Volgens Fontys is hoogbegaafdheid ook onderdeel van diversiteit en inclusie

Nieuws | door Ramon van Doorn
11 mei 2021 | Hoogbegaafdheid kan in het hoger onderwijs problemen als verveling en faalangst met zich meebrengen. Bij Fontys is hiernaar onderzoek gedaan, waaruit verschillende praktische handvatten voor zowel studenten als docenten zijn gekomen.
De Campus Stappegoor in Tilburg van Fontys Hogescholen, één van de locaties waar het lectoraat Goed Leraarschap, Goed Leiderschap gevestigd is. Beeld: GijsFrankenTK via Wikimedia Commons.

Iedere student is anders, en iedere student leert daarom het beste in een andere omgeving, zeggen onderzoekers van Fontys Hogescholen. Voor docenten is het daarom van belang de juiste omgeving te creëren waarin iedere student tot haar recht kan komen – iets dat in deze diverse samenleving niet altijd makkelijk is. Volgens de onderzoekers van Fontys is het daarom belangrijk om voor elke student uit te zoeken wat wel en wat niet werkt, maar om dit overzichtelijker te maken, wordt er ook ingezoomd op bepaalde groepen studenten.

Eén van die groepen wordt in het hoger onderwijs nog geregeld over het hoofd gezien: hoogbegaafde studenten. Isabelle Diepstraten, senior onderzoeker bij het Fontys lectoraat Goed Leraarschap, Goed Leiderschap, doet onderzoek naar diversiteit en inclusie in hoger onderwijs en op de werkvloer. “Diversiteit en inclusie is het overkoepelende thema, maar er zijn zoveel verschillende dingen die daaronder vallen. Ook hoogbegaafdheid, iets dat heel weinig aandacht krijgt in het hoger onderwijs, terwijl het toch problemen met zich mee kan brengen.”

Hoogbegaafdheid verdient een leven lang aandacht

Een mogelijke reden voor de geringe aandacht voor hoogbegaafdheid in het hoger onderwijs is dat men vaak denkt dat hoogbegaafdheid vooral in het basis- en middelbaar onderwijs voor problemen zorgt. Echter, ook in het hoger onderwijs kan hoogbegaafdheid tot problemen leiden, vertelt Diepstraten. Soms beginnen hoogbegaafde studenten zelfs pas in het hoger onderwijs problemen te ondervinden, vertelt ze, en dat is ook eigenlijk niet zo gek. “Het ministerie van OCW heeft ooit de schatting gemaakt dat tien procent van alle kinderen hoogbegaafd is. Als je veronderstelt dat juist die kinderen naar het hoger onderwijs gaan, kan je ervanuit gaan dat dit binnen het hoger onderwijs zelfs meer dan tien procent is.”

“Met een heel groot deel van die studenten gaat het gewoon goed,” vertelt Diepstraten, “want het is niet zo dat hoogbegaafdheid altijd problemen met zich meebrengt.” Aangezien er ook hoogbegaafde studenten zijn die binnen het hoger onderwijs wel op problemen stuiten, heeft Fontys een uitgebreid onderzoek uitgevoerd om te ontdekken wat er nodig is om ook deze studenten te laten floreren in het hoger onderwijs.

Het onderzoek bestond uit drie deelonderzoeken. Voor het eerste deelonderzoek is eerst middels een literatuurstudie onderzocht wat er al bekend is over leeromgevingen van hoogbegaafde studenten, en de uitkomst hiervan is verder uitgewerkt via een online gesprek met negen studenten die zich in de definitie van hoogbegaafd herkenden.

Het tweede deelonderzoek begon ook met een literatuurstudie, ditmaal over de nieuwsgierigheid en motivatie van hoogbegaafde studenten. In één op één interviews met zestien vermoedelijk hoogbegaafde studenten is daarna gekeken naar wat een motiverende leeromgeving allemaal omvat. Als laatste is in het derde deelonderzoek onder 61 ICT-docenten middels een enquête onderzocht wat zij weten over het begeleiden van hoogbegaafde studenten.

Hoogbegaafdheid vraagt om uitdaging en autonomie

De problemen die deze hoogbegaafde studenten tegenkomen hebben soms te maken met de opdrachten die ze krijgen. “Als ze bijvoorbeeld een portfolio moeten maken, is dat heel vaag, terwijl er wel allerlei richtlijnen aan zitten”, vertelt Diepstraten. “Dan willen ze vaak te veel doen, en weten ze niet wanneer iets goed is of niet. Hierdoor lopen ze tegen problemen aan die ze vroeger niet hadden.” Uit het onderzoek blijkt dat hoogbegaafde studenten de lat voor zichzelf vaak hoger leggen dan die eigenlijk is, wat kan leiden tot een te hoge mentale druk en faalangst.

Volgens het onderzoek hebben de problemen van hoogbegaafde studenten daarnaast vaak te maken met de mogelijkheden die hun leeromgeving biedt om hun nieuwsgierigheid en vaardigheden uit te dagen. Als dat niet voldoende gebeurt, kunnen deze studenten hun leermotivatie verliezen. Zo noemt één van de geïnterviewde studenten dat hij afhaakt als een docent “de hele stof zelf gaat uitleggen, stap voor stap alles uitgekauwd wordt en iedereen daarna nog een verwerkingsopdracht krijgt”. Doordat dit weinig uitdaging, complexiteit en keuzevrijheid met zich meebrengt, raken deze studenten verveeld.

Deze verveling kan ervoor zorgen dat studenten hun kennis ergens anders vandaan halen, aangezien ze vaak wel heel nieuwsgierig zijn. Dit levert hen echter alleen maar meer werk op, want het curriculum gaat gewoon door. Zo raken studenten in de knoop met hun verschillende bezigheden, wat tot tijdgebrek en stress leidt, blijkt uit het onderzoek.

Doordat dit onderzoek binnen het hbo is uitgevoerd, ontstaat al snel de vraag of deze studenten wel op de juiste plek zitten. Zouden ze niet meer voldoening uit een universitaire studie halen? Volgens Diepstraten hoeft dit lang niet altijd het geval te zijn. “Studenten willen ook vaak iets doen waarbij ze zien dat ze meteen iets betekenen voor de maatschappij. Het gevoel dat je zinvol bezig kunt zijn is heel belangrijk, en dat kan op het hbo soms beter dan op de universiteit. Het is dus niet simpel op te lossen door deze studenten dan maar naar de universiteit te sturen.”

In de klas is er nooit één handeling voor iedereen

Ook voor docenten kan de omgang met hoogbegaafde studenten lastig zijn, vertelt Diepstraten. “Hoogbegaafde studenten zijn vaak nieuwsgierig naar achterliggende processen en redenen. Daarop vragen ze dan door, wat docenten het gevoel kan geven dat de rest van het leerproces opgehouden wordt. Maar als ze dit tegen die studenten zeggen, blijven die weer met onbeantwoorde vragen zitten, en zo kan het een frustrerende situatie zijn voor zowel docent als student.”

Volgens Diepstraten kregen de onderzoekers gedurende het onderzoek al vragen van docenten, omdat die al vermoedens hadden dat enkele studenten hiermee worstelden. “Die docenten waren dan ook erg blij met de tools die we hebben aangeboden. Het geeft hen inzicht in de situatie, en het helpt hen om de student beter te helpen en begrijpen. Voor studenten helpt het in mijn optiek al voor 80 procent als ze zien dat ze niet de enige zijn en dat ze er niet alleen in staan. Dat stukje inclusie en herkenning van hun ervaringen helpt al enorm.”

Eén van die tools voor docenten is een kenniskaart, waarop is samengevat hoe hoogbegaafde studenten zich vaak voelen en hoe ze zich zouden willen voelen in het hbo. Ook zijn er ervaringskaarten die meer zicht op het denken en doen van hoogbegaafde studenten geven.

Daarnaast is er ook een handelingskaart met praktische handvatten voor de docenten, wat volgens Diepstraten erg behulpzaam is. “Hoe breder je begeleidingsrepertoire is, hoe groter de groep is die jij als docent kunt bereiken. Eén handeling is nooit voor iedereen geschikt, en die handelingskaarten geven aan welke handeling toepasbaar kan zijn voor deze studenten. Als je die toepast, heb je dus al je repertoire verbreed, en kun je meer studenten helpen.”

Erkenning is altijd positief

Diepstraten merkt dat er rondom dit onderwerp veel behoefte aan erkenning was. “Als we hierover iets op onze sociale media delen, wordt er heel veel op gereageerd. We hebben ook al verschillende webinars gegeven, en daar is altijd veel belangstelling voor. Op dat soort dagen worden onze tools veel gedeeld en gedownload. Daarnaast is er ook een netwerk over hoogbegaafdheid van hogescholen opgericht, daar zitten voornamelijk decanen in. Die kunnen studenten met vragen natuurlijk goed begeleiden. Hetzelfde geldt voor studiebegeleiders en docenten.”

Eigenlijk zijn volgens Diepstraten niet de onderzoeksresultaten de belangrijkste uitkomst van dit proces, maar de praktische lessen en veranderingen. “Het is fijn om te zien dat hoogbegaafde studenten zich hierdoor erkend voelen”, vertelt ze. “Zo richten we voor deze groepen ook gemeenschappen op, en ze vinden het fijn om daar even met gelijkgestemden dingen te kunnen uitwisselen. Daarnaast hebben ze met de tools echt iets in handen om mee naar hun docenten toe te gaan.”

Alle onderzoeksrapporten en tools zijn hier te vinden.


Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
«

ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.

Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan

OK