President KNAW: Universiteiten, bescherm je medewerkers

Nieuws | door Katie Digan
23 maart 2021 | De intimidatie van de Leidse historicus Nadia Bouras, die afgelopen weekend thuis bedreigd werd door anonieme Twitter-club Vizier op Links, bracht een ernstig probleem aan het licht. Wetenschappers die meedoen aan het publieke debat krijgen namelijk steeds vaker te maken met online vitriool en pogingen tot intimidatie. Ineke Sluiter, president van de KNAW, roept universiteiten op om hun medewerkers te beschermen tegen de risico’s die zij lopen wanneer ze zich mengen in het publieke debat.
Ineke Sluiter, gefotografeerd door Merlijn Doomernik

In haar diesrede op 8 februari ging Sluiter, naast president van de KNAW ook hoogleraar Griekse Taal en Letterkunde aan de Universiteit Leiden, al op dit onderwerp in. Zij gaf daarin een uiteenzetting over het probleem van online vitriool tegenover wetenschappers. Ook besprak ze het gegeven dat vrouwen en mensen van kleur daar vaker en op andere manieren door worden getroffen. De intimidatie waarmee Bouras afgelopen weekend te maken kreeg, maakt de urgentie van het onderwerp opnieuw duidelijk.

Equal opportunity bullies

In een gesprek met ScienceGuide benadrukt Sluiter dat vrouwelijke wetenschappers vaker en anders met online intimidatie te maken krijgen dan hun mannelijke collega’s. “Maar Vizier op Links, dat zijn echt equal opportunity bullies,” weet ze. “Die discrimineren niet, die opereren gewoon onacceptabel richting zowel mannen en vrouwen. Ze zoeken aldoor net de grenzen van de wet op.”

De manier waarop Vizier op Links afgelopen weekend probeerde om Bouras en anderen te intimideren heet doxxing, het openbaar maken van privé-informatie. “Daarmee nodig je eigenlijk mensen uit om te pesten”, zegt Sluiter. Ook wordt iemands gevoel van sociale veiligheid erdoor aangetast.  “Een vizier is een richt-instrument voor een geweer. Natuurlijk zullen ze zeggen dat camera’s en fototoestellen ook een vizier hebben, maar als wetenschapper denk je nu toch ‘ik sta hier in de crosshairs en er wordt op mij gericht’.”

Omdat Bouras op sociale media deelde dat ze werd geïntimideerd, kreeg haar geval veel media-aandacht. Sluiter vindt dat Bouras verstandig heeft gehandeld omdat ze gewoonweg aan de kaak stelde wat er is gebeurd. Ze hoopt dat de actie van Bouras meer mensen motiveert om zich publiekelijk uit te spreken tegen dit soort intimiderende acties. “Stel dat het in doodse stilte gepasseerd was, dat mensen hun schouders hadden opgehaald en dachten, ‘ach ja dan krijgt iemand zo’n sticker’. Maar dat is gelukkig niet de maatschappelijke reactie. Ook de kranten zijn allemaal heel helder: dit kan niet.”

Een wetenschapper past moed

In haar diesrede sprak Sluiter al over de plicht van wetenschappers om buiten de universiteiten te treden en het maatschappelijk debat te informeren en te voeden. Universiteiten, maar ook verstrekkers van onderzoeksfondsen moedigen wetenschappers aan om van zich te laten horen. Middels het meten van en het beoordelen op impact, valorisatie en wetenschapscommunicatie probeert men wetenschappers ertoe te brengen hun kennis met het grotere publiek te delen.

Het opzoeken van een groter publiek lijkt voor de individuele wetenschapper echter steeds risicovoller te zijn, waardoor er een spanningsveld is ontstaan. “Er is moed voor nodig”, zegt Sluiter. “Nu vind ik dat een wetenschapper moed past. Maar iemand zou niet meer morele moed dan enig andere burger nodig moeten hebben om als wetenschapper haar mening te verkondigen. En dat is nu wel aan de orde.”

Het gevaar bestaat zelfs dat wetenschappers hierdoor worden afgeschrikt of ontmoedigd om mee te doen aan het publieke debat, benadrukt Sluiter. “Dan denk je: ‘nu moet iemand anders maar naar de talkshow en nu moet iemand anders maar een stukje in de krant schrijven, dit is mij te link’.”

Wanneer dergelijke intimidaties tot zelfcensuur leiden, ligt een verarming van het publieke debat op de loer. “Wetenschappers hebben een belangrijke rol in het verbeteren van de kwaliteit van publieke informatie. Als daarop een domper wordt gezet heeft dat een onmiddellijk effect op de toegankelijkheid en kwaliteit van publieke informatie.” Debatten mogen op hoge toon gevoerd worden, stelt Sluiter, maar dan moet het wel open gebeuren en “je mag mensen niet monddood maken.”

De morele verantwoordelijkheid van universiteiten

Wat kunnen en moeten universiteiten, die medewerkers aanmoedigen het publieke debat op te zoeken, doen om diezelfde medewerkers te beschermen tegen de intimidatie en het online venijn waarmee ze te maken krijgen door hun publieke optredens? “In mijn diesrede heb ik expres niet in de eerste instantie opgeroepen om organisaties als Vizier op Links aan te pakken, hoewel we dat zeker ook moeten doen”, zegt Sluiter. “Ik heb vooral de nadruk gelegd op wat wij, universiteiten, zélf kunnen doen. Welke steun kunnen we aan wetenschappers verlenen, welke informatie kun je geven aan je eigen mensen, hoe kun je gezamenlijk om hen heen gaan staan?”

Sluiter stelt dat universiteiten hiervoor een morele verantwoordelijkheid dragen. “Ik zie dat universiteiten dit ook oppakken, de communicatieafdelingen gaan inmiddels met elkaar in gesprek en delen informatie.” De KNAW zorgt daarnaast onmiddellijk voor beveiliging als dat nodig is, vervolgt Sluiter. “Je wilt mensen hun zekerheid teruggeven. Zo’n situatie is nog steeds naar en eng, zonder meer, maar ze staan er dan niet alleen voor.” Sluiter roept medewerkers die met intimidatie te maken krijgen ook in een gezamenlijke verklaring met Pieter Duisenberg van de VSNU op om aangifte te doen.

Wetenschappers: bescherm jezelf

Daarnaast raad Sluiter wetenschappers aan om goed om te gaan met hun online veiligheid en hun privégegevens niet makkelijk toegankelijk te maken. Daarbij moeten universiteiten echter ook hulp bieden. Ze roept universiteiten dan ook op om taskforces ‘sociale veiligheid online’ te starten. “Maak daarbij gebruik van de kennis die je in je studenten en promovendi hebt. Er zit zoveel kennis bij die generatie, daar moet je volop uit putten.”

De KNAW-president roept verder alle wetenschappers op om hun collega’s te steunen wanneer die in een online storm terechtkomen. “Wij zullen ons echt moeten beheersen. Misschien denk je in zo’n situatie ‘nou, die zal wel wat ergs gezegd hebben, hij of zij zal het er wel naar gemaakt hebben’, maar je kúnt het hier niet naar maken. Er is gewoon een grens overschreden, en daarin moeten we gezamenlijk heel helder zijn.”

Ze waarschuwt wetenschappers dan ook om zich te onthouden van bagatelliserende opmerkingen over collega’s. “Dat helpt niet.” Wat wel erg helpt, zegt Sluiter, is expliciet steun uitspreken. “Je hoeft het daarbij niet eens te zijn met de standpunten van de wetenschapper die onder vuur ligt”, voegt ze toe. “Het gaat erom dat alweer de norm gesteld wordt dat dit verschrikkelijk en onacceptabel is. En vraag ook als wetenschappers aan elkaar: wat kan ik doen om je te helpen?”


Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
«

ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.

Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan

OK