De Jonge Akademie wil maatregelen tegen vliegverslaving van wetenschappers

Opinie | door Saskia Bonjour & Helmer Helmers
11 november 2020 | Door het vele vliegen belast de Nederlandse wetenschap het milieu te zwaar. Tijd om in alternatieven te investeren en minder afhankelijk te worden van vliegverkeer, zonder af te doen aan de wetenschappelijke carrière, zeggen Saskia Bonjour en Helmer Helmers van De Jonge Akademie.
Beeld: Fiona Paton

Hoe vaak stapte u in 2019 in een vliegtuig voor een conferentie, een lezing of veldwerk? Dikke kans dat u deze vraag niet zonder vliegschaamte kunt beantwoorden. Door internationalisering en goedkope vliegtickets raakte de Nederlandse wetenschap de afgelopen decennia verslaafd aan vliegen. Veel academici erkennen wel dat zoveel vliegen niet houdbaar is, maar zien in hun huidige beroepspraktijk weinig alternatieven. Nu corona ons heeft gekortwiekt, onderzocht De Jonge Akademie hoe groot ons vliegprobleem nu werkelijk is, welke maatregelen Nederlandse universiteiten nemen om de CO2-uitstoot door vliegen te beperken, en hoe effectief die maatregelen zijn.

De conclusie liegt er niet om: als wij willen voorkomen dat het na de coronacrisis weer business as usual wordt, zijn stevige investeringen en pijnlijke keuzes nodig. We moeten praten over vliegen.  

Cijfers zijn hoog, maar vooral incompleet

Duurzaamheidsrapportages van universiteiten laten zien dat uitstoot door vliegen een aanzienlijk deel uitmaakt van de totale CO2-uitstoot van Nederlandse universiteiten: schattingen lopen uiteen van 13,9 procent (TUD) tot maar liefst 27,4 procent (EUR), met een gemiddelde van 18,7 procent. Dit laat zien dat we met een serieus probleem te maken hebben: zonder het vliegen aan te pakken is een duurzame universiteit ver weg.

Tegelijkertijd zijn de cijfers onderdeel van dit probleem, want ze zijn gebrekkig en incompleet. Slechts 7 van de 14 universiteiten rapporteerden een schatting van het aandeel van vliegverkeer in hun CO2-uitstoot en daarnaast lopen hun meetmethoden uiteen. Zo hebben slechts enkele universiteiten een reisbureau dat hen in staat stelt om personeelsvluchten en daarmee ook het effect van hun vliegbeleid goed te monitoren. Belangrijke informatie (zoals verschillen in vlieguitstoot tussen wetenschapsgebieden of tussen wetenschappers in verschillende stadia van hun carrière) blijft hierdoor buiten beeld. Om het vliegprobleem echt aan te pakken zijn meer en betere cijfers onontbeerlijk.

Alleen compensatie is niet genoeg

Universiteiten hebben de laatste jaren veel aandacht besteed aan hun duurzaamheidsbeleid. De ambities liegen er niet om en de eerste resultaten zijn ook indrukwekkend. Zo reduceerde de Universiteit Leiden de CO2-voetafdruk tussen 2016 en 2019 naar eigen zeggen met maar liefst vijftig procent. Dure en lastige keuzes worden hierbij niet uit de weg gegaan. Universiteitsgebouwen zijn of worden verduurzaamd, vlees en vis worden uit het standaard cateringaanbod geschrapt. Maar als het om ons vlieggedrag gaat, schuwen universiteiten vooralsnog pijnlijke ingrepen. Het beleid op dit gebied is versnipperd en ineffectief.

Twee maatregelen zijn tot op heden veruit het populairst om de uitstoot door vliegen terug te dringen: een minimumafstand waarbinnen vluchten niet vergoed worden, en het financieren van CO2-compensatie. Van beide maatregelen is het effect op zijn minst twijfelachtig. De minimumafstand is niet altijd verplicht, en is met 500 kilometer sowieso te kort om impact te hebben: cijfers van de Universiteit Leiden laten zien dat slechts vijf procent van het wetenschappelijk vliegverkeer bestemmingen betreft die binnen zes uur over land bereikbaar zijn. Zelfs met een verhoging tot, zeg, 800 kilometer blijft het leeuwendeel van het wetenschappelijk vliegverkeer buiten schot. Intercontinentale vluchten, die voor de meeste uitstoot zorgen, worden helemaal niet aangepakt.

CO2-compensatie is vaak vrijwillig: slechts drie universiteiten stellen het compenseren van de CO2-uitstoot van vluchten verplicht, of regelen dit centraal. Bovendien bestaat er veel discussie over de effectiviteit van compensatie. Zelfs de CEO van Duitslands grootste CO2-compensatieproject beschouwt compensatie als “only the third best option, after avoidance and reduction”. Compensatie is beter dan niets, maar doet toch vooral denken aan een Middeleeuws aflaat: onze zonden worden ermee afgekocht, maar de effectiviteit ervan is onmogelijk vast te stellen. In het slechtste geval hebben we te maken met ‘ecokolonialisme‘, waarmee schadelijk gedrag wordt gelegitimeerd.

Omslag bij wetenschappers én financiers

Voor een duurzame wetenschap is meer nodig. Ten eerste natuurlijk van de wetenschappers zelf: zij moeten hun gedrag veranderen. De huidige ervaringen met online congressen kunnen daar enorm bij helpen en zullen hopelijk voortzetting vinden. En wanneer je na corona dan wel een fysiek congres organiseert, dan kan het helpen om goed na te denken over de locatie(s). Een recente studie van Teun Bousema et al. toont aan dat het slim decentraliseren van grote congressen een CO2-besparing van maar liefst 58 procent kan opleveren.

Maar het klimaat stelt ons voor een collectief actieprobleem dat niet met een beroep op de individuele verantwoordelijkheid van wetenschappers kan worden opgelost, zeker niet zolang zij voor hun carrière afhankelijk zijn van internationale mobiliteit. Universiteiten en onderzoeksfinanciers dienen een krachtige, sturende rol te spelen om een cultuurverandering in de academie tot stand te brengen. Debat over deze rol is hard nodig. Om dit af te trappen doen we namens De Jonge Akademie vier dringende aanbevelingen.

Succesvolle wetenschappelijke carrière kan ook zonder vliegen

Neem dwingender maatregelen om vliegverkeer terug te dringen: de tijd voor vrijblijvende adviezen is voorbij. Een verbod op vluchten naar bestemmingen die binnen acht uur bereikbaar zijn over land zou al enige winst opleveren. Universiteiten zouden ook moeten overwegen om vlieguitstootquota in te stellen voor onderzoeksprojecten of -groepen, om onderzoekers te dwingen alleen te vliegen als dat een grote meerwaarde heeft. Ook onderzoeksfinanciers hebben hier een rol: zij kunnen bindende voorwaarden stellen aan vlieggedrag bij het verstrekken van onderzoeksbeurzen.

Investeer in alternatieven door het faciliteren van digitale of hybride congressen, te beginnen met een webcam in ieder kantoor. Dit is op veel faculteiten noodzakelijk. Bied daarnaast bijvoorbeeld ondersteuning bij het organiseren van klimaatvriendelijke congressen; of maak klimaatneutraal congresseren (financieel) aantrekkelijk. 

Zorg voor concrete langetermijndoelen en maak deze meetbaar. Het oprichten van (inter)universitaire reisbureaus lijkt hiervoor een belangrijke voorwaarde. Universiteiten met zo’n reisbureau kunnen bijhouden hoeveel welk personeel nu eigenlijk vliegt, en zijn in staat invloed uit te oefenen op die mobiliteit.

Misschien wel de belangrijkste voorwaarde voor een cultuurverandering is dat universiteiten en onderzoeksfinanciers ervoor zorgen dat veel vliegen een succesvolle wetenschappelijke carrière niet meer bevordert. Zorg daarom voor een gezonde balans tussen internationale ervaring en verantwoord reizen bij sollicitatieprocedures en beoordelingen en beloon wetenschappers die verantwoord reizen met bijvoorbeeld extra tijd of ondersteuning.

Op 13 november organiseert De Jonge Akademie een webinar over vliegen in de wetenschap. Je kunt je hier aanmelden. 

  • Here can you read the English version of this opinion.

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
«

ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.

Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan

OK