Onstuimig onderzoek benadrukt de uitdagingen van de wetenschap

Nieuws | de redactie
15 december 2020 | Er ontstaan grote wetenschappelijke uitdagingen door de enorme versnelling in het onderzoek naar het coronavirus, blijkt tijdens het KNAW-webinar ‘onstuimig onderzoek’. De robuustheid van deze fast science en de geloofwaardigheid van de wetenschap komen erdoor in het geding, terwijl de maatschappelijke houding ten aanzien van wetenschap dubbel is.
Beeld: geograph

“De laatste maanden waren uniek qua ontwikkeling van en aandacht voor wetenschap”, zegt Jeroen de Ridder, filosoof aan de RUG en de VU en voorzitter van de Jonge Akademie. Hij benoemt dat er eind augustus van dit jaar al bijna 25.000 papers over COVID-19 waren gepubliceerd, en dat dit er nu al veel meer zullen zijn. “Veel van die papers zijn gepubliceerd als pre-print, dus zonder peer review door collega’s. Ondertussen vond er op Twitter en andere platforms bijna live peer review plaats door collega-wetenschappers, maar ook door kritische burgers. 

Voor deze omstandigheden is de term fast science, onstuimige wetenschap, bedacht: “Dat legt niet alleen de nadruk op de snelheid, maar ook op de turbulente omstandigheden waaronder het onderzoek tot stand komt.Hoewel er veel te zeggen is over onstuimig onderzoek en de coronacrisis, beperkt het webinar zich tot een beschouwing van onstuimig onderzoek vanuit meta-perspectieven. Dat wordt gedaan door sprekers die zelf onderzoek doen naar de praktijk van wetenschappelijk onderzoek. 

Drie eenvoudige stappen naar robuustere onstuimige wetenschap 

Eén van de uitdagingen van onstuimige wetenschap ligt in de robuustheid van de verworven kennis. Michèle Nuijten, Universitair Docent Methodologie aan Tilburg University, legt uit wat daarmee wordt bedoeld: “Als ik deze studie repliceer, zou ik dan hetzelfde vinden?”  

Ze benoemt dat replicatie één van de hoekstenen van wetenschap is, omdat replicatie het zelfcorrigerende vermogen van wetenschap in stand houdt. Replicatie kost echter veel tijd en geld, en in tijden van crisis is die tijd er meestal niet. Daarom stelt ze voor om eenvoudigweg eerst de data van een onstuimig onderzoek te verifiëren, en dan pas te investeren in replicaties. Dergelijke verificatie kan op drie makkelijke manieren. 

Allereerst kan worden gecontroleerd of een onderzoek zichtbare getalmatige of statistische fouten bevat. Soms is dat namelijk al zichtbaar in het paper zelf. Daarnaast kan er ook worden gekeken of een heranalye van de ruwe data dezelfde uitkomsten geeft. Daarvoor hoeven alleen de in het onderzoek beschreven stappen opnieuw te worden uitgevoerd. Als derde stap van eenvoudige verificatie kan de ruwe data worden onderworpen aan een alternatieve analyse. Blijft de onderzoeksuitkomst staan wanneer er een arbitraire controlevariable of een paar extreme waarden worden weggehaald? 

Volgens Nuijten kunnen analyses als dit een efficiënte meting van de robuustheid van een onderzoek zijn. “Binnen een uur kun je weten of een replicatie überhaupt nodig is”, zegt ze. Daarbij benadrukt ze wel dat collega-wetenschappers die deze controles willen uitvoeren, beschikking moeten hebben over het wetenschappelijk artikel en de ruwe data. Zodoende is deze weg naar robuustere onstuimige wetenschap nauw verbonden met het fenomeen van open science.  

Deze crisis geeft een extra aanleiding om te focussen op open science”, benadrukt ze. Uiteindelijk is mijn hoop dat open science een tautologie wordt, en dat we het gewoon hebben over science. 

Noeste arbeid op de bühne van de wetenschap  

Ook de geloofwaardigheid van versnelde, onstuimige wetenschap vormt een uitdaging. Bart Penders, Universitair Hoofddocent Wetenschaps– en Techniekstudies aan de Universiteit Maastricht, beschrijft hoe de academie al heel lang aan het versnellen is. Daarbij voeren publicatiedruk en het streven naar meer efficiëntie de boventoon. 

Veel van de versnelde academische omstandigheden gingen echter schuil achter een gordijn, dat de bühne en de back stage van elkaar scheidde. “Het publieke leven van wetenschappers is een toneelstuk. Front stage bestaat alleen uit wat we willen dat anderen zien: daar tonen we de scheiding tussen politiek en wetenschap, etaleren we de waardenvrijheid van wetenschap, en bestaat bias niet.” Back stage woedt de echte wetenschap: “Experimenten, hiërarchieën, bezuinigingen, ruzies, onderhandelingen over welke meting telt en tellen mag.” 

Waar dat gordijn de reputatie van wetenschap steeds beschermde, is het in deze tijd van onstuimige wetenschap opzij geschoven. Zodoende staat de wetenschap, die nu veel aandacht krijgt, in zowel haar kracht als haar falen op het toneel. De geloofwaardigheid van de wetenschap berust daarom niet meer zozeer op een voorstelling van een wetenschapper die als bevoorrecht mens namens de werkelijkheid spreekt, maar ook op de noeste arbeid die de wetenschappelijke praktijk blijkt te vergen.  

“Nu zien anderen wat wij altijd al gezien hebben: een politiek van verantwoording en excellentie waarin haast en broddelwetenschap naast gedegen kwaliteitswetenschap staat.” De geloofwaardigheid van onstuimige wetenschap, bijvoorbeeld het coronaonderzoek, moet op zoek naar balans. “Laten zien dat wetenschap mensenwerk is, maakt het niet minder waardevol, maar helpt ons om imperfecties te tolereren. De coronawetenschap worstelt met haar geloofwaardigheid omdat ze is zoals wij: onzeker, onaf, onder druk van alle kanten.” 

Stap over de waardenschaamte heen 

We leven in een sterk verwetenschappelijkte samenleving waarin wetenschappelijke expertise steeds vaker door de overheid wordt ingezet bij maatschappelijke problematiek, stelt Hedwig te Molder, hoogleraar Taal en Communicatie aan de VU en gasthoogleraar wetenschapscommunicatie aan de WUR. Zo laat de overheid zich tijdens de coronacrisis voortdurend informeren en adviseren door wetenschappers. Tegelijkertijd is die wetenschappelijke expertise veelvuldig omstreden, bijvoorbeeld door groepen anti-vaxxers. Feiten worden daarbij behandeld als meningen, of als gemotiveerd door belangen. Hoe is die paradox te begrijpen? 

“Dat is alleen te begrijpen wanneer je kennis als een moreel fenomeen beschouwd. Kennis gaat gepaard met kennisrechten en kennisverantwoordelijkheden.” Pure feiten zijn daarom minder doorslaggevend dan misschien gewenst. “Niet de kennis op zich, maar de waarden die ermee verbonden zijn veroorzaken de discussie of boosheid.”  

Te Molder legt uit dat het daarom belangrijk is om de verborgen moraliteiten zichtbaar te maken; niet alleen die van anti-vaxxers, maar ook die van overheden en politiek. De benadering die de overheid gebruikt in de communicatie rondom vaccinatie is uiteindelijk neoliberaal, maar omdat die benadering schuilgaat achter de autoriteit van wetenschap en feiten, is het moeilijker om de neoliberale waarde erin te herkennen. Toch zijn die waarden aanwezig, en ze beïnvloeden het gesprek. 

De moeite die we als verwetenschappelijkte samenleving hebben om eerlijk en open over waarden te spreken, vangt Te Molder in het woordwaardenschaamte’. Zij roept ertoe op om over die waardenschaamte heen te stappen. Daarvoor is het nodig dat een overheid die zich beroept op wetenschap en feiten, niet langer in debat gaat met bijvoorbeeld anti-vaxxers die zich vaak ook beroepen op wetenschap en feiten. Er is juist een dialoog nodig, waarin eerst de verborgen waarden naar de oppervlakte worden gehaald, want daar begint veel van de boosheid richting een overheid die zich op wetenschap beroept.  

Als voorbeeld noemt ze Jaap van Dissel, die niet alleen wetenschapper is maar ook adviseur middels zijn rol als voorzitter van het Outbreak Management Team. “Ik denk dat de verantwoordelijkheid om de waardengeladenheid van je keuzes zichtbaar te maken in dit soort situaties juist enorm is. Dat het allemaal zo met elkaar is verweven, ontslaat je niet van de verantwoordelijkheid om je keuzes zo goed mogelijk toe te lichten.” 

Lessen over onstuimig onderzoek vanuit de trage wetenschapsfilosofie 

Hoe is het om vanuit het meta-perspectief van de wetenschapsfilosofie naar het onstuimige onderzoek te kijken? Je zou denken dat filosofie op gespannen voet staat met fast science, omdat filosofie juist slow science is, zegt Jeroen de Ridder. Misschien biedt het filosofische meta-perspectief toch interessante inzichten. Wetenschapsfilosofen beschikken namelijk over begrippen en een denkinstrumentarium om een stapje terug te doen en de wetenschap te duiden.  

Wat kan de filosofie dan bijdragen? Ten eerste denkt het na over de manier waarop wetenschap werkt. Daarbij kan de wetenschapsfilosofie uitleggen dat wetenschap zich ontwikkelt in fases, en zich vanuit een massa aan data en verschillende theorietische ideeën langzaam richting een consensus beweegt. Dat kost echter veel tijd. Daarom is er, bijvoorbeeld in het onstuimige coronaonderzoek, geen sprake van ‘de’ wetenschap of ‘de’ feiten waarop beleidsmakers hun beslissingen kunnen baseren. Uiteindelijk moeten beleidsmakers kiezen waarop ze vertrouwen, en zijn hun keuzes waardengeladen. 

Daarnaast, legt De Ridder uit, kan de wetenschapsfilosofie steeds wijzen op de grenzen van de wetenschap. Wat in de gecontroleerde omgeving van een laboratorium wordt ontworpen, is niet zomaar werkzaam in de echte wereld. Tevens is een geheel van kennis een soort lappendeken van kleine stukjes kennis. Ook als die stukjes op zichzelf heel robuust en solide zijn, kan de samenhang moeilijkheden geven. De Ridder refereert daarbij aan de recente onderzoeken naar microdruppels, waarbij allerlei wetenschapsgebieden zich op één of enkele facetten richtten, terwijl er een geheel aan kennis nodig was. 

Ook De Ridder benoemt dat wetenschap nooit geheel waardenvrij is, maar dat het vooral zaak is om ervoor te zorgen dat het onderzoek niet door die waarden wordt vertekend. Dat is in de huidige omstandigheden van onstuimig coronaonderzoek van groot belang.Als er grote maatschappelijke risico’s zijn, dan moet je wel heel zeker weten wat je doet voordat je kennis gaat toepassen. Het voor de hand liggende voorbeeld is de ontwikkeling van een vaccin. Als je daarmee miljarden mensen wilt gaan inenten, moet je wel heel zeker weten dat het veilig is.” 

De wetenschapsfilosofie en andere meta-perspectieven kunnen ons dus leren om intellectueel nederig en leerbaar te zijn, vat De Ridder zijn bijdrage samen. “De meta-perspectieven laten iets zien van de grenzen van onze kennis, de rommeligheid ervan en de rol die waarden erin spelen. Dat maakt dat je leerbaar wordt, en dat lijkt me cruciaal in de wereld waarin we nu leven.”


Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
«

ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.

Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan

OK