Juist het praktijkgericht onderzoek op het hbo kan ons helpen in deze coronacrisis

Nieuws | door Ramon van Doorn
12 november 2020 | Onderzoek op universiteiten is vaak te fundamenteel om de maatschappij voor te bereiden op een crisis als de huidige coronacrisis. Hogescholen zouden een brug kunnen slaan tussen praktijk en onderzoek.
De Hanzehogeschool organiseerde het congres Foto: Frank de Kleine

Het HRM Praktijk en Onderzoek Congres werd dit jaar alweer voor de zesde keer gehouden. Het werd dit jaar op de Hanze Hogeschool in Groningen gehouden en was, net als vele andere evenementen dit jaar, volledig online. Er was een klein gezelschap van organisatoren en sprekers fysiek aanwezig, de rest van het publiek zat veilig thuis achter de computer. Dit had ook nog positieve gevolgen voor de opkomst: er waren ruim 100 mensen meer dan normaal op het congres.

Petra Smeets is de eerste spreker. Ze is lid van het College van Bestuur van de Hanzehogeschool Groningen, en ze begint haar praatje serieus: “Bij bedrijven die de afgelopen tijd steun van de overheid hebben gehad zijn toch nog 181.000 banen verdwenen. Dat is zo om en nabij de bevolking van Nijmegen. En dat is pas het begin.” Ook voor HRM-processen is dit zorgelijk. Zij moeten omgaan met de sociale en psychische effecten op medewerkers die nog zullen komen, en de verwachting is dat het aantal langdurig zieke medewerkers ook zal toenemen.

Hogescholen blijven nog hangen in publicaties en presentaties

Aan de andere kant is dit ook een leerzame periode. Er wordt al veel praktijkgericht onderzoek gedaan, en de huidige crisis brengt veel verandering in bedrijfsprocessen. Een perfect moment om de impact van onderzoek te laten zien. Smeets zegt hierover: “Ik benadruk dit omdat we als hogescholen nog blijven hangen in publicaties en presentaties, en te weinig kijken naar praktijk, product en prototype.”

Volgens Smeets kunnen hogescholen een belangrijke functie vervullen in dit proces. “De verwachtingen zijn heel hoog in Den Haag en Brussel. Fundamenteel onderzoek biedt onvoldoende antwoord op maatschappelijke vragen. Steeds vaker komen hogescholen in beeld als vertalers van fundamentele kennis.”

Studenten krijgen meer praktische ervaringen

Hogescholen zijn echter niet de enigen die hiermee aan de slag moeten. Het is essentieel om onderwijs, onderzoek en beroepspraktijk bij elkaar brengen. Dit wordt een leergemeenschap genoemd. De impact hiervan wordt als eerste gezien in het onderwijs. Studenten krijgen meer praktische ervaringen, wat voor hun opleiding beter zou zijn. Verder krijgen bedrijven hulp bij het oplossen van problemen, en uiteindelijk zou zelfs de hele regio de impact kunnen zien.

Ton Wilthagen, hoogleraar Arbeidsmarkt aan de Universiteit Tilburg, is van mening dat universiteiten en hogescholen nu moeten laten zien wat ze waard zijn. “Arbeidsmarkten in Nederland zijn zeer regionaal, dus de impact van universiteiten en hogescholen op regionale samenwerking en de impact door regionale samenwerkingen is belangrijk. Het is niet genoeg om alleen advies te geven, het hoger onderwijs moet zelf ook meedoen.”

“De reden hiervoor is simpel: mensen lopen een gezondheidsrisico, waardoor bedrijven zakelijke problemen kunnen krijgen. We zien nu al dat armoede stijgt door de crisis. Er komt meer druk op de bijstand, en kwetsbare mensen worden kwetsbaarder. Kwetsbare mensen wonen meestal bij elkaar in de buurt, dus de druk op die regionale samenlevingen wordt ook groter. Gemeentes lopen grote risico’s, en uiteindelijk komt de sociale cohesie in gevaar. Dit zijn redenen om in de regio op elkaar te letten en samen te werken om die risico’s te verminderen.”

Er zijn in Nederland eigenlijk maar twee groepen werknemers

Wilthagen hoopt dat de arbeidsmarkt gaat veranderen naar een veer- en daadkrachtige regionale arbeidsmarkt. Hij verwacht dat deze transitie analoog aan de energietransitie zal plaatsvinden. Maar de arbeidsmarkt moet niet alleen wat energie betreft duurzamer worden. Ook de arbeid zelf kan duurzamer. “Er zijn in Nederland eigenlijk maar twee groepen werknemers: de hoogopgeleide mensen die een hoog risico hebben op een burn-out, en de mensen die op de arbeidsmarkt moeilijk kunnen aanhaken en het risico lopen om in de bijstand terecht te komen.”

In de nieuwe, duurzame arbeidsmarkt zal dit anders gaan. “Iedereen heeft talent, en iedereen moet dat talent kunnen inzetten.” Voor de transitie naar deze situatie moet er wel een hoop gebeuren. We weten wel al een heleboel hierover. “De kennis hiervoor is er al bij universiteiten en hogescholen, nu moeten we die plannen nog aanbieden aan mensen.”

Wilthagen noemt een aantal voorbeelden van dit soort plannen. “We hebben enkele systemen in ontwikkeling, zoals een ‘skills paspoort’. Dit kan gebruikt worden als een matching systeem om werknemers en werkgevers in contact te brengen, maar dit is nog niet klaar voor gebruik.”

Ook voor de beweging van school naar werk en van werk naar school zijn plannen in ontwikkeling. “We hebben een beter duaal stelsel nodig. Bij de opties die we hebben zijn er grote tekorten aan stages en leerbanen, dus daar moeten oplossingen voor gevonden worden. Ook zouden schoolverlaters veel baat hebben bij leerbanen.”

Mensen die werk zoeken hebben misschien nog wel de grootste problemen, vertelt Wilthagen. Zij komen vaak terug op de arbeidsmarkt via flexwerk, en je ziet nu in de crisis dat dát de eerste banen zijn die weer wegvallen. Daarnaast krijgen zij geen extra relevante werkervaring of vaardigheden. Het is beter om te investeren in deze mensen.

De Hanzehogeschool zou hieraan kunnen bijdragen. Zij doen onderzoek naar banen voor mensen die tussen de burn-out- en bijstandgroep zitten. Deze banen worden maatschappelijke banen genoemd, en het creëren van deze banen is volop in ontwikkeling.

In Nederland zijn er volop organisaties die zich bezighouden met dit soort ontwikkelingen. Deze kennis moet gebruikt worden om regionale samenwerkingen te versterken voor een meer duurzaam systeem, een transitie die het liefste nog tijdens deze crisis ingezet moet worden. Maar samenwerking is zowel een probleem als een oplossing. Elke organisatie heeft zijn eigen visie, maar in dit proces zou de regio de doorslag kunnen geven door de leiding te nemen. Daarnaast is de rol van het hoger onderwijs om kennis zoveel mogelijk te delen.

Ook arbeidsbeperkte mensen verdienen een baan

De Hanzehogeschool is niet als enige bezig met onderzoek naar verbeteringen voor de arbeidsmarkt. De Hogeschool Rotterdam is naar aanleiding van de participatiewet begonnen met banen creëren voor mensen met een arbeidsbeperking. De wet is bedacht om deze mensen meer kans te geven op een baan, maar ondanks subsidies is het voor mensen met een beperking nog steeds erg lastig om een geschikte baan te vinden.

Volgens onderzoeker en docent van de Hogeschool Rotterdam Sandra Lohman, die over dit onderzoek vertelde, heeft dit ook te maken met werkgevers en wat voor ondersteuning die aanbieden. Maar wat zijn de verschillende factoren in dit proces? En hoe groot zijn de effecten van deze factoren? Om dat uit te zoeken heeft de Hogeschool Rotterdam, met hulp van de HRM-afdeling, een meerjarig onderzoek gedaan naar de ervaringen van werknemers en leidinggevenden. Hierbij waren verder ook studenten van sociale studies betrokken, wat hen ook weer meer praktijkervaring geeft.

Uit het onderzoek bleek dat de groep werknemers een gemengde groep is. Van verstandelijke beperking tot psychische problemen, en van mbo tot wo. De werknemers hebben ook verschillende functies binnen de hogeschool gekregen, maar tot nu toe hebben ze allemaal een vaste aanstelling gehad. De eerste resultaten zijn dus erg positief. Belangrijke factoren hierin zijn de hoeveelheid en kwaliteit van begeleiding, een goede klik hebben met een leidinggevende, de algehele sfeer en de geschiktheid van de taken die de werknemers krijgen.

Uit de gesprekken met de stakeholders blijkt verder dat de werkervaringen goed zijn voor medewerkers. Doordat ze onder de mensen komen, voelen ze zich gezonder en kunnen ze werken aan hun persoonlijke ontwikkeling. Maar ook voor de leidinggevenden is het positief. Zij krijgen gemotiveerde medewerkers, die wel aandacht en begeleiding nodig hebben.

Toch zijn er tijdens het onderzoek nog steeds risico’s en andere leermomenten gevonden. Er is een grotere kans op uitval in deze groep werknemers, dus ze kunnen meestal geen grote, belangrijke taken op zich nemen. Ook hebben de werkgevers geleerd om in vacatures niet meer te vermelden dat ze op zoek zijn naar iemand met afstand tot de arbeidsmarkt, want dit zorgt voor een onzeker begin van de werknemer. Verder bestaan deze banen door jobcarving, het bij elkaar verzamelen van losstaande taken in één baan. Dit vergt extra werk en aansturing, vergeleken met een baan met een duidelijk takenpakket.

Tijdens het congres zijn er meerdere voorbeelden voorbij gekomen van praktijkgericht onderzoek, waarvan de resultaten ons snel en sterk uit de crisis zouden kunnen helpen. Het is de verwachting dat hogescholen hier de komende tijd, en misschien nog wel langer, een grote rol in gaan spelen.


Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
«

ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.

Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan

OK