“Als je echt in gesprek gaat, ga je mensen raken”

Verslag | door Eva Baaren
4 november 2020 | Hoe maak je diversiteit en inclusie bespreekbaar, zonder dat je de emoties van de ander uit het oog verliest? Onder meer door empathie, een dikke huid en een veilige context. Dat bleek afgelopen week tijdens de tweede dialoogsessie Diversiteit van de hogeschool Inholland.
Bahram Sadeghi in gesprek met Mieke van den Berg en Somya Bouzaggou. Foto: Inholland

Somya, ik hoorde je net wat zeggen over je hoofddoek. Toen dacht ik van: o ja, je hebt een hoofddoek. Ik zie dat dus helemaal niet meer. Maar stel dat ik je zou vragen waarom je die draagt, vind je dat dan prettig of zeg je dan: jeetje, daar heb je er weer zo één?”  

Mieke van den Berg, bestuurslid van Inholland en sinds kort ook voorzitter van een interne Community of Practice die zich bezighoudt met vraagstukken over diversiteit, zit met volle aandacht aan tafel. Naast en tegenover haar zitten drie medewerkers, een student en moderator Bahram Sadeghi. Ze zijn uitgenodigd voor de tweede sessie van de Diversiteitsdialogen: een reeks open gesprekken onder medewerkers en studenten van Inholland, bedoeld om culturele verscheidenheid en inclusie in de school te bevorderen.  

174 nationaliteiten 

“Dat je me naar mijn hoofddoek vraagt, vind ik helemaal niet vervelend, antwoordt Somya Bouzaggou, onderzoeker bij de onderzoekslijn Diversiteitsvraagstukkenin Diemen, op de vraag van het bestuurslid. “Het is vooral: hoe vraag je het? Is het interesse of zit er een vooroordeel aan?” Moderator Sadeghi reageert: “Dat is nou precies waar het over gaat.” Hij wil van de groep weten hoe je in gesprek moet met iemand die juist wel dingen zegt of doet die kwetsend overkomen. Is het altijd mogelijk om de andere kant van het verhaal te begrijpen? 

Student bedrijfsinnovatie Nino de Vries denkt van wel. Empathie speelt een belangrijke rol, vindt hij, net als het accepteren van de gevoelens van de ander. Arsjaad Imami, teamleider Facility Management te Diemen, maakt bij de tweede een kanttekening: “Als je écht het gesprek aangaat, dan ga je mensen raken”, zegt hij. Dat betekent volgens Imami niet dat empathie overbodig is. Een docent die zich kan verplaatsen in studenten met een ander referentiekader, zou kunnen overwegen aanpassingen te doen in de manier waarop hij of zij mogelijk gevoelige lesstof brengt. Anders ben je die ander meteen al kwijt. 

Sadeghi voorziet daarin wel een probleem. Stel, op zo’n onbewaakt moment zegt zo’n leraar: ‘Ik heb begrepen dat we zo’n 174 nationaliteiten in Amsterdam hebben. Hoe moet ik in vredesnaam met al die doelgroepen rekening houden? 

Met een dikke huid doet het nog steeds pijn 

De gevoeligheidsthematiek brengt de deelnemers op een nieuw punt: het kweken van een dikke huid. “Een dikke huid is belangrijk om iemand snel te vergeven wanneer die persoon met een goede intentie per ongeluk iets ongelukkigs vraagt”, stelt Bouzaggou. “En het helpt om makkelijker het gesprek te sturen richting meer objectiviteit, waarbij je aannames van de ander uit het gesprek weet te halen.”  

Van den Berg ziet hier een taak van de school: “Het is in het onderwijs belangrijk dat we jonge mensen, waar ze ook vandaan komen, weerbaarder maken. Zodat ze even tegen een stootje kunnen, op ieder onderwerp.”  

Is het niet gewoon blaming the victim, wil een kijker daarop weten. Birol Ona, docent recht in Rotterdam: “Met een dikke huid bedoelen we niet dat iemand zich niet zo moet aanstellen. Het gaat erom dat we mensen ‘empoweren’ om ermee om te gaan. Dus het doet nog steeds pijn, maar in plaats van gauw terug te meppen kijk je van: wat wil en kan ik bereiken?” 

Er volgt een tweede kijkersvraag: hoe om te gaan met verschillen in afkomst en gebruiken binnen Nederlands en de Nederlandse cultuur? Sadeghi kijkt naar Van den Berg. “Ik kom uit Brabant, vertelt deze, “deed een middelbare school in Friesland, ging toen naar Groningen en zit nu in Amsterdam. Hier word ik vaak een provinciaal genoemd, daarvoor moet ook ik dus weerbaar zijn. Van den Berg vind haar verhaal echter klein biervergeleken met het type vraagstukken waar de sessie zich aan wijdt. 

Niet alles dat voorvalt behoeft meteen aandacht 

Moderator Sadeghi werpt twee stellingen op. De eerste gaat over het kunnen uiten van je mening in een veilige context, de tweede over polarisatie door het benadrukken van de zwart-witdiscussie. Gevoelige kwesties mag je best in zwart-wit aankaarten, vindt Ona, zolang het maar een functie heeft en tot een dialoog leidt. 

Over de context van een goed gesprek zijn de mensen aan tafel het ook in grote lijnen eens: niet alles dat voorvalt hoeft meteen in een klas te worden besproken, maar je moet wel zorgen dat de discussies die je voert met tijd en aandacht worden gedaan. Student De Vries pleit voor een apart filosofie-achtig vak, zodat studenten worden uitgerust met het gereedschap om betere gesprekken te kunnen voeren.  

Imami geeft op zijn beurt een voorbeeld van een opdracht waarbij studenten moesten debatteren door standpunten in te nemen die lijnrecht stonden tegenover dat wat ze zelf vonden. Die methode kan je voor allerlei gevoelige thema’s gebruiken”, meent hij. “Maar je hebt daarvoor écht een veilige omgeving nodig, en dat kost tijd.” 

Vlak voor het einde breekt Sadeghi in met een mededeling over de steekpartij in Nice. Is dat nu iets dat morgen in de les moeten worden besproken, of voeden we daarmee het beest?” “Als het erg dichtbij komt, dan moeten het er wel over hebben, ja”, besluit Ona. “We moeten emoties rondom dit soort dingen in elk geval onderkennen, en mensen mogen ook bang zijn. Maar laat ik één ding vooropstellen: ik kan me niet voorstellen dat er bij ons een student zou zijn, die zo’n aanslag zou vergoeilijken.” 

Een veilige plek 

Na de sessie vroeg ScienceGuide aan Machteld de Jong, lector diversiteitsvraagstukken, lid van de Community of Practice en deelnemer in de eerste dialoogsessie, hoe je van een school of klas een veilige plek maakt.  

“Een veilige plek wil zeggen dat je onbevooroordeeld met elkaar in gesprek kunt gaan, vertelt de Jong. ”Daar hoort dus ook bij dat je het met elkaar oneens kunt zijn, als je het maar op een respectvolle manier doet. Het lastige is dat je niet even een rijtje handvatten kunt noemen van ‘als je het zo en zo doet, dan ben je er’. Elke klas is anders, elke docent is anders. Maar het begin van kennismaken met studenten is altijd belangrijk. Dan moet je de tijd nemen om die veilige context tot stand te brengen. Dus je moet je verdiepen in zo’n klas, weten wie erin zitten, lijntjes maken en echt levellen met studenten. Daarna kun je het over alles hebben.”  


Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
«

ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.

Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan

OK