Docenten moeten leren hun pedagogische keuzes te onderbouwen

Nieuws | door Ramon van Doorn
30 maart 2021 | Volgens Carlos van Kan, lector pedagogiek aan Hogeschool Rotterdam, moet er tijdens de lerarenopleiding meer aandacht komen voor pedagogische vraagstukken. Zo kan het ontwikkelen van een pedagogische identiteit docenten bijvoorbeeld helpen omgaan met maatschappelijke verwachtingen.
Carlos van Kan, lector Pedagogiek bij Hogeschool Rotterdam. Zijn openbare les is op 20 april. Beeld: Carlos van Kan

Carlos van Kan is sinds januari 2020 werkzaam als lector pedagogiek bij Kenniscentrum Talentontwikkeling aan Hogeschool Rotterdam. Op 20 april geeft hij zijn openbare les, waarin hij zal vertellen over het begrip ‘pedagogische professionaliteit’. Wat is dat precies?

Volgens Van Kan bestaat pedagogische professionaliteit uit drie componenten: pedagogisch bewustzijn, pedagogisch legitimeren en pedagogisch handelen. “Het idee is dat we toekomstige leraren op die drie punten moeten versterken. Mijn lectoraat is verbonden aan Hogeschool Rotterdam, en daarbinnen ben ik verbonden aan het Instituut voor Lerarenopleidingen (IVL). In die opleidingen wil ik samen met collega-onderzoekers, lerarenopleiders en studenten werken aan het versterken van de pedagogische professionaliteit van onze toekomstige leraren.”

De vraag om pedagogische professionaliteit kwam dan ook vanuit het IVL. “Zij wilden in het eigen curriculum meer aandacht voor zowel pedagogiek als didactiek. Vragen rond klassenmanagement komen bij studenten en docenten sneller naar boven dan pedagogische vraagstukken, terwijl elke onderwijskundige vraag ook een pedagogische dimensie heeft. De opleiding wilde meer tijd en aandacht besteden aan hoe jonge leraren jongeren naar volwassenheid leiden. Dit heeft er mede toe geleid dat er nu een lectoraat didactiek én een lectoraat pedagogiek is. Wat we onder goed onderwijs verstaan is in essentie een waardegeladen vraag.”

Meld u hier aan voor de ScienceGuide Nieuwsbrief

 

Keuzes zijn niet altijd goed of fout

Pedagogisch bewustzijn betekent dat studenten oog hebben voor pedagogische belangen die gelijktijdig spelen, zogenaamde pedagogisch spanningsvelden, waarbij de polen van de spanningsvelden niet opgeheven mogen worden. Als voorbeeld hiervan noemt Van Kan nabijheid en distantie. “Aan de ene kant sta je dicht bij de leerlingen en wil je een relatie met hen aangaan, maar tegelijkertijd wil je kinderen ook niet verstikken in die relatie en moeten ze ruimte krijgen om hun eigen weg te vinden. Dat vraagt dan weer om distantie.”

Het bijzondere aan het werk van de leraar is het vinden van de balans in deze pedagogische spanningsvelden. De verschillende belangen zijn geen van beiden goed of fout. “Je kunt niet alleen afstand nemen van de leerling, en nabijheid erbij in laten schieten. Het is niet zozeer een probleem dat je moet oplossen, maar meer een werkelijkheid waartoe je jezelf elke keer opnieuw moet verhouden.” Nabijheid en distantie, sturing tegenover loslaten, striktheid of juist de teugels wat laten vieren, dat soort spanningsvelden zijn er altijd, zegt Van Kan. “Mijn streven is dat we onze toekomstige leraren hiervan bewuster maken.”

Wanneer iemand zich bewust is van deze spanningsvelden, betekent dat nog niet dat diegene goed kan bepalen welke handelingskeuze op welk moment het belang van de leerling dient. “Je kunt al die verschillende spanningsvelden zien, maar dan weet je nog niet wat wenselijk is om te doen in een specifieke situatie. Voor dit kind, in deze situatie, met deze achtergrond, is het dan wenselijk om dichter bij dat kind te staan om wat meer sturing te geven, of is het handiger om het kind wat meer op zichzelf terug te werpen?”

Je idealen bepalen ook je keuzes

Om te kunnen bepalen wat het belang van de leerling dient, is het broodnodig dat een leraar de leerling kent, maar ook uitdrukking kan geven aan de eigen pedagogische idealen, denkt Van Kan. “Pedagogische idealen zijn sturend voor wat je in een concrete situatie in het belang van leerlingen vindt.”

Van Kan geeft aan dat leraren het belang van kinderen op verschillende wijze kunnen zien “Sommige leraren zien leerlingen bijvoorbeeld als kwetsbare kinderen die in een onveilige wereld hun weg proberen te vinden. Pedagogische idealen van leraren kunnen dan betrekking hebben op het bieden van een veilige omgeving voor alle leerlingen. Andere leraren zien het belang van leerlingen vooral in termen van het bijdragen aan de mondigheid van leerlingen en het leren voor zichzelf op te komen. Idealen van leraren richten zich in dit geval waarschijnlijk meer op de school als een vrijplaats voor ontmoeting en debat. Pedagogisch legitimeren gaat om het kunnen verwoorden en verantwoorden van ‘het waarom en waartoe van je handelen’.”

Scholen moeten nee leren zeggen

De kracht van een school is dat ze er is voor de samenleving, maar dat is tegelijkertijd de kwetsbaarheid van de school, volgens Van Kan. “Een school kan niet dienstbaar zijn aan alle belangen die we aan onderwijs en opvoeding hechten. Op het moment dat veel kinderen overgewicht hebben, dan móét de school daar iets aan doen. Als jongeren radicaliseren, dan móét de school met programma’s komen. Als er armoede is, móéten er geldlessen gegeven worden. Zo kunnen alle maatschappelijke vraagstukken een plek vinden op school.” Al deze maatschappelijke verwachtingen zetten het werk van leraren onder zware druk, aangezien ze zich daarnaast ook nog gewoon aan het curriculum moeten houden.

Daarnaast zijn er volgens Van Kan gezinnen die de school soms als verlengstuk van de thuissituatie gebruiken. “Bepaalde religieuze overtuigingen die op school versterkt moeten worden. De school is elke keer instrument voor een ander doel, maar ik denk dat de school er ook voor zichzelf is, voor het begeleiden van jongeren naar volwassenheid. Door al die aanspraken komt dat weleens in de verdrukking. Als je als leraar durft aan te geven wat je wil bereiken in het onderwijs, kan je soms zeggen dat je iets niet doet. Dat een maatschappelijke taak niet binnen de visie van je school past, bijvoorbeeld. Dat heeft ook te maken met de idealen volgens welke jij je onderwijs voor leerlingen wil vormgeven.”

Van Kan hoopt met het lectoraat bij te dragen aan het versterken van de pedagogische visie van leraren en lerarenteams. “Leraren beschikken over pedagogische idealen, maar de professionele taal om hierover in gesprek te gaan ontbreekt. Aan die taal kunnen we bijdragen met ons onderzoek, bijvoorbeeld door pedagogische legitimaties te verkennen en onderzoek te doen naar hoe we lerarenteams kunnen ondersteunen bij het voeren van een pedagogische dialoog. Dan moet je eerst voor jezelf bedenken wat je pedagogische idealen zijn, en dan hoe je die idealen in woorden uit kunt drukken om er vervolgens over in gesprek te gaan. Je bent als docent natuurlijk niet de enige die verantwoordelijk is voor het onderwijs, want je doet het als team.”

Wanneer leraren in opleiding weten waar ze voor staan, kunnen ze zich volgens Van Kan vanuit een pedagogisch kader verhouden tot alle aanspraken die er op het onderwijs worden gedaan. Vervolgens kunnen zij dan weloverwogen ergens ja of nee op zeggen of ergens een eigen draai aan geven.

Aan alleen een ideaal heb je nog niet veel

Het derde onderdeel van pedagogische professionaliteit, pedagogisch handelen, is het vormgeven van het onderwijs volgens de idealen van de school. “Het teach as you preach principe. Dat je handelt naar je idealen als leerkracht, als team, en als school.”

Volgens Van Kan zijn jongere leraren niet de enigen die pedagogische professionaliteit kunnen aanleren. “Er worden ook leraren van scholen in de regio betrokken bij het maken van curricula van lerarenopleidingen. Als we gezamenlijk meer aandacht voor pedagogische professionaliteit in het curriculum willen, moeten zij ook inzicht hebben in de betekenis van pedagogische professionaliteit. Daarom doen we samen met leraren, lerarenopleiders en studenten onderzoek naar praktijken die de pedagogische professionaliteit kunnen versterken.”

Onderzoek gericht op professionele praktijk

Binnen het lectoraat wordt onderzoek gedaan naar praktische projecten die gemaakt zijn om alle drie de componenten van pedagogische professionaliteit op school te oefenen. Eén van die projecten werkt met Virtual Reality brillen waarmee voor de student een klassensituatie wordt gesimuleerd. “Daarin gebeuren allerlei dingen, en studenten kunnen dan bijvoorbeeld kijken naar de verschillende dilemma’s die zich voordoen. Leerlingen die tijdens een uitleg wat anders zitten te doen, een leerling die even op zijn telefoon zit, of juist een leerling die er erg verdrietig uitziet.”

Studenten kunnen hiermee bijvoorbeeld oefenen met het wel of geen aandacht besteden aan het gedrag van een bepaalde leerling, het richten van de aandacht op de hele groep of juist op een specifieke leerling. “Het voordeel is dat doordat het een oefensituatie is studenten vrij zijn om ‘fouten’ te maken; er worden geen leerlingen beschadigd. En achteraf kunnen ze de leersituaties bespreken met hun collega’s.”

Studenten hebben een grote rol in het onderzoek. “Zij zijn eigenlijk het onderwerp van ons onderzoek. En het doel van ons lectoraat is om de pedagogische professionaliteit van onze toekomstige leraren te versterken. Dat doen we door praktische ontwerpen te maken, maar ook door die ontwerpen weer te onderzoeken, samen met de studenten.”

Geïnteresseerden kunnen de openbare les van Carlos van Kan op 20 april via deze link bijwonen.


Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
«

ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.

Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan

OK