Binding met student begint bij het eerste contact

Nieuws | de redactie
19 april 2021 | Wie binding met aspirant- en eerstejaars studenten wil krijgen, doet er goed aan om daarmee al vanaf het eerste contact te beginnen, bleek tijdens een webinar van SURF over pre- en onboarding. Omdat het online karakter van kennismakingsactiviteiten die binding bemoeilijkt, deelden experts en ervaringsdeskundigen goede voorbeelden en tips.
“Wanneer kennismakingsactiviteiten in een doorlopend proces met spelelementen worden gevoegd, blijven aspirant-studenten betrokken bij de studiekeuze die ze moeten maken”, zegt Pieter Kemper van de HAN. Beeld: Hogeschool Arnhem en Nijmegen.

Tijdens de periode van on-boarding, in wezen het contact tussen de onderwijsinstelling en de toekomstige student na diens inschrijving, moet een student zich thuis gaan voelen bij de onderwijsinstelling en sociale aansluiting vinden. Daaraan vooraf gaat echter de periode van pre-boarding, die begint vanaf de eerste kennismaking van de aspirant-student met de onderwijsinstelling. Wanneer men al tijdens de periode van kennismaking investeert in het contact met de aspirant-student, zal deze een betere studiekeuze kunnen maken, was de consensus tijdens een SURF-webinar over kennismaking en aansluiting van eerstejaars studenten.  

Uit een LinkedIn-enquête onder de deelnemers bleek dat 36 procent van de hoger onderwijsinstellingen na de eerste kennismaking van de student begint met de binding met die student. Andere instellingen beginnen daarmee wat later; 27 procent zoekt de verbinding met een student pas na diens aanwezigheid op een voorlichtingsdag. Daarnaast doet 36 procent van de instellingen helemaal niet aan verbindende kennismaking, omdat die groep de verbinding met studenten pas zoekt na de start van de introductiedagen. 

Binding middels een doorlopende en speelsgewijze kennismaking 

Vanuit de HAN gaf Pieter Kemper, studiecoach en aansluitingscoördinator, twee voorbeelden van de manier waarop de HAN de kennismaking met en aansluiting van een nieuwe generatie studenten tijdens de coronacrisis vormgeeft. “We hebben altijd een aantal kennismakingsactiviteiten“, vertelde Kemper. “Naast de open dag bieden we ook de mogelijkheid tot proefstuderen, organiseren we een meeloopdag, en bieden we doorstroomprogramma’s en een studiekeuzecheck aan.” Die activiteiten staan echter allemaal op zichzelf, waardoor het moeilijk is om het contact met aspirant-studenten voortdurend warm te houden.  

Meld u hier aan voor de ScienceGuide Nieuwsbrief

 

Daarom probeert men bij de HAN om die losse activiteiten in een doorlopend proces te voegen. Zo nodigt men de bezoekers van een open dag uit om een app te downloaden waarin ze gedurende de maanden daarna allerlei uitdagingen en opdrachten ontvangen. “Die uitdagingen kunnen specifiek te maken hebben met de opleiding waarin ze geïnteresseerd zijn, maar het kan ook met studievaardigheden te maken hebben. Dat hangt helemaal af van de wensen van de student”, vertelt Kemper. Door mee te doen aan de uitdagingen, ontvangen de aspirant-studenten punten; ook het bijwonen van een webinar of een proefstudeerdag kan punten opleveren.  

“Wanneer die activiteiten in een doorlopend proces met spelelementen worden gevoegd, blijven aspirant-studenten betrokken bij de studiekeuze die ze moeten maken. Resultaat kan ook zijn dat studenten inzien dat ze beter op een andere plek tot hun recht komen, maar ook dat is in feite een goed resultaat”, aldus Kemper.  

Aansluiting en binding in de eerste honderd dagen 

Bij de HAN denkt men niet alleen goed na over de verbindende kennismaking met en van studenten, ook de aansluiting tijdens de eerste honderd dagen van de studie wordt doordacht. Volgens Stephan Plat, coördinator van het eerste studiejaar van de bedrijfskundige opleidingen bij de HAN, bestaat de aansluiting van eerstejaars studenten uit het creëren van sociale en academische binding. Daarbij baseert hij zich op onderzoek van Rutger Kappe, lector Studiesucces bij Inholland. “Het hoofddoel van die aansluiting is het studiesucces van de student,” vertelt Plat, “want hoe meer studenten je op de juiste plaats krijgt, hoe beter je het als onderwijsinstelling doet. En waar een middel als het bsa misschien zal verdwijnen, zul je daartoe toch andere maatregelen moeten nemen. 

Plat deelt de eerste honderd dagen van een student op in drie fases met ieder een eigen doel. Zo moeten de eerste dertig dagen vooral in het teken staan van sociale binding, oftewel de binding met medestudenten en docenten. “In die fase willen studenten vooral weten wat hen te wachten staat”, voegt Plat daar nog aan toe. “Laat hen daarom ook alvast wat vakken uit het tweede semester ervaren, bijvoorbeeld door hen heel simpel de marketing-elementen van het etiket van een pot pindakaas te laten opschrijven.” 

In de tweede fase van de eerste honderd dagen moet die verkenning van de algehele studie verder worden voortgezet. Deze fase staat dus vooral in het teken van academische binding. De sociale binding die tijdens de eerste dertig dagen is gelegd wordt onderhouden en geformaliseerd, bijvoorbeeld door alvast te beginnen met studieloopbaanbegeleiding.  

De laatste fase van de eerste honderd dagen moet de focus op beroep- en werkveldoriëntatie leggen, bepleit Plat. Hoewel er vaak reeds tijdens open dagen en andere kennismakingsactiviteiten over beroepskeuzes is gesproken, gebeurde dat waarschijnlijk massaal. Wanneer studenten zich eenmaal sociaal en academisch verbonden voelen met de onderwijsinstellingen, moet die beroepsoriëntatie persoonlijker worden gemaakt, aldus Plat. 

Maak programma online introductie niet te zwaar 

Dat de binding met studenten tijdens online introductiedagen anders georganiseerd moet worden dan tijdens fysieke introductiedagen, weet Janneke Nobelen van Avans als geen ander. Zij was tijdens de afgelopen introductiedagen medeverantwoordelijk voor de organisatie, en deelde haar ervaringen tijdens het SURF-webinar.  

Als tips voor de voorbereiding van een online introductieweek noemt Nobelen als eerste een goed werkende techniek. Daarnaast pleit ze voor een zorgvuldige communicatie, briefing en roostering wanneer er externe partijen betrokken zijn bij de introductieweek. Verder raadt Nobelen aan om tijdens de week zelf een moderator aan te wijzen die de chat in de gaten houdt en vragen van studenten beantwoordt. Ook heeft Nobelen geleerd dat een online programma niet te zwaar moet zijn. “Studenten hebben uren achtereen achter een scherm moeten zitten,” vertelde ze, “dus we moeten volgende keer meer pauzes inbouwen.” 

Binding gaat ook na eerste honderd dagen door 

Aan het einde van het webinar, waarin ook nog een Utrechtse student zijn ervaring met online open dagen deelde, reflecteerde Rutger Kappe, lector Studiesucces bij Inholland, op de presentaties. Daarbij bepleitte hij voornamelijk dat de echte binding van de student pas plaatsvindt tijdens de eerste honderd dagen van de studie. Die binding zelf is echter nog niet genoeg. “Binding moet juist de start zijn van actieve participatie en betrokkenheid van studenten”, aldus de Rotterdamse lector. Ook na de eerste honderd dagen moet er dus aandacht blijven voor de binding van studenten. 


Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
«

ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.

Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan

OK