Hogeschool moet openstaan voor kritiek jongere generatie

Interview | door Michiel Bakker
25 mei 2021 | Na het Toeslagenschandaal, het falende geheugen van de minister-president, het ‘Omtzigt functie elders’ en de openbaarmaking van de ministerraadnotulen lijkt de Haagse politiek door een diepe vertrouwenscrisis te gaan. Dat maakt het geen gemakkelijke tijd voor de burgerschapsvorming van studenten, weet Willeke Slingerland, lector Weerbare Democratie bij Hogeschool Saxion. Toch ziet ze daarin een grote taak voor onderwijsinstellingen en docenten weggelegd.
“Als hogeschool moeten wij open staan voor de kritiek van een jongere generatie die iets vindt van wat wij doen; dat moeten we zien als betrokkenheid van aangehaakte toekomstige professionals”, zegt Willeke Slingerland, lector Weerbare Democratie bij Saxion. Beeld: Saxion.

“Wat hebben we studenten nu te bieden? Die vraag houdt mij erg bezig“, beaamt Slingerland. Ik heb de hoop dat elke generatie nieuwe talenten heeft en leert van het verleden, laat ik dat vooropstellen. Je moet optimistisch zijn en vertrouwen in de veerkracht, kennis en kunde van de nieuwe generaties – maar we moeten wel veel gesprekken voeren.” Tegelijkertijd maakt ze zich grote zorgen over de bestuurscultuur in Nederland. “Op alle niveaus van bestuur zie je andere belangen domineren dan de democratische belangen van transparantie en eerlijke besluitvorming. 

Ze probeert studenten daarom voor te houden dat het ook anders kan, vertelt Slingerland. “Ik spreek studenten vaak aan op het feit dat zij bij de dertig procent hoogopgeleide Nederlanders horen. Dat geeft hen een bevoorrechte positie. Ze moeten deze fase dan ook gebruiken om een eigen kijk te ontwikkelen, hun verwondering of boosheid om te zetten in ideeën.”  

Vanuit het onderwijs bij Saxion probeert ze studenten vooral te stimuleren hun maatschappelijke rollen anders op te vatten wanneer zij zich straks in het werkveld bevinden. Het is belangrijk om hen het bewustzijn bij te brengen dat ze straks niet enkel een beroep hebben, maar dat ze een rol vervullen in een systeem, en dat een systeem het risico bevat om te ontaarden. 

Crises dwingen je terug naar de essentie 

Om voorbeelden van crises te vinden, hoeft men op dit moment niet ver te zoeken. “Ik wind er geen doekjes om; wat we nu in de Haagse politiek zien, verdient geen schoonheidsprijs. Het is ernstig”, vindt ze. “Ik hoop daarom dat men niet vandaag of morgen de schouders ophaalt en weer verder gaat; daar is het te ernstig voor, mede omdat het iets heeft blootgelegd dat al langere tijd speelt.” Juist maatschappelijke moeilijkheden of misstanden kunnen echter aanleiding geven tot goed burgerschapsonderwijs, vertelt ze.  

We proberen onze studenten zodanig toe te rusten dat ze het gevoel hebben dat zij het anders kunnen gaan doen. We zien immers niet alleen een bestuurscrisis, er wachten ook enorme problemen zoals de klimaatcrisis of het vraagstuk van de datatechnologie. We moeten jongeren daarom de wereld voorstellen als een plaats die ook mooi en hoopvol is, die ten goede kan veranderen wanneer zij eraan bijdragen. 

Daarbij probeert ze studenten voor te houden dat een democratie nooit af is en zichzelf steeds opnieuw moet uitvinden. In dat proces kunnen crises zelfs een heilzame werking hebben, weet ze. “Die dwingen je om terug te gaan naar de essentie. Dat kan dus ook hoop  geven; veel van de dingen die nu fout gaan zijn door tradities zo gegroeid, wat betekent dat ze ook op een andere manier kunnen worden ingericht. Zo kan een crisis ook tot bezinning en zingeving leiden.” 

Kritisch denkvermogen zou ook Haagse politici helpen 

Om hun rol in de samenleving goed te kunnen vervullen, is het belangrijk dat studenten basale stappen aanleren om hun kritisch denkvermogen te scherpen, bepleit Slingerland. “Als je jezelf nu eens aanleert om bij elke stap in je leven het onderscheid tussen eigenbelang en algemeen belang te maken, om dagelijks te reflecteren op de invloed die je handelen op de korte en de lange termijn kan hebben, om je vooringenomenheid voor jezelf te expliciteren – dat proberen we studenten aan te leren. Die stappen zouden ook de Haagse politici helpen.”  

Studenten hebben te weinig kans gehad om generieke vaardigheden zoals kritisch denken aan te leren.

Goede burgerschapsvorming begint namelijk bij de student die leert te reflecteren op haar eigen gedrag binnen het grotere geheel, legt de lector Weerbare Democratie uit. Daarom vindt ze het belangrijk dat studenten leren hun eigen perspectief als één van de mogelijke perspectieven te zien. “Dat is een heel basale vaardigheid. Als je dergelijke stappen vaak genoeg oefent en elkaar daarop bevraagt, werk je aan kritisch denkvermogen, en dat is hard nodig. 

Moreel kompas hbo-studenten afgelopen tijd verwaarloosd 

Het hoger onderwijs was echter jarenlang voornamelijk gericht op het aanleren van kennis en vaardigheden, weet Slingerland. Daardoor was er minder aandacht voor ethiek en het ontwikkelen van een moreel kompas. “Studenten hebben daardoor te weinig kans gehad om generieke vaardigheden zoals kritisch denken aan te leren. Het echte reflecteren op de eigen vooringenomenheid en de veelzijdigheid van omstandigheden vraagt immers tijd en oefening. 

Wie studenten wil opleiden tot goede beroepsbeoefenaars, zal hen moeten leren om als onderdeel van de samenleving bruggen te kunnen slaan en kritische vragen te kunnen stellen, aldus Slingerland. “Daarmee wordt hun weerbaarheid verhoogd. Ik denk dat we dat binnen het hoger onderwijs wel weten, maar dat we het de afgelopen jaren wat hebben verwaarloosd.” 

Docenten zijn gezicht van een instituut 

Of de burgerschapsvorming van studenten als apart vak bovenop het beroepsonderwijs moet komen, hangt voor Slingerland van de situatie af. Om de schade in te halen zou burgerschapsvorming op de korte termijn een apart vak kunnen zijn, maar idealiter ziet ze burgerschapsvorming als iets dat is verweven met het geheel van het onderwijs. Daarbij is met name voor docenten een belangrijke rol weggelegd.      

Als docenten zijn we ons er maar zelden van bewust dat jongeren die gaan studeren daarbij voor het eerst in aanraking komen met instituties; denk aan DUO, maar ook Saxion is een instituut“, vertelt ze. De manier waarop wij hier omgaan met onze studenten en wat wij hen voorleven kan dus al een basis leggen voor hun vertrouwen in instituties. In onze uitstraling en onze communicatie richting studenten, of wij onze afspraken nakomen, of wij onszelf een spiegel voorhouden – ons gedrag is belangrijk dan wij misschien denken. 

Onderwijsinstellingen moeten kritische betrokkenheid aanmoedigen 

Ook onderwijsinstellingen hebben daarin de taak om een gezonde democratische cultuur na te streven. “Daar hoort bij dat je accepteert dat een student kritisch is op jou als instituut, dat er ruimte is voor macht en tegenmacht”, aldus Slingerland. “In een weerbare democratie is altijd ruimte voor de luis in de pels, voor tegengeluid; daarin vindt men zichzelf steeds opnieuw uit. Als hogeschool moeten wij dus open staan voor die kritiek van een jongere generatie die iets vindt van wat wij doen; dat moeten we zien als betrokkenheid van aangehaakte toekomstige professionals. Die houding moeten we niet temperen, die moeten we juist voeden. Recent zag Slingerland daarvan een voorbeeld bij Saxion, waar studenten en beleidsmakers met elkaar in debat gingen naar aanleiding van klachten over het Smart Solutions Semester van Saxion.  

Daarnaast blijft het burgerschapsonderwijs zelf belangrijk in de burgerschapsvorming van studenten. “Het is bijvoorbeeld erg belangrijk om studenten bewust te maken van de manier waarop ze informatie ophalen. Lezen ze een krant? Welke? Waar klikken ze op? Ze moeten leren zichzelf breed te informeren en informatie op betrouwbaarheid kunnen toetsen.” Ook het gesprek daarover is erg belangrijk, weet Slingerland. “Tien jaar geleden leek het nog voor zich te spreken dat informatie vanuit de overheid of de NOS betrouwbaar was, maar dat is niet meer zo; niet iedereen vertrouwt de berichtgeving vanuit dergelijke bronnen. 

Studenten willen wel, maar missen richting 

Aangezien de huidige generatie studenten opgroeit in een ontzuilde, geseculariseerde en gedeïdeologiseerde samenleving, ziet Slingerland dat studenten soms een richting missen waarin ze uiting kunnen geven aan hun drang om maatschappelijk actief te zijn. “Die zuilen kenden natuurlijk ook hun beperkingen, maar daarbinnen vond het diepere gesprek makkelijker plaats dan nu. Ik zie dat veel studenten richting missen; waarom doe ik wat ik doe? Wat doet het ertoe? Waar moeten we heen? We missen iets om bij te horen. 

Dat studenten soms richting missen, betekent echter niet dat ze fundamentele vragen schuwen. “Daar willen ze júist op bevraagd worden,” vertelt Slingerland, “maar ze weten niet altijd waar en hoe ze dat gesprek moeten organiseren. Als experiment hebben we tijdens de lockdown vanuit ons lectoraat een aantal keer meegekeken met online gesprekken tussen studenten en tutoren. Daar merkten we hóe fijn studenten het vonden om het gesprek over fundamentele vragen te voeren.” 

Verder vindt Slingerland het bij uitstek een taak voor hogescholen om zich bezig te houden met de uitdagingen rondom de democratie en burgerschapsvorming. “Je kunt het onderzoek naar een weerbare democratie en burgerschapsvorming heel fundamenteel, theoretisch, tekentafelachtig insteken, maar wij zijn juist lokaal geworteld. Wij nemen de praktijk als uitgangspunt om met nieuwe ideeën te komen. 


Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
«

ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.

Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan

OK