Nieuwe supercomputer SURF om Nederlandse wetenschap hoog te houden

Interview | door Michiel Bakker
9 februari 2021 | In de loop van dit jaar wordt de nieuwe supercomputer van SURF opgeleverd. Deze machine moet onderzoekers in de gelegenheid stellen hun complexe berekeningen sneller en efficiënter uit te voeren. De nieuwe supercomputer is even groot als de oude, maar heeft acht keer zoveel rekenkracht, en kan dus sneller werken, legt SURF-voorzitter Jet de Ranitz uit.
Cartesius, de huidige supercomputer van SURF, wordt in de loop van dit jaar vervangen.

Wij zijn heel tevreden met de uitkomst“, vertelt een opgetogen De Ranitz. Het onderzoeken van de mogelijkheden voor deze nieuwe supercomputer was echt een heel spannend traject, maar wat we nu gaan krijgen, is weer heel bijzonder.” De aanbesteding van de nieuwe supercomputer heeft ongeveer een jaar geduurd, aangezien SURF de methode van een competitive dialogue heeft toegepast. Zodoende heeft de coöperatie veel tijd geïnvesteerd in gesprekken met mogelijke leveranciers. De coöperatie moest namelijk niet alleen de kosten in de gaten houden, ook het aanbod van de mogelijke leveranciers moest worden onderzocht. 

Meld u hier aan voor de ScienceGuide Nieuwsbrief 

“Voordat zij een goede aanbieding kunnen doen, moeten ze eerst snappen wat zo’n supercomputer allemaal moet kunnen“, legt De Ranitz uit. In het verloop van de aanbesteding heb ik wel gemerkt dat sommige leveranciers, van wie ik best hoge verwachtingen had, vanwege hun werkwijze toch minder capaciteit konden leveren. Uiteindelijk is de keuze op Lenovo gevallen. 

Een supercomputer voor de breedte van de wetenschap 

Wat een supercomputer precies moet kunnen, is in het geval van SURF afhankelijk van de wensen van de leden, kennisinstellingen uit hbo en wo. Gelukkig zijn die wensen in eerste instantie erg duidelijk, weet De Ranitz. “Onze leden willen dat er een Tier-1 supercomputer bij SURF aanwezig is. Dat is een supercomputer die krachtiger is dan de supercomputers die sommige universiteiten zelf hebben, en minder krachtig dan de grootste (Tier-0) Europese supercomputers. Het is namelijk de bedoeling dat onderzoekers een deel van geavanceerd onderzoek kan uitvoeren bij de eigen universiteit. Voor de meest complexe berekeningen, waarvoor in Nederland maar één supercomputer nodig is, kunnen ze terecht bij SURF.  

Aangezien Nederland graag vooroploopt in de wetenschap, moest de nieuwe supercomputer ook voldoen aan de laatste stand van de techniek. “Wat die stand precies is, wordt bepaald door het technologische vernuft van de leveranciers enerzijds, en de complexiteit van de vragen vanuit onze leden anderzijds”, aldus De Ranitz. Daarbij benadrukt ze dat die vragen niet meer alleen vanuit astronomen en natuurwetenschappers komen. Ook in de sociale wetenschappen, de geesteswetenschappen en de zorg gaat men met steeds grotere datasets werken, waarbij met name de relaties tussen datasets belangrijker worden. Omdat daarvoor steeds complexere algoritmes worden gebouwd, klopt men ook vanuit die wetenschapsgebieden steeds vaker aan bij SURF. 

Het zijn echter niet alleen individuele onderzoekers die baat hebben bij de nieuwe supercomputer. Ook een organisatie als NWO is gebaat bij de aanschaf van de machine. NWO, die achttien miljoen euro OCW-geld toekende aan de twintig miljoen euro kostende supercomputer, is namelijk niet alleen maar financier, legt De Ranitz uit. “Zonder de subsidie vanuit OCW hadden we dit niet kunnen doen, natuurlijk. Maar NWO heeft ook een aantal onderzoeksinstituten waarmee wij vaak samenwerken, en die komen soms natuurlijk ook met heel complexe vraagstukken. Ze hebben deze faciliteit dus zelf ook nodig. 

Zowel techneuten als psychologen kunnen hun lol op 

Hoewel deze supercomputer onderzoekers vanuit allerlei verschillende wetenschapsgebieden kan helpen, zal het niet zo zijn dat een natuurkundige haar berekeningen niet naar tevredenheid kan uitvoeren omdat de supercomputer ook de berekeningen van een geesteswetenschapper moet kunnen verwerken, stelt De Ranitz glimlachend gerust. “Als we al ‘nee’ moeten zeggen, heeft dat er alleen mee te maken dat onze capaciteit niet voldoende is.” 

Bij het zoeken naar een nieuwe supercomputer is namelijk vooral gekeken naar de complexiteiten in de wensen van onderzoekers. Daarbij kan het bijvoorbeeld gaan om bijzonder grote datasets of om een heel ingewikkeld algoritme. Het zijn vooral dergelijke extremen die de supercomputer moet kunnen verwerken. “Dat is ook de reden dat we zo’n ding hebbenzegt De Ranitz, “want hoewel de computers van de universiteiten het merendeel van de minder extreme berekeningen zelf al aan kunnen, zal de daar beschikbare capaciteit niet altijd voldoende zijn. 

Met de onderzoekers voor de onderzoekers 

Aangezien de lijntjes tussen SURF en de onderzoeksgemeenschap kort zijn, heeft de coöperatie die complexiteiten goed kunnen identificeren voordat de aanbesteding van de nieuwe supercomputer begon. Ook bij het gebruik van de supercomputer zal echter worden samengewerkt met onderzoekers, vertelt De Ranitz. “Ik vind het heel gaaf dat we niet alleen naar de machine zelf kijken, maar dat we ook steeds gezamenlijk kijken hoe we de algoritmes efficiënter kunnen maken. Als je op een slimmere of efficiëntere manier codeert, heb je vervolgens minder rekentijd nodig om tot hetzelfde antwoord te komen.  

De nieuwe supercomputer kan dus niet alleen zwaardere berekeningen aan, maar kan die ook sneller uitvoeren. Ondanks de acht keer grotere rekenkracht is de nieuwe machine qua fysiek echter even groot als de oude. “Zo’n ding moet natuurlijk ook gewoon in het gebouw passen,” lacht De Ranitz, “daar let je natuurlijk ook op, evenals op de milieuvriendelijkheid ervan.” 

Vrucht van samenwerking 

De gezamenlijke aankoop van de nieuwe supercomputer bevestigt eens te meer dat er in Nederland een geloof is in samenwerkingen op universitair en nationaal niveau, zegt de SURF-voorzitter nog. Dat de onderzoekswereld die houding heeft, legt de Nederlandse universiteiten geen windeieren.  

“Uiteindelijk word je afgerekend op de kwaliteit van het onderzoek dat je doet, en als je dan kunt constateren dat vrijwel alle Nederlandse universiteiten in de toplijstjes van de wereld staan, dan heeft dat toch iets te maken met het ecosysteem dat we hier in Nederland hebben”, benadrukt De Ranitz. “Nederland speelt mee op wereldniveau. En als je dan bedenkt dat er vanuit het onderzoeksveld een groeiende vraag is naar rekenkracht als onderdeel van de onderzoeksmethodologie, dan weet je dat je daar wat te doen hebt. 


Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
«

ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.

Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan

OK