerkelijke zin (zeker voor in een contract) “Examples of the Professional Services could be:” gevolgd door een aantal mogelijke “pilots” schept meer verwarring dan duidelijkheid over de afspraken.

Voorbeelden die genoemd worden zijn het koppelen van metadata van instellingen om zodoende inzichtelijk te maken welke “research outputs” voortvloeien uit grants van de ERC, NWO, ZonMw en andere financiers. Een poging dus om via metadata te achterhalen wat een beurs nu eigenlijk ‘oplevert’.

Een andere is een VSNU-pilot op het gebied van het nieuwe ‘erkennen en waarderen’ waar ook onderwijs, outreach en management in worden verdisconteerd. Voorbeelden van pilots, waar de facto dus nog geen afspraken over bestaan. Niet iets dat je in een contract verwacht tegen te komen, zeker niet als voor deze diensten al wel een prijs is afgesproken.

Het nieuwe erkennen en waarderen?

Nog afgezien van de vaak geuite zorgen over eigenaarschap over deze (meta)data roepen deze pilots ook andere vragen op. Bijvoorbeeld of dit een benadering is die strookt met de afspraken die onderzoeksinstellingen en -financiers de afgelopen jaren met elkaar gemaakt hebben. Het nieuwe erkennen en waarderen en de inmiddels door bijna alle betrokken partijen ondertekende DORA verklaring De San Francisco Declaration on Responsible Assesment (DORA) beoogt een halt toe te roepen aan het gebruik van de impactfactor van wetenschappelijke artikelen voor het gebruik van het beoordelen van waarde van het individuele werk van onderzoekers. De VSNU tekende DORA in 2014. De KNAW, NWO en ZonMw deden dat afgelopen april en de NFU doet dit voor het einde van 2019. pleiten juist voor een beweging weg van bibliometrica om onderzoek(ers) op te beoordelen.

Daarnaast is het genereren (invullen) en valideren (controleren) van deze gegevens een taak die primair bij de instellingen ligt. Elke vorm van aansprakelijkheid over de juistheid ervan ligt daarmee ook bij de instelling. Niet alleen schept dit een juridisch risico Uit het contract: 6.4 Limitation of Liability. | Except for the express warranties and indemnities stated herein and to the extent permitted by applicable law, in no event will Elsevier or its suppliers be liable for any indirect, incidental, special, consequential or punitive damages including, but not limited to, loss of data, Customer’s business interruption or loss of profits, arising out of or in connection with this Agreement, or will the liability of Elsevier and its suppliers to the Customer exceed a sum equal to the Fees paid by the Customer hereunder during the twelve (12) month period immediately preceding the date on which the claim arose, even if Elsevier or any supplier has been advised of the possibility of such liability or damages. – ook voor individuele onderzoekers – maar het invullen en controleren is ook een tijdrovende activiteit waar onderzoekers zich openlijk over beklagen, en waarvan wordt betwijfeld of het primaire proces er werkelijk bij gebaat is.

De kennisinstellingen en funders zijn bovendien niet verplicht om deze projecten daadwerkelijk uit te voeren. Sterker nog, het contract besteedt meer tekst en uitleg aan de mogelijkheid voor instellingen om hiervan af te zien, dan aan de afspraak zelf. Een speciaal opgericht orgaan van de instellingen moet toezicht houden op de pilots. Dit bepaalt, geheel naar eigen inzicht, welk project wordt ingezet, welke instellingen meedoen, of dit publiekelijk (dus ook buiten Elsevier) aanbesteed wordt.

Het platformbedrijf Elsevier

Het feit dat er zo veel slagen om de arm gehouden worden in het open science gedeelte van het contract, is duidelijk om te waken voor het publieke belang en de zogenaamde vendor lock-in Bij vendor lock-in wordt de klant door zich initieel te committeren aan een product vervolgens afhankelijk van de verkoper van dit product. Het meest extreme voorbeeld is een kerncentrale, waar de bouwer doorgaans ook het onderhoud en afvalvernietiging doet en de afnemende partij – de overheid – vast zit aan deze ene partij. . De oorspronkelijke onthulling dat de kennisinstellingen een ‘exclusief’ contract met het databedrijf zouden aangaan schoot velen in het verkeerde keelgat. In december schreven de gezamenlijke Nederlandse rectoren zelfs een opmerkelijk strenge opinie in de Volkskrant waarin zij waarschuwden voor de toenemende invloed van platformbedrijven:

“[…] de controle over data van studenten, docenten en onderzoekers [verschuift] naar deze bedrijven, die deze data kunnen exploiteren zonder publiek toezicht. De voorwaarden waaronder de diensten worden geleverd, laten grote vrijheid voor platformbedrijven om data voor eigen doelen te gebruiken. Het publieke toezicht op het hoger onderwijs wordt daarmee uitgehold.”

Robert-Jan Smits, destijds nog speciale gezant voor open access van de EU, waarschuwde er bij de lancering van Plan S in september 2018 voor om behoedzaam om te springen met samenwerkingen op het gebied van onderzoeks (meta)data. “Laten we ervoor waken dat we wat er met onze artikelen is gebeurd, niet weer met onze data laten gebeuren,” zei hij destijds.

‘We mogen Elsevier open science niet laten toe-eigenen’

Met dit contract wordt Elsevier niet per definitie de partij waarmee de kennisinstellingen en wetenschapsfinanciers voortaan zaken zullen moeten doen, maar wel de eerstaangewezen partij. Het platformbedrijf weet in het contract een aantal terreinen af te bakenen waar het primaat voortaan bij hen ligt.

Kritiek vanuit de werkgroep

De fundamentele vraag is dan ook of de PR-teksten waarin partijen dit contract als ‘open science’ contract bestempelen nu ook hout snijden. Daarover uitte wetenschappelijk directeur van het CWTS en hoogleraar wetenschapsevaluatie Sarah de Rijcke onlangs stevige kritiek op het blog Leiden Madtrics: “Het is evident dat Elsevier een hoop te winnen heeft bij deze deal. Voor hen ligt er nu een unieke onderzoeksinformatie infrastructuur klaar omdat het niet alleen een afspraak is op nationaal niveau, daarbovenop wordt alle informatie die erin gaat gevalideerd door de instituten en financiers zelf.”

De Rijcke, die lid is van de werkgroep die zich over de eerder genoemde principes buigt, vindt het prijzenswaardig dat er een set van principes over samenwerking is opgenomen in het contract, maar maakt zich ook zorgen. “Ik ben niet overtuigd door het contract, en vind het nog steeds zorgwekkend dat dit deel effectief de middelen overdraagt aan een monopolistische private onderneming om het Nederlandse wetenschapsbeleid op cruciale punten te beïnvloeden.” De zorgen ‘ongewenste platformeffecten’ waarvoor eerder gewaarschuwd werd zijn volgens haar niet weggenomen.

Primair stelt de Leidse onderzoeker de voor de hand liggende vraag: vanwaar de haast? “Het had de uitgesproken voorkeur gehad als de onderzoeksinstituten eerst algemene principes hadden kunnen formuleren voor het samenwerken met private partijen, om zich pas daarna te committeren aan projecten en daar derden bij te zoeken.” De deadline voor de open consultatie was immers al op 8 juni a.s., en de werkgroep was pas sinds begin maart operationeel.

Nog even rustig nadenken was er blijkbaar niet bij, en wie het contract erbij pakt is hoogstwaarschijnlijk ook verrast over de lange looptijd. Het commitment is voor maar liefst vijf jaar, uitzonderlijk lang voor een dergelijk contract In Nederland is de enige andere partij met een dergelijk langlopend contract de American Chemical Society - bovendien een veel minder omvangrijk contract. Andere contracten zijn doorgaans voor drie jaar. . Een voor de hand liggende reden hiervoor zou kunnen zijn dat de onderhandelingen met Elsevier doorgaans zo lang duren dat het lopende contract allang weer voorbij is.

Ook klagen betrokkenen bij de onderhandelingen over het feit dat de onderhandeling met deze ene markleider de aandacht afleidt van de talloze andere afspraken met veelal kleinere uitgevers, die ook belangrijk zijn. Natuurlijk, op het totale budget van de Nederlandse instellingen is €80,5 miljoen over 5 jaar geen grote post, maar het geld kan alsnog niet worden uitgegeven aan andere open access/science projecten.

Een goede PR-gelegenheid voor Elsevier

Terugkomend op de huwelijkse voorwaarden moet gezegd dat er in het contract uitzonderlijk veel aandacht wordt besteed aan wat niet onder het contract valt, hoe instellingen niet mee hoeven te doen met de pilots of voor partijen om zich uit het gehele contract terug te trekken. Zo mogen deelnemende instellingen zich op elk moment terugtrekken uit een individuele pilot Uit het contract: 2.3 Termination The participating Institution(s) may at any time and for any reason step out of an individual pilot. The sole remedy for the Institutions is to terminate an individual pilot and/or mutually agree upon a suitable alternative individual pilot. , en vallen pilots waar intellectueel eigendom in samenwerking wordt ontwikkeld buiten het contract Uit het contract: 'In the event Customer and Elsevier would jointly decide to enter into a pilot where intellectual property would be jointly created by the parties, the Customer and Elsevier agree that this would fall outside the current scope of this Agreement and therefore require a separate agreement based upon the underlying principle described in this Agreement that Elsevier would become the owner of the intellectual property and the Customer would be granted a non-exclusive, perpetual, irrevocable, royalty free license to use the jointly created intellectual property for its own internal, non-commercial, purposes.' .

In het geval van dat laatste is het uitgangspunt wel dat Elsevier het eigenaarschap over het intellectueel eigendom krijgt In dit geval blijven publieke instellingen eigenaar van ingebrachte data, metadata en de verrijkte data uit professional services. Intellectueel eigendom van software, codes etc. blijft bij Elsevier. Grensgevallen waarbij daadwerkelijk sprake is van co-creatie op bijvoorbeeld algoritmes en codes zullen apart geregeld moeten worden. Dit gebeurt via een separaat contract bij het Statement of Work , en de klant hier onder strikte voorwaarden Uit het contract: 'Access to research data and metadata: Elsevier will give enduring access during the Term to all research data, including metadata, analytics and information, which has been input, uploaded or created by or on behalf of the Institution or its Authorised User or enriched by the Institution or on behalf of the Institution or Elsevier using the Professional Services to the Institution or to third parties that are acting on behalf of the Institution unless the Institution has explicitly stated that (parts of) data should remain confidential.' (p. 103) gebruik van mag blijven maken. Gedurende de looptijd van het contract geeft Elsevier toegang aan derden tot alle (meta)data die beschikbaar komt, maar alleen als deze namens de instellingen acteren.

Al met al oogt het contract als een haastklus waarin de bijna tastbare reserveringen van beide partijen doorklinken. Buiten kijf staat dat het aandeel open access beschikbare wetenschappelijke artikelen van Nederlandse (corresponding) auteurs toe zal nemen. Maar door de koppeling van twee diensten valt echter niet op te maken of de prijs die wordt betaald voor open access het waard is. Op het antwoord op de vraag of de academische gemeenschap zat te wachten op deze variant van open science is niet gewacht. Ondertussen heeft de PR-machine van Elsevier op volle toeren gedraaid en de kennisorganisaties en de minister klapten vrolijk mee.

Sicco de Knecht :  Hoofdredacteur

ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.

Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan

OK