Door het leenstelsel kiezen minder havisten voor onderwijs- en zorgstudies

Nieuws | door Frans van Heest
24 juli 2020 | Met name vrouwelijke havisten kiezen eerder voor een studie met een hoog verwacht salaris als gevolg van het leenstelsel. Zij kiezen daarom minder vaak voor een studie in de zorg of het onderwijs, blijkt uit een onderzoek van de Erasmus Universiteit.

Sinds de invoering van het leenstelsel is er veel aandacht geweest voor de negatieve gevolgen. Al eerder bleek dat studenten door het leenstelsel langer thuis blijven wonen, de gemiddelde studieschuld toe is genomen, en dat leenaversie heeft geleid tot een verminderde doorstroom van mbo naar hbo. Ook ervaren studenten sinds de invoering van het leenstelsel steeds meer mentale druk door een combinatie van een verslechterde financiële situatie, een verhoogde prestatiedruk in het onderwijs, en de hogere verwachtingen aangaande hun toekomst.

Het vinden van een passende baan of geschikte woonruimte na de studie is voor veel studenten een stressfactor. En nu blijkt dat studenten die op een grotere afstand van onderwijsinstellingen wonen, sinds het leenstelsel vaker kiezen voor een studie die potentieel leidt tot een hoger salaris. Dit blijkt uit een studie van wetenschappers van de Erasmus Universiteit die hierover hebben gepubliceerd in het vakblad voor Economie en Beleid ESB.

Studenten maken een kosten-baten afweging

De literatuur naar de gedragsveranderingen van aankomende studenten als gevolg van de invoering van het sociale leenstelsel richt zich met name op de kostenkant en de directe financiële consequenties voor studenten. De invoering kan echter ook leiden tot een bewustere studiekeuze, schrijven de Rotterdamse onderzoekers.

Omdat aankomende studenten een hogere eigen bijdrage leveren aan de studiekosten, is het aannemelijk dat ze een kosten-batenafweging maken waarin ook extrinsieke factoren zoals arbeidsmarktperspectief en verwacht salaris een rol spelen. Dit was tevens de verwachting en de hoop van toenmalig minister Bussemaker in de Tweede Kamer bij de invoering van het leenstelsel. Die beloofde dat gemonitord zou worden of studenten een bewustere studiekeuze maakten, maar dat is – tot deze studie – nooit gebeurd.

Er wordt niet alleen naar studiekeuze gekeken

Voor het onderzoek is gebruikgemaakt van microdata van het Centraal Bureau voor de Statistiek. De studiegegevens van studenten zijn afkomstig uit het Nationaal Cohortonderzoek onderwijs; een grote dataset waarbij langjarig leerlingen en studenten gevolgd worden. In de studie is gekeken naar twee cohorten studenten die begonnen voor de invoering van het leenstelsel en drie cohorten erna. Deze gegevens zijn gekoppeld aan de demografische gegevens op studentniveau.

Daarmee wordt voor het eerst op kwantitatieve wijze de impact van het leenstelsel op de studiekeuze geanalyseerd. Er is niet alleen naar de studiekeuze gekeken, maar ook naar sociaaleconomische achtergrond, woonlocatie en sekse.

Onzekerheid na afstuderen reduceren

De onderzoekers hebben allereerst gekeken of studenten met verschillende sociaaleconomische achtergronden ook dezelfde studiekeuzes maken. Studenten uit lage welvaartsgroepen kunnen niet terugvallen op financiële ondersteuning van hun ouders voor het terugbetalen van de studieschuld. Het is daarom goed mogelijk dat deze studenten andere studiekeuzes maken en meer waarde hechten aan factoren die de financiële onzekerheid na afstuderen reduceren.

Ook geldt dit voor leerlingen die minder goed presteren op de middelbare school. Indien deze groep ook van zichzelf verwacht dat de prestaties in het hoger onderwijs achterblijven, wordt de kans groter op een hogere studieschuld door bijvoorbeeld een langere studieperiode dan wel een lager inkomen door concurrentie op de arbeidsmarkt. De hypothese was dat deze studenten daardoor vaker een studie kiezen die in de toekomst meer financiële zekerheid zal bieden.

Zo is het ook voor aankomende studenten met een beperkt studieaanbod in de directe woonomgeving aannemelijk dat zij vaker een studie zullen kiezen leidend tot een hoger verwacht inkomen. Thuis blijven wonen betekent voor hen lange reistijden. Omdat de opties om thuis te blijven wonen beperkt worden naarmate de reistijd toeneemt, kan de keuze voor een studie uitmondend in een hoger verwacht salaris de studieschulden vanwege het op kamers gaan compenseren.

Juist vrouwen kiezen voor studies met hoger salaris

Onder druk van hogere financiële lasten en onzekerheid is het volgens de onderzoekers ook goed mogelijk dat door de invoering van het leenstelsel juist vrouwen vaker studies kiezen die leiden tot een hoger verwacht salaris. Van oudsher bestaan er verschillen in studiekeuze tussen mannen en vrouwen. Zo kiezen vrouwen in tegenstelling tot mannen vaker voor zorg- of onderwijs gerelateerde studies. Tegelijkertijd bleek uit Nederlands onderzoek twintig jaar geleden dat de vrouwen minder carrièregericht en behoudender waren wat betreft hun verwachtingen van de financiële ondersteuning door hun ouders.

Ondanks dat het salaris na een studie minder belangrijk blijkt voor vrouwen dan voor mannen, wordt de studiekeuze van vrouwen wel degelijk beïnvloed door het toekomstige verdienpotentieel van een studie.

Havisten kiezen vooral andere studies

Havo-gediplomeerden kiezen sinds de invoering van het leenstelsel vaker voor studierichtingen met een hoog startsalaris. Voor havo-gediplomeerden ligt dit gemiddeld op een significante toename van 3,1% ten opzichte van de situatie voorafgaand aan het leenstelsel. Dit komt overeen met een gemiddelde toename van het aantal havo-gediplomeerden dat kiest voor een studie met een hoog startsalaris in het vooruitzicht van 8,2%. Daarmee in acht genomen dat een laag startsalaris €2100 is en een hoog startsalaris €2600.

Vwo-gediplomeerden zijn opvallend genoeg sinds het leenstelsel niet vaker gaan kiezen voor een studie met een hoog startsalaris. De onderzoekers vonden een – niet-significante – afname van 1,1% in keuze voor studies met een hoog startsalaris.

Studenten uit lagere inkomens kiezen bewuster

Voor havo-gediplomeerden blijkt de verandering in de studiekeuze samen te hangen met het inkomen van hun ouders. Voor havo-gediplomeerden uit de lage inkomenscategorie is de toename van de keuze voor een studie met een hoog startsalaris substantieel groter dan voor de hoge inkomenscategorie (1,9%). Voor de introductie van het leenstelsel koos gemiddeld 39% van de havo-gediplomeerden uit de lage inkomenscategorie voor een studie met een hoog startsalaris, nu is dat 43% van de studenten uit de lage inkomenscategorie.

Voor vwo-gediplomeerden spelen sociaaleconomische verschillen slechts een beperkte rol. In tegenstelling tot de havo-gediplomeerden kiezen vwo-gediplomeerden uit de hogere inkomenscategorie juist significant minder vaak een studie met een hoog startsalaris. Voor de midden en lage inkomens is er voor de invoering van het leenstelsel geen significant verschil in studiekeuze. Bovendien hebben de Rotterdamse onderzoekers ook gekeken naar studieaanbod in de omgeving overeenkomstig het vakkenpakket van de aankomende student. Dat blijkt ook relevant voor het effect van het leenstelsel op de studiekeuze.

Uit een analyse blijkt dat havo-gediplomeerden voor wie het onderwijsaanbod in de omgeving van het ouderlijk huis klein is, na de invoering van het leenstelsel vaker geneigd zijn om te kiezen voor een studie met een hoog verwacht startsalaris in het vooruitzicht. Dit zijn studenten die een studie kiezen relatief ver weg van hun woongemeente, met langere reistijden of hogere kosten voor het wonen op kamers.

Vooral vrouwen kiezen anders

Ten slotte kijken de onderzoekers naar de rol van sekse. De resultaten laten zien dat bij de keuze voor studies leidend tot een beroep met een hoog startsalaris er een significant verschil is tussen mannen en vrouwen met een havo-diploma. Terwijl mannen slechts 0,6% vaker kiezen voor een studie met een hoog startsalaris, is dit voor vrouwen 5,5%.

Voorafgaand aan het leenstelsel koos gemiddeld slechts 27% van de vrouwelijke havo-gediplomeerden voor een studie met een hoog startsalaris. Voor mannen was dit in deze groep 51%. De toename van 5,5% komt overeen met een stijging van 20,4% van het gemiddelde percentage vrouwelijke havo-gediplomeerden dat na de invoering van het leenstelsel kiest voor een studie met een hoog startsalaris.

Concluderend zien de onderzoekers in deze ontwikkeling ook een emancipatoir effect. Het feit dat met name vrouwelijke havo-gediplomeerden andere studiekeuzes maken, laat zien dat onder invloed van financiële consequenties en onzekerheid het toekomstige verdienpotentieel van een studie voor hen belangrijker wordt. Deze vrouwen maken daardoor op dit punt een aanzienlijke inhaalslag ten opzichte van mannen. Studies waar vrouwen van oudsher voor kozen – zoals sociale studies, onderwijs en gezondheidszorg – worden daarmee ook minder vanzelfsprekend.


Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
«

ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.

Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan

OK