Dekolonisatie is de weg naar meer diversiteit bij de Universiteit Maastricht

Nieuws | door Irene Faas
12 oktober 2020 | Diversiteit staat hoog in het vaandel bij de Universiteit Maastricht, zo blijkt tijdens de Diversity Day. De huidige diversiteit moet verder gewaardeerd en vergroot worden, zodat iedereen zich een cruciaal lid van de organisatie voelt, zegt Constance Sommerey, diversity offficer.
Rianne Letschert geeft haar welkomstwoord tijdens de Diversity Day van Universiteit Maastricht.

De jaarlijkse Diversity Day, dit jaar volledig online georganiseerd, begon met een welkomstwoord van Rianne Letschert, Rector Magnificus van Universiteit Maastricht: “Vandaag vieren we hoe divers onze gemeenschap is, en onze onafgebroken toewijding om iedereen het gevoel te geven dat ze erbij horen. Vandaag vieren we onze verschillen – en ik geloof dat het waardevol is dat we allemaal verschillend zijn.”

Constance Sommerey, diversity officer van de universiteit, legt uit wat het belang is van de dag: niet alleen onderdeel zijn van de Universiteit Maastricht, maar ook écht het gevoel hebben je erbij hoort. Met 54% van de studenten afkomstig uit andere landen dan Nederland, is de universiteit diverser dan andere Nederlandse universiteiten: het gemiddelde percentage van buitenlandse studenten op andere universiteiten bedroeg in 2019 20,5%.

Bij studenten is de diversiteit redelijk goed terug te zien. Bij het personeel is echter maar 27% van de hoogleraren vrouw. Bovendien verschilt dit sterk per faculteit: Sommige faculteiten hebben een team hoogleraren met voor de helft vrouwen, terwijl er ook faculteiten zijn met maar 11% vrouwelijke hoogleraren. “Wat laten die cijfers zien?” zegt Sommerey. “We hebben meer diversiteit nodig, maar de cijfers laten ook zien dat we al behoorlijk divers zijn in sommige aspecten. We moeten zorgen dat we de diversiteit die we hebben, waarderen, en dat we zorgen dat iedereen zich een cruciaal en gewaardeerd lid voelt van onze organisatie.”

Organisaties voor elke student

Letschert benadrukt de kracht van diversiteit. Hoe meer perspectieven we hebben, hoe beter we problemen kunnen oplossen in het onderwijs en het onderzoek. Ze ziet echter ook dat er nog veel moet gebeuren: Vooral voor internationale studenten is het moeilijk om in een nieuw land het gevoel te hebben dat je erbij hoort.

Voor de verschillende minderheidsgroepen zijn er organisaties, zoals Kaleido, een organisatie voor buitenlandse studenten. Letschert spreekt haar lof uit voor de verschillende organisaties, in het bijzonder voor the Female Empowerment Network, “welke dichtbij mijn hart staat, aangezien ik de eerste vrouwelijke rector ben van de Universiteit Maastricht.”

De Universiteit Maastricht is ook begonnen met een netwerk opzetten voor studenten met een handicap of chronische ziekte die leiden tot problemen tijdens het studeren. Uit onderzoek blijkt dat één op de tien studenten hier last van heeft. Letschert roept deze studenten met een functiebeperking op om mee te denken voor het netwerk, genaamd UnliMited. “We hebben jullie input en deelname nodig”, zegt ze.

Dekolonisatie op vier niveaus

Maar hoe bereikt de universiteit dat gevoel dat iedereen erbij hoort? Lies Wesseling, directeur van het Centrum voor Gender en Diversiteit, heeft daar wel een idee over. “Het is tijd voor de dekolonisatie van de universiteit”, zegt Wesseling. “Dit gebeurt echter niet van de ene op de andere dag. We hebben hier te maken met een culturele nalatenschap die dateert uit de late 17e eeuw.”

Die nalatenschap is vooral terug te zien in de dominantie van witte, Europese mannen uit de middelste tot hoogste sociaaleconomische klassen: “zij vormen nog steeds een aanzienlijk deel van het personeel aan de universiteit. Dit zorgt ervoor dat studenten die niet in die groep vallen, meer moeite kunnen hebben om het gevoel te hebben dat ze ‘erbij horen’.”

De dekolonisatie moet plaatsvinden op vier verschillende niveaus, aldus Wesseling. Het eerste niveau is het uitvoeren van onderzoek. Wetenschappers en studenten moeten tijdens het doen van onderzoek meer rekening houden met hun eigen positie in de maatschappij en hoe dit hun resultaten beïnvloedt. Dit is ook belangrijk voor studenten wanneer zij hun scriptie schrijven.

Het gaat alleen over witte mannen

Andere niveaus zijn het curriculum en het klaslokaal. “Het is niet langer acceptabel dat de vakken alleen nog maar publicaties voorschotelen geschreven door witte, mannelijke onderzoekers”, legt Wesseling uit. “Je kunt moeilijk verwachten dat alle studenten zich thuis voelen bij de Universiteit Maastricht, als het onderwijsmateriaal zo eenzijdig is.” In het klaslokaal moet een nieuwe etiquette komen, waar alle etnische achtergronden vertegenwoordigd worden. Zo worden er nu vaak woorden als ‘wij’ en ‘de mensheid’ gebruikt, terwijl het eigenlijk alleen over witte mannen gaat, zegt Wesseling.

Op het laatste niveau, dat van het instituut, ligt de focus vooral op de gelijkwaardige werkomstandigheden voor studenten en medewerkers. Zo mogen de kosten van het collegegeld niet zo hoog worden als het in bijvoorbeeld het Verenigd Koninkrijk is: dit sluit potentiële studenten met lage inkomens uit. Ook moet de werkdruk van medewerkers niet te hoog worden. “Je kan moeilijk verwachten dat medewerkers respectvol kunnen zijn tegenover etnische gevoeligheden als ze zelf dichtbij een burn-out zitten”, concludeert Wesseling.

Irene Faas :  Redacteur

ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.

Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan

OK