Affaire Stapel verhevigde debat rond ratrace

Nieuws | door Eva Baaren
10 februari 2021 | De affaire Stapel was een katalysator voor kritiek op de competitiegedreven wetenschap, maar zorg over de invloed van competitie op onderzoeksintegriteit was er al veel langer. Dat blijkt uit onderzoek van historici Pieter Huistra en Herman Paul.
Beeld: Conger Design

Huistra (Universiteit Utrecht) en Paul (Universiteit Leiden) trekken hun conclusie op basis van een inhoudsanalyse van kranten, tijdschriften en boeken in de perioden 1990-1999, 2000-2009 en 2010-2018. Ze onderzochten hoe vaak Nederlandse wetenschappers in het publieke debat een link legden tussen de schending van wetenschappelijke integriteitsnormen en persoonlijkheidsfactoren enerzijds, en systemische omgevingsfactoren als publicatiedruk, competitie, derde geldstromen en onderzoekscultuur anderzijds.

Daarbij vergeleken ze de affaire René Diekstra (1996) met het schandaal rond Diederik Stapel (2011). Diekstra, destijds werkzaam aan de Universiteit Leiden, werd in 1996 schuldig bevonden aan het kopiëren van grote stukken tekst van verschillende Engelstalige werken. De in Tilburg werkende Stapel, eveneens psycholoog, fabriceerde zijn eigen data, en werd in 2011 ontmaskerd.

Uit de analyse van de historici blijkt dat het handelen van Diekstra destijds voornamelijk werd verklaard door de persoonlijkheidskenmerken van de onderzoeker te benoemen, terwijl de verklaringen voor het gedrag van Stapel voor het grootste deel werden gezocht in publicatiedruk. Ook de fraudeurs zelf verklaarden hun gedrag met name op basis van hun karakter (Diekstra) en het systeem (Stapel).

Door incidenten gedreven maatregelen

Nu is het zo, leggen Huistra en Paul op basis van bestaande wetenschappelijke literatuur uit, dat initiatieven om wetenschappelijke integriteit beter te waarborgen volgens ethici tot nu toe voornamelijk van reactieve aard zijn geweest: normen, codes en regels zijn opgesteld, bediscussieerd of aangescherpt nadat een specifiek controversieel onderzoek, of een reeks daarvan, veel stof deden opwaaien.

Zo moest de Code van Neurenberg er in 1947 voor zorgen dat de vergaande, op mensen uitgevoerde medische experimenten uit de Tweede Wereldoorlog nooit meer plaats zouden kunnen vinden. Ook was het controversiële Tuskegee-onderzoek in de jaren ’70 aanleiding tot het oprichten van het Amerikaanse Office for Protection from Research Risks. In dat onderzoek kreeg een groep zwarte Amerikanen met de dodelijke ziekte syfilis géén van de voor de ziekte beschikbare medicijnen toegediend, zonder dat zij wisten dat ze aan een onderzoek deelnamen.

In het licht van die door incidenten bepaalde geschiedenis van ethische maatregelen, zou je kunnen denken dat de “breed gedragen consensus” over de systemische oorzaken van wetenschappelijk wangedrag ook in Nederland is ontstaan uit een specifieke affaire, namelijk die van Stapel. Maar de discussie rondom Stapel is niet meer dan een katalysator geweest voor een al lopend debat, laten Huistra en Paul zien.

Een langzaam aanzwellend orkest

Al vóór de affaire worden er in verschillende media reeds koppelingen gemaakt tussen de overcompetitie (als gevolg van de overheveling van een groot deel van de universitaire onderzoeksbudgetten naar NWO) en het overschrijden van integriteitsnormen. Hetzelfde gebeurt na de affaire in geschreven nieuwsmedia, waar de affaire Stapel niet wordt genoemd, maar waar onderzoeksintegriteit wel als thema wordt besproken. In de woorden van Huistra en Paul:

“Hoewel niemand voor de affaire Stapel een direct verband heeft gelegd tussen onderzoekscompetitie en schending van normen – we hebben zo’n verband voor 2011 niet kunnen vinden – was het idee dat overcompetitie kon zorgen voor een afbreuk aan eerlijke wetenschap al bekend tegen de tijd dat Stapel het nieuws haalde. De critici van Stapel borduurden voort op, en gaven een nieuwe draai aan, een bestaand repertoire van argumenten tegen een te competitief systeem. Voor hen bevestigde de affaire Stapel wat ze al jaren zeiden, namelijk dat financiële competitie de liefde voor waarheidsvinding en accuraat handelen niet bepaalt stimuleert.”

Waarom deze conclusies van belang zijn, legt Pieter Huistra desgevraagd aan ScienceGuide uit. “De systemische discussie rondom Stapel lijkt misschien een donderslag bij heldere hemel, maar er zit een langzaam aanzwellend orkest achter. De percepties die academici nu hebben van wat er misgaat, zijn dus van duurzame aard. En ook al zijn het ‘maar’ percepties, ze beïnvloeden het gedrag van wetenschappers en impliceren een noodzaak om het systeem te repareren in plaats van gedragsregels op te leggen. Als je wél gedragsregels oplegt, dan kom je met individuele oplossingen voor structurele problemen”, aldus Huistra.


Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
«

ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.

Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan

OK