In 2025 betaalt een student niet meer voor leermaterialen

Nieuws | door Michiel Bakker
2 maart 2021 | Wat is de ideale mix van leermaterialen in het hoger onderwijs van 2025? Bij het Versnellingsplan Onderwijsinnovatie met ICT heeft men daar een visie op: studenten betalen niet meer voor leermaterialen, er worden landelijke afspraken met commerciële partijen gemaakt, en een visie op leermaterialen moet altijd voortkomen uit een onderwijsvisie.
De omslag van het visiedocument ‘leermaterialen in 2025’

Vanmorgen werd het visiedocument ‘leermaterialen in 2025’ toegelicht tijdens een webinar. Robert Schuwer, werkzaam bij Fontys Hogescholen en deel van de zone ‘Naar digitale (open) leermaterialen’ van het van het Versnellingsplan Onderwijsinnovatie met ICT, legde daarbij uit hoe de visie tot stand gekomen is. 

Terwijl de zone in 2020 bezig was met het opstellen van de visie, voerden onderzoekers van ResearchNed gelijktijdig een onderzoek uit naar de huidige situatie wat betreft leermaterialen, vertelt Schuwer. Dat onderzoek heeft mede gediend als de grond waarop de nieuwe visie is gebouwd. Het rapport van ResearchNed wordt ergens in de komende weken publiek gemaakt.  

Werk aan de winkel op alle niveaus van het hoger onderwijs 

De visie op het gebruik van leermaterialen in 2025 is geformuleerd middels acht stellingen die worden ondersteund door vijf bouwstenen om de realisatie van de plannen te ondersteunen. Om elke stelling duidelijk te koppelen aan het bijbehorende deel van het hoger onderwijs is er gebruikgemaakt van een ordeningsmodel.  

Het ordeningsmodel onderscheidt een microniveau (docenten, studenten, andere individuen), een mesoniveau (het niveau van onderwijsinstellingen en groepen) en een macroniveau (instellingsoverstijgend) waarop de stellingen betrekking kunnen hebben.  

Visie op leermaterialen vanuit onderwijsvisie 

Drie van de stellingen betreffen een visie op leermaterialen op micro- en mesoniveau. Eén van die drie stellingen wil dat er op instellingsniveau een visie op leermaterialen komt die is afgeleid uit de onderwijsvisie. “Leermaterialen moeten volgend zijn, niet leidend”, aldus Schuwer. De andere twee stellingen benoemen dat de visie op leermaterialen ook door docenten en alle andere betrokkenen gedragen en gebruikt moet worden. “Als zone vinden we dit thema zo belangrijk dat we er drie stellingen voor hebben geformuleerd”, benadrukt Schuwer.  

Het tweede aspect dat in de gepresenteerde visie wordt benadrukt is de waardering op instellingsniveau. “Daar hoort onder andere het goed open delen en hergebruiken van leermaterialen“, legt Schuwer uit. Bij universiteiten geldt misschien nog wel meer dan voor hogescholen dat je afgerekend wordt op je onderwijskwaliteit, niet alleen op je onderzoek. Het initiatief voor anders erkennen en waarderen heeft ons daarbij geïnspireerd.” 

In 2025 betalen studenten niet meer voor leermaterialen 

Verder is het van belang dat er een goede infrastructuur op instellingsniveau is, waardoor docenten goed worden ondersteund in het gebruik van leermaterialen. Daarbij kan het om docenten en ICT-ondersteuners, maar ook om bibliotheken gaan. Op instellings- en instellingsoverstijgend niveau moet daarom ook de technische infrastructuur op orde zijn, wat in de vijfde stelling is verwerkt.  

Als het aan de opstellers van het visiedocument ligt, hoeven studenten in 2025 niet meer zelf te betalen voor hun leermaterialen. In plaats daarvan stelt de onderwijsinstelling de leermaterialen beschikbaar. Ook moet er op landelijk niveau een stelsel van afspraken tussen hoger onderwijsinstellingen komen, waarin bijvoorbeeld met commerciële partijen wordt afgesproken onder welke voorwaarden digitale leermaterialen worden geleverd en wie de eigenaar is van gebruiksdata van digitale platforms.  

Geef prioriteit aan landelijke afspraken 

Om de realisatie van de in het visiedocument verwoordde plannen te vergemakkelijken hebben de opstellers een aantal bouwstenen geformuleerd die daarbij moeten helpen. Daar zit echter nog geen bouwsteen tussen die aandacht heeft voor het anders erkennen en waarderen. “Daar zijn we domweg nog niet aan toegekomen”, zegt Schuwer, “we hadden met een deadline te maken. In ons visiedocument hebben we echter geformuleerd dat het wat ons betreft redelijk duidelijk is hoe we daarmee moeten verdergaan.” 

De opstellers van het visiedocument hebben wel aangegeven welke onderdelen van hun plan prioriteit moeten hebben. Het landelijke afsprakenstelsel en het optuigen van een goede technische infrastructuur is daarbij het belangrijkst. De opstellers roepen daartoe vooral bestuurders op om in actie te komen, aangezien een aanpak op lagere niveaus waarschijnlijk te weinig zoden aan de dijk zal zetten. De volgende prioriteit ligt wat de opstellers betreft bij de open leermaterialen, gevolgd door het optuigen van een goede organisatorische infrastructuur.  


Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
«

ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.

Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan

OK