Evaluatiecommissie uit kritiek op adviesfunctie KNAW

Analyse | de redactie
9 juli 2020 | De adviserende rol van de KNAW komt in de knel, onder andere doordat de positie van OCW is verzwakt ten aanzien van het wetenschapsbeleid. Dat concludeert een commissie onder leiding van Karl Dittrich die de KNAW heeft geëvalueerd.
Vooraanzicht van het gerenoveerde Trippenhuis waar de discussiemiddag plaatsvond – Foto: KNAW (Twitter)

De verhouding tussen de KNAW en OCW moet opnieuw worden gedefinieerd. Dat is het voornaamste advies dat de commissie onder leiding van oud-VSNU voorzitter Karl Dittrich doet in de meest recente evaluatie van de organisatie. Ook de uitgangspunten en de procedure achter het aanstellen van nieuwe leden van het Genootschap van de KNAW is toe aan een opfrisbeurt.

Op basis van gesprekken met leden van de organisatie en andere spelers binnen het Nederlandse wetenschapsbestel, komt de commissie tot de conclusie dat de KNAW een gewaardeerde en erkende speler is binnen de Nederlandse wetenschap. Ze bekleedt een verbindende rol “die zin heeft”, aldus de commissie. De forum- en publieksfunctie, die de KNAW vervult door symposia, mediabijdragen en andere publieksactiviteiten te organiseren, worden over het algemeen zeer gewaardeerd.

Adviesfunctie ter discussie

Een punt waar de commissie zich kritischer over uit, is de adviesfunctie van de KNAW. De evaluatiecommissie waarschuwt voor onderbenutting van het potentieel van het aanwezige expertise, en spoort de KNAW “helderder en actiever” te zijn in het exposeren hiervan. Tegelijkertijd adviseert de commissie de KNAW om zich “voornamelijk op wetenschappelijke, op de lange termijn gerichte vragen” te richten en kritisch te zijn op “adviesvragen die niet aan deze kenmerken voldoen”

De KNAW maakt in haar zelfevaluatie onderscheid tussen ‘beleid voor wetenschap’ (advies over het wetenschapsbeleid) en ‘wetenschap voor beleid’ (wetenschappelijke inzichten t.b.v. overheidsbeleid). “Als duider van wetenschap ligt het voor de hand dat de KNAW, in het kader van “wetenschap voor beleid”, zuiver wetenschappelijke standpunten inneemt.” Zo schrijft de commissie. “Adviezen van de KNAW zouden zich moeten beperken tot feiten, wetenschappelijke vraagstellingen en maatschappelijke vraagstellingen met een overwegend wetenschappelijke component.”

De waan van de dag

Een jaar geleden uitte oud-president van de KNAW Wim van Saarloos in een interview met ScienceGuide al de wens om vaker betrokken te worden bij maatschappelijke thema’s met een wetenschappelijke component. “In de hele discussie over de uitwerking van het klimaatakkoord zijn wetenschappers te weinig expliciet betrokken geweest. […] Wij willen als KNAW meer aandacht aan de brede maatschappelijke thema’s, zoals het klimaat […].” Een wens die de commissie dus kracht bijzet.

De commissie benadrukt tegelijkertijd dat de KNAW zich op het gebied van advies over wetenschapsbeleid zou moeten “concentreren op een beperkt aantal adviezen”, wat suggereert dat de KNAW zich momenteel misschien te veel bezighoudt met dergelijke onderwerpen. Eerder uitte ook het voormalig hoofd onderzoek van het Rathenau, Jos de Jonge, kritiek op de adviesrol van de KNAW. “Je moet kiezen, je bent een adviesorgaan of je bent een belangenbehartiger” zei hij hierover tegen ScienceGuide.

Tegelijkertijd roept de evaluatiecommissie OCW en de KNAW op om vaker proactief, en dus op eigen initiatief te adviseren over onderwerpen die vallen onder ‘wetenschap voor beleid’: “Als de KNAW geen onderdeel van de waan van de dag wil zijn en haar adviesfunctie niet wil verwateren door rekening te houden met andere dan wetenschappelijke overwegingen, is het aan te bevelen het accent meer op ongevraagde adviezen te leggen.” Dat kan in de vorm van (kortere) briefadviezen maar ook daar moet de KNAW scherpte houden zo stelt de commissie: “Ook de korte, zogenaamde briefadviezen, dienen een wetenschappelijke onderbouwing te bevatten.”

Economische zaken beter aangehaakt dan OCW

De aanbevelingen komen met een andere stevige aansporing, ditmaal aan het adres van OCW. Want alhoewel het contact tussen OCW en de KNAW door beide partijen als positief wordt gezien, ziet de commissie dat juist andere ministeries, met name het ministerie van Economische Zaken, er steeds beter in slagen om het beleid ten aanzien van wetenschapsbeleid te articuleren. De commissie stelt dat hiermee “het natuurlijke primaat van OCW voor het wetenschapsbeleid onder druk is komen te staan.”

Het gevolg hiervan is volgens de commissie dat ook de fundamentele wetenschap onder druk komt te staan. “Daarmee wordt het wetenschapsbeleid meer gericht op de toepassingsgerichtheid en de toepasbaarheid van onderzoek en is er minder aandacht voor de meer fundamentele wetenschap. De commissie wijst met nadruk op de consequenties van deze veranderingen.”

De kritiek op het beleid van OCW is dan ook niet mals. “Van het ministerie van OCW mag verwacht worden dat de waarde van en de balans binnen het gehele wetenschapssysteem wordt benadrukt en beschermd.” De commissie heeft echter de indruk dat de positie van het ministerie van OCW ten opzichte van andere departementen is verzwakt. “Op den duur kan dat funeste gevolgen hebben voor de breedte en diepgang van het Nederlandse wetenschappelijk onderzoek.

De commissie ziet dat de positie van OCW verzwakt is, waardoor ook de rol van de KNAW in de knel komt. “Naar de opvatting van de commissie zou het ministerie van OCW zich ook actiever moeten opstellen om de potentie van de binnen de KNAW en de instituten aanwezige wetenschappelijke kennis en expertise beter te benutten voor het ondersteunen van de analyse en beantwoording van maatschappelijke vragen. Het ministerie van OCW dient een brugfunctie te vervullen tussen de KNAW en de andere departementen. Daardoor zou de wetenschappelijke kennis en expertise van de KNAW beter terecht komen bij de relevante departementen. Dit gebeurt nu onvoldoende.”

Integriteit benoeming leden

Een ander aandachtspunt is de selectie van de nieuwe leden van de KNAW. Zonder dat de commissie met concrete voorbeelden van waar dit momenteel verkeerd zou gaan, benadrukt zij dat de selectie vooral integer moet gebeuren. “De KNAW ontleent haar bestaansrecht aan de wetenschappelijke excellentie en persoonlijke integriteit van haar leden”.

Het genootschap moet volgens de commissie beter opletten of de benoemingsprocedure verloopt op een ordentelijke en onafhankelijke wijze: “De jury zal […] terdege na dienen te gaan of de positie van een referent binnen het wetenschapsgebied voldoende vertrouwen op een degelijk oordeel biedt, zonder dat vriendschapsbanden met het kandidaat-lid een rol spelen.” De suggestie is dan ook om meer internationale onderzoekers te betrekken bij dit proces.

Niet alleen procedureel, maar ook inhoudelijk heeft de commissie zorgen over de procedure. “Het was een verrassende ervaring voor de commissie dat een wetenschappelijke organisatie als de KNAW metrische gegevens zoals aantal citaties, impactfactoren, h-indices, enz. gebruikt bij het selecteren van leden. Afschaffen van elk gebruik van de genoemde metrische gegevens bij de beoordeling van personen of onderzoek is dringend geboden.”

In een reactie laat het bestuur van de KNAW weten dat de door de commissie aangehaalde procedure een verkeerde bijlage betrof. “De metrische gegevens, die abusievelijk nog in het nominatieformulier stonden nadat het gebruik ervan al door de KNAW was afgezworen, zijn ondertussen verwijderd” stelt het bestuur de minister gerust.

KNAW heeft de plicht om de druk af te laten nemen

Zoals uit meerdere onderzoeken en adviezen blijkt is men de grote competitie in de wetenschap inmiddels beu. Die teneur herkent ook de commissie, die de KNAW waarschuwt hier niet meer expliciet aan bij te dragen. “Competitie bevordert op de korte-termijn gericht, oppervlakkig en risicomijdend onderzoek en leidt het tot niet-reproduceerbare wetenschappelijke publicaties. In het licht van de grote werkdruk op jonge onderzoekers staat de toekomstbestendigheid van de wetenschap op de tocht.”

De KNAW heeft volgens de commissie de plicht bij te dragen aan het doen afnemen van deze druk. De commissie raadt de KNAW aan om het stimuleren van competitie, niet alleen door het hanteren van metrische gegevens maar ook bijvoorbeeld door de uitreiking van prijzen zoveel mogelijk te vermijden. Waar mogelijk zou de KNAW juist een tegengeluid moeten laten horen.

Een punt waarbij de prestatiedruk in de wetenschap tot uiting komt door het beleid van de KNAW is de uitreiking van prijzen. De academie is betrokken bij meerder wetenschappelijke prijzen waaronder de Heinekenprijs. De evaluatiecommissie gaat niet zo ver dat ze prijzen helemaal in de ban wil doen, maar ziet het toekennen van prijzen als het veelal onnodig aanwakkeren van de competitie tussen wetenschappelijke onderzoekers. “De KNAW zou slechts medewerking aan het toekennen van prijzen dienen te bieden, wanneer de kosten geheel extern worden gedekt en de wetenschap en haar waarden niet in diskrediet gebracht kunnen worden.”


Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
«

ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.

Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan

OK