Katapult wil bedrijven en onderwijs helpen om over grenzen te kijken

Nieuws | door Ramon van Doorn
3 november 2020 | Drie jaar lang werd de Katapultdag in DeFabrique gehouden, maar dit jaar is alles net even anders. Voor Katapult de perfecte mogelijkheid om nog meer mensen kennis te laten maken met publiek-privaat samenwerken.
Jacco Vonhof (links) en Maurice Limmen (rechts) in discussie

Katapult is een netwerk van samenwerkingsverbanden tussen onderwijs en het bedrijfsleven. Bedrijven uit hele verschillende sectoren, verspreid over heel Nederland, doen hieraan mee. Binnen Katapult wordt er kennis gedeeld, van elkaar geleerd en worden er nieuwe voorbeelden ontwikkeld. Tijdens de jaarlijkse Katapultdag wordt deze kennis gedeeld en kunnen ook nieuwe bedrijven en organisaties kennismaken met het netwerk.

Publiek-privaat samenwerken, of pps, is een samenwerking tussen overheid, onderwijs en het bedrijfsleven. In de afgelopen tien jaar is dit razendsnel gegroeid in Nederland, maar volgens Katapult kan het nog veel meer. Op dit moment wordt slechts 10% van alle docenten en studenten bereikt, en maar 4% van de relevante bedrijven. Er zijn al ruim 300 pps verbanden tussen beroepsonderwijs, het bedrijfsleven, overheid en andere publieke instanties, die zich allemaal inspannen om maatschappelijke uitdaging aan te pakken. Volgens Katapult moeten dit er nog veel meer worden.

Een pps heeft volgens Katapult dan ook voordelen voor alle partijen. Studenten krijgen een kijkje in de keuken bij bedrijven, wat hun opleiding mogelijk ten goede komt. De bedrijven krijgen aan de andere kant een beter overzicht van wat er tijdens opleidingen behandeld wordt, en kunnen hier  zelf ook nog van leren. Dit proces kan uiteindelijk ook het principe van ‘leven lang leren’ bevorderen voor beide partijen, en kan tot slot ook de overgang van het onderwijs naar de arbeidsmarkt soepeler maken.

Verandering gebruiken om te innoveren

De afgelopen drie jaar heeft Katapult de zogenaamde Katapultdag georganiseerd in DeFabrique, maar dit jaar was dat door omstandigheden logischerwijs wat ingewikkelder. Aangezien Katapult nu tien jaar bezig is, kwam dat de organisatie misschien wel goed uit. Online zouden ze nog meer mensen kunnen bereiken, waarmee alle kennis van de afgelopen tien jaar gedeeld kan worden.

Er waren inderdaad twee keer zoveel kijkers als op een normale Katapultdag. De plenaire aftrap van de week gold als een introductie van de Katapultweek die van 2 tot en met 6 november loopt. Onder leiding van Harm Edens kwamen verschillende gasten ter tafel om te vertellen wat Katapult nu zo belangrijk maakt.

Eén van de gasten was Laura Polder, docent en aanjager van Katapult. Zij was positief over de online opzet: “De aftrap was in mijn optiek goed opgezet. Dit leek me een goede manier om ondanks alle maatregelen die nu gelden alsnog mensen te kunnen bereiken. Daarnaast hadden we een online module zodat de mensen thuis toch vragen konden stellen.”

Hans de Jong, President van Philips Nederland, is ook aanjager van Katapult. Over waarom iemand met zo’n groot bedrijf onder zich toch mee wil doen met Katapult, zei hij tijdens de opening het volgende: “Nederland is belangrijk voor Philips, en Philips is belangrijk voor Nederland. Ik denk dat wij echt proberen om ons steentje bij te dragen om Nederland verder te helpen, en onderwijs, her- en omscholing zijn daar een enorm onderdeel van.” Intern bij Philips gebeurt dit al, maar via Katapult wil De Jong andere bedrijven en werknemers hierin ook aansporen.

Samen uit de crisis komen

Ook midden- en kleinbedrijven (mkb) zouden meer kunnen profiteren van pps, vertelde Jacco Vonhof van MKB-Nederland. Hij merkt dat veel mensen uit deze bedrijven door de huidige crisis diep in de problemen zitten, en die problemen kunnen ze niet alleen aan. “We staan voor hele ingewikkelde oplossingen, dingen die je niet in je eentje kan oplossen. En we zien ook nu weer dat solidariteit, de handen ineenslaan, de enige manier is om uit een crisis te komen.”

Maurice Limmen, voorzitter van de Vereniging Hogescholen, kijkt vanuit zijn veld ook zo naar de samenwerkingen. “Het hbo zit heel dicht tegen het bedrijfsleven aan, dus deze crisis is voor ons ook een mooi moment om een stap naar voren te doen. Niet alleen in het belang van MKB-Nederland, maar ook voor onze studenten. Er zijn een heleboel stages die nu niet door kunnen gaan, dus in dat soort situaties zouden we elkaar beter de hand kunnen reiken.”

Limmen vertelt ook over de rol van Centres of Expertise in de crisis. “Dat zijn samenwerkingsverbanden tussen het bedrijfsleven en hogescholen waarbij je probeert om op bepaalde specifieke terreinen te zeggen: ‘Daar gaan we onderzoek doen om te kijken hoe daar weer economische activiteit uit naar voren kan komen’. Dat is ook een manier om het praktijkgerichte onderzoek in het hbo verder te ontwikkelen.” Een vleesgeworden pps, zo wordt dit aan tafel genoemd.

Focco Vijselaar van het Ministerie van Economische Zaken vertelt later deze dag over de rol van digitalisering om sterk uit de crisis te komen. “Digitalisering van werk spreekt nu in de coronacrisis natuurlijk wel voor zich, en daar liggen echt kansen. In digitale werkplaatsen kunnen scholen, bedrijven en overheid goed samenkomen, en dat biedt unieke kansen voor mkb’ers om studenten aan hun vraagstukken te laten werken. Ik zou iedereen willen uitnodigen om nu met dat soort digitale werkplaatsen aan de slag te gaan.”

Lessen voor in het onderwijs

Wat betekent de onzekere tijd voor docenten en hun toekomst? Doekle Terpstra van Techniek Nederland kijkt er met een vrij positieve blik naar. “Wat ik heel interessant vind, is wat we kunnen leren van deze periode. Het is niet alleen een periode van economische- en gezondheidsproblemen, het is ook een periode van wat kunnen we met digitaal thuiswerken, of hoe kunnen we beter met elkaar samenwerken. Ik hoop ook echt, en daar ben ik eigenlijk wel van overtuigd, dat we aan het einde van deze periode stilstaan bij wat we ervan geleerd hebben.”

Ook spreekt Terpstra over de term hybride docent. “De hybride docent is voor een deel werkzaam in de beroepspraktijk, bijvoorbeeld installatietechniek, en voor een ander deel werkzaam in het onderwijs. De werelden van het bedrijfsleven en het onderwijs zijn afhankelijk van elkaar, maar de snelheid van ontwikkeling is enorm. Mijn stelling is, we moeten de hybride docent de standaard maken in het beroepsonderwijs.”

Laura Polder is al hybride docent. “Ik denk dat je heel klein kan beginnen met bijvoorbeeld de vraag wat kan ik betekenen voor studenten, de maatschappij of het bedrijfsleven. Zonder heel het curriculum om te gooien kan je al starten met gastlessen of excursies naar bedrijven, en dan kan het daarna gaan groeien.” Katapult biedt hiervoor ook hulp aan, om een zetje in de goede richting te geven. Ook voor het lerarentekort zou dit een oplossing kunnen zijn, door meer mensen uit de praktijk die open staan om deeltijd docent te zijn, om te scholen.

Polder is erg te spreken over de rol van Katapult in deze ontwikkeling. Daarom is ze zelf ook aanjager geworden bij de organisatie. “Ik ben een groot voorstander van dit type onderwijs, en ik gun elke klas of opleiding een pps. Alle partijen die hierbij betrokken zijn plukken er de vruchten van, dus uiteindelijk is iedereen blij. Toen Katapult mij benaderde, was ik meteen heel enthousiast. En terecht, want naast dat ze goede ontwikkelingen stimuleren is het ook gewoon een enorm leuke organisatie.”

Stagelopen erg lastig

Gerko Dubbink, ondernemer bij Powerspex, praat over de problematiek rondom stageplekken. “Het vinden van een stageplek is gewoon erg lastig nu met corona. Wij gaan gewoon door met stagiairs, maar wel met alle coronamaatregelen. Maskers, spatschermen, studenten die via Teams met klanten in contact komen. Alles gaat op afstand.”

Powerspex is hier een goed voorbeeld van, maar meerdere bedrijven en hogescholen proberen stages zoveel mogelijk door te laten gaan. De lessen die hieruit komen, worden door mkb’s en hogescholen verzameld om in de toekomst hopelijk verbeteringen toe te passen.

Dit was pas de aftrap

De livestream was natuurlijk pas de aftrap van de Katapultweek. Concepten als ‘hybride docenten’, ‘digitalisering’ en ‘sterk uit de crisis komen’ worden allemaal nog behandeld in deelsessies. Voor bedrijven of scholen die geïnteresseerd zijn, is deze week een goede introductie in zowel pps als Katapult, zo beaamt Polder. “We hebben nog een hele week online workshops, waar mensen wel weer online aanwezig kunnen zijn. Ze kunnen hier ook in gesprek met mensen van pps, om vragen te stellen en van elkaar te leren.”

Polder organiseert zelf ook één van de online workshops. “Toevallig ben ik nu bezig om de laatste hand te leggen aan een Katapult ‘kookboek’. Daar staan dus ‘recepten’ in, zodat ook beginners met pps aan de slag kunnen gaan. Op basis van dat kookboek hebben we een workshop georganiseerd, waarbij we drie organisaties hebben uitgenodigd. De workshop heet ook ‘Ruiken en Proeven van pps recepten’. De drie organisaties leggen uit hoe hun pps tot stand kwam, en andere mensen kunnen dan vragen stellen. Het is echt een kleine kennismaking met ‘hoe start je een pps’.”

Het Katapult Kookboek sluit aan bij de Denktank waarin een divers team nadenkt over de hoe-vraag. Wat is er nodig voor scholen en bedrijven om intensiever te gaan samenwerken en de benodigde opschaling te realiseren?

De workshops vinden plaats op 3, 4 en 5 november.


Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
«

ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.

Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan

OK