Afschaffing bsa treft de zwakkere student

Opinie | door Ivo Arnold & Brigitte Hoogendoorn & Henk van der Molen & Henk Schmidt & Guus Smeets
8 april 2021 | "Vooral voor grote opleidingen zonder selectie zal afschaffing van de hoge bsa-norm ten koste gaan van de zwakke student", beargumenteren onderzoekers van de Erasmus Universiteit. Zij menen dat het invoeren van een doorstroomnorm in plaats van een bsa vooral nadelige effecten zal hebben.
“Vooral voor grote opleidingen zonder selectie zal afschaffing van de hoge bsa-norm ten koste gaan van de zwakke student”, beargumenteren onderzoekers van de Erasmus Universiteit. Beeld: Erasmus Universiteit Rotterdam.

Het bindend studieadvies (bsa) ligt al enige tijd onder vuur van studentenorganisaties en politici. Nieuw is de kritiek vanuit de Erasmus Universiteit Rotterdam (EUR), nota bene de universiteit waar een hoge bsa-norm een belangrijke pijler is onder het onderwijsbeleid. Op ScienceGuide betwijfelen EMC-onderzoekers Karen Stegers-Jager en Andrea Woltman of een hogere bsa-norm tot meer studiesucces leidt en pleiten zij voor een doorstroomnorm in plaats van een dwingend bsa.  

Hun beweringen zijn echter gebaseerd op onderzoek dat niet representatief is voor het gehele hoger onderwijs. Vooral voor grote opleidingen zonder selectie zal afschaffing van de hoge bsa-norm ten koste gaan van de zwakke student, die langer over zijn studie zal doen, hogere studieschulden zal opbouwen en in een slechtere uitgangspositie op de arbeidsmarkt zal starten. Meer ongelijkheid tussen studenten zal het onwenselijke gevolg zijn. 

Bsa draagt bij aan diplomarendement 

De meeste bsa-onderzoekers, waaronder Stegers-Jager en Woltman, zijn het erover eens dat een hoge bsa-norm het studiesucces in het eerste jaar verhoogt. Deze auteurs zien ook het risico dat een lagere bsa-norm een nieuw streefwaarde wordt voor studenten die ook beter zouden kunnen presteren. Diverse studies laten daarnaast zien dat het bsa ook een gunstig effect kan hebben op diplomarendementen. Op grond van eigen onderzoek onder geneeskundestudenten en het onderzoek van Cornelisz, Van der Velden, De Wolf en Van Klaveren (2020) trekken Stegers-Jager en Woltman deze uitkomst echter in twijfel. Ten onrechte. 

Meld u hier aan voor de ScienceGuide Nieuwsbrief

 

De opleiding Geneeskunde bij de Erasmus Universiteit past selectie aan de poort toe op basis van schoolcijfers en motivatie. De studentenpopulatie ziet er daardoor totaal anders uit dan die van opleidingen waar geen strenge selectie wordt toegepast. Bij geneeskunde hebben instromende studenten gemiddeld een hoger vwo-cijfer en een hogere intrinsieke motivatie. Scholieren die geneeskunde willen studeren hebben vaak een “roeping om dokter te worden” (mensen helpen, levens redden). Een scholier die economie kiest vanuit een roeping is daarentegen een uitzondering. Goede, intrinsiek gemotiveerde studenten zijn in hoge mate “beleidsresistent”. Zij hebben geen hoge bsa-norm nodig om zich in te spannen.  

Effect bsa vooral sterk bij gemiddelde vwo’ers 

Onderzoek met een dataset van bijna 30.000 EUR-studenten laat zien dat een verhoging van de bsa-norm van 40 naar 60 credits het 3-jaars bachelorrendement verhoogde van 28% naar 44% voor studenten met een vwo-gemiddelde tussen de 5,5 en 6,4 en van 47% naar 57% voor studenten met een vwo-gemiddelde tussen de 6,4 en 7.5. Voor studenten met een vwo-gemiddelde boven 7,5 was er geen noemenswaardige verandering (stijging van 70% naar 71%). Een hoge bsa-norm heeft dus inderdaad weinig effect bij studenten met hoge vwo-cijfers. Het effect is echter zeer sterk bij studenten met een vwo-gemiddelde onder 6,5, die het meeste last hebben van uitstelgedrag. De literatuur over uitstelgedrag reikt verklaringen aan voor dit verband: als mensen bepaalde taken lastig vinden of er onvoldoende voor zijn gemotiveerd, zullen ze die eerder uitstellen. 

Studenten met matige VWO-cijfers komen veel voor bij opleidingen als economie, bedrijfskunde, psychologie en rechten, maar zijn dun gezaaid bij geneeskunde. Kortom, de opleiding Geneeskunde is niet de meest interessante opleiding om de effectiviteit van het bsa te onderzoeken: als je goed selecteert voor de poort, zal selectie na de poort vanzelfsprekend minder opleveren. Het is dan ook niet verrassend dat de geneeskundeopleiding de hoge bsa-norm intussen heeft afgeschaft. Het betekent wel dat de resultaten van onderzoek onder geneeskundestudenten niet zomaar kunnen worden gegeneraliseerd. 

Een regel zonder norm heeft geen werking 

Stegers-Jager en Woltman refereren aan de studie van Cornelisz et al. (2020) ter ondersteuning van hun beweringen. Uit deze studie blijkt dat economiestudenten aan de VU die de bsa-norm niet halen er gemiddeld 13,7 maanden langer over doen om een diploma te behalen dan studenten die de norm wel halen. Dat lijkt in strijd met de bewering dat het bsa geen effect heeft op het diplomarendement. Stegers-Jager en Woltman en Cornelisz et al. (2020) zoomen vervolgens echter in op studenten die dichtbij de norm zitten en laten zien dat er nauwelijks verschil is in studieduur tussen studenten die de bsa-norm net niet en net wel halen.  

Dit is om twee redenen geen zinvolle analyse. Het eerste probleem met deze vergelijking is dat er niet zoveel studenten zijn die de norm net niet halen. Wanneer ze kansrijk zijn, zetten studenten natuurlijk alles op alles om de norm te halen. En wanneer er persoonlijke omstandigheden zijn waarom een student een paar studiepunten mist, geven examencommissies veelal dispensatie. Daarnaast is het niet verrassend dat er net rondom de norm geen grote verschillen in studentkwaliteit zijn. Dat is ook de reden waarom randgevallen een zorgvuldige beoordeling door examencommissies behoeven. Maar als er geen enkele consequentie aan het niet halen van de norm zou worden verbonden, verliest de norm natuurlijk zijn werking.  

Het bsa doet zijn werk 

Cornelisz et al. (2020) constateren ook dat studenten die een negatief bsa krijgen vaak switchen naar een opleiding in hetzelfde domein en dan toch (uiteindelijk) een diploma behalen. Deze constatering is feitelijk correct, maar bewijst nog niet het falen van het bsa. Opleidingen verschillen sterk in curriculum, didaktiek en analytisch niveau, ook binnen wetenschapsdomeinen. Het maakt nogal wat uit of een student overstapt van een hard-core economische naar een meer bedrijfskundig georiënteerde opleiding of andersom.  

Cornelisz et al. (2020) geven helaas geen details over de opleidingen waartussen wordt overgestapt. Een negatief bsa zou er dus voor gezorgd kunnen hebben dat een student is overgestapt naar een vergelijkbare opleiding die hem of haar beter ligt. Tot slot kan een negatief bsa ook hebben gefungeerd als een wake-up call, waarna de student serieuzer is gaan studeren. Ook in dit geval heeft het bsa zijn werk gedaan. Dit neemt overigens niet weg dat de verwijsfunctie van het bsa kan worden verbeterd. 

Vooral zwakke studenten zullen lijden onder afschaffing bsa 

Stegers-Jager en Woltman scharen zich achter het pleidooi van CDA Tweede Kamerlid Van der Molen (2020) om het bsa te vervangen door een doorstroomnorm: je mag pas door naar het tweede jaar als je alle studiepunten uit het eerste studiejaar hebt gehaald. Voor opleidingen heeft deze oplossing als voordeel dat het onderwijs in latere jaren niet wordt overspoeld door studenten die nog niet eens hun eerste studiejaar hebben afgerond. Maar de prijs wordt betaald door studenten die last hebben van uitstelgedrag.  

Veel, merendeels zwakke studenten die nu dankzij een hoge bsa-norm een vliegende start maken met hun opleiding, zullen voor de verleiding bezwijken om hun inspanning een tandje lager te zetten en langer dan één jaar over hun eerste studiejaar te doen. Volgens Stegers-Jager, Woltman en Van der Molen moeten die dan maar blijven hangen in het eerste jaar totdat ze groen licht krijgen om door te stromen. Willen we dat echt, een groep hangstudenten creëren? Terwijl we weten dat een groot deel van deze groep heel goed in staat is om hun eerste jaar in één keer af te ronden? Wat doet dat met hun studiemotivatie, studievoortgang en loopbaanperspectief? Voorkomen beter is dan genezen. Dat geldt ook voor uitstelgedrag.  

Ivo Arnold : 

Professor Economie bij de Erasmus Universiteit Rotterdam

Brigitte Hoogendoorn : 

Directeur Onderwijs bij de Erasmus School of Economics

Henk van der Molen : 

Professor Psychologie bij de Erasmus Universiteit Rotterdam

Henk Schmidt :  Hoogleraar Psychologie

Voormalig rector magnificus van de Erasmus Universiteit.

Guus Smeets : 

Professor Psychologie bij de Erasmus Universiteit Rotterdam


Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
«

ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.

Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan

OK