De moderne universiteit zit in een suïcidale kringloop van repressie

Nieuws | door Eva Baaren
23 december 2020 | Universiteiten helpen zichzelf om zeep doordat ze lijden aan een organisatorische auto-immuunziekte. Dat zeggen twee Nederlandse academici in een essay in het wetenschappelijke tijdschrift Organization. Het zijn de onderzoekers en docenten zelf die universiteit kunnen helpen genezen.   
Beeld: ‘Deep’, door Mario Sánchez Nevado (bewerkt)

In het mission statement van een gemiddelde moderne universiteit staan drie soorten frames: de universiteit staat voor creativiteit, innovatie en kwaliteit (dat is één), is open, kritisch, vrij en autonoom (twee), en drie: de universiteit is verantwoordelijk en maatschappelijk betrokken. Ze staan daarmee, welbeschouwd, voor de vrijheid van medewerkers om open en autonoom te opereren door middel van een kritische exploratie van kennis op creatieve en innovatieve terreinen, om daarmee een verantwoordelijke bijdrage te leveren aan de maatschappij als geheel. 

Je zou dus verwachten, zo stellen sociaalgeograaf Henk van Houtum (Radboud Universiteit) en econoom Annelies van Uden (Universiteit Utrecht) in hun essay, dat universiteiten zichzelf beschermen tegen invloeden die deze nobele taak, waar de maatschappij veel geld in pompt, bedreigen. Maar in de praktijk gaat het volgens hen volledig de verkeerde kant op.  

Een quasi-zelfmoordachtige autoimmuunziekte 

Dat komt niet alleen door “Darwineske competitiegedreven publieke en commerciële onderzoeksfondsen, die samen met een stukprijs voor elke afgestudeerde student afbreuk doen aan de onafhankelijkheid van de universiteit en burn-outs in de hand werken. Er is ook nog een andere oorzaak. 

Net zo belangrijk voor de teloorgang van de universiteit is namelijk de manier waarop deze omgaat met een dergelijke financiële praktijk. De toenemende verschuiving naar neoliberaal bedrijfsmatig werken (met managers, productiegoederen en het vermarkten daarvan) werkt averechts als we kijken naar eerdergenoemde missies, zo stellen de twee onderzoekers. 

Sterker nog: voortbouwend op het werk van de filosoof Jacques Derrida stellen de auteurs dat de huidige universitaire organisatiepraktijken getuigen van een organisatorische auto-immuunziekte. Volgens de onderzoekers definieert Derrida dergelijke auto-immuniteit als dat vreemde gedrag waarin een organisatie zelf, op een quasi-zelfmoordachtige manier, bezig is te vernietigen wat hem juist beschermt.” 

Een dergelijke ziekte is aldus Derrida te herkennen aan machtsreflexen die pogen om niet-efficiënte manieren van werken te elimineren, zo leggen de auteurs uit. Die reflexen zijn ontstaan in een traumatisch verleden en functioneren op basis van een onbegrepen notie van constante dreiging en competitie, waarop ze geneigd zijn te reageren, en waarmee ze juist in de hand werken wat ze proberen te voorkomen. Hoe universiteiten daaraan lijden, laten de auteurs zien aan de hand van drie mislukkende missies. 

Kwaliteit wordt met kwantitatieve maatstaven bepaald 

De traumatische ervaring waar Derrida over spreekt, heeft volgens de auteurs van het essay plaatsgevonden in de jaren zeventig. Universiteiten lagen onder vuur vanwege hun gebrek aan productiviteit in een toenemende competitieve wereld. Met nieuwe vormen van management pakten universiteiten dat probleem aan, tegelijkertijd met de opkomst, laat jaren zeventig, van commerciële wetenschappelijke tijdschriften 

Marktdenken en publiceren werd de norm, en daarmee kwam ook het stimuleren en kwantitatief meten van competitief gedrag van werknemers. Meten ging via output, targets, matrixen, statistieken, producten, H-indexen en rankings. Het wetenschappelijke werk en de prestaties van de universiteit werden gereduceerd tot meetbare standaarden.  

Het gevolg hiervan, aldus Van Houtum en Van Uden, zijn angstige, netjes in de pas lopende onderzoekers die wel twee keer nadenken voordat ze het risico nemen om creatief en innovatief te werk te gaan. Te meer, voegen de auteurs toe, omdat ze via internationaal erkende H-indexen geoormerkt zijn en met hun track record op elke universiteit hetzelfde behandeld zullen worden. Met een toenemende flexibiliteit van werkplekken en werktijden nemen academici hun angst ook mee naar huis. Ze putten daarmee zichzelf uit. 

Vrijheid is een voorgehouden worst die het onderwijs sloopt 

De auteurs noemen nog een tweede falende missie, namelijk vrijheid. Dat kan op de moderne universiteit pas worden bereikt als je binnen het bovengenoemde competitieve systeem een tijd lang wél floreert: dan krijg je een vast contract, een bonus, een award, onderzoekstijd of iets anders, zeggen de onderzoekers. Wie dat niet doet, moet sommige verworvenheden zelfs inleveren.  

Ook dit werkt een autoimmuunreactie in de hand: waar vrijheid zou moeten betekenen dat academici dingen kunnen uitproberen en werken vanuit hun interne motivaties, leidt de weg naar (veelal onbereikbare) financiële beloningen vooral tot frustratie en jaloezie. 

Daar komt nog iets belangrijks bij. Terwijl iedereen strijdt om onderzoeksgeld wordt onderwijsgezien als een last waarvoor je nou eenmaal ‘taken’ hebt. Hoewel onderwijs een van de grondvesten van de universiteit is, wordt goed lesgeven niet beloond, en wordt het docentschap dus liever aan assistenten of tijdelijk personeel uitbesteed.   

Van dat tijdelijke personeel wordt verwacht dat ze de massa studenten via een zo kort mogelijke route door een opleiding sluizen. Immers: elke geslaagde student levert geld op. De universiteit bestrijdt de problemen die er daardoor in het onderwijs ontstaan vervolgens met repressie: meer fraudedetectie, evaluaties en audits. 

De universiteit staat ten dienste van zichzelf 

En dan noemen de auteurs nog de maatschappelijke bijdrage. De academie kampt met een gigantische overproductie van artikelen die per saldo steeds minder gelezen worden, zeggen de auteurs. Kennisverspreiding is daarmee een spelletje geworden, waarin de universiteit vooral naar zijn eigen kennis terugverwijst. 

Van Houtum en Van Uden: “De universiteit heeft een markt gecreëerd zonder afnemers die niet ten dienste staat van de maatschappij, laat staan dat het een uniek forum biedt voor culturele, politieke en sociale dialogen die dienen als de stromende aderen van een volwassen democratie.Het gat dat er is ontstaan tussen de academie en de maatschappij wordt volgens de auteurs gevuld door publiek wantrouwen en post truthpolitiek. 

Hoop 

Als universiteiten zichzelf verwonden in een machtsreflex en daarmee in een “suïcidale kringloop van repressie” terecht komen, waarom grijpen onderzoekers en docenten dan zelf niet in? Daarover willen de auteurs enkel speculeren: misschien voelt niemand zich individueel verantwoordelijk of komt het door een sociale behoefte, die van erbij horen. Het kan ook behoefte zijn om succesvol te worden bevonden, waarmee de academicus “een junkie is geworden die leeft van het ene shot van erkenning, naar het volgende”, stellen ze. 

Maar er is hoop, zo meldt het essay aan het eind van zijn vernietigende conclusie. Ondanks alles groeit de weerstand tegen de mechanische, repressieve rituelen en het dogmatische discours die door de universitaire auto-immuunziekte zijn veroorzaakt. Kijk maar naar het publieke academisch debat, in discussies op de werkvloer en de media, zeggen Van Houtum en Van Uden. 

En kijk ook, zo gaan ze verder, naar het Reclaiming our University-manifest uit Aberdeen, de wereldwijd ondertekende San Francisco Declaration on Research Assessment, het position paper van de VSNU, en naar de Universiteit Gent, waar de rector onlangs heeft verklaard het vertrouwen in zijn staf te hernieuwen in plaats van hen te veel te controleren.

“Wat zou het een ‘excellente’ stap zijn”, zo eindigen de auteurs hun betoog, “als onze geliefde universiteiten de krachtige academische geest die ze kan genezen van hun auto-immune neigingen volledig omarmen, en als ze terug kunnen brengen waar de universiteit voor staat: een hoge kwaliteit van onderzoek en onderwijs ten dienste van de maatschappij.” 


Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
«

ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.

Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan

OK