Nederlandse geneeskundestudenten scoren hoger in een internationale omgeving

Nieuws | door Irene Faas
10 november 2020 | Samenwerken met internationale studenten verrijkt het Groningse geneeskundeonderwijs, ook voor Nederlandse studenten. “De Nederlandse studenten die in de internationale opleiding zitten, profiteren mee van de internationale omgeving.”
Beeld: SA 3.0.

Op de opleiding geneeskunde van Rijksuniversiteit Groningen zijn al sinds 2009 internationale studenten welkom. Naast de Nederlandstalige bacheloropleiding is er ook een Engelstalige variant. Maar wat doet die internationalisering met het onderwijs? Het levert hogere studieresultaten op in belangrijke competenties als samenwerken, bij internationale én Nederlandse studenten, blijkt uit recent onderzoek.

Probleemgericht onderwijs in kleine groepen

Bij het UMCG krijgen studenten onderwijs in kleine tutorgroepen, binnen zogeheten learning communities. Hierin krijgen de studenten een probleem voorgelegd, gaan ze zelf op zoek naar informatie en komen ze met een mogelijke oplossing. De studenten kiezen tussen vier learning communities met elk een eigen richting: twee Nederlandstalige (duurzame zorg en intramurale zorg) en twee internationale (global health en molecular medicine). Daarnaast krijgen alle studenten een gemeenschappelijk, Engelstalig programma.

Het onderwijs is erop ingericht dat de studenten medische competenties leren, die ze later in de praktijk nodig hebben om patiënten te helpen. Drie van deze competenties – samenwerken, leiderschap, en professionalisme – komen aan bod in het gemeenschappelijke programma. Het onderzoek kijkt naar de data tijdens de eerste twee jaar van de driejarige opleiding, waarbij de studenten in totaal acht keer worden beoordeeld of ze nog op de goede weg zijn (on-track), achterlopen (not-on-track) of juist voorlopen (fast-on-track).

Internationale groepen scoren beter

In de twee Engelstalige learning communities zaten zowel Nederlandse als internationale studenten. Het percentage studenten dat not-on-track scoorde, was bij alle learning communities en bij Nederlandse en internationale studenten vergelijkbaar bij alle drie de competenties. Echter was het percentage studenten beoordeeld met fast-on-track hoger bij beide Engelstalige learning communities. Er was daarbij geen verschil te zien tussen internationale en Nederlandse studenten.

Voor de competentie ‘samenwerking’ scoorden gemiddeld 31% van de studenten in de Nederlandse groepen fast-on-track. Dit gemiddelde is afkomstig van acht beoordelingsmomenten, verdeeld over het hele tweejarige traject. Van de internationale groepen werd gemiddeld 40% van de studenten beoordeeld met fast-on-track voor deze competentie.

Ook in de competentie ‘leiderschap’, scoorden de studenten in internationale groepen gemiddeld vaker fast-on-track: 34% van de studenten in Nederlandse groepen tegenover 43% van de studenten in internationale groepen. Bij de laatste competentie, professionalisme, was het verschil ook groot, met 26% fast-on-track in de Nederlandse groepen en 38% in de internationale groepen.

Maar waar komt dit door? Hoewel het lastig is om hier een definitief antwoord op te geven, sluiten de onderzoekers wel een aantal factoren uit. Zo hebben ze gekeken naar de gemiddelde leeftijd, het geslacht en het medische kennisniveau van de studenten, getest met een voortgangstoets. Dit gaf maar zwakke correlaties met de resultaten van de competenties.

Sociale netwerken zijn belangrijk voor leereffecten

De reden dat de studenten in internationale groepen hoger scoren, is nog niet duidelijk. De onderzoekers geven wel een aantal ideeën. Zo zou het kunnen dat de motivatie van studenten in internationale groepen bij aanvang al hoger is en zij meer open staan voor de samenwerking. “Of de hoge resultaten het gevolg zijn van de selectie, of het gevolg zijn van het onderwijs, of een mix daarvan, dat kunnen we nog niet goed onderscheiden”, zegt Nico Bos, hoogleraar Internationalisering van het onderwijs in de Medische Wetenschappen bij het UMCG. “Daar doen we nog verder onderzoek naar.”

Bos denkt dat de sociale netwerken van de studenten een grote rol spelen. De opleiding vormt formele sociale netwerken door studenten in groepjes bij elkaar te zetten. Daarnaast kunnen studenten informeel, buiten de universiteit om, zelf ook een sociaal netwerk ontwikkelen. “Ik denk dat dat sociaal netwerk superbelangrijk is voor de effectiviteit van leren,” zegt hij. “Er zijn ook onderzoeken die laten zien: hoe beter je sociale netwerk is, hoe beter ook je prestaties zijn op het leren.” In zijn huidige onderzoek kijkt Bos naar de invloed van formele netwerken op het ontwikkelen van informele netwerken.

Die netwerken zijn onder andere belangrijk voor het peer effect: studenten hebben de gewoonte om hun eigen score te evalueren aan de hand van de scores van andere studenten. Hoog scorende internationale studenten stimuleren daarmee de Nederlandse studenten in hun groep.

“Een hoop buitenlandse studenten zijn niet gewend aan ons Nederlandse cijfersysteem”, zegt Bos. “Als je naar het Angelsaksische systeem kijkt, dan presteer je vaak pas goed met een A of een A+: dat zijn bij ons achten, negens en tienen. Die studenten zijn dus van jongs af aan al gewend om naar A’s en A+’en te streven, terwijl Nederlandse studenten een 7 prima vinden. Dus daar zit een soort mentaliteitsverschil in.”

Artsen opleiden voor de hele wereld

De internationalisering van geneeskundeonderwijs roept echter ook vragen op: Hoe vinden buitenlandse studenten hun plaats in Nederlandse ziekenhuizen, waar niet alle patiënten Engels spreken? Hoewel de bacheloropleiding Engelstalig is, is de masteropleiding alleen in het Nederlands te volgen. Dat is immers het moment dat studenten de praktijk in gaan en met Nederlandse patiënten in contact komen.

Gedurende hun bachelor leren de internationale studenten Nederlands. “Dat gaat heel goed”, zegt Bos. “We hebben sinds 2009 een instroom tussen de 50 en 100 internationale kandidaten, en daarvan zijn er al veel door de master heen gegaan.” Om aan de Nederlandse master deel te nemen, moeten ze een toelatingstest halen om te controleren of hun Nederlands goed genoeg is.

De reden voor de internationalisering is voor Bos duidelijk. “Ons uitgangspunt is dat we willen opleiden voor zowel de gezondheidszorg in Nederland, als de gezondheidszorg in de wereld”, zegt hij. “Wat ons betreft maakt het niet uit of die studenten dan uiteindelijk permanent komen te werken in Nederland, of tijdelijk in Nederland, of ergens anders.” Hij ziet het als een gedeelde verantwoordelijk om te zorgen dat de wereld genoeg artsen heeft. “Daarmee gaan we iets verder in onze ambities dan alleen opleiden voor Nederland.”


Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
«

ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.

Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan

OK